
lucky
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT


lucky
1 Tessalonicenzen 4:16-17Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn.
Efeziërs 2:4-5Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.
LucasLucas
14, 15-24
Een van de tafelgenoten sprak tot Jezus: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het Koninkrijk van God!’
Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’
Zonder ophouden nodigt God uit: in de stilte van ons hart, in de drukte van ons leven, doorheen relaties en ontmoetingen, komt Hij tot ons en zegt: 'Kom, wees mijn tafelgenoot'.
Maar zo dikwijls zijn we experts in het vinden van verontschuldigingen: teveel werk, te druk, de kinderen, moe, tv, enz... Niet dat de wil ontbreekt, maar wel de moed er ons aan toe te vertrouwen.
Erger wordt het als we onze uitvluchten ernstig gaan nemen. God zal onze excuses wel begrijpen... Hij is toch een God van barmhartigheid... Hij vergeeft toch altijd... en ons niet-naar-God-toegaan wordt een gewoonte waar we ons maar al te graag in nestelen. Het is makkelijker leven zo...
Ja, oppervlakkig gezien is het makkelijker leven zo. Je moet immers geen of amper nog tijd besteden aan gebed, je engagementen hoeven niet altijd zo ernstig gespiegeld te worden aan het evangelie, en och God, een mens mag zich toch nog eens ontspannen ook he.
En terwijl wij ons leventje leiden blijft de Heer maar roepen; vol liefde maar ook met een zekere toorn, zo lezen we in het evangelie van vandaag. Je zou voor minder boos worden...
Er zit maar één ding op: bekering. Je opnieuw keren naar God, heel je wezen - hart, ziel, verstand – schenken aan Gods inwoning. Aan de deur van ons hart klopt Hij, wacht Hij, tot wij opendoen, om dan maaltijd met ons te houden; Hij met ons, wij met Hem Keren we ons niet naar Hem dan laten we een wondermooie trein van genade voorbij rijden. Doen we het wel laten we toe dat God door ons heen zijn liefde steeds opnieuw kan openbaren, en krijgt zijn Rijk meer en meer gestalte.
Wat toch de bedoeling is… Niet ?
Laten we niet uitstellen. Laten we ons ons keren naar God, ons werpen in de armen van Christus. In zijn goddelijke barmhartigheid wacht Hij op ons.
Korintiers 2, 12Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken.
Korintiers 2, 12
Galaten 6:7Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.
Prediker 7:10En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.
Matteüs 6:26Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?


lucky
Hebreeën 4:16Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden. Hebreeën 4:16
1 Korintiers 15:20-22Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. -- 1 Korintiers 15:20-22
Romeinen 10:10Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered. Romeinen 10:10
Psalmen 42:12
Marcus 10:52Jezus zei tegen hem: ‘‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.
MarcusMarcus
7, 24-30
Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven.
Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was.
Deze vrouw was van Syro–Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven.
Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’
De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’
Hij zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.
Het evangelie van vandaag wil ons tonen dat ‘geloof’ niet goedkoop is. Het is niet vanzelfsprekend. En om dit ten diepste aan te voelen gebeurt het soms dat Jezus ons geloof op de proef stelt. Niet om ons te pesten, maar juist om ons tot dieper geloof te brengen, tot volwassen geloof, tot geloof los van sferen of gemoedstoestanden. Soms wordt ons leven een chaos, en juist die chaos wil God aanwenden om ons te doen groeien in Hem. Hij wil de chaos gebruiken om ons te brengen tot een geloof dat puur is, naakt, afgestorven aan een oppervlakkige ‘ik’ om zichzelf terug te vinden in zijn meest waarachtig ik: het ‘ik’ door God gewild.
Een volkswijsheid leert ons dat een mens soms met zijn hoofd tegen een muur moet botsen om te leren. Da’s een waarheid als een koe. En in het geloof is het niet anders. Soms moet een mens al eens de diepte worden ingeduwd om volwassen te worden. Wanneer de chaos in het leven van mensen de overhand krijgt wordt dikwijls iets nieuws geboren, meer zuiver, meer volwassen.
Dit kunnen gebeurtenissen zijn in ons leven, het kan gaan om dorheid in ons gebedsleven, enz … maar juist deze schijnbaar onaangename kanten van ons leven kunnen ons tot groei zijn. Ze kunnen ons wakker schudden, ons meer of terug in de ‘waarheid’ plaatsen, zuiver voor het aanschijn van de Vader.
Belangrijk is dat we in deze gebeurtenissen het gebed (her)ontdekken, en heel onze situatie bij de Heer brengen. Daar begint alles. De Heer wacht immers tot we gelovig inzien dat ons leven niet afhangt van ons eigen geklungel, maar veeleer van Gods genade. En daar wacht Hij op. Hij, de nederigheid zelf, wacht tot wij nederig worden, tot wij naar Hem toekomen en zeggen: ‘Heer, nu Gij’. En dan kan alles (her)starten. Dan geef je Jezus de mogelijkheid je te leiden, te vormen, te kneden.
Laten ons knielen voor de Heer wanneer ons leven chaotisch is, of dreigt te worden, wanneer het dor en donker is. Laat ons dan innerlijk stil vallen, alles - ons hele zijn - in zijn schoot neerleggen, met een hart dat eerlijk en in alle zuiverheid zegt: ‘Heer, ontferm U’. Een weg van Vrede zal ons te wachten staan.
Matteüs 19:14Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’ Matteüs 19:14
MarcusMarcus
3, 20-21
Jezus ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten.
Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om Hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had Hij zijn verstand verloren.
Volgens hen had Hij zijn verstand verloren...
Wie leeft in de geest van Jezus zal beslist voor velen in 'de wereld' ook z'n verstand verloren hebben.
Voor 'de wereld' is het immers heel dikwijls niet meer dan normaal dat je die dingen nastreeft die het eigenbelang dienen. Terwijl het evangelie oproept het gemeenschappelijk belang te dienen, of nog beter gezegd: Gods belang. En het belang van God gaat over de medemens, de hele mensheid, heel de schepping, het gaat over het kennen van Hem, over het leven in zijn liefde, over zijn voortdurende oproep tot vergeving en verzoening, over delen met hen die minder hebben, over geweldloosheid, over eerlijkheid, trouw, …
Wie deze weg gaat, zwemt, jammer genoeg, dikwijls tegen de grote stroom in.
Durven we als christenen de moedige keuze maken het evangelie écht te volgen, ons gevend aan de weg van de liefde, de weg van het kruis, gelovend dat deze weg de enige weg is naar het einddoel
Moge ons hart geopend zijn voor God en gericht naar de wereld. Mogen we bescheiden zijn maar niet laf, klein maar niet weggedoken, dapper en liefdevol. Mogen we biddende mensen zijn. Ja, moge de Heer het levend hart zijn van de weg die we, ieder persoonlijk én samen, gaan.


NIET... VERGETEN 
Galaten 5:25Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. Galaten 5:25

Marcus
1, 21-28
Jezus en zijn leerlingen gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden.
Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’
De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’
Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’ Zo lezen we vandaag in het evangelie.
Elke dag is nieuw. Gisteren was nieuw ten opzichte van eergisteren en vandaag is nieuw ten opzichte van gisteren. Het nieuwe bestaat er in dat we weer een dag gevorderd zijn in de geschiedenis van de wereld en van onszelf.
Zo ook met het Woord van de Heer uit de Schrift. Wanneer we het lezen kennen we misschien die verzen reeds, maar ten opzichte van gisteren is dat Woord nieuw, opnieuw uitgesproken door God zelf, levend en krachtig, geestelijke voeding voor ieder van ons; de Heer zelf.
De Schrift lezen is Jezus lezen. Het is Hem aanhoren alsof Hij nu tegen je spreekt. In die zin is de Schrift lezen Jezus ontvangen, Hem ontmoeten, je door Hem laten omvormen.
Daarom is het goed bij het lezen van de Schrift de nodige stilte in te bouwen, de tijd ook opdat het Woord kan gedijen en zijn ‘werk’ kan doen. Meer dan we vermoeden draagt het Woord de genade in zich ons te genezen van mogelijk kwaad, ons om te vormen meer en meer naar Gods liefde.
Laten we het Woord beminnen, diep koesteren. Moge ons hart de aarde zijn waar het Woord minnend ontvangen wordt, wortel kan schieten en vruchten kan voortbrengen: vruchten van liefde en vrede.
Jezus bracht een leer met gezag. Een niet aflatende dwingende kracht, ging van Hem uit. Het geheim van zijn gezag lag niet in zijn macht om wonderwerken te verrichten, maar in zijn innige verbondenheid met God de Vader