Spreuken
11, 2
Hoogmoed
leidt tot schande,
wijsheid kenmerkt wie bescheiden is.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

Spreuken
11, 2
Hoogmoed
leidt tot schande,
wijsheid kenmerkt wie bescheiden is.
MattheüsMattheüs
8, 5-11
Toen Jezus Kafarnaüm
binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt,
U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die
onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik
tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt
hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem
volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof
gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen
en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.
Stel je eens voor dat wij een gelovige Jood zouden zijn, levend in de tijd van
Jezus. Wij zouden dus leven onder de Romeinse bezetting, en misschien
koesterden we een diepe wrok tegen al wat Romeins was. De centurio, de militair
uit het evangelie, zou ons een gevaarlijk man lijken. Hij kon best een van onze
familieleden of buren gearresteerd of misschien zelfs gedood hebben. En dat
niet alleen, hij was een heiden die valse goden vereerde. Zouden we tegen deze
man niet willen zeggen dat hij maar aan zijn eigen 'goden' om hulp moest
vragen?
Jezus was anders. Hij keek de centurio
vol mededogen aan en luisterde toen deze zijn hart luchtte. En dat niet alleen.
Hij verbaasde zich over het geloof van deze man, en deed vervolgens een
profetische uitspraak: nog veel meer heidenen zouden deel krijgen aan het
Koninkrijk van God.
Dit is een van de mooiste illustraties van de belofte dat God zijn Zoon heeft
gezonden opdat iedereen eeuwig leven kan hebben en de genezing en heelheid die
daarmee gepaard gaan.
Als Jezus zo vriendelijk was tegen deze
man, die een heiden was, hoe zal Hij dan onze vragen beantwoorden? Zal Hij ze
minachtend afwijzen en negeren? Zal Hij tegen ons zeggen dat we geen gehoor
verdienen? Zeer zeker niet!
Zijn medelijden en barmhartigheid geldt voor iedereen, ja, ook voor ons. Hij
wil ons niet alleen helpen, Hij wil ons ook zover brengen dat wij diep weten
dat wij voor alles op Hem kunnen vertrouwen.
Jezus strekt zijn armen uit om iedereen
te omhelzen; de verloren en verwarde mensen evengoed als sterke mensen vol
zelfvertrouwen. Wat we momenteel ook meemaken, waar we ook doorheen zijn
gegaan, we mogen altijd àl onze behoeften bij Hem brengen. Niets is voor Hem te
groot om er iets aan te doen. Laten we dus nooit geloven dat er geen hoop meer
is voor ons.
Kom, laten we naar Hem toegaan, met de eenvoud van het evangelie, biddend en
uitkijkend.
Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. 'Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel'. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus' wereldwijde zending.
Hebreeën 1:1-2 HTB“In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.” Hebreeën 1:1-2 HTB
Psalm 95, 1-7Psalm 95, 1-7
Kom, laten wij
jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.
Laten wij Hem naderen
met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.
De Heer is een
machtige God,
een machtige koning, boven alle goden verheven.
Hij houdt in zijn
hand de diepten der aarde,
de toppen van de bergen behoren Hem toe.
Van Hem is de zee,
door Hem gemaakt,
en ook het droge, door zijn handen gevormd.
Ga binnen, laten wij
buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
Ja, Hij is onze God
en wij zijn het volk dat Hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.
Psalm 19, 1-4abPsalm 19, 1-4ab
De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.
De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.
Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.
Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.
NumeriNumeri
6, 26
Moge de Heer u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven.
LucasLucas
21, 12-19
Jezus
sprak tot zijn leerlingen: 'Jullie zullen worden mishandeld en vervolgd en
uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis
en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. Dan
zullen jullie moeten getuigen. Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten
voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen
van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.
Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen
van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden
gehaat omwille van mijn Naam.
Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.
Red je leven door standvastigheid!'
‘Bedenk dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken’.
De wijsheid waar Jezus hier over spreekt
is de wijsheid van God, de wijsheid van de Geest; een wijsheid als gave.
Wat moeten we ons bij deze gave voorstellen? Is het een soort geheim wapen van
de christen?
We moeten ons van dat wapen het tegenovergestelde voorstellen van de gewone
menselijke wapens. De wapens van de heilige Geest doden, maar niet de
tegenstander. Ze doden het eigen moordende 'ik' dat uit is op mogelijke
vergelding en wraak. Deze laatste wil zichzelf redden, wil zijn redding niet
overlaten aan God.
Laten we standvastig zijn in de persoon waartoe we geroepen zijn.
Colossenzen 3:16 HTB“Laat uw hart vol zijn van Christus' woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover in psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. Zing zo met een dankbaar hart voor de Here.” Colossenzen 3:16 HTB
JohannesJohannes
4, 16b
God
is liefde.
Wie in de liefde blijft,
blijft in God,
en God blijft in Hem.
de koningDaniël
7,
13-14
In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.
In een droom heeft de profeet de opeenvolging gezien van de verschillende heerschappijen, die de wereld van zijn tijd zullen beheersen. Na hen zal een Mensenzoon, een Messias komen, wiens koninkrijk niet van deze wereld is. Als rechter van de eindtijd, zal Hij de wereld die Hij zal hebben gered, laten delen in zijn heerlijkheid.
Openbaring1.5-8
Genade zij u van Jezus Christus, de
betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten
van de aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd
door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt
tot priesters voor God, zijn Vader; aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in
eeuwigheid. Amen.
Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die
hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over Hem weeklagen. Ja,
amen.
‘Ik ben de alfa en de omega’, zegt God, de Heer, ‘Ik ben het die is, die was en
die komt, de Almachtige.’
De koning van Gods hart, aanwezig in de visioenen van het Oude en het Nieuwe Testament, is Christus. Als vorst van alle koningen op aarde, heeft Hij zijn volk zozeer bemind dat Hij zijn bloed vergoot om het te redden van de zonde. Door zo'n bevrijder vrijgekocht, zijn de mensen voortaan in staat aan God de lof van het heelal aan te bieden.
Johannes
18, 33b-37
Pilatus
liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’
Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij
gezegd?’
‘Ik ben toch geen Jood, ‘antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters
hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt U gedaan?
Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn
koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben
om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is
niet van hier.’
Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’
‘U zegt dat ik koning ben’, zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld
gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan,
luistert naar wat Ik zeg.’
Het koningschap van Jezus is niet van deze wereld, en als Hij al gekroond wordt, dan is het op het kruis. Daar wordt Hij verheven en wordt Hij de Redder van de mensheid. Tegenover de bangelijke en slinkse Pilatus, staat Christus, rechtop, de openbaring van de goddelijke waarheid zelf.
Openbaring:11.4-12Openbaring:11.4-12
Tot mij, Johannes, werd het volgende
gezegd:
Dit zijn de twee olijfbomen en de twee lampenstandaards die voor de Heer van de
wereld staan. Als iemand hun kwaad wil doen, komt er vuur uit hun mond, dat hun
vijanden verteert; op die manier zal iedereen die hun kwaad wil doen moeten
sterven. Zij hebben de macht om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt
zolang zij profeteren. Ook hebben ze de macht om water in bloed te veranderen.
Verder kunnen ze de aarde treffen met alle mogelijke plagen, zo vaak ze maar
willen. Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de
onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen
doden. Dan liggen hun lijken op het plein van de grote stad die in figuurlijke
zin Sodom of Egypte heet, de stad waar ook hun Heer gekruisigd is.
Gedurende drieëneenhalve dag komen er mensen uit alle landen en volken, van
elke stam en taal, om hun lijken te zien, en zij dulden niet dat ze begraven
worden.
De mensen die op aarde leven juichen om de dood van de twee profeten, en
opgetogen sturen ze elkaar geschenken, want die profeten waren een grote
kwelling voor hen geweest.’
Maar toen de drieëneenhalve dag voorbij waren, voer er een levensgeest uit God
in hen en kwamen ze weer overeind. Iedereen die hen zag werd doodsbang. Er
klonk een luide stem uit de hemel, die tegen hen zei: ‘Kom hierboven.’ Toen
stegen ze in de wolk op naar de hemel, voor het oog van hun vijanden.
psalmenpsalmen
147, 1
Hoe
goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen.
HoseaHosea
14.3
|
Kom met woorden van
berouw |
psalmenpsalmen
25, 4-5
Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Wijs mij de weg van uw waarheid
en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.
openbaring 3, 1-6 + 14-22openbaring 3, 1-6 + 14-22
Schrijf
aan de engel van de gemeente in Sardes: “Dit zegt Hij die de zeven geesten van
God en de zeven sterren heeft: Ik weet wat u doet; overal wordt beweerd dat u
het leven hebt, terwijl u dood bent. Word wakker, versterk uw laatste krachten:
u bent op sterven na dood. Want Ik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods
ogen. Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast
en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom Ik
onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent. Maar enkelen in
Sardes hebben hun kleren schoon gehouden. Zij zullen bij me zijn, in het wit
gekleed, want ze verdienen het. Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik
zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem
getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen. Wie oren heeft, moet
horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: “Dit zegt Amen, de trouwe en
betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: Ik weet wat u doet, hoe u
niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in
plaats van warm of koud, zal Ik u uitspuwen. U zegt dat u rijk bent, dat u
alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u
bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. Daarom raad Ik u aan: koop van Mij
goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te
kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen;
zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien. Iedereen die Ik liefheb wijs ik
terecht en bestraf Ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu
leidt. Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur
opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.
Wie overwint zal samen met Mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf
overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. Wie oren heeft, moet
horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’
God blijft werkzaam in zijn Kerk. Maar de gelovigen zijn er zich niet altijd van bewust. Soms verstarren ze in overdreven wettelijkheid, soms zijn ze voortvarend of laten zich leiden door materialisme. Dat was reeds het probleem met de kerken van Asia ten tijde van Johannes. De apostel roept op om weer ruimte te laten voor de Geest van God, om werkelijk maaltijd te kunnen houden met de Heer.
psalmenpsalmen
27, 4
MarcusDaniël
12, 1-3
In
die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk ter
zijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is
sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het
boek zijn opgetekend.
Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om
eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.
De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die
velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd.
In een context van vervolging en nood en in de teksten over het einde van de wereld wordt, hoe tegenstrijdig ook, het geloof in de verrijzenis krachtig. Toen Jezus sprak over het einde van de wereld, kende Hij deze teksten en deelde Hij in dezelfde hoop
Marcus
13, 24-32
Jezus
sprak tot zijn leerlingen:
'In de dagen na de verschrikkingen zal de zon verduisterd worden en de maan
geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse
machten zullen wankelen. Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken,
bekleed met grote macht en luister. Dan zal Hij de engelen erop uitsturen om
zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeen te brengen, van het uiteinde
van de aarde tot het uiteinde van de hemel.
Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad
schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten,
wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is.
Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al
die dingen gebeuren.
Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.
Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de
hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader.'
Toen Jezus de mensengeschiedenis binnentrad, luidde Hij het einde der tijden in, dat zo dikwijls was aangekondigd door de profeten en zo vurig verwacht door Israël. Met behulp van beelden die tegelijk het catastrofale einde van de wereld en de lente van de nieuwe schepping suggereren, kondigde Jezus zijn nakende terugkomst aan. Zich vragen stellen over de juiste datum van het einde is onnodig. Het einde staat altijd voor de deur.
LucasLucas
18, 1-8
Jezus vertelde de leerlingen een
gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets
aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die
steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil
met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei
hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan
de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me
last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het
recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag
en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun
spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof
vinden op aarde?
Jezus leert ons d.m.v. de gelijkenis die we vandaag hoorden, dat we
'altijd' moeten bidden en daarin 'niet op te geven'.
Altijd bidden, dag en nacht, wilt niet zeggen dat we altijd gebeden moeten
opzeggen. Het heeft veeleer te maken met een levenshouding, een gebedshouding:
een leven leiden onder Gods aanschijn, je steeds bewust zijn van Gods
tegenwoordigheid, en daarin leven.
Aan deze biddende houding gaat wel iets belangrijks vooraf, namelijk het gebed zelf. Een biddend leven zal maar biddend zijn in de mate dat wij ons expliciet gebed onderhouden. Want hoe gemakkelijk leidt ons zogenaamd biddend leven tot werken zonder bidden. Geruisloos verliezen we hierdoor de band met God, en dus met zijn genade.
Bidden is een wezenlijke houding van een gelovige. Geloven is immers voeling houden met het hart van God. Dan kan God zich ook van zijn kant meedelen aan hem die Hem is toegewijd. Hij kan laten aanvoelen wat Hem aangenaam is, zodat iemand kan weten wat hij moet doen, hoe hij iets moet doen, wat hij moet zeggen of niet zeggen, maar ook wat hij aan God kan vragen en welk gebed God niet aangenaam is.
Als we iets vragen aan God zouden we met ons hart meer bij Hem moeten zijn dan bij wat we vragen. Wat we willen vragen... dat weet God maar al te goed. Bij en in God zijn... zo bidden we in Gods wil.
Psalmen 119:143 HTB“Ook al overkomt mij allerlei ellende en achtervolging, juist dan zijn Uw geboden voor mij een vreugde.” Psalmen 119:143 HTB
psalmenpsalmen
96, 1-4a
Zing
voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde.
Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.
Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.
Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.