Lucas 5, 1-
Toen Jezus eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond
en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag
Hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit
gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van
het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de
boot.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water
en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’
Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets
gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’
En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten
dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat
die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de
beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga
weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme
hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes,
de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en
volgden Hem.
Wij kunnen de
Heer ontmoeten in tekenen. Eén van deze tekenen is het apostolaat. De apostelen
kunnen zwoegen en werken, maar dikwijls zonder merkbaar resultaat. Op een teken
van de Heer wierpen zij hun netten uit. En het lukte. Zo geeft Christus
stuwkracht aan alwie Hem volgt.
Geloven kunnen we moeilijk wanneer we ons laten
drijven op de wind van onze lust, op de stroming van genot en eigenzin, door
onze zeilen gewoon naar de wind te zetten.
We hebben iemand nodig die ons zegt: 'Vaar naar diep water'. Durf je
netten daar uit te werpen. Gooi het met je leven over een andere boeg. We
hebben een gids nodig, een loods, een compas waar we gelovig op aansturen:
Jezus.
Jezus koos als zijn eerste leerlingen mensen van de
zee en van het strand, mensen zoals wij, met haken en ogen, met stormschade en
met breekbare netten. Hij roept ons om te luisteren naar zijn Woord, om zijn
Boodschap te beminnen, om ons te schenken aan Hem.
Laten we deze trein van genade niet missen.