WONDERLIJK .
WONDERLIJK .
Verbaasd en stil blijf ik staan en kijk naar het piepkleine plantje tussen het grind. Ik buk me en ontdek tot mijn verrassing een minuscuul bloemknopje. Een compleet plantje van zo'n anderhalve centimeter breed. Maar het ís een plantje. Tussen het grind, de meest onmogelijke plek op mijn hele erf. Verwonderd glijd ik met mijn vinger langs de blaadjes. Wonderlijk... zo veel levenskracht, zo veel wil om te overleven, zo veel energie. Een maand of twee geleden was het plantje net zo klein. Ook toen al verbaasde ik me over de plek waar het stond. Een zaadje door de wind meegevoerd, terechtgekomen tussen de kiezels. Houvast voor de wortels was er nauwelijks te vinden. Ik dacht aan de gelijkenis van de zaaier: 'En een ander deel (van het zaad) viel op de rotsbodem en toen het opkwam, verdorde het, omdat het geen vochtigheid had.'
Dit zaadje was ook op een 'rotsbodem' terechtgekomen. En het kwam op. Maar... het verdorde níét. Het groeide en bloeide en was mooier dan alle andere viooltjes in mijn tuin. Heel kleine bloemetjes had het, heldergeel van kleur. Een akkerviooltje, als ik mijn wilde-bloemen-boekje goed begrepen heb.
Alles zat dit viooltje tegen. Water kreeg het niet, want het regende amper. Bovendien stond het midden in de bocht die we altijd namen met de fiets. Zelf besloot ik op staande voet die bocht ruimer te nemen, maar ik was niet de enige fietser. Toch bleef het overeind.
'Heb je dat mooie plantje gezien, mam?' riepen de kinderen stuk voor stuk, en zonder dat ik iets hoefde te zeggen, fietsten ook zij om het plantje heen. Het deed me goed te merken dat ik iets van het respect voor de natuur heb kunnen overbrengen aan de volgende generatie. Dagelijks genoot ik van dat kleine plantje.
Tot er iemand met de auto juist hier wilde keren. Vooruit-achteruit-vooruit-en-weer-achteruit. Ik zag het gebeuren, maar wat kon ik nog doen? Het viooltje werd vermorzeld, verdorde alsnog en dat was het dan. Dacht ik. Tot ik dus vandaag opeens dat piepkleine plantje zie.
Ondanks alle ellende is het weer opgekomen en vertoont zelfs al een knop. Verwonderd kijk ik ernaar - verwonderd en verbaasd. Het plantje spreekt de gelijkenis tegen. Maar tegelijkertijd bewijst het de kracht van de natuur. Zonder regen, zonder houvast voor de wortels, verpletterd door autobanden - het leeft! Het bewijst de kracht die in de schepping zit, de mogelijkheid om te overleven die in de natuur geschapen is. Voor mij bewijst het, dat God bestaat, ondanks alle narigheid in de wereld. Want wie anders dan Hij is tot zoiets groots in staat? En ik voel me gelukkig met dit fantastische wondertje zo vlak naast mijn huis.











