operatie
Broeders en zussen,
Op 14 april wordt ik opgenomen in het ziekenhuis voor een hartoperatie
Als het de Heere zijn wil is, kom ik binnen een tiental dagen terug online
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
operatieBroeders en zussen,
Op 14 april wordt ik opgenomen in het ziekenhuis voor een hartoperatie
Als het de Heere zijn wil is, kom ik binnen een tiental dagen terug online
Romeinen 3:23-24 HTBAlle mensen hebben gezondigd en missen daardoor Gods nabijheid. Maar God is zo goed en vergevend hen weer aan te nemen (zonder dat het hun iets kost en zonder dat zij het hebben verdiend) omdat Jezus Christus hen uit de greep van de zonde heeft bevrijd.
Lukas 9:23-24 HTBDaarna zei Hij tegen allen die bij Hem waren: "Wie bij Mij wil horen, moet zichzelf volledig onbelangrijk vinden. Hij moet iedere dag zijn kruis dragen en dicht bij Mij blijven. Want wie zijn leven opgeeft voor Mij, zal het redden. Maar wie zijn leven wil vasthouden, zal het verliezen
SpreukenSpreuken
15, 4
Kalme woorden zijn een levensboom,
een valse tong vernietigt de geest
Romeinen 5:6-8 HTBChristus is immers toen wij nog hulpeloos waren, op het juiste ogenblik voor slechte mensen gestorven. Is er iemand die voor een onschuldig mens wil sterven? Nauwelijks! Misschien gaat iemand nog zover dat hij zijn leven geeft voor een goed mens. Maar God heeft ons Zijn grote liefde getoond door Christus te sturen en Hem voor ons te laten sterven toen wij nog schuldige zondaars waren.
dag van de ontmoeting

JohannesJohannes
3, 16-21
Jezus sprak tot Nikodemus:
'God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat
iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te
vellen, maar om de wereld door Hem te redden.
Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem
gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods
enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van
de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden
bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar
wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'
Geloven in Christus wil zeggen: geloven dat Hij midden ons ons werd gezonden uit pure liefde, omdat God liefde is. Zo een geloof geeft licht aan het leven dat soms zo duister is. Dat licht is God zelf. Wie leeft in dit licht wordt licht voor anderen.
'Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'
Liefde en kwaad zijn tegengesteld, zoals licht
en duisternis dat zijn. Wie kwaad doet, leeft in tegenstelling met de liefde en
leeft in de duisternis.
Wie oprecht tracht te leven en daardoor het licht opzoekt, zal getuigen van
Gods Liefde, want hij leeft in de Liefde en de Liefde spreekt van God.
JohannesJohannes
3, 7-15
Jezus sprak tot
Nikodemus:
'Wees niet verbaasd dat Ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten
worden. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet
waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit
de Geest geboren is.’
‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus.
‘Begrijpt u dit niet’, zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent?
Waarachtig, Ik verzeker u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat
we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet. Wanneer jullie me
niet geloven als Ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven
als Ik over hemelse dingen spreek? Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel
behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon? De Mensenzoon
moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven
heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.’
Herboren worden uit de Geest, een nieuwe mens worden: het lijkt ons nogal moeilijk vanuit het geloof zo maar ineens anders te gaan leven. Toch zegt Jezus het overduidelijk; het is een kwestie van geloof. Zoals Nikodemus weten wij dat het geloof ons zou moeten maken tot mensen die nog maar alleen voor de liefde leven, zoals Christus leefde
Herboren worden in
de Geest betekent dagelijks baden in de Liefde van Christus.
Het is je ziel tot leven laten komen, haar beminnend als de woonplaats van de
Allerhoogste waar Hij zichzelf geeft.
Het is leven in de eenvoud van het evangelie: blij en gul, fris en dankbaar, je
gevend aan al wat je gegeven wordt.
Herboren worden in de Geest is je toevertrouwen aan de Heer, opdat Hij door jou
heen kan leven, bidden, zingen, liefhebben.
Romeinen 5:10 HTBVroeger waren wij vijanden van God. Maar doordat Gods Zoon Zijn leven voor ons gaf, is die vijandschap veranderd in vriendschap. En omdat Jezus leeft, zijn wij voor altijd veilig.
Galaten 2:20 HTBik ben samen met Christus aan het kruis gestorven. Daarom leef ik zelf niet meer, maar Christus leeft in mij. Zolang ik nog in dit lichaam ben, leef ik door het geloof in de Zoon van God. Hij hield zoveel van mij dat Hij Zijn leven voor mij heeft gegeven.
MarcusMarcus
16, 9-15
Nadat Jezus vroeg op de
eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria
uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Ze ging het nieuws
vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en
rouwden. Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze
het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de
stad aan het wandelen waren. Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen;
maar ook zij werden niet geloofd.
Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij
verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden
geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was
opgewekt.
En Hij zei tegen hen: 'Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het
goede nieuws bekend.'
Zij die geloven kennen soms twijfel, zelfs de apostelen. Er zit tenslotte in elke mens een stuk geloof en een stuk ongeloof. Dit evangelie leert ons, dat ook zij die aanvankelijk geen geloof kunnen opbrengen, tot geloof geroepen blijven, om daarna in volle kracht te getuigen. Dat is tevens de eindbalans van deze paasweek. God heeft tijd. Maar als de tijd er is, moet de mens zich helemaal gewonnen geven en geloven.
2 Corinthiër 5:14-15 HTBWat wij ook doen, het is omdat we er door de liefde van Christus toe gedrongen worden. Als wij geloven dat Christus voor ons allen gestorven is, moeten wij ook geloven dat wij (wat ons oude leven betreft) gestorven zijn. Hij is gestorven, opdat allen die van Hem eeuwig leven kregen, niet langer voor zichzelf zullen leven, maar voor Christus, Die voor hen gestorven en weer levend geworden is.
Efeziërs 1:7 HTBGods Zoon heeft Zijn leven en Zijn bloed gegeven om ons van de zonde te verlossen. Alles wat wij hebben misdaan, is ons daardoor vergeven. Wat een ongelofelijke genade !
Hebreeën 12:2 HTB
Daarbij moeten wij blijven kijken naar Jezus, Die ons de weg wijst. Hij is het doel van ons geloof. Hij kon Zich aan het kruis laten slaan en de schande negeren, omdat Hij wist welke blijdschap Hem te wachten stond. En nu zit Hij op de ereplaats naast de troon van God
Handelingen 4, 32-35Handelingen 4, 32-35
De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig
samen.
Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom,
want ze hadden alles gemeenschappelijk. De apostelen bleven met grote
kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde
allen rijkelijk. Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of
een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen en
legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de
gelovigen werd verdeeld.
Psalmen 14:1 HTBEen psalm van David voor de koordirigent. Een dwaas zegt bij zichzelf: "Er bestaat helemaal geen God." De mensen begaan de ergste misdaden. Niemand doet wat goed is.
PetrusPetrus
1, 3
Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus:
in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren
doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de
dood, waardoor wij leven in hoop.
Jesaja 53:3-4Jesaja 53:3-4
Het Boek (HTB)
Wij verafschuwden en verachtten Hem, een man van zorgen, vertrouwd met het bitterste verdriet. Wij keerden Hem de rug toe en keken de andere kant op als Hij langs kwam. Hij werd veracht en dat deed ons niets. Maar het was ons leed dat Hij droeg, ons lijden drukte Hem neer. Wij dachten dat Zijn lijden een straf van God was voor Zijn eigen zonden!
JohannesJohannes
19, 28-30
Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift
geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: Ik heb dorst.
Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een
majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond.
Nadat Jezus ervan gedronken had zei Hij: Het is volbracht.
Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
JohannesJohannes
13, 1-15
Het was kort voor het Pesach
feest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou
keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief,
en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.
Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de
zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat hij van God was
gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij
legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom.
Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek
die Hij omgeslagen had.
Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen,
Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het
wel begrijpen.’
‘O nee’, zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’
Maar toen Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen’, antwoordde
hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’
Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij
is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein–maar niet allemaal.’ Hij wist
namelijk wie Hem zou verraden, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer
naar zijn plaats.
‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg Hij.
‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben
Ik ook. Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je
ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb
gedaan, moeten jullie ook doen.
: 'Als Ik je voeten niet mag wassen kun je niet bij mij horen.'
Dit gaat tegen alle wereldse logica in.
God zelf knielt voor de mens om de voeten te wassen, om hem te reinigen. Dat
kan Christus omdat Hij een en al Liefde is. De Liefde gaat nooit boven de ander
staan, maar treedt de naast tegemoet als een mindere. Dat is Liefde.
Wie deze daad van de Heer niet toelaat, zo zegt Hij, kan niet bij Hem horen.
Hij zal nooit Jezus' deelgenoot kunnen zijn. Het is in de reiniging dat
Christus ons in zich opneemt.