Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Lucas

Lucas
6, 27-38

'Tot jullie die naar Mij luisteren zeg Ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.
Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen.
Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook Hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

 

'Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt.'

Jezus heeft het hier niet over beter, groter of mooier voor te doen dan anderen. Het gaat zelfs eerder de andere kant op, de richting van Jezus uit. Zich gedragen, optreden op de manier van Jezus, op de wijze van Hem, die eerste was en zich niet schaamde om laatste en minste te worden, op de manier van Hem, die Heer was en toch dienaar wou zijn, die God was en ook mens werd.

Het gaat hier niet over een prestige-kwestie. We bouwen er geen status mee op. Het zal eerder puin ruimen worden. Want we moeten door muren heen die we anders spontaan laten staan of omzeilen. Het vraagt heel wat verbouwingswerk en het vergt een hele verhuis binnen in ons. We moeten met onze liefde en genegenheid verder dan onze vriendenkring. Het lijstje van onze 'personae non gratae' moet van de koelruimte naar de warmte van ons hart. De deuren naar de bergkamers van ons bezit, ons vermogen of onze tijd moeten we groter en toegankelijker maken. De spreekkamer van onze talenten moet vergroot en de gerechtszaal van ons oordeel verkleind worden.

In onze bibliotheek mag het wetboek van 'oog om oog, tand om tand', vervangen worden door de wet en het woord van Jezus. En laat ons dan meteen ook onze ramen vergroten om de zon van God door te laten. Zij laat het licht van zijn goedheid schijnen over 'ondankbaren en slechten'. Het zal ons huis en ons leven lichter en warmer maken. Want de zon van onze liefde is vaak een winterzon. Gewoonlijk staat ze heel laat op en gaat heel vroeg onder.

Met andere woorden: 'Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:42 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Jesaja 11:1-1

Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER. -- Jesaja 11:1-1

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

De schriftgeleerden en Farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën doen, maar die van U eten en drinken maar.’
Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’
Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’

De opdracht en de zending van Jezus is een blijde boodschap. Ze steekt mensen in een nieuw kleed, dat inderdaad niet meer bij het oude past zoals destijds de schriftgeleerden het leerden aan de toenmalige Joden. Jezus' boodschap is een boodschap van jong bloed door het mensenhart, sprankelend en vurig als nieuwe wijn en totaal anders van smaak dan de oude. In goede en kwade dagen, voor eeuwig en voor goed, gaat God in Jezus een verbintenis met ons aan. Jezus is de bruidegom, het ja-woord van de Vader. Daarom vastten de leerlingen van Jezus toen niet. Jezus was met hen en ze gingen met Hem mee, zonder goed te beseffen wat er aan het gebeuren was.

Jezus liet de leerlingen immers van de ene verwondering in de andere vallen. Ze zaten als op de eerste rij telkens wanneer Jezus zieken genas, stormen bedaarde of broden vermenigvuldigde.
Maar evengoed moeten ze ervaren hebben dat het antwoord van Jezus aan de schriftgeleerden een goed en een waar antwoord was, tot op de laatste letter en het bittere einde.
Want hun vasten begon, zodra ze merkten dat Jezus zo volledig mens met ons wou worden tot de rauwe en pijnlijke consequenties toe van verraad, lijden en dood.

Hun vasten begon, zodra ze begrepen dat hun weg met Jezus niet louter triomftocht maar ook kruisweg werd, zodra ze inzagen dat echte vrienden van de bruidegom moesten inleveren, moesten afsterven aan hun oppervlakkig ik, zodra ze met hun leven gelovig zouden moeten getuigen dat op het grote bruiloftsmaal van God met de mensen de eersten laatst zullen zijn en de kleinsten grootst.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 23:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
5, 1-11

Toen Jezus eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’
Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’
En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem.

Geloven kunnen we moeilijk wanneer we ons laten drijven op de wind van onze lust, op de stroming van genot en eigenzin, door onze zeilen gewoon naar de wind te zetten.
We hebben iemand nodig die ons zegt: 'Vaar naar diep water'. Durf je netten daar uit te werpen. Gooi het met je leven over een andere boeg. We hebben een gids nodig, een loods, een kompas waar we gelovig op aansturen: Jezus.

Jezus koos als zijn eerste leerlingen mensen van de zee en van het strand, mensen zoals wij, met haken en ogen, met stormschade en met breekbare netten. Hij roept ons om te luisteren naar zijn Woord, om zijn Boodschap te beminnen, om ons te schenken aan Hem.

Laten we deze trein van genade niet missen.

Heer,
geef dat wij steeds mogen handelen naar uw woord,
opdat wat we doen gedragen en geleid mag zijn door U.
Trek ons in de brand van uw liefde,
en leer ons gehoor te geven aan U.
Altijd en overal.
Amen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 98, 1 + 7-9

Psalm 98, 1 + 7-9

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft,
laat juichen de wereld met haar bewoners.
Laten de rivieren in de handen klappen
en samen met de bergen jubelen voor de Heer.

Want Hij is in aantocht als rechter van de aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen naar recht en wet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Marcus 1:9-11

In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ -- Marcus 1:9-11
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:05 Reageer op dit bericht Stuur door

-- Filippenzen 2:2-4

Maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. -- Filippenzen 2:2-4
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Johannes 3:2

Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is. -- 1 Johannes 3:2
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes.1:45-51

Johannes
1, 45-51

Filippus kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
‘Uit Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’
‘Ga zelf maar kijken’, zei Filippus.
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent u mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie’ , voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’

 

Nathanaël zat onder de vijgenboom. Wellicht in Kana waar hij woonde.
Jezus zei: 'Ik had je al gezien vóórdat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat', zo hoorden we vandaag.

Voor de vrome Jood was het een gebruikelijke plaats om zich bezig te houden met de dingen van God. Met zijn laag neerhangende takken kon je er ongestoord en ongezien je wijden aan de studie van de Schrift. Het is een plek van vrede. Ongetwijfeld heeft Nathanaël daar onder de vijgenboom zijn verlangen naar de Komende gevoed.
Hij heeft zijn verwachting levend gehouden. Hij heeft gebeden om de komst van de Messias.
En dan wordt hij geroepen om de Messias te zien en te ontmoeten.

Het is goed voor ieder van ons om zo'n vijgenboom te hebben. Om een plek van rust te hebben, een plek van overdenking en gebed. Een plek waar je her-innerd wordt aan de vrede met God en waar je die vrede kunt oefenen. Een plek ook waar je jezelf voorbereidt op zijn komen in jouw leven.
Deze plek kan een gebedshoekje in huis zijn een plekje in de natuur; een plek die ons even in de eenzaamheid brengt, waar geen verstrooïng is, waar we met de Heer alleen kunnen zijn, waar we Hem kunnen ontmoeten, naar Hem kunnen kijken, naar Hem kunnen luisteren, ook al zien of horen of voelen we Hem niet.
Deze plek is veel meer dan een plek in de ruimte. Deze plek moet bovenal in ons hart zijn, een plaatsje waar niets of niemand tussen ons en de Heer kan komen, een plaats waar we ongestoord kunnen drinken van de Bron die levend water geeft: Jezus.

Laat ons die 'plek' koesteren als zéér belangrijk in ons leven.

De eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met Jezus zelf. Hij ervaart doorheen de menselijke gestalte van Jezus iets diepers en wordt erdoor getroffen, zodat hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open zien en Gods glorie aanschouwen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

Matteüs
22, 34-40

Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat Jezus de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de Wet?’
Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Moest men de Bijbel in enkele bewoordingen moeten samenvatten, zou men dit antwoord van Jezus aan de Farizeeën kunnen aanhalen. Terecht zegt Jezus dan ook: 'Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.'

Doch mogen we niet vergeten welke weg Jezus hiervoor zelf gegaan is: de weg van het kruis, voor Hem heel letterlijk. Wanneer Jezus spreekt over 'liefhebben', bedoelt Hij dat niet goedkoop. Hij heeft het over een liefhebben tot het uiterste, een beminnen zonder grenzen, een zich geven aan allen zonder voorkeuren. Niet goedkoop dus.
Hij is ons deze weg voorgegaan om ons te tonen wat de inhoud is van God beminnen, je naaste en jezelf.

De kruis-weg van Jezus zou het hart moeten zijn van ons beminnen. Niet enkel als voorbeeld, maar ook en vooràl als bron van diepe genade.
Laten wij, wanneer wij bidden voor een kruisbeeld, vragen om Gods genade: dat wij vanuit de inwoning van Jezus zijn liefde mogen belichamen in al ons doen en laten.
Dat dit vooral geen theorie mag zijn, maar een blijde werkelijkheid opdat het Pasen van de Heer meer en meer zichtbaar mag zijn in ons dagelijks leven
.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Ezechiel 33:11

Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER -, de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om. -- Ezechiel 33:11
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

Matteüs
19, 23-30

Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.’
Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’
Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’
Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn Naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’

Vaak zijn mensen zo bezeten van hun bezit dat ze de eigenlijke waarden van het leven niet meer zien; zij gaan aan het echte leven en aan God voorbij.

De beroemde Russische schrijver Tolstoi vertelt over een arme boer die denkt geluk te hebben. Want een rijke landeigenaar belooft hem zoveel grond te geven als hij binnen een dag al lopend kan afleggen. Op één voorwaarde: hij moet voor de zon ondergaat, terug zijn aan het beginpunt. De boer gaat vol goede moed op weg.
Hoe harder hij loopt, des te meer land zal hij hebben. Dromend over zijn nieuwe rijkdom stapt hij steeds sneller, en voortdurend kijkt hij naar de stand van de zon, want hij moet terug zijn voordat die ondergaat. De kring die hij loopt, wordt steeds groter: hier nog dit stuk land, daar nog om dat water heen, en ginds dat bos nog. Wanneer het avond wordt, is hij bekaf, en hij moet rennen om op tijd terug te zijn. Het lukt hem. Zwetend over zijn hele lijf, totaal uitgeput en denkend hoe rijk hij nu is, valt hij neer en sterft ter plekke. Wat hem aan grond overblijft, zijn de twee vierkante meter waarin hij begraven wordt.

Het is een verhaal dat ons allemaal een beetje aangaat, ons, rijke westerlingen, die met al onze overvloed, het zicht op de werkelijke levenswaarden vaak kwijt zijn. Doe dat wat je bezit en gevangen houdt, weg, zegt Jezus tegen alle rijke mensen.
Want de waarde van elke mens ligt niet in wat hij heeft, maar in wie hij is. Niet in wat hij bezit, niet in zijn status, titel of inkomen. Er hebben in concentratiekampen mensen gezeten aan wie alles ontnomen was, die totaal ontluisterd leken, maar wier innerlijke waardigheid onaangetast bleef.

Veel dingen doen in onze dagen een aanslag op onze persoonlijkheid. Nogal wat mensen zijn zichzelf kwijt, en zijn aangeklede, rijk versierde poppen soms, zonder diepgang. Echte levenswijsheid is hun vreemd. En de schuld van zo'n leeg leven is dikwijls het geld.

'Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan'. Is Jezus tegen rijkdom en voor armoede? Nee, zeker niet. Maar Hij gunt de hongerigen brood, en de rijken honger naar gerechtigheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten