U bent goden.
U bent goden.
De 'goden' waarvan in deze psalm sprake is, zijn de machtigen en de heersers. Degenen die beslissen over anderen, die rechtspreken, maatregelen nemen, wetten uitvaardigen. Zij hebben macht, en in het uitoefenen daarvan worden zij geleid door geestelijke machten waarmee zij in verbinding staan. Zijn die geestelijke machten achter de leiders van het volk demonen, afgoden, dienaren van de duisternis? Of laten de leidslieden zich leiden door de levende God, door de Heilige Geest, door de Bijbel? De Bijbel geeft ons niet voor niets opdracht om te bidden voor hooggeplaatsten (1 Timoteüs 2:2).
Ondertussen zou dit ons ertoe kunnen verleiden om deze psalm uitsluitend op anderen toe te passen, en niet op onszelf. Het is daarom goed om ons te realiseren dat wij allemaal macht uitoefenen. In een huwelijk tussen man en vrouw, in een gezin, tussen vrienden, in de werkkring, in de kerk. We zijn nooit mensen die alleen maar macht ondergaan, maar we oefenen die ook uit op anderen. Door woorden, door druk uit te oefenen, door dwars te zijn of juist vooruitstrevend, door een beroep te doen op de goede wil of de Bijbel of op maatschappelijke gebruiken. Allerlei methoden gebruiken wij om mensen dingen te laten doen. Op zichzelf is dat niet verkeerd. De vraag is of wij het in alle eerlijkheid doen, met de goede geestelijke gezindheid van nederigheid, met de doelstelling het beste voor anderen te bereiken. Of gebruiken wij onze macht om onze eigen belangen te dienen, en er het beste voor onszelf uit te halen? In dat laatste geval zijn wij niet anders bezig dan de machthebbers van de wereld die worden geïnspireerd door duistere geestelijke machten. Wij zijn dagelijks een onderdeel van diezelfde strijd!




