KASPLANTEN
KASPLANTEN
Sommige christenen lijken op kasplanten. Als de temperatuur en de vochtigheid van de lucht maar goed is, gedijen
ze goed. Als er maar bijzondere samenkomsten zijn, een goede spreker, een mooi zangkoor of een muziekgroep,
een afwisselende dienst, dan zijn ze er bij, dan zijn ze blij en enthousiast. Maar als alles zijn gewone gang gaat, als er
geen bijzondere dingen gebeuren, als ze geen bijzondere zegen ontvangen, als ze zelf verantwoordelijkheid moeten
dragen, dan blijven ze liever thuis, of ze gaan op zoek naar iets anders, naar iets beters, naar iets dat hun meer
aanspreekt. 2 Timotheüs 4: 3 spreekt over zulke mensen. Wij, christenen, moeten geen kasplanten worden, maar
planten die buiten staan, bij goed en slecht weer, bij droogte en regen, bij kou en bij hitte. Dan gaan onze wortels
diep in de grond, dan zijn we bestand tegen wind, kou en regen.We moeten wat ons geestelijk leven betreft niet te
afhankelijk worden van mensen. We moeten \'ons eigen pak dragen\' (gal.5: 5). Dat wil zeggen dat we voor onszelf
verantwoordelijk zijn; wij kunnen ons niet verschuilen achter mensen, wat zij doen en wat zij zeggen.



