Job:22.21a
Verzoen je met God
en leef met Hem in vrede.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

Job:22.21a
Verzoen je met God
en leef met Hem in vrede.
Uit het eerste boek KoningenUit het eerste boek Koningen
18, 20-39
Koning Achab stuurde boden naar alle stammen van Israël en liet
ook alle profeten bij de Karmel bijeenkomen.
Daar sprak Elia het volk als volgt toe: ‘Hoe lang blijft u nog op twee
gedachten hinken? Als de Heer God is, volg Hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’
De Israëlieten zeiden niets.
Toen zei Elia: ‘Ik ben de enige profeet van de Heer die nog over is. De
profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. Breng ons twee stieren. Zij
mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op
een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere
stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet
aansteken. U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de Heer
aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’
Heel het volk stemde met dit voorstel in.
‘Begint u maar, u bent met velen’, zei Elia tegen de profeten van Baäl. ‘Kies
maar een dier en maak het gereed voor het offer. Roep dan de naam van uw god
aan, maar steek het hout niet in brand.’
De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het
offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baäl aan: ‘Baäl, geef ons antwoord!’
Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen
rond het altaar dat daar was opgericht.
Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij
is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even
moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u
hem wekken!’
De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was,
met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde.
In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij
was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele
reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.
Elia zei tegen de Israëlieten dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze bij
hem waren komen staan, bouwde hij het verwoeste altaar van de Heer weer op. Hij
nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen
van de zonen van Jakob, tot wie de Heer had gezegd: ‘Israël is je nieuwe naam.’
Met die twaalf stenen maakte hij een altaar ter ere van de Heer, en daaromheen
liet hij een geul graven met een lengte van tweehonderd el. Hij stapelde het
brandhout op, sneed de stier in stukken en legde die op de brandstapel. Toen
zei hij: ‘Vul vier kruiken met water en giet die over het offer en het
brandhout uit.’ Toen dat gebeurd was, liet hij het nog een tweede en een derde
keer doen. Het water liep over het altaar heen en de geul eromheen kwam vol
water te staan.
Toen het uur voor het graanoffer was aangebroken, trad de profeet Elia op het
altaar toe en zei: ‘Heer, God van Abraham, Isaak en Israël, vandaag zal blijken
dat U in Israël God bent, en dat ik U dien en dit alles in uw opdracht gedaan
heb. Geef mij antwoord, Heer, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat U,
Heer, God bent en dat U het bent die hen tot inkeer brengt.’
Het vuur van de Heer sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout,
stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op.
Alle Israëlieten zagen het, en allen vielen op hun knieën en riepen: ‘De Heer
is God, de Heer is God!’
Een krachtproef tussen Elia de profeet van de éne, ware God, en de profeten van Baäl laat ons zien hoe wij moeten volhouden te geloven. De goden die wij onszelf maken kunnen niets en zijn slechts schijngoden.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit het evangelie volgens Matteüs
5, 13-16
'Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe
kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt
weggegooid en vertrapt.
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan
niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder
een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht
geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,
opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’
De leerlingen van Christus worden het zout van de aarde en het
licht van de wereld genoemd. Zoals het zout het voedsel smaak geeft, moeten zij
de wereld de smaak van de liefde geven. Deze zorg om het Rijk Gods zal hen van
binnenuit stuwen tot getuigenis, tot een licht zijn voor de Het licht waartoe Jezus - het licht dat in wezen Hijzelf is -
ons vandaag oproept moeten wij laten schijnen doorheen al ons doen en laten,
doorheen de gehele totaliteit van ons leven.
Het schijnen van het licht is geen doel op zich, het is eerder een logisch
gevolg van de liefde waaruit we leven en waarin we staan.
Laat ons licht zijn voor elkaar.
.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit het evangelie volgens Matteüs
10, 7-13
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf
demonen uit.
Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor
onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want
een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.
In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je
te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat.
Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat
niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.'
Jezus zegt, wanneer Hij zijn
leerlingen de wijde wereld instuurt om te verkondigen:
'Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over
dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan
die vrede naar je terugkeren.'
Iemand van harte groeten was gebruikelijk in die dagen te Israël. Als conventionele groet wenste je met je groet de ander een algemeen welzijn toe. Maar omdat de groet hier met name genoemd wordt, heeft deze een diepere betekenis. Vrede is niet slechts een formele wens, maar in naam van Jezus brengen de apostelen de sjalom, de vrede van God, wat wil zeggen: het volle heil van God.
Laten we ook elkaar zo ontmoeten, laten
we ook zo elkaars huizen betreden, het gebouw op ons werk, onze school, enz.…
Laten we doorheen onze blik, onze zin voor broederschap, doorheen woord en daad
de Vrede van de Heer elkaar toewensen. Niet formeel, maar diep gemeend, van
harte, biddend dat Gods Vrede de levensstroom mag zijn van ieders mensenhart.

2 Paulus 2.24-26
Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken,
maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een
goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, en
zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen.
Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer,
zodat zij de waarheid leren kennen en ontsnappen
uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen
heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen.

Uit de eerste brief van Petrus 4.10
Laat ieder van u de gave die hij van
God gekregen heeft, gebruiken om
de anderen daarmee te helpen, zoals
het goede beheerders van Gods
veelsoortige gaven betaamt.
mieke mantel

'Mijn lichaam is het ware voedsel
en mijn bloed is de ware drank.
Wie mijn lichaam eet en mijn bloed
drinkt, blijft in mij en Ik blijf in hem.
De levende Vader heeft mij gezonden,
en Ik leef door de Vader; zo zal wie mij
eet, leven door mij.
Uit het evangelie volgens MarcusUit het evangelie volgens Marcus
12, 18-27
Er
kwamen enkele Sadduceeën naar Jezus toe; volgens de Sadduceeën is er geen
opstanding uit de dood. Ze vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende
voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen,
moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn
broer.” Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder
nakomelingen; de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder
nakomelingen; en met de derde ging het net zo. Geen van de zeven kreeg
nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal ze dan zijn
bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers
met haar getrouwd geweest.’
Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin
de macht van God. Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet
en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. Wat betreft
de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de
doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de
God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van
levenden; u dwaalt vreselijk!’
Hoewel wij ons niet kunnen voorstellen hoe het verrezen leven eruit zal zien, daarom moeten wij het feit van de verrijzenis zelf nog niet loochenen. Met menselijk vergelijkingsmateriaal komen wij hier niet veel verder. Daarbij komt nog dat onze God geen God is van doden, maar van levenden. Dit is wezenlijk voor onze godsdienst.
Wanneer iemand overleden is, durven wij nogal eens snel zeggen: 'Ach, hij (of
zij) is nu bij haar man (of vrouw). Ze zullen nu samen gelukkig zijn in de
hemel bij God'.
Vraag is of ze inderdaad als man en vrouw (als gehuwd koppel) daar in de hemel
zijn.
Wanneer twee mensen huwen, beloven ze elkaar trouw 'tot de dood ons scheidt'.
In de hemel is er een heel andere orde wat betreft dat
samen-zijn. In de hemel zijn we als engelen, leert Jezus ons vandaag. Daar gaat
het over een blijvende gemeenschap met de Vader. We weten absoluut niet hoe dat
er concreet zal uitzien. En eigenlijk is dat ook niet belangrijk.
Eén ding weten we zeker: We zullen ontvangen worden in die diepe barmhartigheid
die de Vader zo eigen is. Het is een eeuwig leven waarnaar we mogen verlangen,
een eeuwig leven dat ons beloofd is.
Wie nu (hier dus op aarde) de Heer ten diepste volgt, zal diep in zijn hart reeds een voorsmaakje proeven van dat eeuwig leven, in de zin dat hij zich bewoond zal weten, geleid naar datgene wat hem te wachten staat
Uit het evangelie volgens MarcusUit het evangelie volgens Marcus
12, 13-17
Enkele hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten stuurden
enkele Farizeeën en Heroïnen naar Jezus toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak
te ontlokken.
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat U
oprecht bent en dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt
niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van
God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we
betalen of niet?’
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt U me op
de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van
wie is het opschrift?’
‘Van de keizer’, antwoordden ze.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan
God wat God toebehoort.’
En ze waren met stomheid geslagen.
Politiek engagement is 'in' in onze dagen. Ook ten tijde van Jezus waren er mensen die Hem in deze richting wilden drijven. Hij was (waarschijnlijk) niet echt tegen een politiek engagement, maar Hij oriënteerde deze inzet in het plan van zijn Vader, zijn zending. Wij moeten onderscheiden wat van God is en wat van de mensen
'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
Als we deze
uitspraak op onszelf betrekken, moeten we ons afvragen: 'Wat staat er in mijn
hart? Van wie is die beeldenaar? Wat is het opschrift? Van wie ben ik?'
Dan zouden we moeten kunnen zeggen: ik ben van God, en alleen van Hem.
En de wereld dan? Die is ondergeschikt aan God. Alles mag als het maar van God
mag.
We moeten de waarde van de dingen niet afmeten aan de waarde die ze voor de
mensen hebben, maar kijken of ze geldig zijn voor God. We moeten de eer van de
mensen laten voor wat ze is, maar ons bekommeren om de eer van Hem wiens
beeldenaar wij dragen in ons hart.
God, die in het verborgene ziet, die de beeldenaar ziet in je hart, die weet
dat je van Hem bent.
Uit het evangelie volgens Marcus
Uit het evangelie volgens Marcus
12, 1-12
Jezus begon tot de
hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten in gelijkenissen te spreken:
‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de
wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan
wijnbouwers en ging op reis. Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de
wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; maar ze grepen
hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug.
Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht
sloegen en vernederden.
Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden
door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste
naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Maar
de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem
doden, dan is de erfenis van ons.”
Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de
wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. Hebt u
deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de
hoeksteen geworden Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te
zien.”’
Daarop wilden ze Hem gevangennemen, want ze wisten dat Hij hen op het oog had
bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van
de menigte. Dus lieten ze Hem staan en gingen weg.
In een vergelijking laat Jezus zien hoe God heel de geschiedenis lang bezorgd is geweest voor zijn volk. Hij is werkelijk gegaan tot het uiterste. Al diegenen die Hij heeft ingezet hebben hun zending betaald met de dood. Zelfs zijn geliefde Zoon was hetzelfde lot beschoren.
Al te vaak draait ons leven rond het 'hebben', wat ons opsluit in onszelf, en waarin de ander dikwijls een storend element vormt. Onze samenleving is maar al te dikwijls opgebouwd op het hebben, en alles wat daarin past wordt aanvaard. De mens die daaraan niet meedoet en ons oproept te leven uit genade, wordt dikwijls afgekeurd.
God
echter blijft trouw aan de steen die door de bouwers van onze samenleving wordt
afgekeurd en weggeworpen.
Op deze steen bouwt Hij een nieuwe wijze van samenleven van mensen op. In Jezus
begint deze nieuwe wereld. Wie laat zichzelf en zijn omgeving inpassen in het
bouwen van God ?
Uit het evangelie volgens MatteüsUit
het evangelie volgens Matteüs
28, 16-20
De elf leerlingen gingen
naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, en toen ze Hem zagen
bewezen ze Hem eer, al twijfelden enkelen nog.
Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de
aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze
zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor
ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
De Vader roept alle naties samen, de Zoon verzamelt hen en de Geest is aan de gelovigen gegeven door het doopsel. De Kerk wordt onophoudelijk geboren uit de Drie-ene God
De Vader was en is van
in het begin. Hij heeft alles geschapen en alles is in Hem. Naar zijn beeld en
gelijkenis zijn wij geschapen.
In zijn Zoon is Hij mens geworden, om ons allen persoonlijk te komen
aanspreken, aanraken. In Christus heeft Hij de wereld verlost door met Hem de
liefde te gaan tot het uiterste om het licht van de Opstanding te schenken aan
ieder van ons.
De Geest heeft Hij geschonken om ons in staat te stellen de Zoon te ontmoeten,
om met Hem, in Hem en door Hem zijn heilige liefde te belichamen.
Uit het evangelie volgens MarcusUit
het evangelie volgens Marcus
11,
27-33
Jezus en zijn leerlingen kwamen weer in
Jeruzalem aan. Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters,
de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Op
grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om
zo te handelen?’
Jezus antwoordde: ‘Ik zal u een vraag stellen; als u me daarop antwoord geeft,
zal Ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik zo handel. Doopte Johannes in
opdracht van de hemel of in opdracht van mensen? Antwoord mij.’
Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel”, zal Hij
zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen”,
wat dan?’ Ze waren namelijk bang voor de menigte, want iedereen hield Johannes
voor een echte profeet.
Dus zeiden ze tegen Jezus: ‘We weten het niet.’
En Jezus zei tegen hen: ‘Dan zeg Ik ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik
die dingen doe.
De Schriftgeleerden vragen Jezus naar zijn gezag. Hij ontwijkt hun vragen, want het zou niets helpen als Hij zou antwoorden. Zij blijven aandringen en staan niet open voor Gods openbaring. Om Hem echt te kunnen ontmoeten en te herkennen als hun Messias, zouden zij meer open en ontvankelijk moeten zijn.
Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om zo te handelen?’
Wat deed Jezus dan ?
Kopers en verkopers van het tempelplein afjagen, tafels van geldwisselaars
omver werpen, stoeltjes van duivenverkopers omver gooien, verbieden iets over
het tempelplein te dragen,...
Met welke bevoegdheid ? Met
wie zijn volmacht ?
'Mij is alle macht gegeven
in de hemel en op aarde', lezen we bij Matteüs in hfst 28.
Of bij Marcus al in het eerst hfst:
'Hij sprak niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag heeft'.
Of elders: 'Voorwaar
voorwaar, Ik zeg u...'. Of gewoon: 'Maar Ik zeg u'.
Het is waar omdat Hij het zegt, Hij die gezegd heeft de weg, de waarheid en het
leven te zijn.
In zijn spreken, in zijn Ik, zit een inwendige zekerheid, een inwendige macht,
de macht van de heilige Geest.
Wat als Hij nu zo eens iets
doet in ons eigen hart ?
Een inwendige tempelreiniging zeg maar.
Zo'n innerlijke reiniging kan allerlei vormen aannemen.
Als we zorgen hebben kan Hij ons op een gegeven ogenblik zeggen: 'Wees niet
bezorgd, Ik ben er toch, Ik ben er voor u, Ik heb zorg voor u. Ik zal uw zorgen
met u dragen, je bent echt niet alleen in het dragen van je zorg.'
Of als het niet meer gaat, kan Hij inwendig zeggen: 'Ik ben er ook nog, je
vergeet me. Probeer innerlijk wat rustig te worden en richt je tot mij die in
je woont. Verenig je met mij opdat je rust en licht vindt in God.'
Of als we dragers van haat zijn, moeilijk kunnen vergeven, dan kan Hij
vanbinnen zeggen: 'Kom naar mij, jij die dat niet uit jezelf kunt, laat me u
tot mij nemen opdat Ik je hart van steen kan veranderen in een hart van vlees,
opdat er leven en verzoening uit mag voortvloeien. Geef je aan mij.'
Of als het gebed droog en duister is: 'Wees trouw, je dorheid dient niet tot
niets, Ik maak je enkel gratuïet in de liefde, Ik maak je volwassen in het
geloof; een geloof dat niet steunt op sentiment maar op pure liefde, op naakt
geloof.'
Enz.
Zo kan Jezus de hele dag, van
de vroege morgen tot de late avond, bezig zijn de tempel van ons hart te
reinigen.
Laten we goede luisteraars worden van ons geweten; de plek waar God ons
zichzelf wil tonen, onszelf in een spiegel plaatst, ons wil reinigen, ten
diepste genezen.
Jacobus 1.26Jacobus 1.26
Wie meent dat hij God dient,
terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen,
zit op een dwaalspoor,
en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite
mieke mantel
mieke mantel
Uit de eerste brief van Petrus
Uit de eerste brief van Petrus
1, 18-25
Broeders en zusters,
u weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent
vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met
kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de
grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu is Hij, aan het
einde van de tijd, verschenen omwille van u. Door Hem gelooft u in God, die Hem
uit de dood heeft opgewekt en Hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof
tevens hoop is op God.
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht
van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief,
met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk
maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.
‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras
verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
De verlossing van het uitverkoren volk uit Egypte wordt hier gezien als een aanzet voor de verlossing van Christus. Hij was het die als een lam zichzelf gaf tot het einde. Het is een aansporing voor alle gelovigen om elkander te beminnen met oprechte broederliefde.

Uit de profeet Sefanja 3, 17
De Heer, je God, zal in je midden zijn,
Hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn,
verheugd over jou,
in zijn liefde zal Hij zwijgen,
in zijn vreugde zal Hij over je jubelen
Uit d brief van Paulus aan de Galaten. 5, 22abUit d brief van Paulus aan de Galaten. 5, 22ab
De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede,
geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
als wij GodAls wij ons laten inspireren door Gods geest, dan kunnen wij, in Gods naam, warmte zijn daar waar de relaties tussen de mensen
verkillen. Dan kunnen wij soepelheid brengen daar waar mensen verstarren in onbegrip en onverdraagzaamheid. Dan kunnen wij
echt licht zijn voor de mensen die in de duisternis verkeren. Dan kunnen wij troost zijn voor mensen die verdriet hebben, verlossing
voor mensen die gevangen zitten, gezondheid voor mensen die zwaar ziek zijn. Dan kunnen we verstand zijn voor mensen die geen
raad meer weten. God heeft ons nodig om zijn gaven aan de mensen te geven.
Medeleven met onze medemensen is een voorwaarde om
te kunnen meeleven met God.
Ik wens dat die Geest ons mag blijven bezielen,
Zalig Pinksterfeest
mieke mantel
miike mantel