Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

geloof

Wonderen zijn het gevolg van geloof.

Geloof is niet het gevolg van wonderen.

 

Het geheim van het leven is niet onze trouwhartigheid, maar Gods trouw.

 

De Heilige Geest klaagt ons nooit aan vanwege onze zonde zonder ook op de Verlosser te wijzen.

 

De leiding van Gods Geest kan nooit tegen Zijn Woord ingaan en hangt ook niet af van mijn gevoelens.

 

Het christendom is geen religie maar een relatie. Een christen moet de wereld laten zien wat dat betekent.

 

De Here God wil onze kostbare tijd, niet de tijd die we toch over hebben.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 15:25 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Gedenkt aan de wonderen, die de HERE gedaan heeft.

Gedenkt aan de wonderen, die de HERE gedaan heeft.

 

In deze psalm wordt Israël opgeroepen om te denken aan wat de Heer in het verleden voor hen gedaan heeft. Zing ervan! Prijs Hem ervoor! Maak het bekend aan je buren!

Dat is ook een taak voor ons nu. De Heer Jezus roept ons op om zijn getuigen te zijn. Net als bij de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag, toen de apostelen over de grote werken van God spraken. Zij vertelden over Hem, die in zijn Zoon vergeving van zonden geeft. Ieder die Hem gelooft, zal behouden worden. Boodschapt zijn heil van dag tot dag! Het verbond dat Hij met Abraham, Isaak en Jakob sloot, was een eeuwig verbond.

In Psalm 105 komen de heilsdaden van de Heer aan de orde, terwijl in Psalm 106 de ontrouw van het volk wordt beschreven. Maar ondanks deze ontrouw zal God toch eenmaal zijn beloften aan Israël waarmaken. Hij blijft namelijk te allen tijde de Getrouwe!

Psalm 105 bestaat uit een lange opsomming van de weg die de Heer met zijn volk Israël gaat. Hij beloofde hen het land Kanaän, en Hij maakte zijn beloften waar: onder Jozua, honderden jaren later, veroverde Israël het land. Door hun eigen ontrouw werden zij overigens later weggevoerd. Nog veel later verwierpen zij Gods Gezalfde.

In onze tijd is Israël massaal naar het beloofde land teruggekeerd, maar nog steeds weigert het volk de Heer Jezus als Messias aan te nemen. Wij zien uit naar de tijd dat de Geest van God op hen zal worden uitgestort, de Geest van de genade en van de gebeden. Dan zal het volk inzien dat ze hun Messias hebben doorstoken, en berouw hebben en schuld belijden. Dan zal de Koning van Israël verschijnen en breekt er voor Israël een tijd van vrede en geluk aan.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:31 Reageer op dit bericht Stuur door

DE GROT

DE GROT

 

Vroeger leefden onze voorouders als primitieve wilden in grotten. Ze droegen berenvachten en sloegen elkaar met grote knotsen de aapachtige schedels in. Dat is tenminste zo ongeveer het beeld dat uit bepaalde boeken opduikt. Het is voor ons onvoorstelbaar dat er, ergens in die grijze oudheid, mensen rondliepen die werkelijk konden nadenken. De holbewoners waren primitieve wilden.

Nu is het maar helemaal de vraag of dat waar is. Juist het feit dat we geen geschreven documenten hebben over het leven in die oude tijden moet ons voorzichtig maken. We weten helemaal niet hoe het gedachteleven van een hunebedbouwer eruitgezien heeft. En we hebben helemaal geen aanleiding te veronderstellen dat hij minder moreel besef had dan wij. Iemand heeft al heel lang geleden gezegd dat we allemaal een beetje op zulke holbewoners lijken. We zitten daar in het donker en hebben er eigenlijk geen idee van hoe de wereld er uit ziet. Want voor de ingang van het hol brandt een vuur. Wij zien alleen maar schaduwen op de wand. Alles wat we zien, is niet de werkelijke gedaante van de dingen, maar alleen maar een afbeelding ervan. Natuurlijk had hij het niet over de dingen die we zomaar kunnen vast pakken. Hij had het over de zaken die we niet kunnen betasten. Over recht en gerechtigheid, bijvoorbeeld. Daarvan hebben we geen werkelijke notie. We kunnen ons er alleen maar een denkbeeld over vormen, omdat we kijken naar de schaduw ervan op de wand van de grot waarin we ons leven slijten.

Toen ik dit voor het eerst las, begreep ik het niet echt. Vooral omdat hij het niet alleen over 'recht' en 'gerechtigheid' heeft. Hij wil duidelijk maken dat de dingen die we in de wereld zien, niet de kern van de zaak vertegenwoordigen. Allerlei dingen in deze wereld zijn onvolmaakt, terwijl we allemaal willen dat zaken en mensen volmaakt zijn. Wij wensen dat het in de werkelijkheid van de hogere wereld beter is. Dit geldt volgens hem ook voor zaken die je niet kunt pakken, voor begrippen als bijvoorbeeld gerechtigheid. We hebben er allemaal een idee over hoe de ware gerechtigheid er uit moet zien, maar we beseffen ook dat we die volmaakte gerechtigheid niet zullen kunnen waarmaken. We blijven altijd steken op het niveau van ons eigen onvolmaakte leven.

Langzamerhand kwam ik er achter wat hij bedoelde. De parabel van de grot, zoals het verhaal heet, verdween helemaal uit mijn gedachten. Zo nu en dan hoorde je er iemand over praten, en dan kwam het allemaal weer naar boven. O ja, dat was dat verhaal dat we hier op aarde geen werkelijke kennis van de essentie van de dingen konden opdoen. Daarmee moesten we wachten tot we uit de grot van ons aardse bestaan werden bevrijd. Pas dan, in de vrijheid van de geestelijke wereld, zouden we ons kunnen buigen over de ware aard van de dingen. Hoewel ik aan de ene kant wel een beetje aanvoelde waarom die oude wijsgeer met dat verhaal was gekomen, moest ik aan de andere kant vaststellen dat hij wel heel laatdunkend over het leven sprak. Voor hem was het leven niet meer dan een gevangenis, waaruit de geest eens, door de dood, bevrijd zou worden. Kijk, dat sprak mij helemaal niet aan. Want ik geloof helemaal niet dat het leven een gevangenis is en dat de dood een bevrijding is. Wij mensen zijn schepselen van God en dus is het leven de moeite waard.

Bij het leven gaat het in wezen om de vraag hoe ik omga met de dingen die de Here God mij heeft gegeven.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 08:00 Reageer op dit bericht Stuur door

GEEF MIJ UW HART .

GEEF MIJ UW HART .

 

Een zendeling werkte onder de indianen. Hij vertelde hun dat God hen zo liefhad, dat Hij zijn Zoon gaf om voor hen te sterven. Toen een hoofdman dit hoorde, was hij zo onder de indruk dat hij iets wilde doen voor de Heer Jezus. Hij kwam naar voren, liep naar de zendeling toe en zei: 'Ik geef mijn strijdbijl aan Jezus Christus.' Daarna ging hij weer zitten. De zendeling sprak verder over God, die het hoogste gaf wat Hij kon geven: zijn Zoon Jezus Christus. Na enige minuten kwam de hoofdman weer naar voren en legde zijn wollen deken voor de zendeling neer en zei: 'Ik geef mijn deken.' Opnieuw ging hij zitten. De zendeling sprak verder en wees op de genade van de Heer Jezus, die, hoewel Hij rijk was, in de hemel, arm werd voor ons, op aarde. Zo arm dat Hij geboren werd als een baby in een kribbe en stierf aan een kruis, opdat wij rijk zouden worden. Dit maakte zo'n indruk op het opperhoofd, dat hij naar buiten ging, zijn pony losmaakte en hem naar de zendeling bracht.

Deze indiaan had veel over voor de Heer Jezus. Hierin lijkt hij op veel mensen die menen dat zij God iets van zichzelf moeten geven om Hem tevreden te stellen. Toen de indiaan verder luisterde naar wat de zendeling zei, werd hem plotseling iets duidelijk. Hij zag dat hij wel veel dingen die voor hem waardevol waren, had gegeven, maar dat er nog iets ontbrak. Iets wat voor de Heer het meest waardevol was. Weer ging hij naar voren, nu zonder iets in zijn handen. De aanwezigen wachtten gespannen af wat er nu zou gebeuren. Zou de hoofdman nu niets geven? Toen hij voor de zendeling stond, zei hij, terwijl er tranen over zijn wangen liepen: 'De hoofdman van de indianen geeft zichzelf aan Jezus Christus.' Dat is het waar God op wacht. Alle bezittingen die wij Hem aanbieden, helpen niets, zolang wij niet onszelf, of beter gezegd ons hart, aan Hem geven. 'Mijn zoon, geef mij uw hart,' staat in Spreuken 23:26. Hebt u dat al gedaan?

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 10:48 Reageer op dit bericht Stuur door

SCHEPT NIEUWE MOED

SCHEPT NIEUWE MOED

 

Geliefden Gods, schept nieuwe moed,

de wolken die gij vreest,

zijn zwaar van regen, overvloed

van zegen die geneest.

 

Zoudt gij verstaan, waar Hij u leidt?

Vertrouw Hem waar Hij gaat.

Zijn duistere voorzienigheid

verhult zijn mild gelaat.

 

Wat Hij bedoelt dat rijpt tot zin,

wordt klaar van uur tot uur.

De knop is bitter, is begin,

de bloem wordt licht en puur.

 

Hoe blind vanuit zichzelve is

het menselijk gezicht.

God Zelf vertaalt de duisternis

in eindelijk eeuwig licht.

 

W. Cowper (1731-1800)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 15:18 Reageer op dit bericht Stuur door

ONZE SCHEPPER IS NIET KRENTERIG .

ONZE SCHEPPER IS NIET KRENTERIG .

 

Iedere vrouw heeft twee miljoen eicellen, die al aanwezig zijn voor ze geboren wordt, heb ik ergens gelezen.

Je kunt het je toch niet voorstellen, zoveel! Een stuk of tweeduizend, ook al veel, lijkt toch meer dan genoeg voor een vruchtbaar leven? Maar nee, twee miljoen eitjes.

Als je ruim rekent dat een vrouw vanaf haar tiende (en dat is heel vroeg) tot haar zestigste elke maand een eitje laat rijpen, dan zijn dat zo'n zeshonderd eitjes. Dan zou ze toch eigenlijk aan duizend eicellen al meer dan genoeg hebben?

 

Zo blijkt ons lichaam op alle gebieden zeer ruim voorzien te zijn. Ons lichaam is tot veel meer in staat dan waar wij het voor gebruiken, dat zien we wel aan topsporters en acrobaten. Ook onze hersens schijnen maar voor een fractie van de mogelijkheden door ons mensen gebruikt te worden. En hoeveel beter wordt niet het gehoor van een blinde, of zijn tastzin, als dat - noodgedwongen - ontwikkeld wordt? Nee, onze Schepper was niet krenterig toen Hij de mens schiep. Ook niet met de aarde trouwens. Na honderden jaren uitbuiten en misbruiken is de aarde nog steeds leefbaar voor de mens.

En we weten inmiddels dat onze aarde samen met de zon, de maan en de sterren nog maar een piepklein deel is van ons melkwegstelsel. En dat ons melkwegstelsel maar een kleintje is temidden van de vele melkwegstelsels in het heelal, dat zó groot is dat niemand zich er een voorstelling van kan maken. En die Schepper zegt dat de haren op je hoofd alle zijn geteld. En dat geen mus ter aarde valt zonder dat Hij erbij is.

Daar kunnen we toch met ons verstand niet bij? Zelfs niet als we al ons verstand zouden kunnen gebruiken dat door onze hersenen beschikbaar is.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Zendt U uw Geest uit, zij worden geschapen.

Zendt U uw Geest uit, zij worden geschapen.

 

In het tweede deel van deze psalm wordt Gods zorg voor al zijn schepselen bezongen. Hij heeft het dag-en-nacht ritme ingesteld zodat mens en dier zijn vaste tijden heeft om te werken of er op uit te gaan en om te slapen. Heel bewust heeft Hij daarvoor de zon en de maan geschapen en een plek aan de hemel gegeven (lees Genesis 1:14). De psalmdichter ziet dat niet maar als het maken van een soort systeem, dat, eenmaal 'aangezet', vanzelf en uit zichzelf doorloopt. Heel zijn woordkeus laat zien dat hij er diep van overtuigd is dat God ook nu actief bij zijn schepping betrokken is. Hij beschrijft hoe God voor de dieren zorgt. Misschien hebt u wel eens een boer zijn dieren te eten zien geven: de dieren wachten er op en weten precies wanneer hij komt. Ze worden onrustig en dringen naar de voerbak toe. Of misschien herkent u het van uw eigen huisdier. Zo wachten de dieren in het wild op de Heer die hen te eten geeft op de juiste tijd. De Heer Jezus onderstreept deze zorg van God, als Hij over de raven zegt: 'God voedt ze' (Lucas 12:24).

Zo is ook de levensadem van alles wat leeft in zijn hand. Alleen door Gods Geest is er leven. Dat geldt voor ons natuurlijke leven: Adam werd een levend mens doordat God zijn adem in hem blies. Paulus onderstreept dat als hij op de Areopagus zegt dat God aan allen leven en adem geeft (Handelingen 17:25).

Maar het geldt net zo voor het nieuwe, eeuwige, leven: dat ontstaat niet zonder Gods Geest. Je kunt alleen opnieuw geboren worden door de Geest van God (Johannes 3:5-6).

Die God, die ons het leven geeft en die voor ons zorgt, mogen wij bezingen, ook vandaag.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Waakt voor alle hebzucht.

Waakt voor alle hebzucht.

 

Er zijn twee redenen om te waken voor hebzucht. Eén is dat hebzucht je onverzadigbaar maakt. Je wilt steeds meer. En als morele grenzen je daar bij hinderen, ga je daar overheen. Zo leidt het ene kwaad tot het volgende. De andere is dat hebzucht je blind maakt voor wat werkelijk belangrijk is. Je bent alleen maar bezig hoe je meer kunt krijgen. Het betrekkelijke van bezit, zeker in het licht van de eeuwigheid, ontgaat je. Het wordt de afgod waar je op vertrouwt en waar je je zekerheid op bouwt. Er is er echter maar Een die zekerheid geeft. Rijk zijn in God, dat heeft eeuwigheidswaarde.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:58 Reageer op dit bericht Stuur door

Zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld.

Zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld.

 

Hebt u wel eens geprobeerd de haren op uw hoofd te tellen? Ach waarom zou u ook ... een haar meer of minder maakt toch ook niet uit! Die reactie van ons maakt de uitspraak van de Heer Jezus juist zo diep. Die enkele haar, waar wij niet om malen, is door God geteld. Daar stelt Hij belang in. Hoe groot is dan niet zijn belangstelling voor ons en zijn meeleven met ons! God weet alles wat we meemaken. Hij kent de dingen waar we mee zitten, Hij weet van de pijn die ons wordt aangedaan. Vertrouw u aan Hem toe, Hij wil voor u zorgen. We gaan voor Hem vele musjes te boven!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:54 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

U hebt een grens gesteld, die zij niet overschrijden.

U hebt een grens gesteld, die zij niet overschrijden.

 

In deze psalm wordt Gods grootheid en majesteit bezongen zoals die blijkt uit zijn schepping. Vers 1-9 beschrijft hoe God de hemel en aarde maakte en een vaste plek gaf. Vers 10-18 vertelt hoe de Heer het water doet stromen om alles wat leeft van drinken te voorzien en om het gras en de bomen te laten groeien. Daar kunnen dier en mens dan weer van leven. Eigenlijk vinden we hier een lyrische beschrijving van heel het ecosysteem van de aarde. Niet als een gesloten systeem, maar als een open keten die begint bij God. Hij zendt, Hij drenkt, Hij laat ontspruiten. Vers 10-18 is eigenlijk een liefelijk tafereel, dat Gods vriendelijke zorg bezingt. Vers 1-9 daarentegen legt veeleer de nadruk op Gods almacht, op zijn kracht. Hij beteugelt én ontketent de krachten van de natuur. Bergen en dalen ontstaan waar Hij het wil. Wateren bedekken bergen en stromen weer terug, wanneer Hij dat zegt. Wat een ontzagwekkende God. Het geeft ons een besef van onze kleinheid, onze nietigheid, onze kwetsbaarheid. We kunnen zomaar onder dat geweld bedolven worden.

Maar dan is er dat kantelpunt: God heeft een grens gesteld. Hier gaat het blijkbaar om het water dat de aarde niet weer zal bedekken, een duidelijke verwijzing naar de belofte die God geeft na de zondvloed. Maar het geldt voor alle situaties: als God een grens stelt, gaat niets en niemand daar overheen. Zo weten we: die grote God zorgt voor zijn schepping, voor ons. In zijn bescherming zijn we veilig. Als we Hem vertrouwen, hebben we rust en kunnen we genieten van wat Hij gedaan heeft en wat Hij nog steeds doet.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 17:48 Reageer op dit bericht Stuur door

U belast de mensen met moeilijk te dragen lasten.

U belast de mensen met moeilijk te dragen lasten.

 

Deze beschuldiging is ingebed in een hele rij verwijten van de Heer aan de farizeeën en wetgeleerden. Door al die verwijten heen komen een aantal dingen naar voren: ze maken het godsdienstige leven veel zwaarder dan God het bedoeld heeft; ze zijn huichelaars want ze doen niet naar hun eigen woorden; ze poetsen het verleden op voor de schone schijn; ze vormen op deze manier een blokkade om het koninkrijk van God binnen te gaan.

Wat een tegenstelling met de Heer Jezus die kon zeggen: Ik ben helemaal wat Ik zeg. En die tot ons zegt: mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Zijn juk wil ik op me nemen!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:29 Reageer op dit bericht Stuur door

U gaat voorbij aan het oordeel en de liefde van God.

U gaat voorbij aan het oordeel en de liefde van God.

 

De farizeeën waren pietjeprecies in het nakomen van Gods wetten. Wij zouden zeggen: ze hielden heel erg rekening met Gods oordeel, maar vergaten zijn liefde. Nee, zegt Jezus, jullie gaan aan beide voorbij. Daarmee zet Hij hen en ons aan het denken over de verhouding tussen die twee, oordeel en liefde. Er wordt nog wel eens een tegenstelling tussen gecreëerd. Maar met het strikt toepassen van wetten belanden we in een wetticisme dat geen liefde meer kent. Gods liefde laat ons zijn geboden toepassen naar zijn beoordeling. Dan is er harmonie tussen licht en liefde, tussen waarheid en genade.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door lucky om 07:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Wanneer uw oog eenvoudig is, is ook uw hele lichaam verlicht.

Wanneer uw oog eenvoudig is, is ook uw hele lichaam verlicht.

 

Een eenvoudig oog is als een heldere lens. Die lens is op één ding gericht: op Gods Woord en hoe je dat uit kunt werken in je leven. Het oog staat zo model voor je motieven. Je hebt maar één motief: God eren in je leven.

Een boos oog is dan als een glas dat vertroebeld is door andere, verkeerde, motieven. Dat uit zich in je leven, in je houding ten opzichte van God. Jezus heeft het over een boos geslacht (vers 29). Waarom? Omdat ze uit verkeerde motieven Hem steeds maar weer om een teken vroegen.

Als we het licht van Jezus' woorden in ons hart laten schijnen, zal ons leven tot zijn eer zijn.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 07:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Het laatste van die mens wordt erger dan het eerste.

Het laatste van die mens wordt erger dan het eerste.

 

Je leven op orde brengen is een goede zaak. Alle vuiligheid er uit. Met een schone lei beginnen. Maar één vraag is dan wel van wezenlijk belang: is alleen de buitenkant schoongemaakt of ben je ook van binnen veranderd? Je kunt alleen je gedrag veranderen, bijvoorbeeld omdat je een goede indruk op iemand wilt maken. Of omdat het je een bepaald voordeel of status oplevert. Maar de Heer vergelijkt je dan met een schoongeveegd huis dat leeg staat. Vroeg of laat komen de onreine geesten terug. Je kunt alleen werkelijk schoon blijven als de Geest van God in je hart komt wonen. Dan verander je van binnenuit!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Een vriend ... die te middernacht bij hem komt.

Een vriend ... die te middernacht bij hem komt.

 

Voor een vriend heb je wat over. Een verzoek van een vriend leg je niet zomaar naast je neer. Zelfs als hij in het holst van de nacht langs komt, omdat hij met iets omhoog zit, help je hem. Ja toch? Of laten we het dan afweten? De Heer veronderstelt dat we hem toch opendoen en geven wat hij nodig heeft: is het niet uit vriendschap dan toch om de brutaliteit (en dan zit er toch ook een nood achter). Bedenk dan, zegt de Heer, dat je zo altijd bij je hemelse Vader mag aankloppen. Geen tijdstip is Hem te gek. Hij heeft altijd een luisterend oor. Hij geeft wat we nodig hebben. Wat een voorrecht zo'n Vader te hebben!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:03 Reageer op dit bericht Stuur door

Machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen.

Machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen.

 

Goedertierenheid is een kernbegrip in deze psalm. Andere woorden hiervoor zijn: gunst, vriendelijkheid, medelijden.

In vers 4 lezen we dat de Heer ons wil kronen met goedertierenheid. Wij hadden zelf een heel pak zonden (of: ongerechtigheden) op ons gestapeld. Maar God wil die van ons afnemen, ze ons vergeven. In plaats daarvan krijgen we een kroon van zegeningen die Hij ons in zijn gunst wil geven. Het is soms moeilijk voor ons om ons dat goed voor te stellen: God wil ons kronen met zijn vriendelijkheid. Hij geeft zoveel dat we er meer dan voldoende aan hebben. God kan en wil ons zoveel geven, omdat Hijzelf rijk is aan goedertierenheid (vers 8). Hij wordt niet moe om te geven, Hij heeft altijd nog meer. En zijn bewogenheid met ons blijkt steeds weer groter te zijn dan wij ons kunnen voorstellen.

Zijn goedertierenheid is ook ontzettend groot. Het is als een grote macht om ons heen die ons beschermt (vers 11). Die bescherming hebben we ook nodig. Zonder Gods goedertierenheid zou zijn toorn ons treffen. Dan zou Hij onze zonden straffen en ons vergelden naar de schuld die we op ons geladen hebben. Maar dat doet Hij niet, integendeel: Hij vergeeft ons. Hij doet onze zonden van ons weg, zo ver als maar kan.

Die goedertierenheid is er ook altijd (vers 17). Wij zijn mensen die hier maar even zijn. Maar ons hele leven lang wil God ons zegenen. En ook onze kinderen en de generaties na hen. Hij zorgt voor iedereen, in elke tijd en overal, die eerbied en ontzag heeft voor Hem.

Als we zo Gods goedertierenheid hebben leren kennen, sluiten we van harte aan bij de lofzang waar de psalm mee begint en eindigt: 'Loof de Here, mijn ziel.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten