Leviticus 19:18 HTB
Wees niet haatdragend of wraakzuchtig, maar heb uw naaste net zo lief als uzelf, want Ik ben de HERE.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Leviticus 19:18 HTBWees niet haatdragend of wraakzuchtig, maar heb uw naaste net zo lief als uzelf, want Ik ben de HERE.
Psalm 15, 1 + 2aPsalm 15, 1 + 2a
Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg ?
Hij is gast die de volmaakte weg gaat en doet wat
goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.
Matteüs
7, 6 +12-14
Jezus zei tot zijn
leerlingen:
'Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen;
die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie
verscheuren.
Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat
is het hart van de Wet en de Profeten.
Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de
ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw
is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten
die te vinden.'
Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige
berg ?
Hij is gast die de volmaakte
weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid
spreekt.
De volmaakte weg... Dat klinkt zo ver weg
van ons leven, want - zo zou je kunnen zeggen: wie is er volmaakt ?
Maar 'volmaakt' mogen we niet enkel verstaan als een synoniem voor 'heilig'.
Hoewel heiligen volmaakt zijn.
In het woord 'volmaakt' zitten de woorden 'vol' en 'maken'. En daarin mogen we
een uitnodiging zien van God aan ons adres: Hij wilt ons leven 'vol maken',
'vol' van Hem, 'vol' van het ware leven, 'vol' van zijn Zoon Jezus, 'vol' van
waarheid.
Wie het klaarspeelt te leven vanuit die volheid, ons door God geschonken, leeft
volmaakt, vol-gemaakt door God.
Misschien ben je nog niet heilig, hang je nog teveel vast aan dingen die je
wegtrekken van God, en toch leef je al - zij het deels en nog niet af - in God.
Neem dat God van ons vraagt dat onze
levensweg recht is; het is een feit dat voor de meeste van ons onze levenslijn
voor een groot stuk krom is. Maar het mooie van God is dat Hij zijn verhaal ook
kan schrijven op kromme lijnen. Ieder van ons persoonlijk wilt God gebruiken om
zijn liefde te openbaren, om verzoening te brengen daar waar dat nodig is, om
zijn Vrede uit te dragen.
En Hij wacht niet tot we heilig zijn, Hij roept nu al, wilt nu met ons op weg
gaan, wetend dat ingaan op zijn uitnodiging de heiligheid bevordert.
God omhelst ieder van ons met zijn barmhartigheid opdat we zouden groeien in Hem.
Wie dit toelaat, die is, zoals de psalmist het uitdrukt, te gast in Gods tent. Dat wilt zeggen dat we mogen tafelen aan het feestmaal van de Drie-ene God: Gods liefde ontvangend om deze ten volle te delen met allen die Hij op ons levenspad brengt.
God is groot !
Psalm 15, 1 + 2aPsalm 15, 1 + 2a
Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg ?
Hij is gast die de volmaakte weg gaat en doet wat
goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.
Matteüs
7, 6 +12-14
Jezus zei tot zijn
leerlingen:
'Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen;
die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie
verscheuren.
Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat
is het hart van de Wet en de Profeten.
Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de
ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw
is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten
die te vinden.'
Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige
berg ?
Hij is gast die de volmaakte
weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid
spreekt.
De volmaakte weg... Dat klinkt zo ver weg
van ons leven, want - zo zou je kunnen zeggen: wie is er volmaakt ?
Maar 'volmaakt' mogen we niet enkel verstaan als een synoniem voor 'heilig'.
Hoewel heiligen volmaakt zijn.
In het woord 'volmaakt' zitten de woorden 'vol' en 'maken'. En daarin mogen we
een uitnodiging zien van God aan ons adres: Hij wilt ons leven 'vol maken',
'vol' van Hem, 'vol' van het ware leven, 'vol' van zijn Zoon Jezus, 'vol' van
waarheid.
Wie het klaarspeelt te leven vanuit die volheid, ons door God geschonken, leeft
volmaakt, vol-gemaakt door God.
Misschien ben je nog niet heilig, hang je nog teveel vast aan dingen die je
wegtrekken van God, en toch leef je al - zij het deels en nog niet af - in God.
Neem dat God van ons vraagt dat onze
levensweg recht is; het is een feit dat voor de meeste van ons onze levenslijn
voor een groot stuk krom is. Maar het mooie van God is dat Hij zijn verhaal ook
kan schrijven op kromme lijnen. Ieder van ons persoonlijk wilt God gebruiken om
zijn liefde te openbaren, om verzoening te brengen daar waar dat nodig is, om
zijn Vrede uit te dragen.
En Hij wacht niet tot we heilig zijn, Hij roept nu al, wilt nu met ons op weg
gaan, wetend dat ingaan op zijn uitnodiging de heiligheid bevordert.
God omhelst ieder van ons met zijn barmhartigheid opdat we zouden groeien in Hem.
Wie dit toelaat, die is, zoals de psalmist het uitdrukt, te gast in Gods tent. Dat wilt zeggen dat we mogen tafelen aan het feestmaal van de Drie-ene God: Gods liefde ontvangend om deze ten volle te delen met allen die Hij op ons levenspad brengt.
God is groot !
psalmpsalm
96, 1-3
Zing voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde.
Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.
Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.
LucasLucas
9, 23-24
Wie
achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen
en dagelijks zijn kruis op zich nemen en mij volgen.
Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen;
maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden.
RomeinenRomeinen
14, 17
Het
koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken,
maar van gerechtigheid, vrede en vreugde
door de heilige Geest.
CorinthiërsCorinthiërs
4, 6
De
God die heeft gezegd:
Uit de duisternis zal licht schijnen,
heeft in ons hart het licht doen schijnen
om ons te verlichten met de kennis van zijn luister,
die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
Markus 8:36 HTBWat hebt u eraan de hele wereld te winnen en uw leven te verspelen?
Spreuken 8:17-19Wie mij liefheeft, heb ik ook lief, wie mij zoekt, zal mij vinden. Rijkdom en eer zijn mijn bezit, duurzame weelde en gerechtigheid. Wat ik je geef is kostbaarder dan het zuiverste goud, ik bied iets dat meer is dan het fijnste zilver
Psalmen 68:4-5 HTBMaar de gelovigen zijn blij als zij God zien en juichen voor Hem. Met veel vertoon van blijdschap laten zij dat blijken. Zing voor God, zing psalmen ter ere van Zijn naam. Maak een effen weg voor Hem die door de vlakten nadert. Zijn naam is HERE, jubel het uit voor Hem.
LucasLucas
7, 36 - 8, 3
Een van de
Farizeeën nodigde Jezus uit voor de maaltijd, en toen Hij het huis van de
Farizeeër was binnengegaan, ging hij aan tafel aanliggen.
Een vrouw die in de stad bekendstond als zondares had gehoord dat Hij bij de
Farizeeër thuis zou eten, en ze ging naar het huis met een albasten flesje met
geurige olie.
Ze ging achter Jezus staan, aan het voeteneinde van het aanligbed; ze huilde en
zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze droogde ze met haar haar, kuste ze
en wreef ze in met de olie.
Toen de Farizeeër die Hem had uitgenodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als
Hij een profeet was, zou Hij weten wie de vrouw is die Hem aanraakt, dat ze een
zondares is.
Maar Jezus zei tegen hem: ‘Simon, Ik heb je iets te zeggen.’
‘Meester, spreek!’ zei hij.
‘Er was eens een geldschieter die twee schuldenaars had: de een was hem
vijfhonderd denarie schuldig, de ander vijftig. Omdat ze het geld niet konden
terugbetalen, schold hij beiden hun schuld kwijt. Wie van de twee zal hem de
meeste liefde betonen?’
Simon antwoordde: ‘Ik veronderstel degene aan wie hij het grootste bedrag heeft
kwijtgescholden.’
Hij zei tegen hem: ‘Dat is juist geoordeeld.’
Toen draaide Hij zich om naar de vrouw en vroeg aan Simon: ‘Zie je deze vrouw?
Ik ben in jouw huis te gast, en je hebt me geen water voor mijn voeten gegeven;
maar zij heeft met haar tranen mijn voeten natgemaakt en ze met haar haar
afgedroogd. Je hebt me niet begroet met een kus; maar zij heeft, sinds Ik hier
binnenkwam, onophoudelijk mijn voeten gekust. Je hebt mijn hoofd niet met olie
ingewreven; maar zij heeft met geurige olie mijn voeten ingewreven. Daarom zeg
Ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel
liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.’
Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Zijn tafelgenoten dachten bij zichzelf: Wie is Hij, dat Hij zelfs zonden
vergeeft?
Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’
Kort daarop begon Hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna, en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.
De tranen van de zondares waren de
bloesem van haar berouw.
Deze tranen, tegelijk van droefheid en van vreugde, banen de weg die zij
voortaan zal gaan: het volgen van de Heer.
Het mooie in dit verhaal is dat Jezus haar
al gewonnen had nog voor zij zich gewonnen gaf.
Dat is bij ieder van ons zo. Alleen moeten wij de moed hebben naar Hem toe te
gaan... Hij die ons roept.
Simon, de Farizeeër, is de man van het zogenaamde 'gerust geweten'. Hij denkt dat hem slechts weinig moet vergeven worden. Maar de ziel van deze vrouw staat open voor de genade. Zij biedt God haar meest kwetsbare zijde aan, wat de liefde toelaat haar hart van steen om te vormen tot een echt mensenhart dat door de Heer zelf genezen is.
Jezus is niet enkel iemand die gewetens opkalefatert. Hij geneest ten diepste het hart. Wanneer men met zijn zonde in alle oprechtheid naar de Heer toegaat, kan Hij inderdaad van een vod een bruiloftskleed maken, van het zaaisel van een boef een heilige oogst.
Ons geweten mag geen lege doos zijn. Laat
het een ontmoetingsplaats met God zijn.
En als ons geweten zegt dat we niet goed bezig zijn, laten we ons dan werpen in
de armen van Jezus; Hij die op ons wacht, ons wilt genezen, ons wilt laten
delen in zijn Pasen.
Laten we naar Hem toegaan. Hij wacht.
MattheüsMattheüs
5, 33-37
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse
eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.”
En Ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat
is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij
Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen
hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken.
Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort
uit het kwaad.'
'Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.'
De meeste mensen beginnen hun dag - als het goed is - met goede bedoelingen. Men wilt er een mooie dag van maken, aangenaam voor henzelf en de mensen die zij gaan ontmoeten. Een mooie intentie.
Ook een christen begint zijn dag zo. Als het goed is zijn zijn intenties geworteld in God, intenties gemaakt vanuit het gebed, intenties die hun thuis hebben in de wil van Vader, vervuld van Gods Liefde. Hij wil een dag beleven gehoor gevend aan wat God van hem vraagt, ja zeggend tot de liefde waar deze zich aanreikt in de loop van de dag.
Het is goed om 's morgens voor alle actie deze intenties zuiver te stellen. Met andere woorden: het is goed om de dag te beginnen met gebed. In de stilte van ons hart zal immers God zelf ons tot goede intenties aanzetten. Het voornemen maken om aan deze intenties gehoor te geven is uiteraard van fundamenteel belang. Ons ja moet een ja worden doorheen heel de dag, ons nee (aan het kwaad) moet nee zijn en blijven. Daar ergens tussenin gaan leven, zo zegt Jezus ons vandaag, komt uit den boze.
Met
andere woorden: geen lauwheid, maar enkel 'ja', en wel tenvolle. Dat is de
vraag, de roep, van het evangelie.
De meeste van ons kunnen dit niet; laten we daarin gewoon eerlijk zijn. En
Jezus weet dat, en bemint er ons niet minder om. Wat niet wilt zeggen dat Hij
de lat voor ons minder hoog zou leggen. Geen compromissen, de lat blijft waar
ze is.
Jezus vraagt van ons dat we ons geven aan zijn aanwezigheid. Hij kent onze duistere kantjes, onze neigingen om lauw te zijn. Deze plekjes wilt Hij aanraken, ze genezen, ze ombuigen naar zijn licht.
Laten
we doorheen de dag het gebed levend houden, onze omgang met Jezus gaande
houden, zeker op die momenten dat we aanvoelen lauw te worden. Laten we op die
momenten zijn hulp inroepen, Hem welkom heten in onze neiging tot lauwheid.
Dit vraagt keuze, dit vraagt liefde voor de liefde.
Laten we ons geven aan Jezus, onze Broer en Heer.
Filippenzen 3:20 HTBWij zijn echter, al wonen wij hier op aarde, burgers van een stad in de hemel, vanwaar wij ook onze Verlosser verwachten, de Here Jezus Christus
Colossenzen 3:13 HTBVerdraag en vergeef elkaar als iemand iets tegen u heeft. Volg hierin het voorbeeld van Christus, Die u zonder meer vergeven heeft
Uit het evangelie volgens LucasUit het evangelie volgens Lucas
7, 11-17
In die tijd ging Jezus naar een stad
die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
Toen Hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten
gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde
haar. Toen de Heer haar zag, werd Hij door medelijden bewogen en zei tegen
haar: ‘Weeklaag niet meer.’
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en
zei: ‘Jongeman, Ik zeg je: sta op!’
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn
moeder.
Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot
profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.
De verrijzenis van de doden was één van de messiaanse tekens die Jesaja aankondigde. Jezus, die aan de leerlingen van Johannes de Doper zal antwoorden: "de doden verrijzen", geeft het leven terug aan de enige zoon van een zwaar beproefde weduwe. Hij doet het uit medelijden, maar Hij is in staat om het te doen omdat Hijzelf de verrijzenis en het leven is.
Spreuken 24.16Spreuken 24.16
Een rechtvaardige komt zevenmaal ten val,
maar telkens staat hij op.
Een goddeloze struikelt door zijn slechte daden,
en komt voorgoed ten val.
Psalmen 90:2,4 HTBAl voordat U de bergen schiep, was U God. Voordat U de aarde schiep, was U God. Vanuit de eeuwigheid van oudsher tot in de eeuwigheid in de verre toekomst, bent U God. Duizend jaar betekenen niets voor U, zij zijn als een ademtocht voor ons mensen, voor U als een oogwenk
Efeziërs 3:17-19 HTBIk bid dat Christus meer en meer in u mag wonen, naarmate u Hem meer gaat vertrouwen. Dat u geworteld zult zijn in Gods liefde en daarop uw leven zult bouwen. Dan zult u, samen met alle gelovigen, zien hoe breed, lang, hoog en diep de liefde van Christus is. U zult ervaren en begrijpen dat die liefde van Christus ons menselijk verstand te boven gaat. Uw hele wezen zal dan vol van God zijn.
SpreukenSpreuken
16, 19
Beter in eenvoud leven met de armen
dan de buit verdelen met hoogmoedigen
Kronieken 29:11 HTB
Van U is al de macht, de glorie, de overwinning en de majesteit. Alles in de hemel en op aarde is van U, HERE. En dit is Uw koninkrijk. Wij vereren U als Degene Die alles in handen heeft.