Voor Abraham werd, ben Ik.
Voor Abraham werd, ben Ik.
Niemand van de aanwezigen kende Abraham persoonlijk, niemand had hem ooit ontmoet - behalve God Zelf. Hij was hier aanwezig. In het 'ben Ik' (eigenlijk 'Ik ben') herkennen we de ontmoeting van de Heer met Mozes - en hier is Hij. Begrijpen de aanwezigen dit?
Hij kende niet alleen Abraham, Hij kende de Vader en als mens deed Hij precies wat de Vader vroeg, als enige op aarde. Opnieuw biedt Hij iets geweldigs aan: leven waar de dood geen vat op heeft. Eeuwig leven.
Abraham had daar naar uitgezien en had geloofd dat Hij komen zou om het waar te maken. Wij kunnen erop terugkijken en geloven dat Hij daartoe gestorven is en weer is opgestaan. Toen en nu: het gaat erom dat je gelooft dat de Zoon ons het leven van de Vader geven wil!




