spreuken
Velen zoeken de gunst van een heerser,
maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht.
Spreuken29:26
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
spreuken
Velen zoeken de gunst van een heerser,
maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht.
Spreuken29:26
LUISTEREN IS EEN KUNSTLUISTEREN IS EEN KUNST
Het is merkwaardig hoe sommige mensen bij het ouder worden steeds minder goed kunnen luisteren. Luisteren is een kunst die niet iedereen beheerst. Wij willen zo graag zelf het woord voeren. Wij hebben de gewoonte aldoor de ander te onderbreken, omdat wij zelf ook ons woordje willen meespreken. En in wat de ander zegt is zo veel dat we moeten corrigeren of aanvullen, dat het ons moeite kost naar de ander te luisteren.
Kunnen we ook zo slecht luisteren naar de Ander met een hoofdletter? We hebben vaak zo weinig blijdschap en zekerheid in ons geloof omdat we niet echt naar Hem luisteren. We zitten met allerlei zorgen en problemen. We hebben zo veel aan God te vertellen. Maar als we eens naar God luisterden en Hem eens lieten uitpraten. Wij zeggen zo gauw: 'Ja, maar...!' We moeten worden als de jonge Samuel, die zei: 'Spreek, Heer, want uw knecht hoort.'
Wat heeft Hij dan misdaan?Wat heeft Hij dan misdaan?
In zijn bekende werk de 'Matthäus Passion' laat Bach een sopraan antwoord geven op deze vraag van Pilatus, door te noemen wat Jezus allemaal voor goeds heeft gedaan: de blinden het gezicht gegeven, de lammen weer laten lopen, het woord van de Vader gepredikt, bedroefden opgericht; dat heeft Hij gedaan. Geen slechte dingen. Wat verschrikkelijk is het dan te lezen hoe wij mensen toen echt reageerden: Kruisig Hem! En zo nam Hij die niets verkeerds gedaan had, het kruis op Zich om voor alles wat wij misdaan hebben, te boeten. En nu wil Hij ons vergeven en aannemen. Wat een genade!
1 ’s Ochtends in alle vroegte kwamen de hogepriesters, de oudsten en de schriftgeleerden en het hele Sanhedrin in vergadering bijeen. Na Jezus geboeid te hebben, brachten ze hem weg en leverden hem over aan Pilatus.
2 Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde: ‘U zegt het.’ 3 De hogepriesters brachten allerlei beschuldigingen tegen hem in. 4 Pilatus vroeg hem toen: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch waar ze u allemaal van beschuldigen?’ 5 Maar Jezus zei helemaal niets meer, tot verwondering van Pilatus. 6 Pilatus had de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten op verzoek van het volk. 7 Op dat moment zat er een zekere Barabbas gevangen, samen met de andere opstandelingen die tijdens het oproer hadden gemoord. 8 Een grote groep mensen trok naar Pilatus en begon hem te vragen om ook nu te doen wat zijn gewoonte was. 9 Pilatus vroeg hun: ‘Wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ 10 Want hij begreep wel dat de hogepriesters hem uit afgunst hadden uitgeleverd. 11 Maar de hogepriesters hitsten de menigte op om te zeggen dat hij Barabbas moest vrijlaten. 12 Toen zei Pilatus tegen hen: ‘Wat wilt u dan dat ik doe met die man die u de koning van de Joden noemt?’ 13 En ze begonnen weer te schreeuwen. ‘Kruisig hem!’ riepen ze. 14 Pilatus vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden nog harder: ‘Kruisig hem!’
15 Omdat Pilatus de menigte tevreden wilde stellen, liet hij Barabbas vrij. Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen.
Marcus.15:1-15
mieke mantel
mieke
Spreuken 2 vers 6Want het is de Heer die wijsheid schenkt,
Zijn woorden bieden kennis en inzicht.
Spreuken 2 vers 6
Wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen.Wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen.
Je kunt je leven behouden of verliezen. De keus is niet moeilijk: iedereen wil toch leven! De Zoon van God, die Zelf het leven is, heeft gezegd dat we ons leven kunnen behouden door het te verliezen. Dat gebeurt als we ons leven niet voor onszelf willen houden, maar ons leven, onszelf, overgeven aan Hem, de Here en Behouder. In Hem is het ware leven, het eeuwig behoud. Hij wilde lijden en sterven om ons de rijkdom van het eeuwige leven te schenken. U wilt toch leven? Kies dan voor Christus! Anders bent u de eeuwige verliezer.
|
Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ 28 Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.’ 29 Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Petrus antwoordde: ‘U bent de messias.’ 30 Hij verbood hun op strenge toon om met iemand hierover te spreken. 31 Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan; 32 hij sprak hierover in alle openheid. Toen nam Petrus hem apart en begon hem fel terecht te wijzen. 33 Maar hij draaide zich om, keek zijn leerlingen aan en wees Petrus streng terecht met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ 34 Hij riep de menigte samen met de leerlingen bij zich en zei: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen. 35 Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden. 36 Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar er het leven bij inschiet? 37 Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven? 38 Wie zich tegenover de trouweloze en zondige mensen van deze tijd schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in het gezelschap van de heilige engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader.’ Marcus.8:27-38 |
Spreuken 25:1717 Bezoek een vriend alleen zo nu en dan,
anders word je hem te veel en gaat hij je haten
Spreuken 25:17
Op Uw woord zal ik de netten uitzetten.Op Uw woord zal ik de netten uitzetten.
De hele nacht was Simon Petrus met zijn compagnons druk in de weer geweest. Ze waren ervaren vissers. Maar deze nacht was teleurstellend geweest: niets gevangen. En nu, overdag, hoefden ze het niet meer te proberen. Juist dan zegt de Here tegen Petrus dat hij toch nog eens de netten uit moet werpen. Het resultaat is verbijsterend! Zo leert de Here hem dat elke zegen uiteindelijk van Hem afhankelijk is. Al ons zwoegen baat niet als Hij het niet zegent. Maar als we werken in gehoorzaamheid aan Hem, ervaren ook wij Zijn rijke zegen. Laten we daarom alles niet in eigen wijsheid doen, maar in afhankelijkheid van Hem.
Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2 zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. 3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. 4 Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ 5 Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ 6 En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. 7 Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. 8 Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9 Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11 En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.
LUK.5:1-11
Spreuken 25:11Het juiste woord op de juiste tijd
is als een gouden appel op een zilveren schaal
Spreuken 25:11

Zoals water het gezicht weerspiegelt,
zo weerspiegelt het hart de mens.
Spreuken27:19
Spreuken28:26Wie op zijn eigen verstand vertrouwt, is een dwaas,
wie wijsheid als leidraad heeft, ontsnapt aan alle gevaar.
Spreuken28:26
spreukGevouwen handen zijn sterker dan gebalde vuisten
Opdat de naam van onze Here Jezus Christus in u verheerlijkt worde.Opdat de naam van onze Here Jezus Christus in u verheerlijkt worde.
De openbaring van de Here Jezus zal een geweldig moment zijn. Als Hij komt, zal ieder zich voor Hem moeten buigen. Dan zal Hij recht brengen op deze aarde. Dan zullen de vervolgden rust krijgen en de verdrukkers gestraft worden. Dan zal Jezus verheerlijkt worden. Alle gelovigen zullen dan rondom Hem staan: de mensen zullen verbaasd staan over die grote menigte van heiligen. De Here zal dan de eer krijgen. Maar ook nu al kunnen we de Here Jezus eren: door te leven in geloofsvertrouwen op Hem en door liefde te hebben onder elkaar.
mijn kruisMijn kruis is daar waar de wil van God en mijn eigen wil elkaar ontmoeten.
MIEKE MANTEL
Mieke MANTEL
Wie is die koning vol majesteit?Wie is die koning vol majesteit?
De psalm begint met de Heer te introduceren als degene die recht heeft op de aarde en alle levende wezens daarop. Dat recht heeft Hij als de schepper van deze wereld. In Hem is haar bestaan verankerd.
Die grote God heeft destijds één berg speciaal uitgekozen om daar zijn heiligdom te laten bouwen: de berg Sion in de stad Jeruzalem. Die plek, waar de Heer woont, kun je niet zomaar betreden, niet iedereen kan zijn tempel binnengaan. Wie dan wel? Het antwoord heeft te maken met wat we doen met onze handen, wat we bedenken met ons hart en wat er uit onze mond komt. Reine handen en een zuiver hart zijn nodig. Voor zo iemand zijn er rijke beloften. God zal hem zegenen en hem recht verschaffen. Maar ja, voor wie geldt dat dan, van wie kan dat gezegd worden? Antwoord 1: van niemand. Er is niemand met reine handen, waar nooit iets onzuivers mee gedaan is, en een zuiver hart, dat nooit een verkeerde gedachte gehad heeft. Antwoord 2: ja, er is één persoon die daaraan voldoet: Jezus Christus. Van Hem wordt getuigd dat Hij geen enkele zonde beging en dat er over zijn lippen geen leugen kwam. Antwoord 3: ieder die bij Jezus zijn heil zoekt. Of, zoals de psalm zegt, wie Hem zoekt en zich tot Hem wendt. Dan is het alsof we ons van de tempel omdraaien naar de poorten van de stad: daar staat iemand voor de deur die wil binnenkomen. De koning die daar staat is de Heer zelf. En als Hij dichterbij komt, ontwaren we de trekken van Hem die een heldhaftige strijd heeft geleverd, op een kruis. De mens Jezus is de Heer zelf. Hij is de koning vol majesteit. En in zijn gevolg mogen wij dan meetrekken de tempel in, tot vlak bij God, in zijn nabijheid.
CHRISTENEN AAN DE ZWARTE ZEE .CHRISTENEN AAN DE ZWARTE ZEE .
Toen Paulus en Silas eens vanuit Mysië naar het aan de Zwarte Zee gelegen Bithynië probeerden te gaan, liet de Geest van Jezus het hun niet toe (Hand. 16:7). Spoedig bleek dat het de bedoeling was dat ze naar Europa overstaken, en wel naar Macedonië. Een intrigerende vraag blijft waarom de beide predikers niet naar Bithynië mochten gaan. Op die vraag zullen we het antwoord vergeefs in de Bijbel zoeken. Toch zien we in 1 Petr. 1:1 dat zich daar later wel degelijk christenen bevonden. Kennelijk heeft de Here anderen ingeschakeld om in Bithynië het evangelie te prediken. Ook in de aangrenzende streek Pontus blijken zich christenen te bevinden. Misschien is daar gepredikt door Joden die het Pinksterwonder in Jeruzalem hebben meegemaakt en tot bekering gekomen zijn, want in Hand. 2:9 zien we dat daar ook mensen uit Pontus aanwezig waren. Deze streek wordt ook genoemd als de geboorteplaats van de Jood Aquila, een tentenmaker die samen met zijn vrouw Priscilla met de apostel Paulus heeft samengewerkt. Maar wat is er verder bekend over de christenen aan de Zwarte Zee? Bithynië en Pontus waren door de Romeinen samengevoegd tot één grote provincie. In de jaren 111-113 werd deze provincie bestuurd door de stadhouder Plinius. Deze Plinius heeft over allerlei aangelegenheden gecorrespondeerd met zijn baas in Rome, keizer Trajanus. Van deze correspondentie interesseert ons vooral de brief die Plinius aan Trajanus schreef over de door hem in Bithynië en Pontus aangetroffen christenen. Deze brief is het oudste heidense document over de verspreiding van het christendom dat we bezitten. Plinius raadpleegt zijn baas omdat hij niet goed weet wat hij met de christenen in zijn provincie moet. Ook het antwoord van Trajanus is bewaard gebleven.
Uit Plinius' beschrijving blijkt dat het aantal christenen zo groot is, dat hij bang is voor consequenties vanuit Rome als hij een beoordelingsfout zou maken. Moet hij het loutere feit dat iemand een christen is, strafbaar stellen? Moet hij onderscheid maken naar geslacht en leeftijd? Moeten christenen de gelegenheid krijgen hun geloof af te zweren?
Stadhouder Plinius schrijft zijn baas Trajanus dat hij, ondanks de vragen die hij heeft, christenen heeft laten terechtstellen. Hij heeft ze persoonlijk gevraagd of ze christenen waren. Wanneer ze dat erkenden, heeft hij zijn vraag een tweede en een derde keer herhaald, onder dreiging met de doodstraf. We kunnen bewondering opbrengen voor de moed van deze christenen, die met de dood voor ogen trouw bleven aan de Here. Plinius meldt ook dat hem onlangs anoniem een lijst met namen is bezorgd van mensen die christenen zouden zijn. Opmerkelijk is de manier waarop Plinius degenen die ontkenden dat zij christen waren, aan een onderzoek onderwierp. Het was hem namelijk bekend dat sommigen die hun christen-zijn bij een verhoor ontkenden, wel degelijk christen waren. Hij liet ze de Romeinse goden aanroepen, hij liet ze aan de goden en aan de keizer offeren, en hij liet ze Christus vervloeken. Dit laatste was iets waarvan hij gehoord had dat echte christenen daartoe niet kunnen worden gedwongen. Staan ook wij, christenen van 20 eeuwen later, zo bij onze medemensen bekend? Op zichzelf is het triest dat Plinius juist door mensen die zeiden dat ze nooit echte christenen waren geweest - die daardoor zonder mankeren door zijn test heen gekomen waren - het best geïnformeerd is over het christelijk Aan het eind van zijn brief motiveert Plinius nogmaals waarom hij zich tot de keizer wendt. Wat voor hem zorgwekkend was, is in onze ogen juist heel positief: ondanks de vervolging groeide het aantal christenen explosief, niet alleen in de steden en de dorpen, maar ook op het platteland - dat laatste is inderdaad opmerkelijk, want het platteland bleef doorgaans het langst heidens. Toch ziet Plinius een lichtpuntje: zijn aanpak lijkt succesvol, want er wordt weer meer offervlees verkocht en de tempels worden weer bezocht. Inderdaad, waar God een geopende deur geeft, zijn veel tegenstanders. Trajanus' korte antwoord gaat inhoudelijk niet op het christendom in. Behalve een complimentje krijgt Plinius slechts te horen dat hij geen actief opsporingsbeleid moet voeren, en niet moet ingaan op anoniem voorgelegde beschuldigingen. Dat, schreef Trajanus, zou een zeer slecht voorbeeld zijn, en is niet iets van onze tijd. Inderdaad! Maar het beste voorbeeld werd niet door Plinius, maar door de vervolgde christenen gegeven. We mogen, terwijl we het einde van hun wandel beschouwen, hun geloof navolgen.gemeenteleven in Bithynië en Pontus. Zij verklaarden dat de christenen daar de gewoonte hadden 'op een vaste dag vóór zonsopgang samen te komen en beurtelings ter ere van Christus als voor een god een lied te zingen.' Ook meldden zij dat de christenen later weer samenkwamen voor een gemeenschappelijke en eenvoudige maaltijd, en dat ze gewend waren niet te stelen of te roven, geen echtbreuk of woordbreuk pleegden, en in bewaring gegeven goederen op verzoek prompt teruggaven - allemaal zaken waarin de christenen zich van de niet-christenen onderscheidden. Plinius meldt ook dat hij conform een keizerlijke richtlijn een verbod op vereniging en vergadering had uitgebracht, en dat de christenen zich daaraan hadden gehouden. Helaas was Plinius' mening over het christelijk geloof negatief: hij vond het een verderfelijk bijgeloof, een besmettelijke ziekte.
HET LAATSTE BIERTJEHET LAATSTE BIERTJE
Volgepropt met medicijnen, tussen slangen en katheters, aangesloten aan in totaal dertien leidingen, ligt Josef Brüschweiler in het ziekenhuis. Hij heeft een acute ontsteking van de alvleesklier, van de longen en het longvlies, en een maagbloeding. Zijn familie is gekomen om afscheid van hem te nemen - voorgoed. De artsen hebben de dertigjarige man opgegeven, nadat ze al driekwart van zijn maag hebben weggesneden en de milt hebben moeten verwijderen. 'God, als U echt bestaat, help me dan,' bidt hij op zijn sterfbed. En drie weken later, in november 1978, wordt Brüschweiler uit het ziekenhuis ontslagen.
Maar hij heeft niets geleerd. De heerschappij van de sterke drank is sterker dan de werking van het wonder waardoor hij er nog een keer goed van af is gekomen. De alcoholist drinkt weer en zegt tegen zichzelf: 'Liever kort en hevig een leven van plezier.' Elke paar maanden is hij daarom op de spoedhulp te vinden. Desondanks gaat hij wat zijn werk betreft vooruit: in 1980 opent de banketbakker samen met zijn vrouw Marlise een groothandel in Dietekon bij Zurich. Maar door zijn drankmisbruik raakt het huwelijk in een crisis. Zijn vrouw scheidt van hem en zijn beide dochters gaan met haar mee. Josef zoekt een psychiater, is al gauw verslaafd aan de psychofarmaca die hem worden voorgeschreven. Na veel bidden en smeken komt zijn gezin toch weer bij hem terug.
Op 19 juni 1985 is het weer eens zover: Marlise belt de huisarts. Ze is zelf al 37 kilo afgevallen en leidt het bedrijf alleen. Maar niet zij gaat naar het ziekenhuis, maar haar man - voor de zoveelste keer. Nauwelijks is hij daar aangekomen, of hij zit alweer in het nabijgelegen restaurant in plaats van in de wachtkamer. Maar dan - met het bier al binnen handbereik - hoort de verslaafde opeens een stem: 'Dit is de laatste alcohol die je drinkt!'Bij de tweede keer gaat Brüschweiler naar een ander café. Maar ook daar kan hij die woorden niet ontlopen. Langzaam dringt het tot hem door: 'God, als dat uw stem is, help me dan,' zegt hij. Op de vraag van een echtpaar of hij met zichzelf zit te praten, antwoordt hij verrassend: 'Nee, Jezus Christus heeft met me gesproken en me zojuist van de alcohol bevrijd.' Daar wordt hartelijk om gelachen, want de bekende stamgast wordt door niemand meer serieus genomen. Maar de volgende morgen heeft de doodzieke man geen medicijnen meer nodig, zelfs in de bloedspiegel zijn geen alcoholsporen meer te vinden. De artsen zijn sprakeloos. Na zes alvleesklierontstekingen, vier zware operaties, vijftien maagonderzoeken en meerdere maagbloedingen is de Zwitser eindelijk zover om christen te worden. Tijdens een korte therapie krijgt hij zeven weken rust en die tijd gebruikt hij om de Bijbel te lezen.
Kort daarop maakt hij onder Gods bescherming een nieuw begin met Marlise. Zijn huwelijk wordt helemaal nieuw. Zelfs het roken kan de ex-verslaafde zonder ontwenningsverschijnselen laten, terwijl hij daarvoor meer dan veertig sigaretten per dag nodig had. Tegenwoordig werkt de achtenvijftigjarige fulltime voor het actiecomité voor vervolgde christenen. Hij is bezig met het werven van fondsen, leidt projecten in de Balkanlanden en China. Hij houdt seminars, leidt Bijbelweken en doet nog veel meer. Vroeger reed hij zelf nog dagelijks met de vrachtwagen, verdeelde hulpgoederen en evangeliseerde 's avonds. Op zijn talrijke reizen ervoer hij Gods bewaring in netelige situaties. Zijn grootste drijfveer is het om duidelijk te maken dat juist christenen zich het lot van verslaafden moeten aantrekken. 'Als wij het niet doen, dan doet de duivel het.' Maar er is moed voor nodig om eens iemand uit te nodigen die misschien op je tapijt in de huiskamer gaat overgeven.
(Uit: Idea)
VERKIEZINGEN.
|
| |||
|
Zondag 7 juni is het zover: VERKIEZINGEN. | |||
| |||
|
België telt ruim 200.000 evangelische gelovigen.
Dit is een REUS en een REUSACHTIG potentieel.
Waar je een vacuüm laat zal iets anders het invullen ...
Neem deze boodschap niet op als een veroordeling, nee het is Dat verleden is niet dood, Ik geloof niet dat wij Belgen en christenen
Het eerste wat je nodig hebt is de hartsbeslissing om iets te doen.
Het kan en het is er ! Er zijn nu al verschillende christelijke politieke initiatieven waar je makkelijk achter kan staan en waar je direct – en zelfs zonder veel moeite – iets mee en kan voor doen. Wie doet er wat? Er is een christelijke beweging in ons land die C'axent heet. Kris Vleugels is daarvan het boegbeeld en bij veel mensen al bekend. C'xent heeft een vragenlijst ontwikkeld die ze hebben voorgelegd aan alle kandidaten. | |||
|
http://www.caxent.be/opinie/vl
DE RESULTATEN en het STEMADVIES VAN C'AXENT: | |||
|
| |||
|
| |||
|
|
HIJ PAKTE MIJN HANDHIJ PAKTE MIJN HAND
Hij kwam mij tegemoet
in een blinkend gewaad
het licht van zijn koninkrijk
bescheen zijn gelaat,
Hij pakte mijn hand
en praatte met mij;
de sfeer van de hemel
omgaf ons allebei.
Ik vroeg: Jeshoea*,
waar gaan wij naar toe,
de weg is zo lang,
ik ben zo moe.
Toen hief Hij mij op,
hoog boven mijn zorgen
en ik ging rustig voort,
in Hem geborgen.
(*Jezus)
Hannah Maltha