Lucas
De
schriftgeleerden en Farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘De leerlingen van Johannes
vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën
doen, maar die van U eten en drinken maar.’
Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de
bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt
weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’
Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe
mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de
nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. En niemand giet jonge wijn in
oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de
wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. Jonge wijn moet in nieuwe
zakken worden gedaan. Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge;
hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’
De opdracht en de zending van Jezus is een blijde boodschap. Ze steekt mensen in een nieuw kleed, dat inderdaad niet meer bij het oude past zoals destijds de schriftgeleerden het leerden aan de toenmalige Joden. Jezus' boodschap is een boodschap van jong bloed door het mensenhart, sprankelend en vurig als nieuwe wijn en totaal anders van smaak dan de oude. In goede en kwade dagen, voor eeuwig en voor goed, gaat God in Jezus een verbintenis met ons aan. Jezus is de bruidegom, het ja-woord van de Vader. Daarom vastten de leerlingen van Jezus toen niet. Jezus was met hen en ze gingen met Hem mee, zonder goed te beseffen wat er aan het gebeuren was.
Jezus liet de leerlingen immers van
de ene verwondering in de andere vallen. Ze zaten als op de eerste rij telkens
wanneer Jezus zieken genas, stormen bedaarde of broden vermenigvuldigde.
Maar evengoed moeten ze ervaren hebben dat het antwoord van Jezus aan de
schriftgeleerden een goed en een waar antwoord was, tot op de laatste letter en
het bittere einde.
Want hun vasten begon, zodra ze merkten dat Jezus zo volledig mens met ons wou
worden tot de rauwe en pijnlijke consequenties toe van verraad, lijden en dood.
Hun vasten begon, zodra ze begrepen dat hun weg met Jezus niet louter triomftocht maar ook kruisweg werd, zodra ze inzagen dat echte vrienden van de bruidegom moesten inleveren, moesten afsterven aan hun oppervlakkig ik, zodra ze met hun leven gelovig zouden moeten getuigen dat op het grote bruiloftsmaal van God met de mensen de eersten laatst zullen zijn en de kleinsten grootst.


