Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2007 tot 31 december 2007

DE GOD VAN EEN NIEUW BEGIN

DE GOD VAN EEN NIEUW BEGIN

 

'Hoe hebt u schaatsen geleerd?' vroeg iemand eens aan de winnaar van een wedstrijd. 'Door telkens op te staan als ik viel,' was het antwoord. Het leven van een christen bestaat ook uit vallen en opstaan. Als we struikelen, denken we soms: 'Ik heb weer gefaald, ik kan het net zo goed opgeven.' Maar God is een God van opnieuw beginnen. Hij vergeeft niet alleen onze zonden, maar Hij gebruikt ook ons falen om ons wijzer te maken. In Ps. 25 kunnen we lezen hoe David met een ootmoedig hart om vergeving vraagt. Hij vraagt God om de zonden van zijn jeugd te vergeven (vers 7) en hij is blij dat God zondaars onderwijst (vers 8) en ootmoedigen zijn weg leert (vers 12).

John Newton, de dichter van 'Amazing Grace', drukt het zo uit: 'Hoewel ik niet ben wat ik zou moeten zijn noch wat ik wens te zijn en nog niet wat ik hoop te zijn, kan ik oprecht zeggen dat ik niet ben wat ik eens was. Door de genade van God ben ik wat ik ben!' Voelt u zich een mislukking? Hebt u een nieuwe start nodig? Ga met belijdenis naar de Heer en Hij zal u laten zien dat Hij de God is van een nieuw begin.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:29 Reageer op dit bericht Stuur door

HIJ NEEMT ER DE TIJD VOOR

HIJ NEEMT ER DE TIJD VOOR

 

Wat zijn we allemaal druk. Met het gezin, met het werk, met de kerk... druk, druk druk. Gelukkig hebben we ook af en toe vrij. Vakantie. Tijd om tot rust te komen. Tijd om stil te staan bij de dingen waar God druk mee is - in alle eerbied gesproken.

Het bijzondere is dat wij mensen helemaal niet de indruk krijgen dat de Heer zo druk is. Neem nu bijvoorbeeld Abraham. U kent zijn geschiedenis wel: zijn roeping om uit het huis van zijn vader te gaan, op weg naar een onbekend land. Hij was toen 75 jaar. Hij was al 86 toen hij Ismaël als zoon kreeg. Hij was 100 jaar oud, toen zijn door God beloofde zoon Isaak kwam. Echt haast lijkt de Heer niet te hebben... Wat doet de Heer in Abrahams leven? Als Lot het beste deel van het land Kanaän heeft gevraagd, bevestigt de Heer aan Abraham dat hij heel het land zal krijgen en een groot nageslacht. Als Abraham weigert geschenken aan te nemen van de koning van Sodom, opdat die niet kan zeggen dat hij Abraham rijk heeft gemaakt, ook dan bevestigt God zijn beloften aan Abraham door Zich persoonlijk voor die beloften garant te stellen (zie Genesis 15). Toch ziet Abraham nog niets van die beloften in vervulling gaan. Het is dan ook zo logisch om de Heer maar eens een handje te gaan helpen, en via Hagar nageslacht te verwekken. Op het laatste nippertje, toen het menselijkerwijs nog kon. Want als de Heer Abraham opzoekt als hij 99 jaar oud is, schiet Sara in de lach. Het is immers veel te laat voor Abraham en haar om nog een kind te krijgen (Genesis 18:12).

Maar het wonder gebeurt toch, en het beloofde kind komt!

Eind goed, al goed zou je denken. Maar dan gaat God verder. Hoe oud zal Abraham zijn geweest toen de Heer hem vroeg om zijn geliefde zoon te offeren? Honderdtien? Honderdtwintig? Isaak was in ieder geval oud genoeg om zelf al het offerhout de berg op te dragen.

In al die jaren was er toch wat bij Abraham veranderd. Want in Hebreeën 11:17,18 lezen we: 'Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht ... hij tot wie gezegd was: door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.' Abraham had inmiddels geleerd dat de Heer echt helemaal te vertrouwen is: Hij doet wat Hij zegt en Hij kan datgene doen wat boven ons denken uitgaat.

 

Abraham had God leren vertrouwen, op een manier zoals alleen heel kleine kinderen dat kunnen: Hem compleet vertrouwen op zijn woord. De Heer is er druk mee dat ook aan ons te leren. Hij is te vertrouwen, altijd.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 16:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Val de Meester niet lastig!

Val de Meester niet lastig!

 

De spreker bedoelt het goed. Het meisje is al gestorven. Het heeft nu toch geen zin meer om de Heer Jezus om hulp te vragen. De dood is immers onherroepelijk. Maar wat geen van de aanwezigen beseft: hier is Iemand aanwezig die het leven Zelf is. Die de sleutels van de dood en het dodenrijk heeft. Die met kracht zal bewijzen dat Hij Gods Zoon is, door Zelf uit de dood op te staan. Deze Persoon spreekt een machtswoord en de dood moet zijn prooi teruggeven. De dood is een overwonnen vijand. Wie in Christus ontslaapt, komt veilig in Jezus' armen. Dat is verreweg het beste.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 18:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Belofte.

Belofte.

Van Henoch staat geschreven (Gen. 5:22,24) dat hij wandelde met God. En in afwijking van al zijn tijdgenoten die in datzelfde hoofdstuk vermeld staan, eindigt de geschiedenis van Henoch niet met de woorden 'en hij stierf'. Henoch is niet overleden zoals de anderen, God heeft hem opgenomen. Een wandeling met God eindigt nimmer met de dood, maar altijd met het leven. Wie in de Here gelooft en met Hem wandelt, heeft het eeuwige leven. De Heer Jezus heeft ons uitdrukkelijk die belofte gegeven. En Hij heeft ook gezegd dat in het huis van zijn Vader vele woningen zijn. Hij is heengegaan om ons daar plaats te bereiden. En Hij beloofde: 'Als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.' Wat heerlijk om met die hoop door dit leven te kunnen gaan. Hoe moeilijk onze weg hier op aarde ook mag zijn, die weg eindigt in het Vaderhuis!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik wandel in oprechtheid van mijn hart.

Ik wandel in oprechtheid van mijn hart.

 

David spreekt met God. David houdt van God en weet dat God ook van hem houdt. Dat maakt hem zo blij dat hij wel kan zingen. David wil graag het goede doen, dat wat God fijn vindt. Hij wil in zijn dagelijkse leven geen fouten maken. Eerlijk zijn tegenover God en medemensen.

Maar dat valt niet mee. Voor David niet en voor ons niet. Elke keer mislukken we. Hoe harder we het proberen, hoe minder het lukt. Elke keer moeten we bij God komen en erkennen: 'Heer, ik heb zus en zo gezondigd. Wilt U mij alstublieft vergeven?'

Moet dit zo altijd maar doorgaan? Gelukkig is God een God van liefde. Gelukkig heeft Hij zijn Zoon gegeven als offer voor onze zonden. Gelukkig wil God en kan God ons elke keer weer vergeven op grond van het bloed van Jezus.

Maar gelukkig heeft God nog meer gedaan. Hij kan de macht van de zonde in ons hart breken. Als wij maar onze oude natuur voor dood houden, en als wij maar het nieuwe leven leven dat Hij ons heeft gegeven. Wat betekent dat? Dat wij moeten erkennen dat wij het zelf niet kunnen, en ophouden met het zelf te proberen. Wij moeten God smeken om de kracht van de Heilige Geest, die wel in staat is om ons de overwinning over onze zonden te geven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:50 Reageer op dit bericht Stuur door

WIJ HOUDEN VAN JE

WIJ HOUDEN VAN JE

 

De eerste keer dat ik er een zag, was in de auto van mijn broer. Hij had aan het dashboard een paar van die kleine dingetjes geplakt. Een thermometer, als ik me niet vergis, en een klokje. En een klein fotolijstje met daarin een foto van zijn verloofde. Hij vertelde me dat ze hem dat lijstje had gegeven. Kijk maar eens wat er op staat, zei hij. En inderdaad, toen viel het me pas op dat er op het lijstje een spreuk stond. Met wat moeite ontcijferde ik de woorden: 'Rijd voorzichtig'. Hij heeft me toen het nut daarvan uitgelegd. Telkens wanneer hij in de auto stapte, zag hij die foto. En dan herinnerde hij zich dat hij niet alleen meer voor zichzelf leefde. Dat ze op hem wachtte en dat hij dus voorzichtig moest zijn.

Een paar jaar later zag ik naast het lijstje van zijn vrouw er een met twee foto's: van zijn beide kinderen. En er stond iets bij als: 'Wij houden van je'. Zelf was ik toen ook al wat ouder en snapte ik de betekenis beter. Je moet er als mens steeds weer aan herinnerd worden dat je er niet alleen voor jezelf bent. Je leeft voor anderen. Dat is het geheim van een gelukkig leven. Mensen die geen rekening met anderen willen houden, zijn in feite diep ongelukkig.

Pas geleden werd ik weer eens herinnerd aan die fotolijstjes. Ik reed op een doorgaande weg en passeerde een reclamebord. Nu eens worden we gewezen op de geneugten van een goede sigaret en dan weer wordt ons van rijkswege verteld dat we vooral niet de gevaren van het vrijen moeten onderschatten. Of de een of andere stichting brengt de noden van verre hongersnoden onder onze aandacht. Ik weet niet of het allemaal zo nuttig is, want we rijden er met grote snelheid langs en het gevaar bestaat dat we er alleen maar van leren dat we er geen aandacht aan moeten besteden. Want je moet op het verkeer letten. Nu is dat bij de tabaksreclame geen probleem. Het roken is een gevaar voor de gezondheid en dus maakt het niet uit dat mensen leren er geen aandacht aan te besteden. Maar met die hongersnoden en die vluchtelingen zit het anders. Die mogen we nooit vergeten en daarvoor mogen we niet afstompen. Maar goed, daar gaat het nu eigenlijk niet om. Ik reed daar en ineens zag ik weer, nu op zo'n reclamebord, twee van die lijstjes. Met foto's van een lieve vrouw en een klein kind. Het glas was gebroken en de lijst lag slordig op de ondergrond. Onder de foto stond: 'Alcohol maakt meer kapot dan je lief is.'

Hoeveel mensen die met een glaasje te veel op achter het stuur kruipen, weten dat ergens iemand op ze wacht? Maar dat weerhoudt hen er niet van toch dingen te doen waarvan ze weten dat het verkeerd is. De risico's nemen ze op de koop toe, omdat ze niet willen afgaan voor hun omgeving. Veel mensen weten heus wel dat je geen alcohol moet drinken als je nog moet rijden. Maar ze hebben de moed niet in gezelschap fris te drinken. Wat zullen de vrienden wel zeggen? De kans dat het mis zal gaan, schatten ze niet zo groot in. Tenslotte doen ze het al voor de zoveelste keer. En iedereen van de club doet het. Ze zijn heus wel voorzichtig.

Dat het inderdaad mogelijk is dat hun vrouw of hun kind met de brokken blijft zitten, schuiven ze maar van zich af.

Ineens voelde ik me niet meer gemakkelijk. Niet dat ik op dat moment gedronken had. Ik gebruik maar zelden alcohol. Nee, het drong plotseling tot me door dat het wel heel gemakkelijk was in je gedachten af te geven op al die onverantwoordelijke lieden die zich niets aan de liefde van en de verantwoordelijkheid voor hun familie gelegen lieten liggen. Maar er was Iemand die eens tegen mij gezegd had dat Hij van me hield. Jezus, heeft Zijn leven voor mij gegeven. Vaak dacht ik daar niet meer aan. Ik was eraan gewend geraakt dat ik leefde. Ik was eraan gewend geraakt dat Hij voor mij gestorven was. Maar Hij had me gevraagd Hem niet te vergeten en in mijn leven Zijn herinnering levend te houden. Want voor veel mensen was Hij niet meer dan iemand die eens gestorven was voor zijn idealen. Natuurlijk, ik wist heel goed dat Hij niet dood gebleven was. Hij was uit de dood weer opgestaan. Hij leefde bij God en zou eens in zijn volle macht en majesteit aan iedereen zichtbaar worden. Maar tot die tijd, tot dat moment van Zijn openbaring, was Hij voor het gros van de mensen onzichtbaar en dood. Zijn leven moest zichtbaar worden in mijn houding, in mijn levensstijl, in mijn leven.

Wat had ik Hem vaak teleurgesteld. Omdat ik eenvoudig niet aan Hem dacht. Omdat ik veel te veel bezig was met mijn eigen zaakjes. Omdat ik eigenlijk alleen maar niet af wilde gaan voor mijn vrienden. Terwijl ik zo wat ongemakkelijk in mijn auto zat te schuiven, nam ik me weer voor me meer bewust te zijn van Gods liefde voor mij. En sinds dat moment herinnert dat bord langs de weg me steeds weer aan mijn voornemen echt werk te maken van mijn geloof.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Wie is toch Deze?

Wie is toch Deze?

 

De discipelen hadden al eerder wonderen van Jezus gezien. Zij kenden Hem als meester, leraar, de beloofde koning van Israël, ja als de Christus, de Zoon van de levende God. Maar wat dat allemaal betekende, wisten ze niet. Zij hebben verbijsterd toegekeken hoe zelfs de natuurkrachten aan het woord van deze bijzondere Persoon onderworpen zijn. Als zij Gods Woord beter gekend hadden, dan zouden zij niet zo verbaasd zijn geweest. God heeft immers ook bij de schepping gesproken en het was er. Of was het toch nog niet voldoende tot hun hart doorgedrongen Wie Hij was?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 11:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Het zaad is het Woord van God.

Het zaad is het Woord van God.

 

Ons geloof ontstaat als een zaadje waarin een toekomstige plant zit opgeborgen. Het Woord van God begint heel klein in ons hart te werken en gaat groeien. Maar soms is er in ons hart hardheid, zodat het woord geen vrucht kan dragen. Gelukkig is de landman er ook nog. Hij verwijdert stenen, kapt dorens weg en ploegt de aarde om. Zo bewerkt hij de grond om haar vruchtbaar te maken. Als God in ons hart werkt, dan kan dat best eens pijn doen. Maar wij zijn achteraf blij als wij daardoor voor Hem meer vrucht gaan dragen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:51 Reageer op dit bericht Stuur door

EEN BIJZONDER MENS .

EEN BIJZONDER MENS .

 

Er ging geen dag voorbij of er werd door gemeenteleden gebeden of de Here God mensen wilde binnenbrengen, zodat zij de evangelieboodschap konden horen. Op een dag kwam hij in de samenkomst, een antwoord op ons gebed: een heel bijzonder mens. Slecht geschoren, lang vet haar, geen tanden in zijn mond en enigszins haveloos gekleed. Maar hij had een tegenovergestelde houding, op het arrogante af. Hij stond daar in de deuropening en overzag een beetje geringschattend de gemeente. De 'dorpelwachters' ontvingen hem zeer vriendelijk en hem werd een beetje vooraan een plaats gewezen. Genadiglijk ging hij zitten. Geen wonder, want hij kwam om van dat gezeur van zijn zuster af te zijn, die hem steeds weer vroeg om asjeblieft toch eens één keertje mee te gaan. Nou, ze moesten hem dan maar nemen zoals hij was, voor God waren toch alle mensen gelijk? Nou dan! Hij hoorde de boodschap en begreep er niet veel van, maar hij bleef toch regelmatig komen, want waar ter wereld zeiden de mensen elke keer als hij binnenkwam: 'Ha, die Otto, fijn dat je er weer bent!' Nergens! Plotseling bleef hij weken achtereen weg. Zijn zuster zei dat hij uit huis was gezet en ergens in Den Haag zwierf. Toen we hem weer zagen, was het niet goed met hem. Hij had veel last van maagpijn en zag er grauwer uit dan ooit. 'Otto,' vroeg ik, 'heb je al een onderkomen?' Hij deed een vaag verhaal over een vriend, maar ook over op het station slapen. In een opwelling bood ik hem onderdak aan, maar dat wilde hij beslist niet. 'Otto,' zei ik, 'de winter komt eraan, je kunt niet buiten blijven zwerven!' Hij verzekerde mij dat hij tegen die tijd wel een huisje in een hofje had. Daar stond hij voor ingeschreven en hij maakte een heel goede kans. 'Otto, als dat niet doorgaat, kom je dan een poosje bij ons wonen?' Hij beloofde het. Het werd november en er kwam voor hem geen woning in het hofje. En zo stond op een dag Otto voor de deur met een vuilniszak met een beetje kleren erin en wat prullaria. We hadden een gezellige kamer voor hem van ongeveer drie bij drie meter en vroegen hem of hij zich aan enkele huisregels kon houden, zoals om zes uur binnen voor de warme maaltijd, roken alleen op zijn eigen kamer, elke dag scheren en regelmatig onder de douche. Met elke dag scheren had hij moeite, dus na enig onderhandelen werd het: op woensdag en op zondag. Beide dagen beloofde hij ook mee te zullen gaan naar de samenkomst. Tegen de douche maakte hij geen bezwaar, maar ik kreeg in de loop van de tijd wel het vermoeden dat de douche goed liep, maar Otto er niet onder stond. Hij bleef uiteindelijk toch nog vijf maanden bij ons en het was een groot succes. Hij werd wat gezonder, wat dikker en wat schoner. Hij ging naar de kapper en liet dat dikke steile haar van hem kortwieken, waardoor er een nog olijker gezicht tevoorschijn kwam. We kregen hem eindelijk weer terug in het ziekenfonds en we spaarden samen met hem van zijn uitkering voor spulletjes en meubeltjes, voor in het huisje in het hofje. Als men in de gemeente hem een compliment maakte over zijn uiterlijk, dan zei hij: 'Dat komt door mijn nieuwe moeder.' Notabene, hij was van dezelfde leeftijd als ik: 55 jaar! In zijn hele doen en laten, inclusief de smoesjes, was het net een groot kind. Op een dag kwam hij trots en blij met een fiets aan. 'Hoe kom je daar aan, Otto?' Hij deed een verhaal over een vriend op de markt, die van de dokter niet meer mocht fietsen, enz. Het leek mij geen zuivere koffie, maar ik liet het maar zo. Hij vroeg of de fiets aan de trapleuning kon worden gehangen. Maar dat ging niet. Wij hadden zelf onze fietsen met een dikke ketting aan het hek van de kade vastgemaakt, dus moest hij dat ook maar doen. Ik vertelde hem dat die ketting niet afdoende was, want er waren al twee fietsen van ons gestolen. 'Maar,' zei ik, 'ik las een hele poos geleden in de Bijbel, dat God ons beschermengelen heeft gegeven, dus bid ik al heel lang om beschermengelen bij mijn fiets en volgens mij helpt het echt, Otto!' 'Echt waar?' vroeg hij. 'Echt waar!' zei ik. Hij trok zijn jas weer aan en ging naar beneden. Nieuwsgierig volgde ik van tweehoog zijn verrichtingen aan de overkant aan het hek. En wat deed hij? Hij maakte de fietsketting los en ketende vervolgens zijn fiets aan de mijne! Toen hij weer boven kwam, vroeg ik waarom hij zijn fiets aan de mijne had vastgemaakt. 'Moeder,' sprak hij plechtig, 'jij kunt beter bidden dan ik.' Ach en daaruit volgde een heerlijk gesprek over een Vader in de hemel, die iedereen hoort en zijn oor juist neigt naar de stamelende gebeden, want bidden is gewoon heel eerbiedig praten met God. Otto kon voor zijn fiets zelf een plek aan het hek kiezen en zelf bidden, want voor God zijn alle mensen toch gelijk?

We hebben Otto niet bij ons kunnen houden, de verzameling prullaria werd erg groot en het gespaarde geld was plotseling verdwenen en hijzelf verdween ook wel eens dagenlang, ons in grote ongerustheid achterlatend. En daarna kwam de dag dat hij weg bleef. Wij hebben uiteindelijk zijn kamer leeggemaakt: twaalf grote volle vuilniszakken brachten we weg en de niet kapotte spullen mochten in de kelder van zijn zuster. We hebben geen engel gehuisvest, maar gewoon de herbergzaamheid niet vergeten. En dan 'waakt er wat' over je huis! Veel meer dan we ooit hebben kunnen beseffen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:59 Reageer op dit bericht Stuur door

ONSCHULDIG TOT DE UITSPRAAK

ONSCHULDIG TOT DE UITSPRAAK .

 

De man had eigenlijk haast. Dat zei hij. Maar aan het woordje 'eigenlijk' kon ik horen dat hij toch niet zoveel haast had dat hij mij niet zijn mening wilde zeggen. We stonden op straat en overhandigden de mensen die voorbijkwamen een klein blaadje waarop iets stond over het christelijk geloof. Soms denk je wel eens dat dat helemaal geen zin heeft. Want niemand leest het en als je jezelf even later met de stroom mensen mee laat drijven, vind je overal je blaadjes terug. Maar goed, zo nu en dan is er iemand die er toch even op door wil gaan. Voor die enkeling doe je het dan. En de troep probeer je na afloop zoveel je kunt op te ruimen.

Deze meneer had zo zijn eigen mening over heel veel zaken. Dat zag je direct. Hij was niet dom en had een goede baan. Van beide zaken was hij zich ook heel goed bewust. Hij sprak met de zelfbewustheid van iemand die weet dat er met aandacht en eerbied naar zijn mening wordt geluisterd. Zijn kritiek op de boodschap van het christendom was tamelijk eenvoudig. Hij stelde dat heel de gedachte dat een mens schuldig was voor God en dus verzoend moest worden, in tegenspraak was met de meest elementaire regels van het recht.

Hij zei: 'In ons rechtssysteem is iemand onschuldig, totdat zijn schuld wettig en overtuigend is bewezen. Maar jullie, christenen, zeggen dat je schuld bij God al vaststaat, nog voordat de berechting begint. Dat is puur onrecht!' Vol verwachting keek hij me aan. Nu had ik al wel een aantal kritische opmerkingen over het christendom gehad, maar deze kende ik nog niet. Dat heb ik hem ook gezegd. Hij meende dat ik hem gelijk gaf en begon al vol zelfvertrouwen aan een volgend punt. Maar daarbij moest ik hem onderbreken. Want hij had me verkeerd begrepen. Het feit dat ik even moest nadenken over zijn argument, betekende niet dat ik er niets op te zeggen zou hebben, legde ik hem uit. Het betekende alleen dat ik niet zomaar een nietszeggend antwoord wilde geven. Want in feite was zijn uitspraak over een veroordeling nog voor de rechtszaak begonnen was, heel goed te begrijpen. Dat zou inderdaad schreeuwend onrecht zijn. Er moet inderdaad een wettig en overtuigend bewijs worden geleverd. Hij had helemaal gelijk. En hij had ook gelijk dat de hemelse rechtszaak nog niet begonnen was. Het oordeel van God over de mensen was nog niet voltrokken. Het zou inderdaad helemaal niet zo rechtvaardig zijn als God nu al de mensen zou veroordelen. 'Dat doet Hij dan ook niet,' zei ik tegen de man. Hij keek me stomverbaasd aan. Hij werd even een beetje boos. Want hij was christelijk opgevoed en hij wist heel goed dat er in de Bijbel stond dat alle mensen schuldig waren voor God. En nu wilde ik beweren dat dat niet waar was!? Heel voorzichtig heb ik toen geprobeerd hem uit te leggen dat er volgens mij een heel andere kwestie speelde. 'Natuurlijk weet ik niet hoe het er met u voorstaat,' zei ik tegen hem, 'maar voor mijzelf weet ik heel goed hoe dat geding voor de troon van God afloopt. Het is geen kwestie van bewezen of onbewezen schuld. Ik weet heel goed dat ik schuldig ben. Ik maak me ook geen illusies dat ik zou kunnen worden vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Want God zal er geen moeite mee hebben de waarheid aan het licht te brengen. Het komt er dus eigenlijk op neer dat ik besef dat ik schuldig ben. En zo wordt het niet meer een kwestie van "bewezen" of "onbewezen" daden, maar van "erkende" of "niet-erkende" schuld.' 'Omdat het weinig zin heeft te hopen op vormfouten voor de hemelse rechtbank, of op een aanklager die zijn werk niet goed heeft gedaan, is het maar beter een schikking te treffen. Want dat is mogelijk. We hoeven niet het onvermijdelijke af te wachten. Het is ook heel goed mogelijk nu al in te gaan op het schikkingsvoorstel van God. Niet dat dat nu zo heel gemakkelijk is. Want Hij laat er geen twijfel over bestaan dat de zaak te ernstig is om door de vingers te zien. Maar wanneer wij bereid zijn te erkennen dat we schuldig zijn, wil Hij onze schuld kwijtschelden. Want er is Iemand geweest die voor die gevallen heeft betaald. Dat was niet maar de eerste de beste; het was God Zelf, die gekomen is om voor onze schuld te sterven.

God vraagt van ons dus in feite een schuldbekentenis. Als we daartoe bereid zijn, kan Hij ons vrijspreken. Maar als we daartoe niet bereid zijn, zullen we niet verbaasd moeten staan wanneer Hij ons in het hemelse gericht zal moeten veroordelen. Want dat we schuldig zijn, dat weten we toch zelf het best.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Wonderen zijn het gevolg van geloof.

Wonderen zijn het gevolg van geloof.

Geloof is niet het gevolg van wonderen.

 

Het geheim van het leven is niet onze trouwhartigheid, maar Gods trouw.

 

De Heilige Geest klaagt ons nooit aan vanwege onze zonde zonder ook op de Verlosser te wijzen.

 

De leiding van Gods Geest kan nooit tegen Zijn Woord ingaan en hangt ook niet af van mijn gevoelens.

 

Het christendom is geen religie maar een relatie. Een christen moet de wereld laten zien wat dat betekent.

 

De Here God wil onze kostbare tijd, niet de tijd die we toch over hebben.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:30 Reageer op dit bericht Stuur door

ARISTOTELES, SPENCER EN PAULUS

ARISTOTELES, SPENCER EN PAULUS

 

Aristoteles was een van de grootste wijsgeren van alle tijden. Hij leefde in Griekenland. In een van zijn geschriften verklaarde hij: 'Het belangrijkste voor de mens is dat hij gelukkig is.' Maar toen hij vlak voor de dood stond, zei hij: 'Ik ben in zonde geboren, ik heb ongelukkig geleefd en ik sterf in twijfel. Heb medelijden met mij.'

 

Herbert Spencer was een groot en beroemd filosoof. Hij heeft nagedacht over vrijwel alles wat zich in de wereld voordoet. Maar op zijn sterfbed gaf hij de opdracht dat er op zijn grafsteen maar één woord mocht staat: 'Infelicissimus', wat betekent: 'de ongelukkigste'.

 

Het getuigenis van Paulus aan het einde van zijn leven is totaal anders dan dat van Aristoteles of Spencer: 'Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag' (2 Timoteüs 4:7,8).

Als ons geloof niet rust in een gekruisigde en opgestane Christus, zijn we inderdaad 'de ongelukkigste van alle mensen'.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:11 Reageer op dit bericht Stuur door

HELDEN .

HELDEN .

 

Kijkt u ook zo graag naar programma's als 'Het roer om'?

Daarin worden mensen gefilmd die in hun bestaan een radicaal andere koers zijn gaan varen. U weet wel, dat echtpaar dat, nadat alle kinderen het huis uit zijn gevlogen, in Frankrijk een leuke camping begint. Of die drukbezette, succesvolle managers die een 'sabbatical' opnemen om een wereldreis te maken...

En ik benijd ze van harte. Niet persé om wat ze doen - vooral om hun visie. Het kan niet anders of iets heeft hen zo geïnspireerd dat ze bereid zijn om alle zekerheden los te laten en het avontuur aan te gaan. Geweldig om zo'n droom te hebben, en om vastbesloten en doelgericht in je leven die beslissingen te nemen, zodat er nieuwe mogelijkheden groeien. Zo kunnen grote helden geboren worden. Mensen die gedreven zijn door een passie of door een roeping, en die bereid zijn offers te brengen voor dat doel. Maar weet u welke mensen ik minstens zo inspirerend vind? Dat zijn de kleine helden, die dag in, dag uit in hun leven laten zien dat ze ergens voor staan. Mensen die niet zelf op zoek gingen naar een nieuwe uitdaging, maar die zich door omstandigheden voor een nieuwe taak geplaatst zien, en zich daar aan toewijden. Heb je daar eigenlijk niet veel meer inspiratie, passie en liefde voor nodig? Over persoonlijke offers gesproken!

 

Neem nou bijvoorbeeld mijn buurvrouw. Niets in haar leven heeft haar voorbereid op de taak die plotseling op haar schouders rust: de zorg voor haar man die plotseling blind en gedeeltelijk verlamd is geworden. Ze is zijn ogen, en meer dan dat: zijn troost, zijn houvast. Hij leeft nog, en samen hebben ze het goed. Maar het is wel heel anders dan vroeger, toen hij die sterke man was: nooit moe, nooit onzeker, en altijd voor het gezin in de weer. Ik begrijp (een beetje) hoeveel verdriet zij heeft. Maar tegelijkertijd heb ik nooit een lievere vrouw gezien. Of laat ik u vertellen van Gert. Ik ken hem van de school van mijn kinderen. Gert was al dik tegen de VUT aan, en inmiddels al jaren alleen, toen hij na een noodlottig ongeval plotseling de zorg kreeg voor zijn kleindochters. Nu wonen ze al meer dan tien jaar bij hem in huis. Al die jaren zorgt hij voor hen op een grandioze manier. Op een leeftijd dat de meeste mannen gaan dromen over overwinteren in Spanje, brengt Gert onvermoeibaar de meiden naar zwemles, naar ballet, en naar de kinderboerderij. Hij organiseert verjaardagsfeestjes, is zowel 'leesmoeder' als 'knutselvader' op school, is scheids bij de sportwedstrijden, coach bij de avondvierdaagse, en slaat geen ouderavond over. Dat vind ik groots. Zo'n inzet, voor het geluk en het welzijn van zijn kleindochters. Ik weet het, het is geen in het oog lopende nieuwe carrière of verbazingwekkende en gedurfde nieuwe start. Het leven liep nu eenmaal zo. Maar dat het met deze twee kinderen zo goed gaat, dat komt door deze held (die het overigens zelf allemaal heel vanzelfsprekend vindt wat hij doet). Nu ik er zo over nadenk: ik ken nog veel meer helden. Zoals Suze, die na het opvoeden van vier lastige pubers en een schattig nakomertje, nog tijd en energie heeft om haar huis en haar gezin, en vooral ook haar liefde in te zetten voor de crisisopvang van pleegkinderen. En Netty dan, die in plaats van te genieten van haar pensioen en het wat rustiger aan te doen, onvermoeibaar in de weer is met het inzamelen van geld en hulpgoederen voor de getroffen kinderen van Tsjernobil. Of mijn kapster, die niet alleen met kammen, borstels en scharen, maar vooral met een hart vol liefde de cliënten van een hospis knipt...

Het zijn juist deze levens van doodgewone helden, die mij zo ontzettend inspireren. Ik wilde wel dat dit heldendom meer de media haalde: wat mij betreft mogen deze mensen namelijk best wat meer in het zonnetje gezet worden.

Gelukkig is er ook nog een heel andere kant aan: al is er niemand getuige van dergelijk 'heldendom' en zo'n offerbereidheid, er is er Eén die het wel allemaal ziet, en het ook op waarde schat. Hij weet precies wat we doen, waarom we het doen en met welke instelling van ons hart we het doen. Lees zelf maar, in Efeziërs 6:8 bijvoorbeeld. Of in Hebreeën 6:10. Is Hij niet Degene die in ons 'zowel het willen als het werken uitwerkt' (Filippenzen 2:13)?

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:51 Reageer op dit bericht Stuur door

VURIG BIDDEN

VURIG BIDDEN

Je kunt misschien niet boeiend spreken, je mist er gewoon de vrijmoedigheid voor. En als er iets te organiseren valt, moeten ze ook niet bij jou zijn. Je bent te moe om zieken en ouderen te bezoeken, of te geremd om een jongerenclub te leiden. Misschien heb je geen talent om een boek te schrijven, en is gastvrijheid iets waarvan je wakker ligt. We zijn niet allemaal geboren voor de grote, zichtbare dingen. En dat is ook helemaal niet nodig. De Bijbel geeft een duidelijk voorbeeld van een forse inspanning die in eerste instantie niemand opvalt. God getuigt echter van broeder Epafras dat hij erg veel moeite doet voor de gelovigen. Niet door de dingen die hierboven genoemd zijn, maar door vurig voor de gelovigen te bidden (Kol. 4:12,13).

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 20:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik heb mijzelf niet waard geacht.

Ik heb mijzelf niet waard geacht.

 

Je zou kunnen zeggen dat een Romeinse centurio, dat is een hoofdman over honderd soldaten, het ver geschopt heeft in het leven. Deze man hier valt echter op door zijn nederigheid. De oudsten van Kapernaüm zijn lovend over hem: volgens hen is de hoofdman het waard dat de Heer Jezus naar hem toegaat en zijn slaaf geneest. En de Heer gaat inderdaad. Maar als de Heer de eerste stap naar zijn huis heeft gezet, is dat voor de hoofdman al genoeg. Via zijn vrienden laat hij aan de Heer Jezus zeggen dat hij zichzelf niet waard acht dat de Heer al die moeite voor hem doet - hij heeft genoeg aan het woord van de Heer om Hem te geloven en te vertrouwen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Kan soms een blinde een blinde leiden?

Kan soms een blinde een blinde leiden?

 

Twee situaties kunnen ons verblinden.

De eerste situatie is een discipel die zich verheft boven zijn meester. De discipel hoort de meester te volgen. Als een discipel denkt het beter te weten dan zijn meester, gaat het mis. Hij raakt verblind. De tweede situatie is als een discipel hout in zijn oog heeft. Balk of splinter maakt eigenlijk niet uit.

Als de ene blinde een andere blinde leidt, zullen ze elkaar de put in helpen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 14:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij ging naar de berg om daar te bidden.

Hij ging naar de berg om daar te bidden.

 

De bergen zijn plaatsen van eenzaamheid. Beneden in de vlakte wacht een grote menigte om de woorden van de Heer te horen en om genezen te worden. Slechts enkelen zijn meegegaan naar boven. Maar de Heer is niet naar boven gegaan om te prediken. Hij is gegaan om te bidden.

Van de Zoon des mensen lezen wij regelmatig in de Bijbel dat Hij bidt. Hij bidt voordat Hij zijn apostelen roept. Hij bidt voordat Hij gaat prediken. En Hij bidt nu in de hemel nog steeds voor ons.

Laten wij in deze vakantietijd het voorbeeld van de Heer volgen en een eenzame plaats opzoeken om te bidden.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 12:17 Reageer op dit bericht Stuur door

VERZAMELWOEDE

VERZAMELWOEDE

De kasten puilen zo langzamerhand uit. Een plank vol met niet-ingeplakte foto's, een plank met lapjes, papier, verf, gedroogde bloemen, kastanjes van de vorige herfst, schelpen en stenen, en noem maar op. Van alles heeft ze zo langzamerhand verzameld om leuke dingen mee te gaan maken. Ideeën zijn er in overvloed. En elke keer komen er weer nieuwe dingen bij. Haar man verzucht wel eens of er niet wat weg kan, er vallen al bijna nieuwe kastanjes van de bomen. Maar een blik op haar verschrikte gezicht doet hem al z'n mond houden.

In tegenstelling tot wat je zou verwachten, zie je er in haar huis niet zoveel van terug, - wanneer je de kastdeuren tenminste dicht laat. Ze is voortdurend van plan om aan de slag te gaan, alleen de tijd ontbreekt nog. Maar over een paar weken misschien!

Sommige mensen hebben al aardig wat uit de Bijbel verzameld en in hun hart een plaatsje gegeven. Het is de kunst er wat mee te doen. Het liefst zoveel mogelijk, zodat er evenwicht is tussen verzamelen en gebruiken. Want hoe mooi de materialen op zich ook zijn, ze komen beter tot hun recht als je ze gebruikt.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:59 Reageer op dit bericht Stuur door

MOED

MOED

 

Veel mensen beweren dat het christendom iets is voor zwakke, laffe en onzelfstandige mensen. Ons heeft dit verwijt altijd verbaasd, omdat naar onze ervaring juist het tegendeel het geval is. Er is juist zeer veel moed voor nodig om christen te zijn. In feite is er zelfs al grote moed voor nodig om christen te worden.

In de Bijbel staat dat iedereen die christen wil worden al zijn misstappen voor God dient te belijden, om vergeving moet vragen en Hem de leiding van zijn leven in handen moet geven. Daar is moed voor nodig. Om de eerste stappen op de weg met Christus te zetten, is het nodig Hem je hand toe te steken en Hem vertrouwen te schenken. Er is ook moed nodig om een leven te leiden in gehoorzaamheid aan Christus. Er is moed voor nodig om je behoorlijk te gedragen en aan een diepe relatie met je huwelijkspartner, je kinderen en je vrienden te werken.

Moed - dat hebben we allemaal nodig en God wil dat we moedig zijn. 'Want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid,' zegt Gods Woord (2 Timoteüs 1:7).

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 13:41 Reageer op dit bericht Stuur door

EEN DRUPPEL IN EEN EMMER

EEN DRUPPEL IN EEN EMMER

Al kunnen we maar weinig doen, laten we toch doen voor de Here wat we kunnen. Al hebben we maar weinig, laten we toch geven aan de Here wat we kunnen missen. God kan het weinige wat wij kunnen doen en kunnen geven, gebruiken en Hij kan het vermenigvuldigen en zegenen.

Een oude vrouw kon maar weinig geven voor een inzameling voor een bepaalde nood. Een jonge vrouw die zag hoe weinig zij gaf, zei spottend: 'Er is zoveel nood in de wereld. Wat maken nou die paar euro’s uit die u geeft? Het is maar een druppel in een emmer.' Maar de oude vrouw zei met een blij gezicht: 'Alles wat God van mij vraagt, is een druppel in een emmer te doen. Hij zal er Zelf wel voor zorgen dat de emmer vol wordt.'

In Luk. 21 kunnen we lezen hoe de Here Jezus hierover denkt: 'Hij keek op en zag hoe de rijken hun gaven in de collectekist gooiden. Er kwam ook een arme weduwe. Zij deed er twee koperen muntjes in. 'Kijk,' zei Hij, 'die arme weduwe heeft meer gegeven dan al die anderen bij elkaar. Want de rijken hebben vanuit hun rijkdom gegeven, maar deze vrouw heeft alles gegeven wat zij had' (vers 1-3, Het Boek).

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 20:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij zag een tollenaar zitten.

Hij zag een tollenaar zitten.

 

Een tollenaar is iemand die van voorbijgangers belasting mag innen. Dat recht om belasting te heffen, huurt hij voor veel geld van de Romeinen. Logisch dat de Joden deze man niet zien zitten. Zij zien hem als vriend van de vijand en een zondaar met wie je niet mag eten en drinken.

Maar de Heer Jezus ziet de man wél zitten. De Heer neemt hem zelfs op in zijn kring van volgelingen. Het leven van de tollenaar verandert hierdoor radicaal. Hij laat zijn tolhuis en zijn oude leven achter en volgt de Heer.

De Heer Jezus heeft ook u op het oog. Hij kent u en de dingen uit uw leven, en Hij roept u: Volg Mij. En alles zal radicaal anders worden, als u aan die oproep gehoor geeft.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Mens, uw zonden zijn u vergeven.

Mens, uw zonden zijn u vergeven.

 

Veel mensen zijn gekomen om naar het onderwijs van de Heer Jezus te luisteren. Sommigen zijn met een kritische houding gekomen. Maar die ene mens voor wie de Heer een bijzonder woord heeft, is niet in staat deze bijeenkomst bij te wonen. Hij kan namelijk niet lopen. Mensen versperren hem de weg. Er is een mogelijkheid om op het dak te klimmen, maar ook daar is iets dat de toegang belemmert. De man heeft gelukkig vrienden die zich door niets laten weerhouden. Zo mogen, nee, moeten gelovigen bidden voor hun vrienden.

Merk op dat van alles wat de Heer deze dag heeft gesproken, alleen de volgende woorden zijn genoteerd: 'Mens, uw zonden zijn u vergeven!'

Hebt  u die woorden van Hem ook al gehoord?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Toen hij nu Jezus zag, viel hij op zijn gezicht.

Toen hij nu Jezus zag, viel hij op zijn gezicht.

 

Melaatsheid, in de Bijbel een beeld van de macht van de zonde, is in de tijd van de Heer Jezus een ongeneeslijke ziekte. Melaatsen worden gemeden door gezonde mensen. Zij mogen ook niet in de tempel komen en daar God dienen.

Maar dan gebeurt er iets heel ontroerends. Deze melaatse man, die in de afzondering leeft, heeft een bijzondere ontmoeting met de Heer Jezus, de Zoon van God. De Heer wendt Zich niet van hem af, integendeel. De melaatse ziet de Heer en geeft Hem de eer die God toekomt. Hij valt op zijn gezicht. Zo smeekt hij om reiniging. De Heer raakt hem aan en zegt: 'Ik wil, word gereinigd!'

Beseffen wij ook dat de Zoon van God naar ons omziet en ons wil reinigen - en buigen wij ons ook voor Hem neer?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

CHRISTUS IS OPGESTAAN!

 

De meeste godsdiensten vereren de een of andere grote, maar dode, leider of wijsgeer. Alleen het christendom heeft geloof in een levende, opgestane Heiland. Een zendeling legde deze waarheid uit aan een groep mensen. Hij zei: 'Stel je voor dat ik aan het reizen ben. Ik heb een plek bereikt waar de weg zich splitst in twee richtingen. Ik zoek naar een gids en vind twee mannen. De ene is dood en de andere is levend. Aan wie van de twee zou ik de weg vragen, aan de dode of de levende?' De mensen antwoordden: 'Natuurlijk aan de levende.' 'Nou,' zei de zendeling, 'waarom volgen jullie dan een leider die dood is in plaats van Christus die levend is?'

Als we geloven in de lichamelijke opstanding van Jezus Christus, zullen we geen moeite hebben met andere dingen uit Gods Woord. Als we deze kernwaarheid verwerpen, kunnen we de hele Bijbel wel weggooien. Als Christus niet was opgestaan, zou Hij Zijn beloften gebroken hebben, zou Hij Zijn profetieën niet nagekomen zijn en dan zouden wij nog in onze zonden zijn.

Goddank, we hebben een levende Here!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 08:08 Reageer op dit bericht Stuur door

ENGELEN .

ENGELEN .

 

Sinds de serie 'Touched by an angel' van de EO is gestart, is er al heel veel over engelen geschreven en uitgelegd aan de hand van de Bijbel. De engelen van de tv-serie zijn verzonnen engelen in verzonnen verhalen. Ikzelf heb - bij mijn weten - nog nooit een engel ontmoet, maar ik geloof wel dat ze zich in opdracht van God met mijn leven bemoeien. Ik kan u geen anekdote vertellen over mijzelf, maar wel een waargebeurde engelenontmoeting van jaren geleden met iemand anders.

Wij hebben vele jaren met ons gezin samenkomsten bezocht en meegedaan met het folderen van traktaten. Dan baden we dat de traktaten met het evangelie in goede aarde zouden vallen, maar het effect van de traktaatverspreiding bleef nihil. Tot op zekere dag een dame uit Indonesië de samenkomst bezocht. Zij vertelde dat zij Tina heette, weduwe was en op straat een foldertje met een uitnodiging had gevonden. Zij zocht een geestelijk tehuis. We waren heel blij met haar en haar drie kinderen. Zij was een gediplomeerd verpleegkundige, maar sprak haar Nederlands niet goed genoeg om in een ziekenhuis te kunnen werken en ook nachtdiensten waren een onmogelijkheid voor haar. Daarom begon zij een eethuisje. Tina kon heerlijk koken en het ging goed met haar. Toen in het centrum van de stad een groot restaurant te huur was, aarzelde zij niet lang en sloot haar eethuisje. Maar de zaak daar was onoverzichtelijk groot en het was moeilijk om ervaren personeel te betalen. De oudste dochter hielp veel mee en meestal nog een familielid uit Indonesië, die maar voor drie maanden een visum kon krijgen. Zo kon het gebeuren dat zij de zaak moest runnen met twee jonge meisjes en dat boven de zaak twee tieners alleen gelaten moesten worden.

Op maandagavond was het meestal heel rustig en de afspraak was, dat wanneer er om negen uur nog geen klant was binnengekomen, zij de zaak zouden sluiten. Op een maandagavond kwamen om halfnegen twee jongens binnen, die aan de bar gingen zitten en een biertje bestelden. Tina vroeg of ze wat wilden eten. 'Nee, nog niet.' Ze knoopte een gesprek met ze aan over studeren, dat dat zo verstandig was en zelfs dat ze ze daarbij wel wilde helpen. Maar hoe meer Tina sprak, hoe nerveuzer de jongens werden. Net toen ze de jongens wilde vertellen dat ze de zaak wilde sluiten, ging de deur open en kwamen er negen mensen binnen, die aan verschillende tafeltjes gingen zitten en zo op het oog niets met elkaar van doen hadden. Ze verbaasde zich erover dat ze niemand kende; doorgaans bestond toch driekwart van de mensen uit vaste klanten. Ze zag dat de jongens verdwenen waren en ze haastte zich om de mensen te bedienen.

Toen ze aan het eind van de avond de deur achter de laatste gast wilde sluiten, stonden twee politiemensen voor de deur, die vroegen of ze even mochten binnenkomen. Ze wilden nagaan of er twee jongens in haar zaak waren geweest. 'Ja,' zei Tina, 'maar wat is er dan aan de hand?'

'Nou, mevrouw,' vertelden de agenten, 'wij hebben deze jongens vanavond gearresteerd. Zij worden al dagen gezocht voor de moord op vier leden van een muziekband in Delft. Die knapen vertelden ons dat zij van plan waren geweest om u te beroven. Zodra u de zaak zou sluiten, zouden zij u en uw kinderen doden en de zaak in brand steken. Maar negen mensen die laat binnenkwamen, gooiden roet in het eten. Wij vonden dat zo'n raar verhaal, dat komen wij dus even controleren. Maar als het verhaal waar is, dan is er een wonder gebeurd en bent u door het oog van de naald gekropen.'

Tina wist op dat moment dat de Here God Zelf haar bescherming had gegeven door middel van negen engelen. Zij begreep ook dat het een waarschuwing was om die gevaarlijke plek in het centrum van de stad op te geven! Negen engelen! Dat zou eigenlijk vermeld moeten worden in het Guinness Book of Records. Dat zal niet lukken met alleen God als je Getuige. De gebeurtenis staat wel vermeld in het Book of Witnesses. Dat is zo dik, daar hebben we een eeuwigheid voor nodig om dat helemaal te lezen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 19:49 Reageer op dit bericht Stuur door

DE OUDSTE LEVENDE DINGEN

DE OUDSTE LEVENDE DINGEN

 

Trekkers in het Sierra-gebergte in Californië zijn verbaasd als ze soms hoge hekken tegenkomen met prikkeldraad erbovenop. Wat zien ze daar binnen die omheinde plek? Een mediamiddel zoals een radiotoren? Nee, ze zien alleen maar een paar knoestige bomen, misschien maar een kromme stomp met weinig naalden. Op een bordje staat: 'Verboden toegang. Bristlecone-dennebomen. Beschermingszone. Bescherm deze bomen alstublieft. Ze zijn de oudste levende dingen op aarde.'

Pamfletten leggen uit dat deze Bristlecone-dennebomen al groeiden tijdens Jezus' omwandeling op aarde en dat ze de oudste zaaiplanten ten tijde van de uittocht uit Egypthe waren. Hoe zorgvuldig deze bomen ook beschermd worden, tenslotte zullen ze toch sterven. Ze hebben geen eeuwig leven. Maar christenen hebben wel de zekerheid van eeuwig leven. Ja, onze lichamen zullen sterven, maar door Gods genade en macht zullen onze zielen nooit sterven. Onze lichamen zullen opgewekt worden en we zullen een onsterfelijk lichaam ontvangen. Wie in Jezus Christus gelooft, heeft eeuwig leven!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 22:04 Reageer op dit bericht Stuur door

WANDELEN MET HEM

WANDELEN MET HEM

 

Op een mooie zomerdag was ik met mijn dochter op bezoek in een soort pretpark. Toen we in de rij stonden voor een van de attracties, hoorde ik een man vragen: 'Weet iemand waar deze rij naartoe gaat?' De man naast hem zei: 'Ik heb geen flauw idee.' Ik grinnikte om hun kennelijke onwetendheid, maar toen realiseerde ik me dat ik zelf ook niet wist waar de rij voor was.

Het maakte me trouwens niets uit. Het was een 'vader-en-dochterdag' en we hadden het samen gezellig. Het was niet belangrijk waar we naartoe gingen, het ging er om dat we samen uit waren.

Ik moest denken aan wat we noemen 'wandelen met de Here'. Zijn we zo in beslag genomen door wat we meemaken in het leven dat we vergeten om blij te zijn dat we elke dag met Hem samen zijn?

Henoch, een gelovige uit het Oude Testament, 'wandelde met God, driehonderd jaar' (Gen. 5:22). En toen wandelde hij weg van de aarde in Gods tegenwoordigheid zonder de dood te zien (Hebr. 11:5).

We weten niet hoe onze levensweg zal zijn, maar we kunnen genieten van de reis als we met de Here wandelen: 'Ik wandel in het licht met Jezus...'

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 06:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Wee wanneer alle mensen goed van u spreken.

Wee wanneer alle mensen goed van u spreken.

 

Mensen hebben een onbedwingbare neiging om zichzelf goed voor te doen. Wij vinden het ook wel belangrijk om te weten wat anderen aan goede dingen van ons zeggen. Maar wat mensen ook voor goeds van ons denken of zeggen: de Bijbel zegt dat er niemand is die goed doet, zelfs niet één. Wij hebben allemaal, zonder uitzondering, een redder nodig. Het is een keuze tussen 'zalig' en 'wee'. Wee u wanneer alle mensen goed van u spreken, want u lijkt op een valse profeet: u hebt u zelf goed voorgedaan, terwijl u dat niet bent. We kunnen maar beter eerlijk toegeven dat het oordeel van de Bijbel over ons betrouwbaarder is dan wat wijzelf of anderen van ons denken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:58 Reageer op dit bericht Stuur door

ALLES GEVEN

ALLES GEVEN

 

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, op het moment van de Duitse capitulatie, staat Oskar Schindler te midden van de werknemers van zijn munitiefabriek. Hij is lid van de Nazipartij en zal wel door de geallieerden gevangen genomen worden. Is dat zo? Het is een merkwaardig bedrijf geweest: er is nog nooit een bruikbaar stuk munitie gemaakt. Om toch te kunnen leveren aan het Duitse leger kocht Oskar munitie op. Er werken uitsluitend Joodse werknemers. Het enige doel is het redden van Joden uit de concentratiekampen geweest. Dat is voor deze Joden gelukt, maar het heeft hem al zijn miljoenen gekost.

Bij het afscheid bedankt een van zijn werknemers, een rabbi, hem. 'Maar ik heb niet alles gegeven,' is het weerwoord, 'kijk hier, mijn auto, die had ik kunnen verkopen. Voor dat geld had ik nog tien extra mensen kunnen redden!' Elfhonderd geredden was hem niet genoeg. Iedereen redden was niet mogelijk. Wie zou dat ook kunnen? Wel, ik ken Iemand die echt alles gegeven heeft, en die iedereen kan redden! Ook u.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door lucky om 15:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Wat moeten wij doen?

Wat moeten wij doen?

 

Vandaag lezen wij uit de Evangeliën, waarin over de Heer Jezus wordt verteld. In dit stukje is er van de Heer zelf nog geen sprake, maar wel van zijn voorbode Johannes.

Johannes bereidt de weg van de Heer, zoals voorspeld in Jesaja, en krijgt herhaaldelijk de vraag: 'Wat moeten wij doen?' Hij geeft hier een ondubbelzinnig antwoord: vruchten voortbrengen die aan de bekering beantwoorden, mededeelzaam zijn aan de armen en tevreden zijn met datgene wat je ontvangt. Duidelijk genoeg! Maar niet altijd makkelijk voor ons...

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 16:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij ging naar de berg om daar te bidden.

Hij ging naar de berg om daar te bidden.

 

De bergen zijn plaatsen van eenzaamheid. Beneden in de vlakte wacht een grote menigte om de woorden van de Heer te horen en om genezen te worden. Slechts enkelen zijn meegegaan naar boven. Maar de Heer is niet naar boven gegaan om te prediken. Hij is gegaan om te bidden.

Van de Zoon des mensen lezen wij regelmatig in de Bijbel dat Hij bidt. Hij bidt voordat Hij zijn apostelen roept. Hij bidt voordat Hij gaat prediken. En Hij bidt nu in de hemel nog steeds voor ons.

Laten wij in deze vakantietijd het voorbeeld van de Heer volgen en een eenzame plaats opzoeken om te bidden.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:17 Reageer op dit bericht Stuur door

HET WERK VAN EEN KUNSTENAAR

HET WERK VAN EEN KUNSTENAAR

 

Bij Florence lag een groot blok marmer. Verschillende beeldhouwers hadden geprobeerd het te bewerken, maar ze waren er niet in geslaagd. Het enige resultaat was dat het aan alle kanten geschonden was en nergens meer geschikt voor leek te zijn. Toen kwam men op het idee aan Michelangelo te vragen of hij van dit onogelijke blok marmer nog iets kon maken. De grote kunstenaar liet een schuur om het stuk marmer heen bouwen, zodat hij ongestoord kon werken. Anderhalf jaar werkte hij er aan. Toen gaf hij de opdracht de schuur af te breken. Daar stond een prachtig standbeeld van de jonge David (nog steeds te bewonderen in Florence). Zoiets kon alleen de meesterhand van de beroemde Michelangelo tot stand brengen.
Maar God kan nog oneindig veel meer! Hij kan harde harten met zijn Woord bewerken. Dat Woord is 'als een hamer die een steenrots vermorzelt' (Jer. 23:29). God brengt zondaars tot geloof en bekering, en vormt in hen het volmaakte beeld van zijn Zoon. Dat doet Hij uit liefde.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 20:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Toen hij nu Jezus zag, viel hij op zijn gezicht.

Toen hij nu Jezus zag, viel hij op zijn gezicht.

 

Melaatsheid, in de Bijbel een beeld van de macht van de zonde, is in de tijd van de Heer Jezus een ongeneeslijke ziekte. Melaatsen worden gemeden door gezonde mensen. Zij mogen ook niet in de tempel komen en daar God dienen.

Maar dan gebeurt er iets heel ontroerends. Deze melaatse man, die in de afzondering leeft, heeft een bijzondere ontmoeting met de Heer Jezus, de Zoon van God. De Heer wendt Zich niet van hem af, integendeel. De melaatse ziet de Heer en geeft Hem de eer die God toekomt. Hij valt op zijn gezicht. Zo smeekt hij om reiniging. De Heer raakt hem aan en zegt: 'Ik wil, word gereinigd!'

Beseffen wij ook dat de Zoon van God naar ons omziet en ons wil reinigen - en buigen wij ons ook voor Hem neer?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 19:49 Reageer op dit bericht Stuur door

DE ZEGEN VAN LASTEN

DE ZEGEN VAN LASTEN

 

Er is een verhaal van een oude grootvadersklok die al drie generaties lang in dezelfde hoek van een kamer had gestaan en trouw dag na dag de minuten en uren weggetikt had. In de klok was een zwaar gewicht dat elke avond moest worden opgetrokken om de klok aan de gang te houden.

Op zekere dag werd de klok verkocht en de nieuwe eigenaar zag het zware gewicht. 'Dat is te erg,' zei hij, 'dat die oude klok zo'n zware last moet dragen.' Hij nam het gewicht van de ketting en ogenblikkelijk hield de klok op met tikken. 'Waarom deed u dat?' vroeg de klok. 'Ik wilde je last verlichten,' zei de man.

'Hang het er alstublieft weer in,' zei de klok, 'dat houdt me aan de gang!'

De meeste mensen hebben graag een gemakkelijk leventje. Ze denken dat ze, als ze geen lasten hebben, plezierig kunnen leven. Ze beseffen niet dat God ons vaak geestelijk 'aan de gang houdt' door de gewichten die ons naar beneden lijken te trekken. Beproevingen kunnen onze voeten geestelijk activeren. Onze lasten brengen ons niet alleen zegen in dít leven, maar 'de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid' (2 Kor. 4:17)..

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:45 Reageer op dit bericht Stuur door

U begeert, en hebt niet.

U begeert, en hebt niet.

 

Er zijn veel zaken denkbaar die wij verlangen, maar niet bezitten. Daarbij moet u niet alleen aan materiële zaken denken, zoals een dure auto, een betere tv of een nieuwe baan, maar ook aan een gelukkig huwelijk of een geloofsgemeenschap waar u meer aandacht en liefde ontvangt.

Jakobus stelt het contrast hier heel duidelijk: wij bidden wel, maar vragen daarbij naar onze hartstochten. En die hebben vaak met hoogmoed te maken. Maar het weerstaan van de duivel en zich onderwerpen aan God is een garantie voor zijn nabijheid en het ontvangen van veel meer dan wij verlangen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:40 Reageer op dit bericht Stuur door

DE WAARHEID HEEFT TWEE KANTEN

DE WAARHEID HEEFT TWEE KANTEN

 

Het evangelie dat nog gebracht wordt aan onbekeerde mensen is een blijde boodschap. De Heer Jezus is aan het kruis gestorven voor zondaren. Hij heeft het werk volbracht en alle mensen kunnen gered worden. De andere kant van de waarheid is de vraag of de mensen ook gered willen worden. Een zondaar moet het evangelie aannemen en geloven in de Heer Jezus en Hem aannemen als zijn Heer en Heiland. Een ongelovige spotte eens met de boodschap van het evangelie dat ook aan hem werd gebracht. Hij zei: 'Als Jezus alle mensen kan redden, waarom zijn er dan nog zoveel ongelovige mensen?' De christen met wie hij sprak, bleef staan en keek om zich heen. Net kwam er een jongen voorbij die er heel vuil en ongewassen uitzag. 'Kijk eens naar deze jongen,' zei hij. 'Kunt u het water en de zeep de schuld geven dat deze jongen er zo vies uitziet? Nee, er is genoeg water en zeep, maar als deze jongen er geen gebruik van maakt, dan blijft hij zo vies als hij is. Zo is ook het evangelie bestemd voor alle mensen. Maar alleen de mensen die er gebruik van maken, die het aannemen, ervaren de kracht van het evangelie en alleen zij worden gered.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:59 Reageer op dit bericht Stuur door

ZORGT GOD?

ZORGT GOD?

 

Op een bitterkoude dag omstreeks Kerstmis strompelde een teeruitziend tienermeisje door een straat in Wiesbaden, Duitsland. Te zwak en te ziek om haar zware koffer te dragen, sleepte ze hem achter zich aan door de sneeuw. In paniek joeg de gedachte door haar hoofd: Ik heb geen huis, geen familie, geen vrienden - ik ben alleen in deze grote wereld met niemand die voor mij zorgt! Dat meisje was ik.

Ik was geboren in 1930 in Oost-Duitsland als dochter van een Duitse vader en een Russische moeder. In die tijd koesterden de meeste Duitsers een diepe haat tegen de Russen. Omdat mijn ouders dachten dat ik slecht behandeld zou kunnen worden vanwege mijn moeders nationaliteit, gaven zij mij aan een Duits echtpaar. Ik hield veel van die mensen. Ze behandelden me goed, alsof ik hun eigen dochter was.

In 1945, toen ik 15 was, kwam er oorlog in die omgeving. Toen de Russen optrokken met tanks, bombardeerden ze onze stad. Met een vluchtkoffertje met enkele bezittingen vluchtten mijn pleegouders en ik uit huis in de richting van de Baltische Zee in een poging de Russen te ontlopen. Ik kon 's nachts niet slapen uit angst voor achtervolging of gevangenschap. Enkele dagen later eindigde onze vlucht - niet in vrijheid, maar in gevangenschap. Mijn hart klopte wild toen ik me vastklemde aan mijn ouders.

De Russen dreven alle ouders vóór de kinderen uit. Met machinegeweren werden er honderden volwassenen weggemaaid. Ik kan mijn afschuw en angst met geen pen beschrijven toen ik mijn geliefde pleegouders dood zag neervallen. Hulpeloos en geschokt zagen wij kinderen hoe de lichamen van onze ouders in een kuil werden gegooid en met zand bedekt.

Toen dreven de Russen ons in een donker, vochtig souterrain waar we een paar dagen zonder eten en drinken gevangen werden gehouden.

De Duitsers deden een tegenaanval en bevrijdden ons. We werden in trucks gezet en naar de Baltische Zee gebracht. Daar werden we in allerlei soorten schepen geladen. Ik kwam met een heleboel andere kinderen op een onderzeeër terecht. We waren nog maar kort op weg toen Amerikaanse en Engelse schepen alle Duitse vaartuigen tot overgave dwongen. Wij werden overgebracht naar een Engels schip en gebracht naar een krijgsgevangenenkamp in Kopenhagen, waar we drie jaar werden vastgehouden. De Engelsen wilden ons niet uit het kamp ontslaan tenzij wij een plaats hadden om te wonen. Ten slotte vond het Rode Kruis in 1948 een plek voor mij bij een oud echtpaar, familie van mijn pleegouders, in Wiesbaden.

De jaren van ontbering eisten hun tol en ik werd ziek. Het oude echtpaar liet me naar een ziekenhuis brengen. Toen ik weigerde in een klooster te gaan, pakte iemand mijn spullen in een koffer en ik werd buiten de deur gezet in de koude, besneeuwde straten van Wiesbaden.

Toen ik de straat uitliep, mijn koffer achter me aanslepend, stond ik even stil en keek omhoog. Doodmoe en bang riep ik uit: 'Als U bestaat, helpt U me dan alstublieft!' Maar ik vroeg me af: bekommert God zich echt wel over wat er met mij gebeurt?

Ik kreeg opeens een aandrang om aan te kloppen bij een deur daar dichtbij. Een vrouw met een vriendelijk gezicht deed open en vroeg me binnen te komen. Toen ik haar mijn geschiedenis vertelde, zei ze: 'Ons huis is jouw huis.' Ik wist dat ik niet bij toeval in dit huis gekomen was. De God die ik aangeroepen had, had mij naar een christelijk gezin geleid - naar het huis van meneer en mevrouw Hentz. Meneer Hentz was voorganger van een evangelische gemeente.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door lucky om 07:10 Reageer op dit bericht Stuur door

HIJ NEEMT ER DE TIJD VOOR .

HIJ NEEMT ER DE TIJD VOOR .

 

Wat zijn we allemaal druk. Met het gezin, met het werk, met de kerk... druk, druk druk. Gelukkig hebben we ook af en toe vrij. Vakantie. Tijd om tot rust te komen. Tijd om stil te staan bij de dingen waar God druk mee is - in alle eerbied gesproken.

Het bijzondere is dat wij mensen helemaal niet de indruk krijgen dat de Heer zo druk is. Neem nu bijvoorbeeld Abraham. U kent zijn geschiedenis wel: zijn roeping om uit het huis van zijn vader te gaan, op weg naar een onbekend land. Hij was toen 75 jaar. Hij was al 86 toen hij Ismaël als zoon kreeg. Hij was 100 jaar oud, toen zijn door God beloofde zoon Isaak kwam. Echt haast lijkt de Heer niet te hebben. Wat doet de Heer in Abrahams leven? Als Lot het beste deel van het land Kanaän heeft gevraagd, bevestigt de Heer aan Abraham dat hij heel het land zal krijgen en een groot nageslacht. Als Abraham weigert geschenken aan te nemen van de koning van Sodom, opdat die niet kan zeggen dat hij Abraham rijk heeft gemaakt, ook dan bevestigt God zijn beloften aan Abraham door Zich persoonlijk voor die beloften garant te stellen (zie Genesis 15). Toch ziet Abraham nog niets van die beloften in vervulling gaan. Het is dan ook zo logisch om de Heer maar eens een handje te gaan helpen, en via Hagar nageslacht te verwekken. Op het laatste nippertje, toen het menselijkerwijs nog kon. Want als de Heer Abraham opzoekt als hij 99 jaar oud is, schiet Sara in de lach. Het is immers veel te laat voor Abraham en haar om nog een kind te krijgen (Genesis 18:12).

Maar het wonder gebeurt toch, en het beloofde kind komt!

Eind goed, al goed zou je denken.

Maar dan gaat God verder. Hoe oud zal Abraham zijn geweest toen de Heer hem vroeg om zijn geliefde zoon te offeren? Honderdtien? Honderdtwintig? Isaak was in ieder geval oud genoeg om zelf al het offerhout de berg op te dragen.

In al die jaren was er toch wat bij Abraham veranderd. Want in Hebreeën 11:17,18 lezen we: 'Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht ... hij tot wie gezegd was: door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.' Abraham had inmiddels geleerd dat de Heer echt helemaal te vertrouwen is: Hij doet wat Hij zegt en Hij kan datgene doen wat boven ons denken uitgaat.

 

Abraham had God leren vertrouwen, op een manier zoals alleen heel kleine kinderen dat kunnen: Hem compleet vertrouwen op zijn woord. De Heer is er druk mee dat ook aan ons te leren. Hij is te vertrouwen, altijd...

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 17:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Als de Heer het wil en wij leven.

Als de Heer het wil en wij leven.

 

Wij denken en spreken graag over andere mensen en hebben ons oordeel vlug klaar. Maar onderzoeken wij ook onszelf en oordelen wij ons eigen handelen? Het is niet aan ons om de ander te oordelen. Wij zijn de Rechter niet - dat is Hij! Daarmee begint deze dag.

Maar dit stukje gaat verder over onszelf en onze eigen plannen. Wilt u vandaag of morgen handel drijven en winst maken? Pas dan op voor hoogmoed of overmoed. Want onze plannen lukken alleen als de Heer het wil en wij leven. Hij kent de dag van morgen en houdt ons leven in zijn hand. 'Deo volente' is echt geen holle frase!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:44 Reageer op dit bericht Stuur door

Het geloof zonder werken is dood.

Het geloof zonder werken is dood.

 

Soms zijn namaakplanten heel moeilijk van echte planten te onderscheiden. Maar toch is er een groot verschil: de laatste leven en groeien en de eerste zijn dood en moeten enkel worden afgestoft om mooi te blijven.

Zo is het ook met veel christenen. Ze zitten keurig vooraan in de kerk, zoals een plastic palmboom op de plaza van Center Parcs staat. Maar ze groeien niet en hun geloof is dood, omdat het niet met werken gepaard gaat. Jakobus is hier wel heel scherp, maar ook heel praktisch! Wel iets om heel serieus te nemen.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 07:27 Reageer op dit bericht Stuur door

'IK BEN...'

14 Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN

 

'IK BEN...'

 

 

In Ex. 3:14 noemt God Zich bij één van Zijn namen, namelijk :'Ik ben.' Bisschop Beveridge gaf hierover de volgende, mooie uitleg.

God noemt Zichzelf 'Ik ben'. Hij zegt bijvoorbeeld niet: 'Ik ben uw licht', 'Ik ben uw gids', of: 'Ik ben uw sterkte.' Dit is Hij natuurlijk ook, maar Hij zegt hier alleen maar: 'Ik ben.' En verder niet. Het is alsof Hij tegen ons wil zeggen: jullie mogen zelf invullen wat jullie nodig hebben. Bijvoorbeeld: Ben je zwak? Ik ben sterk en Ik wil jou de kracht geven die je nodig hebt. Ben je arm? Ik ben rijk en Ik wil jou van Mijn rijkdom geven. Ben je bedroefd? Ik ben de Trooster en Ik wil bij jou zijn en je troosten. Heb je wijsheid nodig? Ik ben de Wijsheid en Ik wil jou wijsheid geven als je Mij erom vraagt. Moet je sterven? Mijn Zoon is de opstanding en het leven en Ik geef jou het eeuwige leven, als je in Mijn Zoon gelooft.

Zo wil God ons in elke situatie van ons leven geven wat we nodig hebben. Wij kunnen zingen: 'Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven, groot is Uw trouw, o Heer, aan mij betoond.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:08 Reageer op dit bericht Stuur door

De barmhartigheid roemt tegen het oordeel.

De barmhartigheid roemt tegen het oordeel.

 

Wij gaan vaak af op het uiterlijk van mensen, of op hun sociale status, en vormen ons zo een mening over hun waarde. Vergis u niet: Jakobus noemt dat zonde. Want het is niet de manier waarop de Heer oordeelt, die het hart kent en nooit op de buitenkant afgaat.

Letterlijk staat er in het laatste vers dat de barmhartigheid triomfeert over het oordeel. Dat wil zeggen dat wij onze naaste zouden moeten liefhebben als onszelf, los van het feit of die naaste een gouden ring draagt of een piercing, een jeans of een driedelig pak. God kijkt naar het hart van mensen. Laten wij dat alsjeblieft ook doen.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door lucky om 06:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Leren zich toe te leggen op goede werken.

Leren zich toe te leggen op goede werken.

 

In West-Europa hebben de meeste mensen een goede opleiding, of ten minste de kans om goed onderwijs te volgen. We weten heel veel. Er zijn specialisten voor van alles en nog wat.

In Gods wereld zijn ook specialisten nodig. Mensen die zich specialiseren in goede werken. De opleiding hiervoor krijgen we uit Gods Woord. En Hij geeft ons ook nog de daadkracht. In Christus Jezus zijn we geschapen tot goede werken die God dan ook nog eens voor ons klaarlegt, zodat we ze kunnen doen. Zijn Woord is betrouwbaar. Laten we eens wat minder praten en wat meer doen voor God. En als we niet weten wat we moeten doen, laten we Hem dan vragen wat Hij wil dat we zullen doen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door lucky om 07:42 Reageer op dit bericht Stuur door

De leer van God, onze Heiland, in alles versieren.

De leer van God, onze Heiland, in alles versieren.

 

Versieringen zijn ervoor om iets mooi en aantrekkelijk te maken. Zo vindt God het geweldig als ons gedrag overeenkomt met wat God in zijn Woord van ons vraagt. Dat vindt Hij mooi en aantrekkelijk.

Vergelijk het ook maar eens met een muziekleraar. Een muziekleraar probeert zijn leerlingen iets bij te brengen. Hij is blij als het geleerde in praktijk wordt gebracht. Bij bekende musici wordt vaak vermeld bij welke leermeester zij gestudeerd hebben. Zien de mensen aan ons bij wie wij in de leer zijn geweest? Bij Jezus Christus? Of bij onszelf? Uit onszelf kan niet veel goeds voortkomen, dat weten we toch eigenlijk wel.

Laten we God vragen om ons te helpen, zodat we meer op Jezus Christus gaan lijken. Hij is de genade van God die ons bij de hand neemt om van Hem te leren. Tot zijn eer.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij heeft ons behouden.

Hij heeft ons behouden.

 

Bij God kun je geen wit voetje halen en je kunt ook je behoudenis niet verdienen. Ons denken is onverstandig, onze weg een dwaalweg, we gaan op kronkelpaden, onze vermeende vrijheid is verslaving. In onze omgang met elkaar maken we meer kapot dan ons lief is.

Wat een goedheid dat God mens is geworden en ons heeft opgezocht. Hij biedt ons zijn liefde en redding aan. Zijn genade is er voor onze schuld en zijn barmhartigheid voor ons onvermogen, zodat wij rechtvaardig voor God zouden zijn. Hij is onze kracht en werkt door zijn Geest in ons. Hij wil zijn leven in ons zichtbaar laten worden.

God heeft ons door zijn genade behoudenis gegeven. Hij zet ons niet aan de kant. Hij houdt zo veel van ons dat het ondenkbaar en ondankbaar zou zijn om zijn goede zorgen niet aan te nemen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:43 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten