Leviticus 19:32
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Leviticus 19:32
Mattheüs 24:35 HTB“Als deze dingen gebeuren, is het einde van de tijd gekomen. De hemel en de aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zeker niet
psalm 33;12Gelukkig is het volk dat de HERE als zijn God heeft; het volk dat Hij Zich als erfdeel koos
Jeremia 17:9-10 HTB“Het hart is het meest bedrieglijke ding dat bestaat. Het is door en door slecht. Niemand kan ooit precies weten hoe slecht het is! Behalve Ik, de HERE! Ik doorzoek alle harten en toets de meest verborgen gedachten, om zo ieder mens het loon te geven dat hij verdient, afhankelijk van zijn daden en levenswijze.” Jeremia 17:9-10 HTB
Psalm 150Psalm 150
1 Halleluja!
Loof God in zijn heilige woning,
loof hem in zijn machtig gewelf,
2 loof hem om zijn krachtige daden,
loof hem om zijn oneindige grootheid.
3 Loof hem met hoorngeschal,
loof hem met harp en lier,
4 loof hem met dans en tamboerijn,
loof hem met snaren en fluit.
5 Loof hem met klinkende bekkens,
loof hem met slaande cimbalen.
6 Alles wat adem heeft, loof de HEER.
Halleluja
mieke mantel
mieke mantel
Spreuken 18:4Spreuken 18:4
De woorden van een goed mens
zijn als diepe wateren,
ze zijn een sprankelende beek,
een bron van wijsheid.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens MattheüsUit
het evangelie volgens Mattheüs
6, 19-23
'Verzamel voor jezelf geen schatten op
aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel
schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen
dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je
lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam
duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die
duisternis!'
Onze aandacht is niet zelden verdeeld omdat wij dikwijls alles willen, en daardoor vergeten we soms het voornaamste. Het is onze taak steeds onze inzichten uit te zuiveren om schatten te verzamelen voor het Rijk Gods.
Op de dag van ons sterven zullen we maar één ding kunnen meenemen en aanbieden: namelijk de liefde die we betoond hebben tijdens ons leven.
Laten we leven voor deze schat.
Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-1Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-1
'Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voorprevelen
zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord
zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig
hebben, nog vóór jullie het Hem vragen.
Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in
beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook
jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je
misstappen evenmin vergeven.5
eEén zaak blijkt duidelijk in het gebed dat
Jezus ons leerde: Wij kunnen slechts oprecht bidden tot de Vader als wij de
kinderen van diezelfde Vader, onze medemensen, steeds weer opnemen en
vergiffenis schenken.
Het christelijk gebed is een geheimnisvol leven met God, een deelnemen aan de
kern van zijn wezen, aan zijn goddelijke, drieëne Liefde.
In het gebed mogen we aanzitten aan de tafel van de Drieëne God, mogen we
drinken van zijn Liefde zoals een kind drinkt aan de borst van zijn moeder.
Heel bijzonder uit zich dat in de woorden die de Heer ons zelf aanleert in het
'Onze Vader'.
Doorheen dit gebed zal Hij ons opnemen in zijn Liefde opdat we zelf Liefde
worden. Hij in ons.
Het is goed het 'Onze Vader' doorheen de dag in de stilte van ons hart met regelmaat te prevelen, te zingen, te overwegen. Meer dan we vermoeden brengt dit gebed ons in zijn leiding over ons leven.
en.
Onze Vader,
die in de hemelen zijt,
geheiligd zij uw Naam.
Uw Rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde als in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid,
in eeuwigheid.
Amen.
Uit het evangelie volgens MattheüsUit
het evangelie volgens Mattheüs
6, 1-6 + 16-18
'Let op dat
jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om
door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.
Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars
doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je aalmoezen geeft,
laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes
in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor
belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de
synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek
je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het
verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor
belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars,
want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was
dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het
vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in
het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
De christelijke praktijken onderhouden om op te vallen bij anderen, is niet de juiste mentaliteit. Dan doen wij het voor onszelf en niet voor God of voor de anderen. Het radicalisme van het evangelie wil niet opvallen. Het handelt alleen vanuit een diepe overtuiging van een waarachtig godsgeloof, en dat werkt in stilte
Het innerlijke gebed verrichten we in ons
binnenste, op elke plaats, op elk moment, zo dikwijls als ons hart zich in
vrijheid tot God verheft. Het is een gehoor geven aan de woorden van Jezus 'Als jullie bidden, trek je dan in
je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.'
Ons huis is in ons hart, ons
hart is de plaats, heel ons lichaam is de tempel waar we Gods lof mogen zingen.
We dragen het overal mee, en we kunnen er ons op elk moment, ook te midden van
lawaaierige mensen of tijdens de drukte van het werk, in afzonderen en zonder
woorden onze geest tot God verheffen.
Dit kunnen we heel bewust beleven, maar in zekere zin ook onbewust… Zonder het verstandelijk te ‘beleven’ kunnen we bij God vertoeven, van Hem drinken, van Hem ontvangen. Het is de Heilige Geest die onze ziel verheft en doet neigen naar God.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het eerste boek KoningenUit het eerste boek Koningen
21, 1-16
De Jizreëliet
Nabot had een wijngaard die grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria
in Jizreël bezat.
‘Sta mij uw wijngaard af’, zei Achab tegen Nabot. ‘Hij ligt naast mijn paleis;
ik kan hem goed gebruiken om er groente te verbouwen. Ik zal u er een betere
wijngaard voor teruggeven, of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan
in zilver uitbetalen.’
Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn
voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.’
Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en terneergeslagen omdat Nabot tegen
hem had gezegd dat hij hem de grond die hij van zijn voorouders had geërfd niet
zou afstaan. Hij ging op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en
weigerde te eten.
Toen kwam zijn vrouw Izebel naar hem toe en vroeg: ‘Wat is er gebeurd, dat je
zo mismoedig bent en niet eten wilt?’
‘Ik heb met de Jizreëliet Nabot gesproken’, antwoordde hij. ‘Ik heb hem
gevraagd mij zijn wijngaard te verkopen. Of, als hij dat liever had, kon hij er
een andere wijngaard voor terugkrijgen. Maar hij weigerde zijn wijngaard aan
mij af te staan.’
Daarop zei Izebel: ‘Wat? Jij bent toch de koning van Israël? Sta op en eet wat,
dat zal je goeddoen. Ik zal ervoor zorgen dat jij de wijngaard van Nabot
krijgt.’
Uit naam van Achab schreef Izebel brieven, verzegelde die met het koninklijke
zegel en stuurde ze naar de oudsten en aanzienlijksten in de stad waar Nabot
woonde.
In die brieven stond het volgende: ‘Kondig een vastendag af en zet Nabot
vooraan wanneer het volk samenkomt. Laat dan twee mannen die nergens voor
terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en
majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.’
Nabots stadsgenoten, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden
wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd.
Ze kondigden een vastendag af en lieten Nabot vooraan zitten toen het volk
samenkwam.
Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van
het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de
stad gebracht en gestenigd.
Ze stuurden Izebel bericht dat Nabot door steniging ter dood was gebracht.
Toen Izebel hoorde dat Nabot dood was, zei ze tegen Achab: ‘Je kunt de
wijngaard die de Jizreëliet Nabot je weigerde te verkopen in bezit nemen, want
Nabot leeft niet meer, hij is dood.’
Al is ze zeer oud, het is een zeer actuele geschiedenis die van koning Achab en de kleine man Nabot. Wanneer deze kleine man de grote koning net ter wille is, laat hij hem uit de weg ruimen om zijn eigen voordeel te doen. De geschiedenis herhaalt zich dagelijks, wellicht ook in ons eigen leven
de tweede brief van Paulus aan de Korintiërsde tweede brief van Paulus aan de Korintiërs
5, 6-10
Broeders en zusters,
wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze
woning is, we ver van de Heer wonen.
We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. We blijven
vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij
de Heer te nemen.
Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan
als in ons bestaan bij Hem.
Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat
ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan,
of het nu goed is of slecht.
Het christelijk leven is nu reeds deelname aan het leven van Christus, maar het brengt nog niet de volledige eenheid met Hem tot stand. Iedere gelovige beleeft deze onvolkomenheid in zichzelf. In afwachting dat hij Christus ten volle zal aanschouwen, is het de bedoeling dat hij alles in het werk stelt om te doen wat God wilt.
mieke mantel
mieke mantel
de brief van Paulus aan de Efeziërs 3, 16-19de brief van Paulus aan de Efeziërs 3, 16-19
Moge de Vader vanuit zijn rijke luister uw innerlijk wezen
kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw
geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld
en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen
de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen
begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te
boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Job:22.21a
Verzoen je met God
en leef met Hem in vrede.
Uit het eerste boek KoningenUit het eerste boek Koningen
18, 20-39
Koning Achab stuurde boden naar alle stammen van Israël en liet
ook alle profeten bij de Karmel bijeenkomen.
Daar sprak Elia het volk als volgt toe: ‘Hoe lang blijft u nog op twee
gedachten hinken? Als de Heer God is, volg Hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’
De Israëlieten zeiden niets.
Toen zei Elia: ‘Ik ben de enige profeet van de Heer die nog over is. De
profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. Breng ons twee stieren. Zij
mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op
een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere
stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet
aansteken. U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de Heer
aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’
Heel het volk stemde met dit voorstel in.
‘Begint u maar, u bent met velen’, zei Elia tegen de profeten van Baäl. ‘Kies
maar een dier en maak het gereed voor het offer. Roep dan de naam van uw god
aan, maar steek het hout niet in brand.’
De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het
offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baäl aan: ‘Baäl, geef ons antwoord!’
Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen
rond het altaar dat daar was opgericht.
Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij
is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even
moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u
hem wekken!’
De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was,
met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde.
In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij
was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele
reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.
Elia zei tegen de Israëlieten dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze bij
hem waren komen staan, bouwde hij het verwoeste altaar van de Heer weer op. Hij
nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen
van de zonen van Jakob, tot wie de Heer had gezegd: ‘Israël is je nieuwe naam.’
Met die twaalf stenen maakte hij een altaar ter ere van de Heer, en daaromheen
liet hij een geul graven met een lengte van tweehonderd el. Hij stapelde het
brandhout op, sneed de stier in stukken en legde die op de brandstapel. Toen
zei hij: ‘Vul vier kruiken met water en giet die over het offer en het
brandhout uit.’ Toen dat gebeurd was, liet hij het nog een tweede en een derde
keer doen. Het water liep over het altaar heen en de geul eromheen kwam vol
water te staan.
Toen het uur voor het graanoffer was aangebroken, trad de profeet Elia op het
altaar toe en zei: ‘Heer, God van Abraham, Isaak en Israël, vandaag zal blijken
dat U in Israël God bent, en dat ik U dien en dit alles in uw opdracht gedaan
heb. Geef mij antwoord, Heer, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat U,
Heer, God bent en dat U het bent die hen tot inkeer brengt.’
Het vuur van de Heer sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout,
stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op.
Alle Israëlieten zagen het, en allen vielen op hun knieën en riepen: ‘De Heer
is God, de Heer is God!’
Een krachtproef tussen Elia de profeet van de éne, ware God, en de profeten van Baäl laat ons zien hoe wij moeten volhouden te geloven. De goden die wij onszelf maken kunnen niets en zijn slechts schijngoden.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit het evangelie volgens Matteüs
5, 13-16
'Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe
kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt
weggegooid en vertrapt.
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan
niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder
een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht
geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,
opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’
De leerlingen van Christus worden het zout van de aarde en het
licht van de wereld genoemd. Zoals het zout het voedsel smaak geeft, moeten zij
de wereld de smaak van de liefde geven. Deze zorg om het Rijk Gods zal hen van
binnenuit stuwen tot getuigenis, tot een licht zijn voor de Het licht waartoe Jezus - het licht dat in wezen Hijzelf is -
ons vandaag oproept moeten wij laten schijnen doorheen al ons doen en laten,
doorheen de gehele totaliteit van ons leven.
Het schijnen van het licht is geen doel op zich, het is eerder een logisch
gevolg van de liefde waaruit we leven en waarin we staan.
Laat ons licht zijn voor elkaar.
.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit het evangelie volgens Matteüs
10, 7-13
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf
demonen uit.
Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor
onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want
een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.
In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je
te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat.
Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat
niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.'
Jezus zegt, wanneer Hij zijn
leerlingen de wijde wereld instuurt om te verkondigen:
'Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over
dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan
die vrede naar je terugkeren.'
Iemand van harte groeten was gebruikelijk in die dagen te Israël. Als conventionele groet wenste je met je groet de ander een algemeen welzijn toe. Maar omdat de groet hier met name genoemd wordt, heeft deze een diepere betekenis. Vrede is niet slechts een formele wens, maar in naam van Jezus brengen de apostelen de sjalom, de vrede van God, wat wil zeggen: het volle heil van God.
Laten we ook elkaar zo ontmoeten, laten
we ook zo elkaars huizen betreden, het gebouw op ons werk, onze school, enz.…
Laten we doorheen onze blik, onze zin voor broederschap, doorheen woord en daad
de Vrede van de Heer elkaar toewensen. Niet formeel, maar diep gemeend, van
harte, biddend dat Gods Vrede de levensstroom mag zijn van ieders mensenhart.