Here, U bent zo goed en vergeeft graag. Ieder die U aanroept, mag zich koesteren in Uw goedheid en liefde. Psalmen 86:5 HTB
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Uit de brief van Paulus aan Titus
Uit de brief van Paulus aan Titus
3, 3-7
Ook
wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg,
slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van
boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar.
Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder,
openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze
rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door
het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige
Geest, die Hij door Jezus Christus, onze redder, rijkelijk over ons heeft
uitgegoten. Zo zijn wij door zijn genade als rechtvaardigen aangenomen
en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.
Jakobus 1:5 HTB
Als u wilt weten wat God van u verwacht, vraag het Hem en Hij zal het u graag vertellen. Want Hij staat altijd klaar om ieder die Hem daarom vraagt, voldoende wijsheid te geven; Hij zal het u niet kwalijk nemen.
Hebreeën
Hebreeën
6, 10-20
Broeders en zusters,
God is niet zo onrechtvaardig dat Hij vergeet wat u hebt gedaan, hoeveel liefde
u aan zijn Naam hebt betoond door sinds jaar en dag steun te verlenen aan de
gelovigen. Het is onze vurige wens dat ieder van u tot het einde toe dezelfde
ijver aan de dag blijft leggen, totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal
zijn, en dat u niet achterblijft, maar in het spoor treedt van hen die dankzij
hun standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was.
Toen God aan Abraham zijn belofte deed, kon Hij bij niemand zweren die hoger
was dan Hijzelf, en dus zwoer Hij bij zichzelf: ‘Ik zal je rijkelijk zegenen en
je talloze nakomelingen geven.’ En zo heeft Abraham, dankzij zijn standvastig
vertrouwen, gekregen wat hem beloofd was.
Mensen zweren altijd bij iemand die hoger is dan zijzelf, en met hun eed
bekrachtigen ze de waarheid en beëindigen ze elke twist. Toen God de erfgenamen
van de belofte ervan wilde doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde Hij
zich op dezelfde manier met een eed garant. Met deze twee onomkeerbare
daden–die uitsluiten dat God liegt–heeft Hij ons krachtig moed in willen
spreken.
Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het
verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel,
en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, waar Jezus als voorloper al is
binnengegaan, ten behoeve van ons: Hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook
Melchisedek dat was.
Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: Hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was.
Wanneer
iemand leeft in het licht van de eeuwigheid leeft hij wezenlijk anders dan
wanneer iemand leeft zonder het besef dat er een eeuwigheid bestaat. En daarmee
heb ik het niet over de intensiteit van liefhebben. Een niet-gelovige kan heel
zeker even intens of zelfs meer intens liefhebben dan een gelovige.
Maar als je gelovig weet dat er een hemel bestaat leef je anders. Je draagt een
levende hoop in je, je hebt iets om naar uit te kijken, je weet je verbonden
met heiligen en overledenen, je wereld is zoveel ruimer dan het loutere aardse
of biologische. Je weet dat er 'daarboven' Iemand is die je nu reeds bewoont,
die je stuwt en de genade verleent lief te hebben vanuit iets iets groters dan
het eigen vermogen om te beminnen. Je ervaart dat dit natuurlijke vermogen
altijd en opnieuw bevrucht wordt door Jezus zelf, dat je liefhebben daardoor de
kracht in zich draagt dat anderen door Hem geraakt en genezen worden.
Leven in het licht van de eeuwigheid is de hemel in je hart dragen. Het is je nu reeds thuis voelen bij God; Hij die je ooit ten volle in zich zal trekken wanneer het aardse licht voor je gedoofd zal zijn.
Laat ons
dankbaar en blij zijn om het bestaan van het hemels leven.
Dat de realiteit van de hemel onze levenswandel diep mag beïnvloeden, in de zin
dat we toelaten dat de Heer ons in zich mag opnemen, om zijn leven te delen met
het onze.
Voor mensen zonder hoop heeft het leven elke zin verloren. Voor christenen is God het anker van hun hoop. Zij kunnen er vast op vertrouwen, want God doet zijn geloften gestand. Met deze zekerheid blijft het voor christenen altijd mogelijk zin te geven aan hun leven in dienst van God en de mensen.
Jesaja
Jesaja
42, 1-3
Hier
is mijn dienaar, Hem zal Ik steunen,
Hij is mijn uitverkorene, in Hem vind Ik vreugde,
Ik heb Hem met mijn Geest vervuld.
Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, Hij verheft zijn stem niet,
Hij roept niet luidkeels in het openbaar;
het geknakte riet breekt Hij niet af,
de kwijnende vlam zal Hij niet doven.
Het recht zal Hij zuiver doen kennen.
Filippenzen 2:14-16 HTB
“Doe alles zonder mopperen en zonder ruzie, zodat niemand een kwaad woord van u kan zeggen. Leef in deze ontwrichte, bedorven wereld als zuivere, onschuldige kinderen van God. Want in deze wereld bent u als sterren die het licht van God uitstralen en die de mensen het woord voorhouden, dat het leven geeft. Dan zal ik mij op de dag dat Christus terugkomt, erover kunnen verheugen dat al mijn werk onder u niet voor niets is geweest.”
Johannes
Johannes
6, 27
U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat,
maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft;
de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf,
heeft Hem die volmacht gegeven.
Marcus
Marcus
1, 14-20
Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar
Galilea, waar Hij Gods goede nieuws verkondigde.
Dit was wat Hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het Koninkrijk van God is nabij:
kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’
Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer
van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers.
Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen
maken.’
Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem.
Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeus, en zijn broer Johannes,
die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, en direct riep
Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeus met de dagloners achter in de boot en
volgden Hem.
De
leerlingen laten in het evangelie een familie achter, zij laten achter wat hun
door de natuur is gegeven, om Jezus te volgen en zo een nieuwe familie te
beginnen, gesmeed, niet door de banden van het bloed, maar door een geestelijke
verwantschap, door de verwantschap van de heilige Geest, die in ons hart is
uitgestort en roept 'Abba-Vader', de naam waarmee Jezus zijn Vader aansprak.
Wij zijn van zijn familie, van dat goddelijke gezin, familia Dei.
Wij zijn geroepen deel uit te maken van die familie, door net zoals de
leerlingen, alles achter te laten om Jezus te kunnen volgen.
Moeten
wij dan werkelijk alles achter laten om Hem te volgen ? Alles ?
Misschien. Voor sommige mensen zal de roep dat van hen vragen.
Voor anderen zal de roep betekenen verder doen met wat je bezig bent maar
vanbinnen afstand nemen van al die dingen die een belemmering vormen de Heer te
volgen.
Zijn we bereid, elke dag opnieuw, Hem te volgen...
Zijn we bereid ons dagelijks zo toe te vertrouwen aan Hem zodat zijn genade dagelijks vruchtbaar mag zijn in ons leven...
Zijn we bereid ons valse ik op te geven om in Hem ons ware ik te vinden
2 Corinthiër 5:19-20 HTB
“Door Christus herstelde God Zijn relatie met de wereld; Hij rekende de mensen hun zonden niet meer toe, maar wiste ze uit. En wij mogen dit geweldige nieuws aan iedereen vertellen. Wij zijn boodschappers van Christus. God doet door ons een beroep op u. Wij smeken u namens Christus: Laat het in orde komen tussen God en u!”
Johannes
Johannes
3, 22-30
Jezus ging met zijn leerlingen naar Judea.
Daar bleef Hij enige tijd en Hij doopte er.
Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar
kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. Johannes was immers nog niet
gevangengezet.
Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over
het reinigingsritueel. Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de
man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis
afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’
Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel
gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias
niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de
vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de
bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en
ik kleiner.’
De doper sprak: "Een mens kan alleen ontvangen
wat hem door de hemel gegeven wordt."
Johannes is een groot voorbeeld van nederigheid. Terwijl hij veel ontzag
genoot, terwijl honderden of misschien wel duizenden mensen naar hem toekwamen
om hem te aanhoren, om door hem gedoopt te worden, bleef hij ten dienste van
datgene wat God hem vroeg. Hij was er zich dan ook ten stelligste van bewust
dat een mens enkel die dingen echt goed, juist en waarachtig kan doen, wanneer
ze hem door God gegeven zijn.
"Christus moet groter worden en ik kleiner.", zo zegt hij. Dat is heel zeker de sleutel, of het geheim, van zijn nederigheid. Het gaat niet om zijn leven dat hijzelf zou kunnen plannen en verwezenlijken. Nee, het gaat om wat God wil; Jezus door Hem heen, Hij steeds groter, Johannes steeds kleiner.
Ook wij zijn geroepen om Jezus steeds groter te laten worden in ons leven en wij kleiner. Niet dat wij niets waard zouden zijn, of dat we onze eigen identiteit zouden moeten prijs geven. Wie Christus groter laat worden in zijn leven zal juist meer en meer zijn ware identiteit ontdekken. Ons ware ik is immers te vinden in ons ja-woord aan de Heer in ons. In Hem zullen we ons ware zelf ontdekken. In Hem zullen we onze roeping horen en de genade ontvangen te groeien op onze weg naar gehoor geven aan die roeping.
Laat ons kleiner worden, opdat Jezus groter mag worden.
Psalmen 118:5-6 HTB
“Toen ik het heel erg moeilijk had, heb ik de HERE aangeroepen. Hij heeft mij antwoord gegeven en mij bevrijd. Ik kon het allemaal weer aan. De HERE is dicht bij mij, ik ben nergens meer bang voor. Want wat kan een mens mij nu nog aandoen?”
Lucas
Lucas
4, 14-22a
Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug
naar Galilea.
Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek.
Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen.
Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging
Hij op sabbat naar de synagoge.
Toen Hij opstond om voor te lezen,werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja
overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest
van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede
nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating
bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun
vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de
ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht.
Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen
gaan.’
Allen betuigden Hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden
die uit zijn mond vloeiden.
‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst
in vervulling horen gaan.' Jezus
citeert een gedeelte uit de profeet Jesaja. Het Woord van God, gesproken in het
Oude Verbond, gaat in Jezus in vervulling. Dít Woord van God gaat in Jezus in
vervulling, alle woorden van God, want in Jezus spreekt God zijn definitieve
Woord. In Jezus spreekt God zich helemaal uit. In Jezus spreekt God ons toe,
zoals Hij zijn stadsgenoten in Nazareth toesprak. Jezus zei: ‘Vandaag hebben jullie deze
schrifttekst in vervulling horen gaan.’ Allen betuigden Hem hun bijval en
verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden. Het
ging er in. Ze zeiden er ja en amen op. Het is helemaal waar, het wordt waar in
óns. Het wordt werkelijkheid in ons.
Overal waar je tegenwoordig komt staat de radio aan, muziek, nieuws. Maar in de
Kerk staat God aan. Mensen in de wereld praten maar door of er nu iemand
luistert of niet. Ze staan aan als de radio. Maar God spreekt niet zomaar. Hij
richt zich tot mensen, en niet tot mensen in het algemeen, maar tot iedere mens
persoonlijk, op de manier die bij hem past. Zoals heel die gemeenschap van de
bewoners van Nazareth op een heel eigen manier werd aangesproken door het Woord
van Jezus, door het Woord van God. Dat zoekt zijn vervulling. Dat zoekt om
opnieuw vlees aan te nemen, mens te worden. Hoe meer je er voor openstaat, ja
en amen zegt, je instemming betuigt, des te meer vrucht zal Gods woord in je
leven afwerpen. Hij maakt je vrij. Dat is een van de vruchten van het Woord van
God. ‘De Geest van de Heer
rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te
brengen heeft Hij mij gezonden.'
Hij maakt je vrij van waarin je gevangen zit. Vrij van onze neiging mensen
etiketten op te plakken, op te sluiten in hun gedrag, hun uiterlijk, hun
ongeordendheden. Van onze neiging te denken: die is nu eenmaal zo, die doet nu
eenmaal zo.
Hij maakt je vrij van de dingen waarin je jezelf gevangen houdt, waarin je
jezelf hebt opgegeven. Laat je door Jezus vrij maken, je uit de gevangenis van
je 'ik' bevrijden.
Blinden doet Hij zien:
'aan blinden schenkt Hij het herstel van hun zicht'. Heb geduld met
mensen die niet zien. Hij zal ze ziende maken.
Zet je leven en je hart wijd open, zijn
genade gaat alle perken te buiten. Denk niet wat mogelijk is en onmogelijk, Hij
gaat je grenzen te buiten. Niemand heeft er een voorstelling van.
Arme mens, voel je rijk met de Blijde Boodschap van het evangelie! "'Om aan armen het goede nieuws
te brengen heeft Hij mij gezonden.' Dat je een arm gevoel krijgt
met je rijkdom en een rijk gevoel met je armoede, want Hij zendt met het Woord
zijn heilige Geest.
'De Geest van de Heer rust
op mij.' En zo komt Hij ook over ons. Hij zegt niet alleen iets,
zijn Woord stroomt in de bedding van de heilige Geest, van de liefde tussen de
Zoon en de Vader, waarin wij zijn opgenomen. Het wapen waarmee wij de wereld
overwinnen, is geen ander dan ons geloof, zegt Johannes, ons geloof in de
heilige Geest, in de liefde waarmee God ons liefheeft.
Mattheüs 6:19-21 HTB
Amos 5:14-15 HTB
“Wees goed, houd u verre van het kwaad, d...n zult u leven! Dan zal de HERE, de God van de hemelse legers, een echte helper blijken, zoals u van Hem verwacht. Haat het kwaad en houd van het goede; verander uw gerechtsgebouwen in echte bolwerken van rechtvaardigheid. Misschien zal de Oppermachtige HERE, de God van de hemelse legers, dan nog genade voor recht laten gelden voor Zijn onderdanen, die overblijven.”
Matteüs
Matteüs
4, 12-17 + 23-25
Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen
was, week Hij uit naar Galilea. Hij liet Nazareth achter zich en ging wonen in
Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. Zo
ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon en
Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea
van de heidenen, luister: Het volk dat in duisternis leefde, zag een
schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het
licht beschenen.’
Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ ‘zei Hij,
‘want het Koninkrijk van de hemel is nabij!’
Hij trok rond in heel Galilea; Hij gaf er onderricht in de synagogen,
verkondigde het goede nieuws van het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke
kwaal onder het volk.
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Syrië.
Allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn,
en ook bezetenen en maanzieken en verlamden werden bij Hem gebracht, en Hij
genas hen.
En grote groepen mensen volgden Hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en
Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.
Jezus begint vanuit Kafarnaüm zijn openbaar leven. In het land van Galilea zal Hij het woord van de profeten in vervulling brengen. Zijn Boodschap is een 'blijde' tijding: genezingen openbaren de volheid der tijden. Het Rijk Gods is onder de mensen.
Het evangelie van vandaag eindigt met:
'En grote groepen mensen volgden Hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem
en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.'
Ze volgen Hem nadat Hij hen had toegesproken in dorpen en synagogen, nadat Hij
velen van ziekte en allerlei kwalen genezen had.
En wij... hoe staat het met onze volgzaamheid ?
Want als we eerlijk zijn... allemaal hebben we wel eens momenten gekend waar we
Jezus heel nabij wisten, waar we ervoeren dat Hij als het ware ons heel
persoonlijk aanraakte.
Hebben we de moed om ons te voegen bij die grote groepen mensen, waarover het
evangelie van vandaag spreekt, om Hem werkelijk te volgen.
Volgen niet in enkel in de zin van sympathie hebben voor Hem en het evangelie,
maar daadwerkelijk: je schenken aan Hem opdat Hij door ons heen kan leven,
werken en bidden. Dàt is volgzaamheid.
Het is je wijze van leven door Hem laten bepalen, je eigen oppervlakkig ik
loslaten om je ware ik in Hem te vinden.
Gehoorzaamheid is meer dan het evangelie aannemen als vier
interessante boeken waar we veel uit kunnen leren. Het is je geven aan zijn
aanwezigheid, je totaal verlaten op Hem, opdat Hij zijn liefde mag bezingen
door ons leven.
Het zal geen gemakkelijke weg zijn... maar wel een weg die vervuld zal zijn van
zijn 'zijn'. Het zal een weg worden van kruis-liefde en van opstanding, steeds
weer opnieuw, met vallen en opstaan, maar gedragen door Hem.
1 Petrus 1:13 HTB
“Gebruik dus uw verstand en wees nuchter. Kijk vol verwachting uit naar de dag waarop Jezus Christus terugkomt en God Zijn genade aan u zal bewijzen.”
Spreuken
Spreuken
15, 7
Beter een
karige schotel groenten en liefde
dan een vetgemeste os en haat.
psalmen
psalmen
27, 4
Ik vraag aan de
Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.
Psalmen 90:12 HTB
“O God, leer ons zo te leven dat wij ons uiteindelijk de wijsheid eigen maken.”
Psalmen 90:12 HTB

