HET LAATSTE BIERTJE
HET LAATSTE BIERTJE
Volgepropt met medicijnen, tussen slangen en katheters, aangesloten aan in totaal dertien leidingen, ligt Josef Brüschweiler in het ziekenhuis. Hij heeft een acute ontsteking van de alvleesklier, van de longen en het longvlies, en een maagbloeding. Zijn familie is gekomen om afscheid van hem te nemen - voorgoed. De artsen hebben de dertigjarige man opgegeven, nadat ze al driekwart van zijn maag hebben weggesneden en de milt hebben moeten verwijderen. 'God, als U echt bestaat, help me dan,' bidt hij op zijn sterfbed. En drie weken later, in november 1978, wordt Brüschweiler uit het ziekenhuis ontslagen.
Maar hij heeft niets geleerd. De heerschappij van de sterke drank is sterker dan de werking van het wonder waardoor hij er nog een keer goed van af is gekomen. De alcoholist drinkt weer en zegt tegen zichzelf: 'Liever kort en hevig een leven van plezier.' Elke paar maanden is hij daarom op de spoedhulp te vinden. Desondanks gaat hij wat zijn werk betreft vooruit: in 1980 opent de banketbakker samen met zijn vrouw Marlise een groothandel in Dietekon bij Zurich. Maar door zijn drankmisbruik raakt het huwelijk in een crisis. Zijn vrouw scheidt van hem en zijn beide dochters gaan met haar mee. Josef zoekt een psychiater, is al gauw verslaafd aan de psychofarmaca die hem worden voorgeschreven. Na veel bidden en smeken komt zijn gezin toch weer bij hem terug.
Op 19 juni 1985 is het weer eens zover: Marlise belt de huisarts. Ze is zelf al 37 kilo afgevallen en leidt het bedrijf alleen. Maar niet zij gaat naar het ziekenhuis, maar haar man - voor de zoveelste keer. Nauwelijks is hij daar aangekomen, of hij zit alweer in het nabijgelegen restaurant in plaats van in de wachtkamer. Maar dan - met het bier al binnen handbereik - hoort de verslaafde opeens een stem: 'Dit is de laatste alcohol die je drinkt!'Bij de tweede keer gaat Brüschweiler naar een ander café. Maar ook daar kan hij die woorden niet ontlopen. Langzaam dringt het tot hem door: 'God, als dat uw stem is, help me dan,' zegt hij. Op de vraag van een echtpaar of hij met zichzelf zit te praten, antwoordt hij verrassend: 'Nee, Jezus Christus heeft met me gesproken en me zojuist van de alcohol bevrijd.' Daar wordt hartelijk om gelachen, want de bekende stamgast wordt door niemand meer serieus genomen. Maar de volgende morgen heeft de doodzieke man geen medicijnen meer nodig, zelfs in de bloedspiegel zijn geen alcoholsporen meer te vinden. De artsen zijn sprakeloos. Na zes alvleesklierontstekingen, vier zware operaties, vijftien maagonderzoeken en meerdere maagbloedingen is de Zwitser eindelijk zover om christen te worden. Tijdens een korte therapie krijgt hij zeven weken rust en die tijd gebruikt hij om de Bijbel te lezen.
Kort daarop maakt hij onder Gods bescherming een nieuw begin met Marlise. Zijn huwelijk wordt helemaal nieuw. Zelfs het roken kan de ex-verslaafde zonder ontwenningsverschijnselen laten, terwijl hij daarvoor meer dan veertig sigaretten per dag nodig had. Tegenwoordig werkt de achtenvijftigjarige fulltime voor het actiecomité voor vervolgde christenen. Hij is bezig met het werven van fondsen, leidt projecten in de Balkanlanden en China. Hij houdt seminars, leidt Bijbelweken en doet nog veel meer. Vroeger reed hij zelf nog dagelijks met de vrachtwagen, verdeelde hulpgoederen en evangeliseerde 's avonds. Op zijn talrijke reizen ervoer hij Gods bewaring in netelige situaties. Zijn grootste drijfveer is het om duidelijk te maken dat juist christenen zich het lot van verslaafden moeten aantrekken. 'Als wij het niet doen, dan doet de duivel het.' Maar er is moed voor nodig om eens iemand uit te nodigen die misschien op je tapijt in de huiskamer gaat overgeven.
(Uit: Idea)










