Want de ijver voor uw huis
Want de ijver voor uw huis
heeft mij verteerd.
Ps. 69:10
De Bijbel is niet uit de hemel komen vallen. Het
is ook niet door een engel gedicteerd. Geschre-
ven door allerlei verschillende mensen ademt
het toch een wonderlijke eenheid. Het is Gods
Boek, geschreven onder tranen en gejuich, in
Pijn en verdriet. Heel herkenbaar menselijk is
het, maar tegelijk stijgt het daarbovenuit. In
deze psalm zien we dat opnieuw. Het is geschre-
ven door een man die heel wat heeft meege-
maakt. Als hij deze psalm schrijft, als een nood-
kreet, als een roep om hulp temidden van de
ellende, dan weet hij waarover hij praat. Maar
net als in Psalm 22 reiken zijn woorden verder:
ze stijgen uit boven wat hij zelf beleefde.
De dagtekst wordt in het Nieuwe Testament
toegepast op de Heer Jezus. En inderdaad: bij
veel van wat er in deze psalm staat, is het net
of Hij hier aan het woord is. Ver van tevoren
worden zijn gevoelens beschreven, zijn moeite
toen Hij gevangen genomen en gegeseld werd.
Meer nog: niet alleen overspoelde de haat van
mensen Hem, ook moest Hij opdraaien voor
wat Hij niet had misdreven. Lees maar mee: wat
ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.
Het was net of Hij in bodemloos slijk wegzakte:
geen grond meer onder de voeten. God gaf geen
antwoord meer op zijn klacht. Kunnen we het
ons een beetje voorstellen hoe diep zijn lijden
was? Hij deed dat voor ons. In de psalm zien we
nog een hoger motief: om Uwentwil verdraag ik
smaad. Hij zag hoe Gods eer was aangetast en
Hij wilde die herstellen. Er moest weer een huis
komen waar de Heer zou kunnen wonen. Maar
dat zou Hem zijn leven kosten, dat moest door
de dood heen worden bevochten.
Vervolgens mogen we weer terugkeren naar
David en daarmee naar onszelf. David beschreef
wat de Heer Jezus beleefde. Daarin zien we dan
gelijk hoezeer Hij met ons kan meeleven, als
wij door zware tijden gaan. Christus heeft niet
alleen Gods eer gezocht en niet alleen onze
zonden gedragen: Hij wil elke dag bij ons zijn in
alles wat we meemaken. Zo is onze Heer!



