EEN TACTISCHE VERMANING
EEN TACTISCHE VERMANING
John Wesley moest eens een lange reis maken en hij reisde samen met een officier met wie hij bijzonder goede gesprekken had. Alleen vond Wesley het vervelend dat zijn reisgenoot af en toe grove woorden gebruikte. Toen ze moesten overstappen, nam Wesley de officier even terzijde en zei tegen hem dat hij het fijn vond nog verder samen met hem te reizen, maar dat hij hem eerst een gunst wilde vragen. De officier antwoordde: 'Het zal me een genoegen zijn aan jouw verzoek te voldoen, Wesley. Want ik ben ervan overtuigd dat jij niets onredelijks zult vragen.' Wesley zei: 'We zullen nog een heel eind samen reizen. Als het mocht gebeuren dat ik in het vuur van het gesprek me vergis en grove woorden gebruik, wil je me dan daarop wijzen?' De officier begreep het meteen. Hij glimlachte en zei: 'Alleen Wesley is in staat iemand op zo'n manier te vermanen.'
In Kol. 4:16 lezen we dat we 'in alle wijsheid elkaar moeten leren en terechtwijzen.' En in vers 5 en 6 lezen we: 'Gedraag u wijs tegenover de ongelovigen en gebruik elke gelegenheid om hun het goede nieuws door te geven. Wees in uw spreken vriendelijk en verstandig en zorg ervoor dat u iedereen een goed antwoord geeft.'




