Daniël
7,
13-14
In
mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam
die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.
Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties,
welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige
heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te
gronde gaan.
In een droom heeft de profeet de opeenvolging gezien van de
verschillende heerschappijen, die de wereld van zijn tijd zullen beheersen. Na
hen zal een Mensenzoon, een Messias komen, wiens koninkrijk niet van deze
wereld is. Als rechter van de eindtijd, zal Hij de wereld die Hij zal hebben
gered, laten delen in zijn
heerlijkheid.
Openbaring1.5-8
Genade zij u van Jezus Christus, de
betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten
van de aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd
door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt
tot priesters voor God, zijn Vader; aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in
eeuwigheid. Amen.
Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die
hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over Hem weeklagen. Ja,
amen.
‘Ik ben de alfa en de omega’, zegt God, de Heer, ‘Ik ben het die is, die was en
die komt, de Almachtige.’
De koning van Gods hart, aanwezig in de
visioenen van het Oude en het Nieuwe Testament, is Christus. Als vorst van alle
koningen op aarde, heeft Hij zijn volk zozeer bemind dat Hij zijn bloed vergoot
om het te redden van de zonde. Door zo'n bevrijder vrijgekocht,
zijn de mensen voortaan in staat aan God de lof van het heelal aan te bieden.
Johannes
18, 33b-37
Pilatus
liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’
Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij
gezegd?’
‘Ik ben toch geen Jood, ‘antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters
hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt U gedaan?
Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn
koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben
om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is
niet van hier.’
Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’
‘U zegt dat ik koning ben’, zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld
gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan,
luistert naar wat Ik zeg.’
Het koningschap van Jezus is niet van deze wereld, en als Hij al
gekroond wordt, dan is het op het kruis. Daar wordt Hij verheven en wordt Hij
de Redder van de mensheid. Tegenover de bangelijke en slinkse Pilatus, staat
Christus, rechtop, de openbaring van de goddelijke waarheid zelf.