Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
AAN ZIJN VOETEN ZITTEN !
Maria zat 'aan de voeten van Jezus'. Dat is een
ouderwetse uitdrukking. Hij komt nog uit de
oudheid en betekent dat je iemands leerling
bent. Als je 'aan de voeten van' een beroemd-
heid had gezeten, dan had je een goede oplei-
ding gehad.
Zo wordt van Paulus vermeld dat hij 'aan de
voeten van Gamaliël' heeft gezeten, een ach-
tenswaardige schriftgeleerde in die tijd. Dus Pau-
lus heeft op het gebied van het Oude Testament
een goede opleiding genoten.
Wat opvalt aan deze uitdrukking is de houding
die eruit spreekt. Het laat heel duidelijk zien dat
je helemaal luistert en je echt openstelt voor de
ander, vind ik. 'Aan zijn voeten', dat heeft iets
nederigs. Wij houden daar tegenwoordig niet
meer zo van. Wij zeggen liever: 'Ik heb bij hem
college gelopen'; dat is meer in onze lijn. En dat
geeft eigenlijk ook al aan wat het verschil is.
Dat 'college lopen' klinkt veel vrijblijvender. Dat
doe je door in de collegebanken te zitten. Hoe
geïnteresseerd je dan de lessen volgt, wordt niet
vermeld. Maar aan iemands voeten zitten, dat
is iets heel anders: dat is heel dicht bij iemand
zijn. Dat kun je niet vrijblijvend doen. Daar is
oogcontact, daar is nabijheid en dus is er een
belangrijke wisselwerking.
Al met al geeft dat 'aan de voeten zitten' dus
duidelijk een houding weer van overgave
en openheid naar de ander, naar degene die
onderwijs geeft. Heel anders dan het luisteren
van Martha die - druk doende met haar eigen
dingen, hoe goed bedoeld ook - in staat was nu
en dan een woord op te vangen. Het is gewoon
een heel andere houding. En die houding kan in
allerlei situaties soms al een verschil uitmaken
van dag en nacht, heb ik gemerkt.
Een doordenkertje . . .
Om bij stil te staan.
Een tengere en kleine zwarte vrouw van in de zeventig stond in de rechtszaal.
Haar gelaat toonde de sporen van haar leeftijd.
Er stonden enkele blanke politiemannen terecht voor de moord op haar man en haar zoon.
Eerst werd haar zoon doodgeschoten en ergens verbrand.
Later werd haar man meegenomen.
Ze hoorde niets meer van hem totdat de politieman B., terugkwam om ook de vrouw op te halen.
Ze werd naar een plaats aan de rivier gebracht.
Daar zag ze haar man terug, vastgebonden, kennelijk mishandeld, liggend op een stapel hout.
De laatste woorden van zijn lippen waren “Vader, vergeef hen” toen ze hem overgoten met benzine en in de brand staken.
Politieman B. en enkele helpende collega’s werden schuldig bevonden.
Op de dag van de uitspraak vroeg de rechter aan de kleine zwarte vrouw: “Wat zou u willen? Hoe kan er recht worden gedaan aan een man als B., die uw gezin zo gruwelijk heeft vernietigd?”
Het oude vrouwtje zei, na enkele ogenblikken van stilte:
“Ik zou graag drie dingen willen.
Ten eerste naar die afgelegen plaats worden gebracht waar mijn man werd verbrand om te zien wat er over is. Wat ik vind wil ik waardig begraven.”
Ze pauzeerde en moment en vervolgde toen:
“Mijn man en zoon waren mijn enige familie.
Daarom wil ik, op de tweede plaats, dat mijnheer B. mijn zoon wordt.
Ik zou willen dat hij mij tenminste tweemaal per maand zou bezoeken in de sloppenwijk waar ik woon om daar de dag met me door te brengen, zodat ik de liefde die nog in mij is aan hem kan geven.
“Ten derde”, zei ze “Ik wil dat mijnheer B. weet, dat ik hem mijn vergeving aanbied, omdat Jezus Christus stierf om te vergeven.
Dit was ook de wens en het gebed van mijn man.
Ik wil iemand vriendelijk vragen mij te ondersteunen naar de andere kant van deze zaal, zodat ik mijnheer B. kan omarmen om hem te laten weten dat hij waarlijk vergeving heeft ontvangen.”
Toen een ambtenaar van het gerechtshof de oude vrouw begeleidde naar de andere kant van de grote zaal, viel B., overweldigd door hetgeen hij had gehoord, flauw.
Vanuit het publiek in de rechtszaal, waarin bekenden en buurtbewonders van het oude vrouwtje plaats hadden genomen, klonk zachtjes een melodie, die sterker aanzwelde tot een voluit gezongen lied:
Genade, zo oneindig groot,
dat ik, die ’t niet verdien,
het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan ‘k zien.
Want Jezus droeg mijn zondelast
en tranen aan het kruis.
Hij houdt mij door genade vast
en brengt mij veilig thuis.
Als u...

Als u in een diep dal zit, bedenk dan dat het vanaf daar alleen nog maar bergopwaarts kan gaan!

Er is betaald voor iedereen!
De dag waarop Philip bij de groep ging horen.
Hij was 9- in een zondagsklas van 8- jarigen.
Achtjarigen kunnen wreed zijn. De kinderen namen Philip niet op in hun groep. Niet alleen omdat hij ouder was. Hij was \"anders\".
Hij had het down-syndroom en dat was duidelijk aan hem te zien: de gelaatskenmerken, trage reacties, symptomen van geestelijke achterstand. Op zekere zondag verzamelde de zondagsschool-onderwijzeres enkele van de plastic eieren die je in het midden uit elkaar kunt trekken het soort waarin sommige damespanty\'s verpakt worden. De onderwijzeres gaf ieder kind een van die plastic eieren. Op die mooie lentedag moest ieder kind naar buiten gaan en voor zichzelf het een of andere symbool van \"nieuw leven\" gaan zoeken en dat symbolische zaad of blad of wat dan ook in het ei stoppen. Ze zouden dan hun eieren een voor een openmaken, en ieder kind zou uitleggen waarom de vondst een symbool van \"nieuw leven\" was.
Dus ....
Kwamen de jongelui op de afgesproken dag bijeen en legden hun eieren op een tafel, en de onderwijzeres begon ze open te maken.
Eén kind had een bloem gevonden. Al de kinderen riepen \"ooo\" en \"aaa\" om het mooie symbool van nieuw leven. In een ander zat een vlinder. \'Prachtig\', zeiden de meisjes. En het is voor een achtjarige niet makkelijk om \"prachtig\" te zeggen. Een ander ei werd opengemaakt en er kwam een steentje uit, sommige kinderen lachten. \"Dat is stom!\" zei één kind. \"Hoe kan een steentje nou een \'nieuw leven\' voorstellen? Meteen zei een jongetje openlijk en onbevreesd: \"Dat is van mij. Ik wist dat iedereen bloemen en bladeren en vlinders en al dat soort dingen zou meebrengen, dus bracht ik een steentje mee om anders te zijn.\" Iedereen lachte. De onderwijzers maakte het laatste ei open, en daar zat niets in. \"Dat is niet eerlijk\", zei iemand. \"Dat is stom\", zei weer een ander. De onderwijzeres voelde een ruk aan haar overhemd. Het was Philip. Terwijl hij omhoog keek zei hij: \"Het is van mij. Ik heb het gedaan. Het is leeg. Ik heb
nieuw leven omdat het graf leeg is.\" Het werd stil in de klas.
Vanaf die dag hoorde Philip bij de groep. Ze waren aardig tegen hem. Er werd met geen woord meer gerept over wat dan ook waardoor hij anders was. Philips ouders wisten dat hij niet lang meer te leven had; er was gewoon te veel mis met dat piepkleine lichaam. Die zomer overleed Philip nadat hij een infectie had opgelopen. Op de dag van zijn begrafenis werden negen 8- jarige jongens en meisjes met de realiteit van de dood geconfronteerd en stapten met vastberadenheid naar voren in de kerk toe- niet met bloemen. Negen kinderen met hun zondagschoolonderwijzeres legden op het lijkkistje van hun vriend hun geschenk van liefde - een leeg ei
HOEVEEL VRIENDEN
De oude man keerde zich naar mij en vroeg: \"Hoeveel vrienden heeft u?\" Ik antwoorde: \"Hoezo? Ik schat zo’n 30…40...\" Ik noemde er een paar op. Langzaam stond hij op schudde meewarig zijn hoofd. U bent een gelukkig mens dat u zoveel vrienden heeft.\" zei hij.
Maar denk eens goed na over wat je nu zegt, want er is zoveel dat u nog niet weet. Een vriend is niet zomaar iemand die u vriendelijk groet ......
Een vriend is een zachte schouder waar je zacht op kunt huilen, een put waar je al je zorgen in kunt gooien. Iemand de je weer op kan beuren. Een vriend is iemand die je omhoog kan trekken vanuit je wanhoop, vanuit het duister. Daar waar al je andere zogenaamde vrienden je achter hebben gelaten. Een ware vriend is je bondgenoot die niet van je zal wijken, die je niet kunt kopen. Een stem die je naam in leven houd als anderen die allang zijn vergeten. Maar boven alles heeft een vriend een groot hart, is een rots waar je altijd op kunt bouwen. Uit het hart van een vriend komt de grootste liefde aller tijden voort.
Dus… denk nog maar eens goed over mijn woorden na, want elk woord wat ik zei is waar. En geef me dan nog eens een antwoord, m’n kind: Hoeveel vrienden heb jij?\"
En daar stond hij dan en keek me aan, wachtend op mijn antwoord. En zachtjes zei ik: Als ik geluk heb … dan maar een, jij!\"
STEL NIET UIT TOT HET TE LAAT IS
tot tien tellen
Het verhaal van de twee weduwen
In de oorlog van 1967 werd Jeruzalem weer tot één stad verenigd. Onlangs werd een Arabische vrouw in Israël weduwe. Zij had in een deel van Jeruzalem gewoond tot 1948 en wilde eens gaan kijken bij haar vroegere woning. Na enig zoeken vond ze het huis. Ze klopte op deur en een vrouw deed open. Zij was Joodse en ook weduwe. De Arabische vrouw legde het doel van haar komst uit en werd uitgenodigd binnen te komen. Samen dronken de twee vrouwen koffie. De De Arabische vrouw vertelde dat ze enige kostbaarheden in het huis had verborgen, die er vermoedelijk nog steeds zouden zijn. Ze stelde voor op zoek te gaan en de waarde ervan samen met de Joodse te delen. De Joodse vrouw weigerde. "Als het uw eigendom is dan behoord het helemaal aan u", zei ze pertinent. Na veel discussie erover zochten ze de vermoedelijke plek onder de vloer van de
badkamer en vonden een schat aan kostbaarheden. Na overleg met de overheid kreeg de Joodse toestemming alles over te dragen aan de Arabische vrouw. Ze ontmoeten elkaar nu regelmatig en raken zeer goed bevriend. Op een dag vertelt de Arabische vrouw: "Weet je, in 1948 werd hier geweldig gevochten. We waren zo bang dat we in overhaast zijn weggevlucht om ons leven te redden. We grepen rondom ons naar enige bezittingen, namen de kinderen op en in de verwarring van het oorlogsgeweld rondom vluchtte mijn man en ik ieder een kant op. Ons jongste kind was een jongetje van drie maanden. Ik dacht dat mijn man hem meegenomen had, maar hij dacht dat ik hem bij me had. Toen we na enige tijd weer bij elkaar waren in Oost-Jeruzalem drong het tot ons door dat we ons jongste kindje in dat barre oorlogsgeweld verloren hadden. Ons verdriet was mateloos."
De Joodse vrouw luisterde ademloos en verbleekte bij het verhaal. Ze vroeg of ze de datum nog wist waarop dit gebeurde. De Arabische wist de dag en het uur nauwkeurig. De Joodse zei: "Mijn man was één van de soldaten die bij de inname van Jeruzalem was. Toen hij één van de verlaten huizen binnenging vond hij een achtergelaten baby op de vloer van het deels kapotgeschoten huis. Hij vroeg de autoriteiten of hij voorlopig zijn intrek in het huis mocht nemen en de baby in ons gezin mocht verzorgen. In alle verwarring na de oorlog was er toen geen andere oplossing en het werd toegestaan." Juist op dat moment stapte er een twintigjarige Israëlische soldaat in uniform de kamer binnen en de Joodse vrouw brak in tranen uit. "Dit is uw zoon!" Riep ze huilend uit.
De twee vrouwen werden hartsvriendinnen. De Joodse weduwe vroeg op een dag aan de Arabische moeder: "Kijk, we zijn beiden alleenwonende weduwen. Onze kinderen zijn opgegroeid. Dit huis is de plaats van je geluk geweest. Je hebt er bovendien je zoon teruggekregen, of eigenlijk ònze zoon. Waarom blijf je hier niet wonen?" En zo hebben de twee vrouwen besloten.
laat alles
HET WATER
de palm

In het Midden - Oosten heeft men de gewoonte op de bladerkroon van een jonge palmboom een steen te leggen, om te verhinderen dat de boom al te groot wordt. De stam van de boom wordt daardoor sterker, het hout wordt harder en de vruchten worden beter. Een gezegde in verband met deze gewoonte luidt:' De palm groeit onder de druk.' Zo legt de Here ons soms een last op, omdat Hij weet dat dit nuttig is voor ons. Wij worden daardoor innerlijk sterker en zijn beter in staat de invloeden van buitenaf te weerstaan. Ook drijft deze last die ons wordt opgelegd, ons uit tot gebed. Als de inboorlingen van Afrika door een snelstromende rivier moeten trekken, leggen zij een zware steen op hun hoofd als ze geen last hebben te dragen. Het gewicht helpt hen veilig door de rivier te komen. Het maakt hun schreden vast en zo verliezen ze niet gauw hun evenwicht. Zo doet de Here ook vaak met ons. Hij legt ons een last op die bewerkt dat onze gang zekerder wordt en dat we standvastig zijn in de stormen en stromen van het leven. We moeten niet bidden om lichtere lasten, maar om sterkere schouders, opdat Hij zijn doel met ons kan bereiken in ons leven.
De ark van Noach

De ark van Noach leert me alles wat ik in het leven nodig heb! EEN: Mis de boot niet. TWEE: Denk erom dat we allemaal in dezelfde boot zitten. DRIE: Plan tijdig. Toen Noach aan de ark begon te bouwen, was er niet eens sprake van regen. VIER: Verzorg je lichaam en blijf fit. Het is mogelijk dat je pas op je 60e zult gevraagd worden aan de job van je leven te beginnen. (Zoals Noach). VIJF: Luister niet naar criticasters. Doe de job waarvan je overtuigd bent dat je ze moet doen. ZES: Bouw je toekomst op grote hoogte. ZEVEN: Om je eigen veiligheid reis je beter niet alleen maar minstens met twee. En beman je project met voldoende reisgenoten. ACHT: Snelheid is niet altijd een voordeel. Noach had zowel slakken als jachtluipaarden aan boord. Ieder heeft zo zijn eigenheid om een deel van het werk uit te voeren. NEGEN: Als je ten onder gaat aan stress: ga een tijdje ronddobberen. TIEN: Onthoud dat de ark gebouwd werd door één amateur en de Titanic door tientallen ingenieurs. ELF: Als de storm begint en God is met je, wacht er altijd ergens een regenboog op je.
Het raam en de Glazenwasser
Er was eens een raam. Het zat in een muur, op zo\'n hoogte dat je er gemakkelijk doorheen kon kijken. En dat hadden de mensen dan ook vaak gedaan. Net zoals bij alle andere ramen, zonder er bij na te denken.
Het raam keek uit op een klein, simpel pleintje. Dat dacht het raam zelf ook. Vroeger werd er nog veel gespeeld door de jongeren. Er werd geknikkerd, gefietst, opgeschept over de voetbalwedstrijd en heel soms, als het al wat schemerig werd, werd er wel eens gekust. Het was dan ook een handig raam voor de moeders die graag hun kinderen in de gaten wilden houden. Maar tegenwoordig kwam er haast niemand meer.
De Glazenwasser kwam regelmatig langs en vroeg dan aan het raam of het gewassen wilde worden. Maar het raam zei dan: \'Nee\'.
Waarom zou het ook? Op het pleintje gebeurde wel eens wat, maar eigenlijk nooit meer iets interessants. De laatste tijd werd het zelfs erger. Er werd wel eens ruzie gemaakt op het pleintje. Er waren een paar groepen die het pleintje ideaal vonden om te vechten. En de kussende stelletjes ... Zeg nou zelf, zoiets doe je toch niet buiten. Dat is geen zoenen meer!
Het raam kreeg er elke dag meer verdriet van. \'Iedereen die door mij heenkijkt, wordt alleen maar teleurgesteld. Wat ben ik nu voor raam? Wie wil er nog door mij heen kijken?\'
Het raam raakte zo diep bedroefd, dat het steeds meer vuil begon aan te trekken. Wind en regen en zand vormden vegen en vlekken op het glas. Zoveel, dat na verloop van tijd haast niet meer te zien was dat er ooit glas in het raam had gezeten.
\'Net goed,\' dacht het raam vol wrok. \'Er is toch niets om naar te kijken. Moeten ze maar niet zoveel vechten.\'
Het werd herfst en er vlogen bladeren tegen het raam. Ze bleven aan het vuil kleven en bedekten het hele raam. Oei, wat jeukte dat. Maar niemand haalde ze weg. Waarom zouden ze?
\'Eigen schuld\', dacht het raam. \'Ik kan niet eens dat doen waarvoor ik gemaakt ben. Ik heb niemand iets te bieden\'.
Een storm stak op en er vlogen takken tegen het raam en oude kranten. Oei! Dat schuurde! Hagel en sneeuw sloegen tegen de muur en het raam.
\'Help me toch! Haal ze toch weg\', dacht het raam wanhopig. Maar niemand kwam. Wie wist er nu nog dat daar een raam zat? Langzaam, heel langzaam gleden de herfst en de winter voorbij.
Op een dag, vroeg in het voorjaar, kwam de Glazenwasser weer langs. \'Arm raam. Zal Ik jou eens wassen?\'
\'Waarom zou je dat doen? Ik ben nutteloos. Ik kan immers niet eens het simpelste doen waarvoor ik gemaakt ben. Het zou beter zijn als je me helemaal weg zou halen\', zei het raam.
De Glazenwasser ging er even bij zitten. \'Goed, mooi raam, je bent hier geplaatst door mijn Vader de Venstermaker. Om de mensen in dit gebouw een beetje verlichting te geven. Een beetje uitzicht. Weet je dan niet hoe bijzonder je bent? Vergeet niet: als simpel raam zorg je ervoor dat ook de zon in de huizen kan schijnen. En wanneer je Mij elke keer al het vuil van je laat verwijderen, let maar eens op waar je dan toe in staat bent. Mag Ik?\'
Het raam stemde toe en de Glazenwasser begon. Het was een flinke klus, compleet met schuursponzen en krabbers. Maar met elke laag vuil die eraf ging, werd het makkelijker. Tot het raam weer helemaal schoon was.
\'Let nu maar eens op\', zei de Glazenwasser en Hij nam een speciale fles en een zachte doek. Met geduld en heel precies wreef Hij het hele raam ermee in. Geen millimeter vergetend. Toe Hij klaar was, deed Hij een stap achteruit om de zon ruimte te geven. De stralen van de zon gleden over het ingewreven raam. Even was het of er een vuurwerk spetterde en toen verschenen er overal in het huis kleine regenbogen, sterren en dansende vonkjes. Het was of het raam met het zonlicht speelde. Kleuren en vormen gleden en dansten door de kamer. Als de zon fel scheen, ontstonden mozaïeken. En als er een wolk voor de zon gleed, werd de kamer gevuld met een warme gloed.
\'Een raam alleen kan dit niet. Maar dat heb Ik ook nooit van je gevraagd. Ik vraag je alleen of Ik je af en toe opnieuw mag wassen en inwrijven, zodat je kunt blijven stralen. Alleen op deze manier kun je meer zijn dan je bent. En alleen op deze manier kun je dat doen waarvoor Mijn Vader je gemaakt heeft\'.
Uit : EO Visie nr. 33
Robespierre


Tijdens de Franse revolutie speelde een zekere Robespierre een belangrijke rol. Hij was een bruut en stond onverschillig tegenover elke vorm van godsdienst, hoewel hij katholiek opgevoed was. Tijdens de revolutie gebeurden er in Frankrijk verschrikkelijke dingen. Al gauw zag Robespierre in dat het verwerpen van alle godsdiensten een verwoestende uitwerking zou hebben op de hele maatschappij. Daarom begon hij te pleiten ten gunste van een godsdienst. Hij eindigde zijn eerste toespraak over zijn nieuwe ideeën met de woorden: \'Als God niet bestond, zou het nodig zijn Hem uit te vinden.\'
Gelukkig hoeft dit laatste niet. God bestaat en Hij heeft Zichzelf geopenbaard aan de mensen, zodat ieder mens Hem kan leren kennen. God heeft Zichzelf geopenbaard in de schepping, maar vooral door zijn Woord. Door in de Bijbel te lezen kunnen we God leren kennen.
Verschillende Bijbelvertalingen


Er zijn heel wat Bijbels in de omloop. Het is belangrijk om de verschillen te kennen. Zo kun je zelf voor je eigen kiezen welke Bijbel je wil gebruiken. Wist je dat er zelfs Bijbels bestaan in hedendaags, begrijpbaar Nederlands?
Ik wil graag een overzicht geven van de meest gebruikte Nederlandstalige Bijbels en hun verschillen onderling. Er zijn twee soorten verschillen in de Bijbels: in inhoud en taal.
Verschil in inhoud
Verschil in taal
Een vergelijking
1. Verschil in inhoud
Hiervoor moet je goed opletten. Omdat ik in dit artikel enkel de verschillende vertalingen wil voorstellen, ga ik niet diep ingaan op het ontstaan van de Bijbel. Toch moet ik een kort overzicht schetsen van de origine van de Bijbel.
De originele Bijbelteksten noemen we de grondtekst. Deze is vaak op boekrollen of perkament geschreven. De geschriften van het Oude Testament (OT) zijn voornamelijk in het Hebreeuws. Die van het Nieuwe Testament (NT) in het Grieks, de toenmalige wereldtaal.
Er zijn niet één of twee boekrollen gevonden waaruit de grondtekst is voortgekomen, neen, er zijn meer dan 5000 boekrollen en perkamenten gevonden die samen de inhoud vormen van de Bijbel! Bijna alle Bijbelgedeeltes komen meerdere malen voor, en steeds blijken ze identiek te zijn. Deze zijn geschreven en overgeschreven door zo\'n 40-tal verschillende schrijvers op totaal verschillende geografische gebieden en over een tijdspanne van zo\'n 1500 jaar. Dat de inhoud van deze geschriften dezelfde is gebleven, toont aan dat het waarheidsgehalte van de beschreven gebeurtenissen zeer hoog is.
Was het dan makkelijk om de Bijbel samen te stellen?
Voor het grootste gedeelte wel, omdat men zoveel archeologische documenten heeft. De boeken waarvan men 100% zeker is dat deze betrouwbaar zijn, noemt men canonieke boeken. Deze samen noemen we de canon. Zij vormen zowieso de Bijbel. Dit zijn in totaal 66 boeken en bevatten het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Men is het hierover eens dat deze geschriften door God geïnspireerd zijn.
Maar uit die duizenden documenten zijn er ook een paar boeken waarover men zwaar heeft moeten nadenken of deze wel betrouwbaar zijn. Sommige menen dat deze geschriften wel door God zijn geïnspireerd, anderen menen van niet. Men heeft deze geschriften apocrief of deuterocanoniek genoemd. Het woord \'apocrief\' komt van het Griekse apokruphos dat geheim, verborgen betekent.
Wie erkent deze apocriefe of deuterocanonieke geschriften?
Wel, de meeste van deze boeken worden erkend door de Rooms-Katholieke Kerk (RKK). Ik zeg duidelijk \'de meeste van deze boeken\', want niet alle apocriefe geschriften worden erkend door de RKK. Sommige Orthodoxe Kerken echter, geloven dat zo goed als alle deuterocanonieke boeken betrouwbaar en door God geïnspireerd zijn. Het Protestantisme erkent enkel de canon als gezaghebbend en verwerpt de apocriefe boeken als door God geïnspireerd.
Wie heeft nu wat?
Een Katholieke Bijbel = de canon + een groot deel van de apocriefe boeken.
Een Protestantse Bijbel = enkel de canon
Sommige Orthodoxe Bijbels = de canon + bijna alle apocriefe boeken.
De canon is dus voor iedereen dezelfde. Wat ook belangrijk is om te weten, is dat in al deze Bijbels, het Nieuwe Testament hetzelfde is. Enkel bij het OT heeft de één wat meer boeken dan de ander.
Er bestaan wel apocriefe geschriften van het NT, maar die worden door niemand erkend als geïnspireerd door God, bijgevolg vind men deze niet terug in een Bijbel.
De Nederlandstalige Bijbels worden gedrukt door:
Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) : Protestanste Bijbels
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) : Katholieke en Orthodoxe Bijbels
Sekten en stromingen.
Naast het onderscheid tussen canonniek en apocrief, zijn er nog andere Bijbels in de omloop. Vele sekten hebben zelf een Bijbel, die aangepast is aan hun leer.
Het meest bekende voorbeeld hiervan is \"De nieuwe wereld vertaling\" van de Watchtower Trade Organisation. Ook wel bekend als de getuigen van Yehovah. Zij hebben in hun vertaling woorden weggelaten of toegevoegd die in de grondteksten helemaal niet staan. Dit was de enige oplossing om oa de drieëenheid te ontkennen. Wanneer men hun Bijbel kritisch gaat vergelijken met de brontekst, zijn heel duidelijk hun vervalsingen te zien.
Let hiervoor dus goed op!!


