Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Lucas

Lucas
10, 17-24

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’

God is groot in het kleine en tegelijk is Hij klein in het grote. Jezus - Gods Zoon - was arm, nederig, klein, Hij ontledigde zich, was gehoorzaam, legde z'n eigen wil in de wil van de Vader. Hij sprak geen eigen Woord, maar keek naar de Vader en sprak Gods woord. Dat is kind-zijn in de religieuze betekenis van het woord.

Dit 'geheim' wordt inderdaad verborgen gehouden voor zogenaamde wijzen en verstandigen, maar wordt gelovig begrepen en geleefd door hen die zijn als kleinen, als kinderen.

Hoe kijken wij naar Jezus ?
Hoe dragen wij Hem in ons hart ?
Hoe laten wij ons door Hem opnemen ?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:14 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

1 Johannes 4:20

Als iemand zegt: 'Ik heb God lief,' maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
16, 1-13

‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” “Honderd vaten olijfolie”, antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan”, luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht.
Ook Ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.
Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’

Hetgeen wij verdiend hebben met inspanningen en zwoegen, beschouwen wij heel spontaan en natuurlijk als volledig en totaal onze eigendom. "Míjn loongeld, míjn auto, míjn huis! Al wat ik verdiend heb, daar doe ik toch mee wat ik wil. Ik ben daarvoor niemand verantwoording schuldig!"
Is dat wel waar? Wie heeft ons, om dat geld te verdienen, de kans gegeven, de gezondheid, de gunstige omstandigheden, het vertrouwen? Als wij even dieper nadenken dan moeten wij toegeven dat wij dikwijls en op vele domeinen meer kansen hebben gekregen dan wij prestaties hebben geleverd.
Het evangelie heeft hierover een originele visie en zegt dat wij eigenlijk rentmeesters zijn, geen eigenaars dus, maar beheerders van Gods schepping. De goederen, de dingen die wij hebben, zijn eigenlijk niet onze eigendom, maar wij hebben die in bruikleen gekregen.

Natuurlijk is het evangelie niet tegen het recht op persoonlijk eigendom, want dit is een alom erkend middel om de waardigheid van de mens te affirmeren. In landen waar uitbuiting en willekeur door machtigen bestaat, zal het evangelie de eerste moeten zijn om dat recht op eigendom te verdedigen.
Maar waar dat recht veroverd is en gerespecteerd wordt, daar waarschuwt het evangelie ons tegen de excessen van een overdreven individualisme. De blijde boodschap van Gods droom over de wereld leert ons het geld en het goed, dat wij verwerven, bezitten en vermeerderen nooit te zien als een eigendom, waarover wij willekeurig, hooghartig en zelfgenoegzaam zouden mogen beschikken, maar het steeds te blijven erkennen als een geschenk, dat een verantwoordelijkheid inhoudt. Geld en goed zijn gaven waarvoor wij dankbaar blijven en die wij mogen gebruiken, maar nooit voor onszelf alleen, wel steeds volgens Gods bedoeling, dit is in principe voor het hele mensdom, daar Hij de Vader van allen wil zijn.

In de visie van het Rijk Gods zijn wij dus rentmeesters. Als wij onze huidige wereld willen helpen groeien naar de wereld zoals God die droomt, dan gedragen wij ons niet als pretentieuze eigenaars van ónze rijkdommen, maar als dankbare beheerder van Gods schepping en weldaden.

En een rentmeester moet rekenschap geven over zijn beheer. Velen leven zonder God, omdat zij baas willen zijn over hun eigen leven, handel en wandel. Maar als gelovigen erkennen wij uit vrije wil dat er Iemand is tegenover wie wij wel verantwoording af te leggen hebben. Daarbij moeten wij niet onmiddellijk denken aan het oordeel bij onze dood, ná ons leven. God vraagt eigenlijk rekenschap te midden van ons leven. Wij moeten immers altijd klaar staan voor de komst van het Rijk Gods nu!
Het is goed dat wij regelmatig herinnerd worden aan wat onze keuze eigenlijk zou moeten zijn. De parabel nodigt ons uit - vermits de tijd dringt - tot een uiterst edelmoedige zet, zonder verder uitstel.

Op een cruciaal crisis-moment beslist de rentmeester radicaal van handelwijze te veranderen. Het geld dat hem was toevertrouwd gaat hij op dat moment niet meer aanwenden zoals een eigenaar spontaan doet - geld bijwinnen, kleintjes laten krijgen, van de geldmacht gebruik maken om interest en commissieloon te eisen - maar hij gaat het gebruiken als een middel om zijn menselijke verhoudingen te verbeteren. Een echte bekering dus. Een relatie van macht, woeker en oneerlijke winst, buigt hij om tot een vriendschapsrelatie gebaseerd op strikte rechtvaardigheid.
Het evangelie zegt niet dat wij ons van alle geld moeten ontdoen - dat zou onrealistisch zijn; geld is immers onmisbaar - maar wel dat wij het goed moeten gebruiken. Het evangelie vraagt dat wij ons geld niet gebruiken als een macht om onszelf te verrijken, maar als een middel om de relaties in Gods schepping te verbeteren.

Maar Jezus voegt er vandaag waarschuwend aan toe dat dit heel moeilijk is. Hij aarzelt niet het geld een bedrieglijke duivel te noemen om aan te duiden dat de mens erdoor bezeten kan geraken.
Geld kan inderdaad een macht worden die  - als wij niet scherp opletten - ons spontaan doet overhellen naar één bepaalde kant: naar hebzucht, individualisme, bedriegerij, onrechtvaardigheid, afgunst en verdeeldheid.
Hoeveel families vallen niet uiteen, alleen omwille van het geld? Hoeveel religieuze gemeenschappen geraken niet uitgeblust, juist omwille van de rijkdom?
Geld is een voortdurende bedreiging omdat het de mens spontaan ertoe brengt met die macht voor zichzelf steeds meer rechten op te eisen, die heel vlug onredelijk en onrechtvaardig worden.
Dat kan ook bij ons gebeuren vooral als het leven ons eens in een crisis stort, waarbij wij ons laten gaan, waarbij wij ons zwak voelen, kwetsbaar of eenzaam. Als mensen dan geld hebben, dan gebeuren er ravages.

En toch is geld inderdaad onmisbaar en kan het goed aangewend worden. Juist omdat wij vrije en verloste mensen zijn, kunnen wij van het geld in plaats van een "machtsgod" een "rechtsmiddel" maken, een middel om rechtvaardigheid te bevorderen. Maar dat zal een voortdurende aandacht en strijd vragen tegen onze eigen zelfzucht.

Het evangelie van vandaag wil ons uitnodigen tot dit kordaat besluit: Ons niet te gedragen als hooghartige eigenaars die de geldduivel en onze eigen zelfzucht dienen, maar als dankbare rentmeesters die geld en goed beheren volgens Gods bedoeling, d.w.z. in dienst van de rechtvaardigheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
8, 1-3

Kort daarop begon Jezus rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna–en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

we mogen gerust ook zeggen dat het een soort lofzang is op een al te vaak vergeten groep. Vaak hebben we de indruk dat het evangelie een zaak van mannen is. Vrouwen komen er nauwelijks of slechts terloops aan te pas. Een zieke vrouw wordt wel eens genezen. Een vrouw wast de voeten van Jezus. Vrouwen volgen Hem en zijn vrienden en zorgen voor hen uit eigen middelen. Vrouwen staan onder het kruis. Ze staan overal achter of onder, maar zelden of nooit op het voorplan.

Grote rollen worden door mannen bezet. Apostelen en schriftgeleerden, een honderdman, een barmhartige Samaritaan of een goede herder. Dat Annas en Kàjafas, Herodes, Judas of Pilatus ook mannen waren, is hier helemaal geen troost. Maar zo ziet Jezus het niet. Op geen enkel moment. Want het evangelie is geen 'Guiness-book of records', waarin het om de grootste, de sterkste of de beste gaat, waarbij alleen prestatie of kwantiteit telt. Het is een levensboek waar geloof en vertrouwen, waar geduld en liefde, inzet en overgave, de echte kwaliteit en de ware talenten vormen.

En daar spelen vrouwen onvervreemd en onvervangbaar een glansrol. Een rol, waarbij veel mannen tot debutanten verbleken. Lucas begint er zijn evangelie al mee. De eerste persoon die we ontmoeten is Zacharias, een man, een priester. Stomweg valt hij al meteen door zijn rol. "Ge zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt."

Meteen daarop treden twee vrouwen op, Maria en Elisabet. In een feilloos duet, in een magnificat van puur geloof en zuivere overgave, brengen ze onze heilsgeschiedenis daadwerkelijk en definitief op gang. Ook wanneer het doek over het openbaar leven van Jezus opengaat en Hij nog even in de coulissen wilt blijven, opdat Hij zijn uur nog niet gekomen acht, is het weer een vrouw, die, onweerstaanbaar zoals alleen moeders dat kunnen, Jezus tot handelen aanzet. "Doe maar wat Hij u zeggen zal." Zo maakte Jezus een begin met zijn tekenen.

Van het penninkje van de weduwe tot de kostelijke nadusbalsem van Maria te Betanië, van die onbevangen eerlijkheid van de vrouw aan de put van Jakob in Samaria tot het vindingrijk geloof van de Kananese met de kruimels die van tafel vallen,  het is een rode draad doorheen het leven van Jezus van vrouwelijke gebaren en gaven van geloof, liefde en toewijding.

En toen zijn uur echt gekomen was, een uur waarop ontrouw en verraad, waarop verloochening en vaandelvlucht ineens puur mannelijke begrippen werden, stond er ook weer die krans van vrouwelijke trouw, van meevoelen en meegaan ten einde toe. Een krans van vrouwen die Jezus vanaf Galilea waren gevolgd en Hem hadden gediend. Echte, levende en zuivere godsdienst van een al te vaak vergeten groep.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:16 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Korintiërs 13:2

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes

Johannes
3, 13-17

'Er is nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.
Deze moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden
.'

Vandaag mogen we naar het kruis kijken. En God weet welke gedachten er dan door ons hoofd gaan, welke gevoelens er dan in ons hart spelen, welke vraagtekens we misschien plaatsen bij dit grote teken waarover de Bijbel vier maar verhaalt.

Laten we rustig het kruis aanschouwen; het kruis, én de gekruisigde. En laat ons bidden om genade dat alles rustig mag worden in ons hart, opdat we de genade van deze liefde tot het uiterste mogen welkom heten.
Het schouwen van het kruis, in de liefde van Gods Geest, draagt de genade in zich, te mogen groeien in die liefde. Meer: te mogen delen in die liefde.

Christus geeft van op het kruis. Hij geeft geloof en kracht, moed en vertrouwen. Bovenal schenkt Hij de genade ons door Hem te laten leiden, en wel op de weg van het liefhebben tot het uiterste.

Laat ons knielen voor dit groot mysterie van leven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
6, 27-38

'Tot jullie die naar Mij luisteren zeg Ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.
Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen.
Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook Hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

 

'Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt.'

Jezus heeft het hier niet over beter, groter of mooier voor te doen dan anderen. Het gaat zelfs eerder de andere kant op, de richting van Jezus uit. Zich gedragen, optreden op de manier van Jezus, op de wijze van Hem, die eerste was en zich niet schaamde om laatste en minste te worden, op de manier van Hem, die Heer was en toch dienaar wou zijn, die God was en ook mens werd.

Het gaat hier niet over een prestige-kwestie. We bouwen er geen status mee op. Het zal eerder puin ruimen worden. Want we moeten door muren heen die we anders spontaan laten staan of omzeilen. Het vraagt heel wat verbouwingswerk en het vergt een hele verhuis binnen in ons. We moeten met onze liefde en genegenheid verder dan onze vriendenkring. Het lijstje van onze 'personae non gratae' moet van de koelruimte naar de warmte van ons hart. De deuren naar de bergkamers van ons bezit, ons vermogen of onze tijd moeten we groter en toegankelijker maken. De spreekkamer van onze talenten moet vergroot en de gerechtszaal van ons oordeel verkleind worden.

In onze bibliotheek mag het wetboek van 'oog om oog, tand om tand', vervangen worden door de wet en het woord van Jezus. En laat ons dan meteen ook onze ramen vergroten om de zon van God door te laten. Zij laat het licht van zijn goedheid schijnen over 'ondankbaren en slechten'. Het zal ons huis en ons leven lichter en warmer maken. Want de zon van onze liefde is vaak een winterzon. Gewoonlijk staat ze heel laat op en gaat heel vroeg onder.

Met andere woorden: 'Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Jesaja 11:1-1

Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER. -- Jesaja 11:1-1

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten