Romeinen 5:10 HTB
Vroeger waren wij vijanden van God. Maar doordat Gods Zoon Zijn leven voor ons gaf, is die vijandschap veranderd in vriendschap. En omdat Jezus leeft, zijn wij voor altijd veilig.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Romeinen 5:10 HTBVroeger waren wij vijanden van God. Maar doordat Gods Zoon Zijn leven voor ons gaf, is die vijandschap veranderd in vriendschap. En omdat Jezus leeft, zijn wij voor altijd veilig.
Galaten 2:20 HTBik ben samen met Christus aan het kruis gestorven. Daarom leef ik zelf niet meer, maar Christus leeft in mij. Zolang ik nog in dit lichaam ben, leef ik door het geloof in de Zoon van God. Hij hield zoveel van mij dat Hij Zijn leven voor mij heeft gegeven.
MarcusMarcus
16, 9-15
Nadat Jezus vroeg op de
eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria
uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws
vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en
rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze
het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de
stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen;
maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij
verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden
geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was
opgewekt.
En Hij zei tegen hen: 'Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het
goede nieuws bekend.'
Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven.
2 Corinthiër 5:14-15 HTBWat wij ook doen, het is omdat we er door de liefde van Christus toe gedrongen worden. Als wij geloven dat Christus voor ons allen gestorven is, moeten wij ook geloven dat wij (wat ons oude leven betreft) gestorven zijn. Hij is gestorven, opdat allen die van Hem eeuwig leven kregen, niet langer voor zichzelf zullen leven, maar voor Christus, Die voor hen gestorven en weer levend geworden is.
Efeziërs 1:7 HTBGods Zoon heeft Zijn leven en Zijn bloed gegeven om ons van de zonde te verlossen. Alles wat wij hebben misdaan, is ons daardoor vergeven. Wat een ongelofelijke genade !
Hebreeën 12:2 HTB
Daarbij moeten wij blijven kijken naar Jezus, Die ons de weg wijst. Hij is het doel van ons geloof. Hij kon Zich aan het kruis laten slaan en de schande negeren, omdat Hij wist welke blijdschap Hem te wachten stond. En nu zit Hij op de ereplaats naast de troon van God
Handelingen 4, 32-35Handelingen 4, 32-35
De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig
samen.
Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom,
want ze hadden alles gemeenschappelijk. De apostelen bleven met grote
kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde
allen rijkelijk. Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of
een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen en
legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de
gelovigen werd verdeeld.
Psalmen 14:1 HTBEen psalm van David voor de koordirigent. Een dwaas zegt bij zichzelf: "Er bestaat helemaal geen God." De mensen begaan de ergste misdaden. Niemand doet wat goed is.
PetrusPetrus
1, 3
Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus:
in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren
doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de
dood, waardoor wij leven in hoop.
Jesaja 53:3-4Jesaja 53:3-4
Het Boek (HTB)
Wij verafschuwden en verachtten Hem, een man van zorgen, vertrouwd met het bitterste verdriet. Wij keerden Hem de rug toe en keken de andere kant op als Hij langs kwam. Hij werd veracht en dat deed ons niets. Maar het was ons leed dat Hij droeg, ons lijden drukte Hem neer. Wij dachten dat Zijn lijden een straf van God was voor Zijn eigen zonden!
JohannesJohannes
19, 28-30
Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift
geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: Ik heb dorst.
Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een
majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond.
Nadat Jezus ervan gedronken had zei Hij: Het is volbracht.
Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
JohannesJohannes
13, 1-15
Het was kort voor het Pesach
feest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou
keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief,
en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.
Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de
zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat hij van God was
gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij
legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom.
Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek
die Hij omgeslagen had.
Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen,
Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het
wel begrijpen.’
‘O nee’, zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’
Maar toen Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen’, antwoordde
hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’
Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij
is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein–maar niet allemaal.’ Hij wist
namelijk wie Hem zou verraden, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer
naar zijn plaats.
‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg Hij.
‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben
Ik ook. Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je
ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb
gedaan, moeten jullie ook doen.
: 'Als Ik je voeten niet mag wassen kun je niet bij mij horen.'
Dit gaat tegen alle wereldse logica in.
God zelf knielt voor de mens om de voeten te wassen, om hem te reinigen. Dat
kan Christus omdat Hij een en al Liefde is. De Liefde gaat nooit boven de ander
staan, maar treedt de naast tegemoet als een mindere. Dat is Liefde.
Wie deze daad van de Heer niet toelaat, zo zegt Hij, kan niet bij Hem horen.
Hij zal nooit Jezus' deelgenoot kunnen zijn. Het is in de reiniging dat
Christus ons in zich opneemt.
Psalm 69, 8 + 9 + 10 + 21bcd-22 + 31 + 33 +34Psalm 69, 8 + 9 + 10 + 21bcd-22 + 31 + 33 + 34
Refr.: Nu is het de tijd van genade.
Om U moet ik smaad verduren
en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden,
een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
De hartstocht voor uw huis heeft mij
verteerd,
de smaad van wie U smaadt, is op mij neergekomen.
Ik hoopte op mededogen – vergeefs;
op troost – die ik niet vond.
Nee, ze mengden gif door mijn eten
en lesten mijn dorst met azijn.
De Naam van God wil ik loven met een lied,
zijn grootheid met een lofzang prijzen.
De nederigen zien het en verheugen zich,
wie God zoeken, hun hart zal opleven.
Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet
Filippenzen 1:29Want het is uw voorrecht niet alleen op Christus te mogen vertrouwen, maar ook voor Hem te mogen lijden.
1 Johannes 1:91 Johannes 1:9
Maar als wij onze zonden bekennen, is God zo trouw en rechtvaardig ons die te vergeven. Hij reinigt ons van alle zonde
FilippenzenFilippenzen
2,6-11
Hij die de gestalte van
God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij
nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens
verschenen, heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de
dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te
boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel,
op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is
Heer,’ tot eer van God, de Vader
Deze oudchristelijke hymne verwoordt goed de dubbele beweging van
Christus' Paastocht. Aan zijn vernedering op het kruis, zo gewild door de
Dienaar van God, beantwoordt zijn verheffing in heerlijkheid.
Deze
geloofsbelijdenis in de goddelijkheid van de Heer moet ons voor ogen blijven
gedurende heel de lezing van het lijdensverhaal.
WOORDEN DIE BKIJVEN

Jakobus 1:12 HTBGelukkig is hij die telkens verleidingen weerstaat en niet doet wat verkeerd is, want later zal hij als beloning de kroon krijgen, die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben: Het eeuwige leven.
Efeziërs 6:10-11 HTBTenslotte nog dit: Word sterk door één met de Here te zijn en Zijn grote kracht in u te laten werken. Bewapen u met alle wapens die God ons geeft. Dan zal de duivel met zijn slinkse streken u geen kwaad kunnen doen.
JohannesJohannes
8, 51-59
Jezus sprak: 'Waarachtig, Ik verzeker
u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’
Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat U bezeten bent! Abraham is
gestorven, en de profeten ook, en U zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood
nooit proeven”! Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook
de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer Ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen,
maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat Hij onze God is,
hoewel u Hem niet kent. Ik ken hem. Als Ik zou zeggen dat Ik Hem niet ken, zou
Ik een leugenaar zijn, net als u. Maar Ik ken Hem wel, en Ik bewaar zijn woord.
Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was
hij blij.’
De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en U zou Abraham gezien hebben?’
‘Waarachtig, Ik verzeker u’, antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben
Ik er.’
Toen raapten ze stenen op om naar Hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt
uit de tempel te ontkomen
Lang en gelukkig leven is de diepe hunker van elke mens. Jezus spreekt van eeuwig leven, indien we zijn woorden onderhouden. Daardoor plaatst Hij zich in de rij van de profeten. Hij laat zelfs vermoeden dan Hij nog groter is dan Abraham. 'Van voor Abraham er was, ben Ik er'. Die uitspraak is te sterk voor zijn toehoorders.
'Als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.'
Christus' woord bewaren betekent leven in Hem, vanuit Hem, door Hem. Het betekent zich door Hem laten opnemen in Hem. Zo zullen we deelgenoot worden van Hem, en dus van het eeuwig leven. Wie leeft in Hem mag in zekere zin nu reeds delen in Christus' onsterfelijkheid.
Daar we Christus in ons mogen dragen, dragen we nu reeds de hemel in ons, en mogen we leven vanuit de glorie van de hemel, mét de engelen, mét de heiligen, met allen en alles wat de hemel kleurt.
Hemel en aarde staan echt niet ver uit elkaar, ze zijn wezenlijk met elkaar verbonden, vloeien naadloos in elkaar over. 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel'... Dat dit een werkelijkheid mogen zijn voor ieder van ons.