water

waterWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
water
water
Ingetogen.Ingetogen.
Gezonde leer moet zichtbaar zijn in ons gedrag en onze houding. God spreekt door zijn Woord jongeren én ouderen concreet aan op hun gedrag. Eén eigenschap die opvalt en drie keer voorkomt, is ingetogenheid. Ons probleem is vaak dat we graag willen opvallen, op de voorgrond willen treden en gezien willen worden door onze omgeving. We willen dolgraag zien en merken dat andere mensen ons erkennen. We willen aandacht voor onszelf opeisen. Het tegenovergestelde in extreme vorm van ingetogenheid is arrogantie, betweterig zijn en boven je broeder of zuster gaan staan.
Gods Geest wil ons helpen om ingetogen te leven. Dat valt op voor God. Daar heeft God plezier in. Het is één van de kenmerken van een gezond geestelijk leven.
ROTS
ROTS
Als een rentmeester van God.11:36 Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.
Als een rentmeester van God.
Wat Paulus aan Titus schrijft over oudsten in de gemeente, geldt ook voor andere gelovigen. In elk geval zijn alle gelovigen rentmeesters. Wat we zijn, zijn we dankzij onze Schepper en Redder, Jezus Christus. Wat we hebben, hebben we van Hem ontvangen: vergeving van onze zonden, eeuwig leven, maar net zo goed talenten en materiële dingen. Onze God wil dat we die zaken voor Hem beheren en Hem ermee dienen. Dat is geestelijk rentmeesterschap. In Gods economie gebruiken we de middelen die Hij ons heeft toevertrouwd en Hij vermenigvuldigt zijn zegen. Het is goed opnieuw te beseffen dat we ons hele wezen, ons hele hebben en houden, mogen inzetten voor onze God. Hij is de Eigenaar. 'Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid' (Romeinen 11:36).
Gezond in het geloof.Gezond in het geloof.
6 Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna
De waarschuwingen in het bijbelgedeelte van vandaag zijn niet van de lucht. Door veel praten wordt er veel kapotgemaakt. Door leugens worden relaties tussen gelovigen verwoest. 'De tong is een vuur, de wereld van de ongerechtigheid,' zegt de Bijbel in Jakobus 3:6. Als Gods Gemeente verziekt wordt door gezwets, moet dat aan de kaak gesteld worden. Gezond geloof: daar draait het om. In plaats van over elkaar te praten, moeten we samen de Heer zoeken. Praten met Hem en met elkaar. Gezond en rein blijven in plaats van besmet raken. 'Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.' En áls we gezondigd hebben, is er - God zij dank! - altijd vergeving mogelijk, ook onder elkaar.
prijs de Heer

Maar de Heer heeft mij bijgestaan.Maar de Heer heeft mij bijgestaan.
Paulus maakt zijn broeders geen verwijt dat ze hem in zijn rechtszaak in Rome niet terzijde hebben gestaan. Zouden wij het gekund hebben? Paulus verwijt wél ene Alexander, dat hij de zaak van de Heer schade berokkent en waarschuwt terecht voor zulke mensen. Er kunnen situaties ontstaan waarin mensen gewoon geen hulp kunnen bieden. Maar in dergelijke omstandigheden mogen we vast op onze Heer rekenen. Dat is een kostbare ervaring, die de Heer zo bijzonder voor ons maakt. David kon daar ook van getuigen in Psalm 16:8: 'Omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet.' En verderop in de Psalmen staat: 'Hij staat aan de rechterhand van de arme om hem te verlossen van wie hem veroordelen' (Psalm 109:31).
De HERE zal zijn volk niet verstoten.En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen,
jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen – In het Grieks is er een woordspel tussen het woord petra, ‘steen’ of ‘rotsblok’, en de naam Petrus.
en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.
De HERE zal zijn volk niet verstoten.
Nee, God laat zijn volk niet in de steek. Wat gold voor Israël, geldt ook voor de Gemeente van God. Wat er ook gebeurt, de Gemeente is gebouwd op Jezus, de Rots. De poorten van de hades zullen de Gemeente niet overweldigen (Matteüs 16:18). Gods volk mag in het nauw gebracht en aan alle kanten belaagd en verdrukt worden, maar God ziet en hoort het. Er is heel veel onrecht in deze wereld, ook tegen christenen. Velen van hen hebben het hard te verduren in de naam van Christus. De Bijbel prijst hen gelukkig, omdat de Geest van de heerlijkheid, de kracht en de Geest van God op hen rust. Dat is de ongekende kracht van God die boven de situatie uitstijgt en uithoudingsvermogen geeft, om sterk te staan voor God en zijn eer. En Hij ziet het, Hij ziet elke traan en elk stil verdriet.
Liefhebbers van God.Liefhebbers van God.
Het gaat met de mensheid zonder God alleen maar van kwaad tot erger. Het is frappant dat de Bijbel daar heel nuchter in is en dat gewoon vaststelt. De mensen missen wat goed is en wat God van hen vraagt: rechtvaardig met elkaar om te gaan, trouw te zijn en met God door het leven te gaan. Ze zijn meer liefhebbers van genot dan van God. Nu is genieten niet verkeerd. Alles wat God gemaakt heeft, bijvoorbeeld het huwelijk, maar ook eten en drinken, is goed en niet verwerpelijk, áls we God ervoor danken. Dat is nu juist zo mooi, als we God liefhebben om wat Hij ons allemaal geeft, en het niet allemaal maar vanzelfsprekend vinden. God heeft ons alles gegeven en het bewijs is zijn Zoon Jezus Christus. Heb daarom God lief met je hele hart, je hele ziel en je hele kracht.
voorstelHet is het voorstel om de Naam van God weg te laten uit de herziene versie van de Europese grondwet, dit is de boodschap die Angela Merkel heeft meegedeeld aan 20 religieuze leiders van Europa.
Klik op de link om tegen dit voorstel te tekenen!
EEN ONTMOETING IN JERUZALEMEEN ONTMOETING IN JERUZALEM
Op de verkeerde dag en op het verkeerde uur kwamen wij in Jeruzalem aan. Het was vrijdag en het was elf uur. Het Tempelplein waar de Rotskoepel stond en de El-Aksamoskee was niet meer toegankelijk voor de toeristen. Men had besloten om alleen moslims toe te laten, zodat zij rustig konden bidden. We konden over de hoofden van de bewakers heen nog net een mooi plaatje schieten van de glanzend gouden koepel, die stralend afstak tegen een hardblauwe hemel. Omdat om vijf uur de sabbat begon, moesten we zorgen weer voor halfvier bij het busstation te zijn, want daarna zou al het openbaar vervoer stilliggen. Nadat we bij enkele kruiswegstaties - die zich langs de Via Dolorosa bevinden - hadden stilgestaan, kwamen we na twaalven, op het heetst van de dag, bij de Hof van Gethsémané en vonden het gesloten. Op een bordje stond dat we er na halfdrie weer in konden. Dat was heel erg. Mistroostig liepen we de weg verder omhoog en kwamen aan bij het oudste en grootste joodse kerkhof ter wereld. Zo ontzettend veel platte witte grafstenen. Het was er doodstil, er was verder niemand dan wij tweeën.
Boven een heel grote witte tombe boog zich één boom. Daaronder gingen we zitten en haalden brood en drinken uit onze rugzak. Wat waren we dom geweest om niet naar de openingstijden te informeren. Nu waren we veel geld en energie kwijt en konden niets bezichtigen. We vouwden onze handen en vroegen een zegen voor het eten en de rest van de dag. 'Hi! How are you?' We schrokken en keken waar dat geluid vandaan kwam. Een paar meter boven ons stond een jongeman naar ons te lachen. Met één been op het muurtje en met z'n hand z'n hoofd ondersteunend, keek hij lachend op ons neer. 'Oh hi,' zeiden we een beetje geïrriteerd en we zwaaiden wat flauwtjes naar hem en gingen door met eten. Maar hij had echt zin in een praatje en vroeg waar we vandaan kamen en wat we hier deden. We vertelden hem met trots dat we uit Belgie kwamen en - lichtelijk beschaamd - dat we hier nog veel hadden willen bezoeken, maar dat alles pas weer om halfdrie openging en dat we daar niet op konden wachten, want het was nog een uur gaan naar het centrale busstation.
Toen wees hij op een groot hoog hek aan de overkant van de weg en vroeg of we met hem mee wilden gaan om daarachter een tuin en een kerk te bezichtigen en hij toonde ons een grote roestige sleutel. We vonden het heel eng om met zo'n vreemde jongeman mee te gaan, maar we werden tegelijk ook erg nieuwsgierig. Hij droeg geen keppeltje, dus het leek ons geen joodse jongen, misschien een Palestijn? We waagden het erop. Hij bracht ons in een prachtige tuin, waar hij uitleg gaf bij vele planten en bomen. Hij liet ons de struik zien met heel grote scherpe stekels, waar de doornenkroon van was gemaakt. Hij verhaalde van de Johannesbroodboom. En hij toonde mij de verschillende tuinkruiden. Of ik wel wist wat dit was en dat, maar ik haalde de majoraan en de marjolein door elkaar, waarop hij opperde dat mijn man niet tevreden zou zijn over mijn kookkunst en dat het hem niets zou verbazen als hij een andere vrouw zou zoeken. Hij zei allemaal vreemde dingen over hem en ik ging hem verschrikkelijk verdedigen. 'O nee, zo was mijn man niet' en 'O nee, dat zou hij nooit doen' enz. Daarna opende hij voor ons het kerkje 'Dominus Flevit' ('De Heer weende'). Op de koepel van de kerk zijn de grijs leien platen in de vorm van druppels aangebracht. Het was heerlijk koel binnen. Ook daar vertelde hij ons alles over de historie van het bouwwerk en hij leidde ons naar het raam en toonde ons van daaruit Jeruzalem. We kwamen diep onder de indruk toen we de stad zo zagen liggen en op de plaats stonden waar de Heer Jezus de profetie had uitgesproken, wetende hoe ontzaglijk daar geleden zou worden. De jongeman zette ons neer op een kerkbank en gaf ons een plankje met de Engelse tekst van Luk. 19: 41-44 erop: 'Och, of u ook op deze dag verstond wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen.' De tranen stroomden mij geluidloos over de wangen. De jongeman nam mij het plankje weer af en begon er mij koelte mee toe te wuiven tot mijn huilen ophield. Toen hij het hek weer achter ons sloot, waren we diep onder de indruk van wat ons was overkomen. We overlegden met elkaar of misschien de Here God ons deze jongeman had gestuurd? Was het wel een gewone jongeman? Dat moest wel, want hij had zulke rare vragen gesteld in de tuin en zulke rare dingen geïnsinueerd. Het was beslist een gewone jongeman geweest. Hoewel? Hij had mij wel een heleboel positieve opmerkingen aangaande mijn man ontlokt! Ik had eigenlijk nog nooit zo nadrukkelijk iemand verteld van zijn trouw, zijn geduld, zijn vergevensgezindheid en nog meer van die goede eigenschappen. Op een vreemde manier was mij eigenlijk gevraagd: 'Heb jij hem echt lief?' En op een bijzondere manier had ik geantwoord: 'U weet toch dat ik hem liefheb!'
Dit jaar mogen Jan en ik vieren dat we 40 jaar lang door God bijeen zijn gehouden. Niet onze liefde, maar zijn liefde deed dat!
Dienen
Dienen
Ik hoef niet alles te begrijpen, als ik Zijn hand maar vast
mag grijpen.
Geduld is: God God laten zijn.
In de hemel is er geen sprake van paniek, daar zijn alleen plannen.
Mijn kruis is daar waar de wil van God en mijn eigen wil elkaar ontmoeten.
God zal je nergens brengen waar Zijn genade je niet kan dragen.
Verlossing is gratis - God dienen kost alles
Bedroeven van de Heilige Geest is:
Zijn plannen met ons leven dwarsbomen en Hem niet alle ruimte geven.
En heilige is iemand die Gods licht uitstraalt.
Kris Vleugels

HEMELHOOG

DE PRIJS VAN EEN LAMDE PRIJS VAN EEN LAM
We liepen het erf weer op, langs een dood lam. 'Een lijer,' zei de boer. 'Daar was toch niks mee te beginnen.' 'Ik had er best wat aan kunnen doen, denk ik,' zei Jan Koopmans, de veearts, toen we in de auto zaten. 'Maar als ze mij daarvoor hadden opgetrommeld was dat twee keer zo duur geweest als dat hele lam kostte. Geen lam zal ooit een veearts zien.'
Dit citaat uit het boek 'Hoe God verdween uit Jorwerd' van Geert Mak zette me even aan het denken. De Here Jezus vergelijkt in de Bijbel mensen wel eens met schapen en lammeren. In tegenstelling tot hoe mensen soms met hun dieren omgaan, zei Hij: Ik zet m'n leven in voor mijn schapen. Het kostte Hem alles om zijn 'schapen' niet te verliezen. Door onze afkerigheid van God en alle verkeerde dingen die we doen, was het enige lot dat ons wachtte de dood. Er was geen hoop op leven. Jezus offerde Zijn eigen leven op aan een kruis. Door dat te doen nam Hij onze straf over. Na drie dagen stond Hij op om nooit weer te sterven. Wie dat gelooft, krijgt het eeuwige leven.
Voor een gewoon lam is de veearts te duur. Voor u en mij vond Jezus zelfs de prijs van Zijn leven niet te hoog.
ONVOORWAARDELIJKONVOORWAARDELIJK
Ik moest er door een lieve broeder op gewezen worden:
Gods liefde voor mij (en ook voor u natuurlijk) is onvoorwaardelijk.
Wist ik dat dan niet? Jawel hoor, maar niet genoeg.
Want het betekent?
Heel eenvoudig:
U en ik, wij kunnen niets doen waardoor Hij minder van ons zal houden.
Wij kunnen ook niets doen waardoor Hij meer van ons gaat houden.
We kunnen zijn liefde nooit verliezen: Hij houdt vandaag evenveel van ons als gisteren. Wat we ook doen. We kunnen zijn liefde ook niet verdienen. Zijn onvoorstelbare liefde is een gift, onverdiend. Dat noemen we genade. Nu we het daar toch over hebben: we kunnen God ook niet teleurstellen.
Dacht u van wel?
Nee hoor. Stelt u zich eens voor dat de Heer u iets heel doms, of heel verkeerds, of vooruit, iets heel erg zondigs, ziet doen. Dacht u dan dat Hij reageert met: 'Wat stelt die-en-die mij enorm teleur. Dat had ik van jou niet gedacht. Dat valt Mij vies van hem tegen... terwijl Ik zoveel voor die-en-die heb gedaan.' Onmogelijk!
Hij kent u en mij toch door en door? Iedere gedachte, nog voor wij die zelf denken!, is bij Hem bekend. Hij weet wie we zijn, waar we zijn, hoe we zijn. En vol liefde en bewogenheid kijkt Hij ons aan: Hij wil ons zo graag aan zijn hart hebben, dat Hij Zichzelf gegeven heeft. Durft u te geloven dat Hij gek op u is?
Als u mij niet gelooft, lees maar in Jesaja 30:18: 'De Heer verlangt er naar u genadig te zijn.' Of in Jesaja 43:4: 'U bent kostbaar in zijn ogen en hooggeschat; Hij heeft u lief.'
CHRISTENEN AAN DE ZWARTE ZEECHRISTENEN AAN DE ZWARTE ZEE
Toen Paulus en Silas eens vanuit Mysië naar het aan de Zwarte Zee gelegen Bithynië probeerden te gaan, liet de Geest van Jezus het hun niet toe (Hand. 16:7). Spoedig bleek dat het de bedoeling was dat ze naar Europa overstaken, en wel naar Macedonië. Een intrigerende vraag blijft waarom de beide predikers niet naar Bithynië mochten gaan. Op die vraag zullen we het antwoord vergeefs in de Bijbel zoeken. Toch zien we in 1 Petr. 1:1 dat zich daar later wel degelijk christenen bevonden. Kennelijk heeft de Here anderen ingeschakeld om in Bithynië het evangelie te prediken. Ook in de aangrenzende streek Pontus blijken zich christenen te bevinden. Misschien is daar gepredikt door Joden die het Pinksterwonder in Jeruzalem hebben meegemaakt en tot bekering gekomen zijn, want in Hand. 2:9 zien we dat daar ook mensen uit Pontus aanwezig waren. Deze streek wordt ook genoemd als de geboorteplaats van de Jood Aquila, een tentenmaker die samen met zijn vrouw Priscilla met de apostel Paulus heeft samengewerkt. Maar wat is er verder bekend over de christenen aan de Zwarte Zee?
Bithynië en Pontus waren door de Romeinen samengevoegd tot één grote provincie. In de jaren 111-113 werd deze provincie bestuurd door de stadhouder Plinius. Deze Plinius heeft over allerlei aangelegenheden gecorrespondeerd met zijn baas in Rome, keizer Trajanus. Van deze correspondentie interesseert ons vooral de brief die Plinius aan Trajanus schreef over de door hem in Bithynië en Pontus aangetroffen christenen. Deze brief is het oudste heidense document over de verspreiding van het christendom dat we bezitten. Plinius raadpleegt zijn baas omdat hij niet goed weet wat hij met de christenen in zijn provincie moet. Ook het antwoord van Trajanus is bewaard gebleven. Stadhouder Plinius schrijft zijn baas Op zichzelf is het triest dat Plinius juist door mensen die zeiden dat ze nooit echte christenen waren geweest - die daardoor zonder mankeren door zijn test heen gekomen waren - het best geïnformeerd is over het christelijk gemeenteleven in Bithynië en Pontus. Zij verklaarden dat de christenen daar de gewoonte hadden 'op een vaste dag vóór zonsopgang samen te komen en beurtelings ter ere van Christus als voor een god een lied te zingen.' Ook meldden zij dat de christenen later weer samenkwamen voor een gemeenschappelijke en eenvoudige maaltijd, en dat ze gewend waren niet te stelen of te roven, geen echtbreuk of woordbreuk pleegden, en in bewaring gegeven goederen op verzoek prompt teruggaven - allemaal zaken waarin de christenen zich van de niet-christenen onderscheidden. Plinius meldt ook dat hij conform een keizerlijke richtlijn een verbod op vereniging en vergadering had uitgebracht, en dat de christenen zich daaraan hadden gehouden. Helaas was Plinius' mening over het christelijk geloof negatief: hij vond het een verderfelijk bijgeloof, een besmettelijke ziekte. Trajanus dat hij, ondanks de vragen die hij heeft, christenen heeft laten terechtstellen. Hij heeft ze persoonlijk gevraagd of ze christenen waren. Wanneer ze dat erkenden, heeft hij zijn vraag een tweede en een derde keer herhaald, onder dreiging met de doodstraf. We kunnen bewondering opbrengen voor de moed van deze christenen, die met de dood voor ogen trouw bleven aan de Here. Plinius meldt ook dat hem onlangs anoniem een lijst met namen is bezorgd van mensen die christenen zouden zijn. Opmerkelijk is de manier waarop Plinius degenen die ontkenden dat zij christen waren, aan een onderzoek onderwierp. Het was hem namelijk bekend dat sommigen die hun christen-zijn bij een verhoor ontkenden, wel degelijk christen waren. Hij liet ze de Romeinse goden aanroepen, hij liet ze aan de goden en aan de keizer offeren, en hij liet ze Christus vervloeken. Dit laatste was iets waarvan hij gehoord had dat echte christenen daartoe niet kunnen worden gedwongen. Staan ook wij, christenen van 20 eeuwen later, zo bij onze medemensen bekend?
Uit Plinius' beschrijving blijkt dat het aantal christenen zo groot is, dat hij bang is voor consequenties vanuit Rome als hij een beoordelingsfout zou maken. Moet hij het loutere feit dat iemand een christen is, strafbaar stellen? Moet hij onderscheid maken naar geslacht en leeftijd? Moeten christenen de gelegenheid krijgen hun geloof af te zweren? Aan het eind van zijn brief motiveert Plinius nogmaals waarom hij zich tot de keizer wendt. Wat voor hem zorgwekkend was, is in onze ogen juist heel positief: ondanks de vervolging groeide het aantal christenen explosief, niet alleen in de steden en de dorpen, maar ook op het platteland - dat laatste is inderdaad opmerkelijk, want het platteland bleef doorgaans het langst heidens. Toch ziet Plinius een lichtpuntje: zijn aanpak lijkt succesvol, want er wordt weer meer offervlees verkocht en de tempels worden weer bezocht. Inderdaad, waar God een geopende deur geeft, zijn veel tegenstanders. Trajanus' korte antwoord gaat inhoudelijk niet op het christendom in. Behalve een complimentje krijgt Plinius slechts te horen dat hij geen actief opsporingsbeleid moet voeren, en niet moet ingaan op anoniem voorgelegde beschuldigingen. Dat, schreef Trajanus, zou een zeer slecht voorbeeld zijn, en is niet iets van onze tijd. Inderdaad! Maar het beste voorbeeld werd niet door Plinius, maar door de vervolgde christenen gegeven. We mogen, terwijl we het einde van hun wandel beschouwen, hun geloof navolgen.
OVERDRIJVEN IS OOK EEN VAKOVERDRIJVEN IS OOK EEN VAK
'Geloven is best, maar je moet het niet overdrijven.' Ik hoor het Piet nog zo zeggen. Hij was een collega met wie ik nauw samenwerkte. We konden het goed met elkaar vinden. 'Hoe bedoel je,' vroeg ik voorzichtig. 'Nou, ik geloof ook in God en ga soms naar de kerk. Maar om nou overal het geloof bij te halen, lijkt me wat te veel van het goede.' Ik was even stil. Wat moest ik daar nu op antwoorden? 'Ik ben het niet helemaal met je eens. Een relatie met de Here is niet iets van een paar momenten in de week, het doortrekt je hele leven. Net als in een huwelijk, in alles houd je rekening met elkaar. Kun je het naar God toe eigenlijk wel maken om te zeggen dat je niet moet overdrijven? Zou Hij ooit vinden dat je Hem te veel in je leven betrekt? En kijk eens naar wat God Zelf deed toen Hij Zijn Zoon stuurde. Hij was niemand verplicht zoveel liefde te geven. Het was Zijn goed recht om ons te laten sterven, omdat wij tegen Hem hadden gekozen. Maar Hij is zo oneindig liefdevol dat Hij een nieuwe mogelijkheid creëerde, zodat we in relatie met Hem kunnen leven. Het is maar goed dat God niet zuinig was in Zijn liefde naar ons toe.'
Het ongeveinsd geloof in jou.Het ongeveinsd geloof in jou.
Gelovigen mogen God danken, omdat ze een bijzondere band met hun broeders en zusters hebben, omdat ze gezien hebben dat ook anderen oprecht geloven in diezelfde God. Sommigen mogen God danken voor ouders en grootouders, in wie hetzelfde geloof heeft gewoond. Dat is best iets om even bij stil te staan. God wil graag dat het geloof en de inhoud ervan, zijn Woord, niet bij een enkeling blijft hangen. Het moet worden doorgegeven. Het is Gods wens voor gelovige ouders, dat zij zijn Woord doorgeven aan hun kinderen. Timoteüs kende van jongs af de heilige geschriften. Daarmee was een belangrijke basis gelegd voor het leren kennen van God. Maar het geloof moet in je wonen, iets van jezelf worden. Het kan niet maar even gekopieerd worden. Uiteindelijk telt alleen waarachtig en echt geloof in God en zijn Woord.
GEEN GOED GETUIGENIS GEGEVENGEEN GOED GETUIGENIS GEGEVEN
Tijdens een opwekking in Engeland knielde een voorganger naast een jonge vrouw die naar voren was gekomen en nu neergeknield lag. Er was iets wat haar in de weg stond om de Heer Jezus aan te nemen als haar Heer en Heiland. 'Wat is er?' vroeg de voorganger vriendelijk. 'Waarom geeft u uzelf niet helemaal over aan de Heer Jezus?' 'Ik heb het geprobeerd', snikte de vrouw. 'Wat staat u in de weg?' 'Het is de manier waarop christenen me behandelden. Ik ben bang dat ik mijn betrekking bij de familie waar ik nu werk moet opgeven. De meneer is zo wreed en ongeduldig tegenover mij.' De voorganger gaf haar de raad haar betrekking op te zeggen. 'God zal wel zorgen dat u een betere betrekking krijgt. Voor wie werkt u eigenlijk?' De vrouw richtte haar hoofd op, keek de voorganger aan en zei: 'Ik werk voor u, meneer.' Vol verbazing riep de voorganger uit: 'Ben jij dat, Jane?' Tot op dat moment had hij niet gemerkt dat het zijn eigen dienstmeisje was die naast hem neergeknield was. Vol van schaamte beleed hij dat hij haar tot nu toe niet goed behandeld had. Nu was voor het meisje de verhindering weggenomen om tot de Heer Jezus te komen.
ik ben

Een psalm, een lied voor de sabbat.92
1 Een psalm, een lied voor de sabbat.
2 Het is goed de HEER te loven,
uw naam te bezingen, Allerhoogste,
3 in de morgen te getuigen van uw liefde
en in de nacht van uw trouw,
4 bij de klank van de tiensnarige harp
en bij het ruisend spel op de lier.
5 U verheugt mij, HEER, met uw daden,
ik juich om wat uw hand verricht.
6 Hoe groot zijn uw daden, HEER,
hoe peilloos diep uw gedachten.
7 Het dringt tot de dommen niet door
en dwazen kunnen het niet vatten:
8 dat de wettelozen als onkruid gedijen
en de onrechtvaardigen bloeien
alleen om te worden verdelgd, voor altijd.
9 U, HEER, bent eeuwig verheven,
10 maar uw vijanden, HEER,
uw vijanden gaan te gronde
en wie onrecht doen, worden verstrooid.
11 U geeft mij de kracht van een wilde stier,
met pure olie ben ik overgoten.
12 Mijn oog ziet op mijn aanvallers neer,
mijn oor hoort de angstkreet van mijn belagers.
13 De mijn rots, in wie geen onrecht is.
rechtvaardigen groeien op als een palm,
als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog.
14 Ze staan geplant in het huis van de HEER,
in de voorhoven van onze God groeien zij op.
15 Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn
en blijven krachtig en fris.
16 Zo getuigen zij dat de HEER recht doet,
De rechtvaardige zal groeien als een palmboom.
Dit is een lied voor de sabbatdag, een lied voor een moment van rust. Het is goed dat een mens rust neemt om de Heer te loven. Er zijn zoveel daden van Hem die ons blij stemmen, zoveel werken van Hem die ons tot eerbiedig nadenken stemmen! Niet dat je overal zo blij van wordt. Als we zien dat het de goddelozen voor de wind gaat, als de bedrijvers van ongerechtigheid bloeien, dan snappen we daar niets van. Maar met grote stelligheid weten we: zo blijft het niet, zij zullen voor immer verdelgd worden. Met vaste zekerheid verkondigt de psalmdichter de toekomst. Wat ook de toestand nú mag zijn, op den duur kan het niet zo blijven. Het is een psalm waarvan we misschien denken dat die alleen aan bejaarden zou moeten worden voorgelezen: 'Zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen.' Niets is minder waar: het is nu juist een bemoediging voor mensen die in het volle leven staan. Ze zullen fris en groen zijn, op ieder moment. Kijk naar een ceder: zó krachtig! Kijk naar een palmboom: zó mooi! Wat zeggen we daarmee eigenlijk? Dat de Heer een bron is in Wie je nooit teleurgesteld raakt, en dat iedereen die er zo goed uitziet, uit die bron heeft geput.
Daar is een sabbatdag goed voor, om blij en eerbiedig Gods daden te overdenken en God te loven. Zeker: er zijn dingen in je leven die je niet begrijpt, maar net zo zeker is dat het beste nog moet komen. Gods kinderen wacht een prachtige toekomst.
Psalmen 93Psalmen 93
De HEER is koning, met hoogheid is hij bekleed,
de HEER is met macht bekleed en omgord.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet,
2 en vast staat van oudsher uw troon,
u bent van alle eeuwigheden.
3 De stromen verheffen, HEER,
de stromen verheffen hun stem,
luid verheffen de stromen hun stem.
4 Maar boven het geraas van de wijde wateren,
van de machtige baren der zee,
is hoog in de hemel de machtige HEER.
5 Uw uitspraken zijn betrouwbaar.
Heiligheid is van uw huis het sieraad,
HEER, tot in lengte van dagen.
De HERE is koning.
Bij het lezen van deze psalm valt op dat er een parallel is met het 'Onze Vader'. Zo leert de Heer Jezus Zelf in het 'Onze Vader' hoe we kunnen bidden:
'Onze Vader die in de hemelen bent.' God is in de hemel, verheven in zijn majesteit, ver boven ons mensen. In deze psalm staat: 'Stromen verheffen hun stem.' Wat er ook gebeurt op deze aarde, God staat erboven. Niets gebeurt buiten zijn wil om.
Het 'Onze Vader' gaat verder: 'Moge uw naam worden geheiligd.' God is niet zo maar iemand. Hij verdient het dat wij Hem eren. Hij heeft ons immers gemaakt. In de psalm van vandaag staat dat de heiligheid een sieraad van Gods huis is. In zijn nabijheid past eerbied en ontzag, niet alleen op zondag.'Moge uw koninkrijk komen', zo wordt het 'Onze Vader' vervolgd. Dat is de wens van iedere discipel. God regeert straks over iedereen, maar ons hart is nu al zijn troon en ons leven zijn koninkrijksgebied, voor altijd. En wij willen graag dat zijn heerschappij zich uitbreidt.
'Moge uw wil gebeuren, zoals in de hemel, zo ook op aarde.' In de hemel wordt er tenminste naar God geluisterd. De vraag aan ons is of wij dat op aarde ook al doen. Het is niet goed om te wachten tot we in de hemel zijn. Nu al naar God luisteren, wordt rijk beloond. Doen wat je zelf wilt, is voor een kind van God ongezond en schadelijk. Het is niet genoeg God onze Heer en Koning te noemen. Alleen als we de wil van God doen, gaan we Gods koninkrijk binnen (Matteüs 7:21). En wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid. De wil van onze grote Koning is wet. Wat is de wil van God? Dat alle mensen behouden worden en de waarheid erkennen. Welke waarheid? Dat de mens verloren is en alleen door Jezus Christus en zijn werk op het kruis van Golgota verlossing ontvangt.
DE JUISTE TIJD .DE JUISTE TIJD .
Jezus vertelt onder andere over de gelijkenis van een zaaier die uitging om te zaaien. Hij zaaide in goede grond, maar er kwam onkruidzaad overheen. En toen het gewas opkwam, groeiden onkruid en tarwe gelijk op.
Als de knechten van de zaaier dat zien, stellen ze gelijk voor om het onkruid uit te rukken. En wat zegt die zaaier dan? 'Het is nog niet de geschikte tijd om het onkruid van de tarwe te scheiden.'
Hoezo nog niet de geschikte tijd?
In dit geval ging het om een grassoort die er in het begin hetzelfde uitziet als de tarwe die in de akker groeit. Zou je nu het onkruid proberen uit te trekken, dan trek je ook veel tarwe uit. Kennelijk kan de zaaier rustig wachten tot het wél de juiste tijd isVoor 'het juiste ogenblik' hebben de Grieken een apart woord, kairos, dat geschikte tijd betekent. Tegenover 'chronos', dat alleen maar de wiskundige tijd aangeeft.
Dit is een heel belangrijk verschil, want een juiste beslissing op een onjuist moment kan een onjuiste beslissing zijn.
De tijd moet ergens rijp voor zijn. Dat is altijd weer een probleem voor ons, ongeduldige mensen, wanneer wij anderen willen helpen met een bepaalde beslissing of met onze wijze raad.
De Heer Jezus groeide dertig jaar naar de vervulling van zijn roeping toe. Hij begon met Zich te laten dopen in de Jordaan en vanaf dat moment brak er een periode van ruim drie jaar aan waarin Hij toegroeide naar de kruisiging en opstanding.
'Mijn ure is nog niet gekomen,' zegt Hij als zijn moeder Hem vraagt in te grijpen bij een bruiloft.
De Heer wacht altijd op de juiste tijd. Laten wij dat ook doen..
VEEL TE VERTELLENVEEL TE VERTELLEN
De evangelist Filippus ging naar Samaria om er het evangelie van Jezus Christus te verkondigen. Zijn werk werd gezegend en Petrus en Johannes zorgden voor verdere consolidatie. Zij waren daar al eerder geweest. Toen Jezus nog bij hen was, verbleef Hij er namelijk twee dagen met zijn discipelen, na een merkwaardig gesprek met een vrouw bij een bron.
De vrouw, die op zo'n ongewoon uur kwam om water te putten, waarschijnlijk omdat ze liever alleen ging dan samen met de andere vrouwen, die haar met een scheef oog aankeken.
Jezus was er toen op verzoek van de Samaritanen gebleven en had hun veel verteld. Inderdaad: de beide mannen waren toen ook bij Hem. Dit moeten zij zich vast hebben herinnerd. Een jongeman vertelde: 'Hij keek mij aan, en heeft iets tegen mij gezegd dat ik nooit meer zal vergeten.'
Een moeder zei: 'Hij heeft toen mijn kindje beter gemaakt.'
Alle herinneringen gingen weer leven.
En ze vertelden het elkaar: Toen en toen hadden ze Hem Zelf gezien en gesproken. Weet je nog bij wie Hij toen onderdak had? Jammer dat die en die er niet meer is; die wist zoveel van Hem te vertellen!
Eén vrouw zat stil in een hoekje. Ze fluisterde alleen wat tot haar naaste omgeving: 'Weet je dat ik toen zo verbouwereerd was, dat ik helemaal mijn kruik bij de bron vergat?'
Wat zullen we in de hemel elkaar straks veel wonderlijke dingen te vertellen hebben! Herinneringen aan Hem die zulke wonderlijke dingen in ons leven deed... alle eer aan Hem!
Zelfs de haren op jullie hoofd|
|
|
Het is aan de ene kant niet eenvoudig om een discipel, een volgeling van Christus te zijn. Het vereist een onbevreesde belijdenis tegenover de mensen, misschien zelfs tegenover vervolgers. Onze belijdenis moet ook oprecht zijn, niet vermengd met huichelarij - die hier vergeleken wordt met zuurdesem. Aan de andere kant is het gelukkig toch niet moeilijk de Here Jezus na te volgen, want als christenen beschikken wij over geweldige hulpbronnen. God Zelf zorgt voor ons tot in de kleinste details van het leven, en de Heilige Geest helpt ons bij wat wij moeten spreken.
Een wolk onttrok Hem aan hun ogen.Een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Dit is een belangrijke mededeling. De Here van hemel en aarde is er wel, maar voorlopig is Hij aan het oog onttrokken. Dat is slechts een kwestie van tijd. Spoedig komt Hij weer en zal ieders oog Hem zien. Vanaf dat ogenblik trok Hij Zich terug in de hemel om van daaruit Zijn werk op aarde voort te zetten in allen die Hem als Heiland en Here hebben erkend. Dit werk begon te Jeruzalem op de eerste Pinksterdag toen de Heilige Geest werd uitgestort, en duurt nog steeds voort. De achtentwintig hoofdstukken van de Handelingen vormen slechts de aanzet van dit grote werk.
TWEEDE PINKSTERDAGToen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen.
TWEEDE PINKSTERDAG
De kracht van de Heilige Geest bleef niet opgesloten in de honderdtwintig mensen die ermee vervuld waren, maar kwam over de rand en bracht anderen in beweging: drieduizend mensen werden diep in hun hart geraakt. Wat was het beslissende moment dat hen raakte? Dat was toen Petrus sprak over Jezus, die door God gemaakt was tot Heer en tot Christus, terwijl zíj Hem gekruisigd hadden. 'Wij willen Hem niet!' hadden ze geschreeuwd, en Hem op een staak omhoog gestoken, terugverwezen naar de hemel. 'Ik wil Hem wel!' zei God.
Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.
Na het heengaan van de Here Jezus naar de hemel komt de Heilige Geest in de discipelen wonen. Hij zal hun de kracht geven om te getuigen, hen in al de waarheid leiden en Christus verheerlijken. De Geest leidt ons in de waarheid van Gods Woord. Menselijk denken helpt ons niet om de dingen te begrijpen die ons door God in Christus geschonken zijn. Ook de toekomst zal de Heilige Geest ons bekendmaken. We zullen eenmaal met de opgewekte ontslapenen op de wolken worden weggevoerd, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen we altijd met de Here zijn. Blij vooruitzicht!
Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.
EERSTE PINKSTERDAG
De dag begon als iedere andere dag. Al negen dagen waren ze met z'n honderdtwintigen bijeen, biddend, zoekend naar Gods wil, Gods macht, Gods daden. Voor de tiende dag gingen ze bidden.
En toen, plotseling, uit de hemel: de wind uit de hoge, geweldig, voortgedreven, het hele huis was er vol van! Als een lopend vuurtje verspreidde het zich over hen allemaal: verdeelde tongen als van vuur, klanktaal, de grote daden van God die ze in allerlei talen uitspraken. Aanbidding, lofprijzing. En verbazing bij allen die hen horen.
HET IS EEN DEEL VAN HET GESCHENKHET IS EEN DEEL VAN HET GESCHENK
Een meisje in Afrika gaf haar onderwijzeres een kerstcadeau. Het was een prachtige schelp. 'Waar heb je die vandaan?' vroeg de onderwijzeres verrast. Het kind vertelde haar dat je zulke schelpen alleen kon vinden op een strand ergens ver weg. De onderwijzeres was diep ontroerd omdat ze wist dat het meisje heel veel kilometers had moeten lopen om de schelp te vinden. 'Je had niet zo'n eind moeten lopen om een cadeau voor mij te zoeken,' zei ze. Het meisje glimlachte en antwoordde: 'Die lange wandeling is een deel van het geschenk.'
De Here Jezus geeft de geweldige gave van het eeuwige leven aan allen die in Hem geloven (Rom. 6:23). Het is een schat die ook inhoudt de vergeving van al onze zonden en Gods nooit falende liefde (Rom. 8:28-39).
Christus' gift begon ook met een reis. Hij verliet de heerlijkheid van de hemel om te komen naar onze door zonde bedorven aarde. Hij werd mens en legde de lange weg naar het kruis af. Daar droeg Hij onze zonden en onderging de straf ervoor. En als ik met diepe dankbaarheid tegen Hem zeg: 'Dat is te veel, Here Jezus! Hoe hebt U dat voor mij kunnen doen?', kan ik me voorstellen dat Hij mij aanziet met Zijn liefdevolle ogen en teder zegt: 'Die reis is een deel van de gift!'
Hemelvaart.Hemelvaart.
Zo is het voortaan: Jezus is in de hemel, gezeten aan de rechterhand van God in de hoge. Zijn volgelingen zijn op aarde, in Jeruzalem, in Judea en Samaria, tot aan het einde der aarde. Daar zullen ze zijn getuigen zijn.
Een beetje bedremmeld lopen ze terug. Met z'n elven - of waren het er toen ook al honderdtwintig, zoals het even later beschreven staat? Waar ze vandaan komen, weten we niet, maar ze waren er ineens, meer dan tien keer zoveel als voorheen, in de bovenzaal. Er waren ook een aantal vrouwen bij, en Maria, de moeder van Jezus, en warempel, daar heb je zijn broers die vroeger niet in Hem geloofden! Wat gaan ze doen? Bidden. Want wat ze straks moeten doen, dat kunnen ze niet. En er is hun iets (of Iemand!) beloofd, maar Hij is er nog niet. En zonder Hem weten ze niet hoe ze het doen moeten.
Is dat niet een duidelijk beeld van wat ons te doen staat? Enerzijds: vol zijn van de Geest, zoals Hij op de Pinksterdag is gekomen. Anderzijds: wachten en bidden, zoals de discipelen vanaf Hemelvaartsdag doen. Want ook wij kunnen het niet best alleen.
Wist u niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?Wist u niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen van Mijn Vader?
Maria was heel verbaasd dat ze zo lang naar Jezus had moeten zoeken. Dat was niets voor Hem, want Hij was niet zoals andere kinderen. En van Zijn antwoord begreep ze ook al niets. Maar laten we het eens van Zijn kant bekijken. Het moet voor Hem zeker niet makkelijk geweest zijn, want werkelijk niemand begreep Hem. Maria en Jozef waren godvrezend, maar ze waren ook zondaars. Aan hen moest Hij onderdanig zijn en dat was de keus die Hij in de hemel gemaakt had. 'Zie, Ik kom om Uw wil te doen', had Hij tegen de Vader gezegd. En dat betekende onder andere dat Hij net als ieder ander mensenkind moest opgroeien. 'En Jezus nam toe in wijsheid...'
GELOOF EN WERKENGELOOF EN WERKEN
Twee heren staken in een roeibootje de rivier over. Onderweg hadden ze een hevige discussie over wat belangrijker was: geloof of werken. Ze konden het niet eens worden. Voor de een was geloof het belangrijkste, voor de ander waren werken het belangrijkste. De man die de boot roeide, was een christen. Hij luisterde een tijdje naar hun discussie en zei toen: 'Ik geloof dat ik jullie probleem kan oplossen. Kijk, ik heb hier twee roeiriemen. De ene riem noem ik "geloof" en de andere noem ik "werken". Als ik alleen de riem van "geloof" gebruik, dan draaien we in een kringetje rond en we komen niet vooruit. Als ik alleen de riem van "werken" gebruik, draaien we ook in een kringetje rond, precies in de andere richting, maar we komen niet vooruit. Maar als ik de riemen van "geloof" en van "werken" tegelijk gebruik, dan komen we vooruit en we komen veilig aan de overkant.'
Geloof en werken horen dus bij elkaar. Als iemand echt een gelovige is, dan doet hij ook goede werken. Jakobus leert ons dat het geloof zonder werken dood is (Jak. 2:26). En volgens de Bijbel zijn werken zonder geloof dode werken.
WANDELEN MET HEMWANDELEN MET HEM
Op een mooie zomerdag was ik met mijn dochter op bezoek in een soort pretpark. Toen we in de rij stonden voor een van de attracties, hoorde ik een man vragen: 'Weet iemand waar deze rij naartoe gaat?' De man naast hem zei: 'Ik heb geen flauw idee.' Ik grinnikte om hun kennelijke onwetendheid, maar toen realiseerde ik me dat ik zelf ook niet wist waar de rij voor was.
Het maakte me trouwens niets uit. Het was een 'vader-en-dochterdag' en we hadden het samen gezellig. Het was niet belangrijk waar we naartoe gingen, het ging er om dat we samen uit waren.
Ik moest denken aan wat we noemen 'wandelen met de Here'. Zijn we zo in beslag genomen door wat we meemaken in het leven dat we vergeten om blij te zijn dat we elke dag met Hem samen zijn?
Henoch, een gelovige uit het Oude Testament, 'wandelde met God, driehonderd jaar' (Gen. 5:22). En toen wandelde hij weg van de aarde in Gods tegenwoordigheid zonder de dood te zien (Hebr. 11:5).
DE ZONDE VAN NALATIGHEIDDE ZONDE VAN NALATIGHEID
Een zakenman hoeft zich niet speciaal in te spannen om failliet te gaan. Hij hoeft alleen maar zijn zaak te verwaarlozen, zijn klanten slecht te bedienen: het faillissement komt vanzelf.
Een boer hoeft geen onkruid op zijn akker te zaaien om die te bederven. De akker brengt vanzelf onkruid voort. De boer hoeft alleen maar met de armen over elkaar toe te zien en het gaat vanzelf mis.
Een boekhouder hoeft geen grote onregelmatigheden te plegen om zijn baan te verliezen.
Zo kan ik wel door gaan. Een mens hoeft er namelijk niet bijzonder veel moeite voor te doen om verloren te gaan. Het is niet nodig daarvoor een misdaad te begaan. Het gaat vanzelf, ook als je helemaal niets doet. Als je niet wilt geloven dat de mens een eeuwige bestemming heeft, als je de Bijbel links laat liggen, als je denkt dat je God niet nodig hebt, als je het verzoeningswerk van de Heer Jezus niet wilt aanvaarden, dan is dat voldoende om voor eeuwig verloren te gaan!
BINNENSTE BUITENBINNENSTE BUITEN
Hudson Taylor, de bekende vroegere zendeling in China, vulde tijdens een van zijn preken een glas met water en zette het vóór zich op tafel. Onder het spreken sloeg hij zo hard met zijn vuist dat het water erover spatte op de tafel. Hij legde toen uit: 'U zult met allerlei problemen in aanraking komen. Maar denk eraan: alleen wat er ín u is, zal naar buiten komen.' Dat is wel iets om over na te denken. Als we verkeerd begrepen of verkeerd behandeld worden, hoe reageren we daar dan op? Met vriendelijke woorden, geduld en zachtmoedigheid? Of hebben we de neiging om ons te wreken? In Ef. 4:17-32 zien we het verschil tussen iemand vóór hij bekeerd is en daarna. Als we leven onder de leiding van de Heilige Geest, zullen we dat laten zien door de manier waarop we reageren op de beproevingen in ons leven. Hoe onze houding is in moeilijke omstandigheden die plotseling over ons komen, is een goede test in hoeverre we gegroeid zijn in genade. Als ons hart vol is van de liefde van de Heer, zullen we reageren met geduld, zoals bij een vol glas water 'eruit komt wat erin zit'.
Wie BEN IKWie BEN IK
Ik ben geboren in 1725 en ik stierf in 1807. De enige geloofsinvloed in mijn leven, voor zover ik mij herinner, kwam van mijn moeder, die ik maar tot mijn zevende jaar heb gekend. Toen zij stierf, was ik in feite een weeskind. Mijn vader hertrouwde en stuurde mij naar een strenge militaire school, waar ik door de zware training bijna een keer mijn rug heb gebroken. Ik kon het daar niet volhouden en ben op tienjarige leeftijd zeer opstandig weggelopen. Een jaar later, nadat ik had besloten me aan geen enkel onderwijs meer te onderwerpen, ging ik naar zee, erop hopend dat ik in mijn vaders voetsporen zou treden. Ik leerde in ieder geval hoe ik een schip moest navigeren. Meer en meer gaf ik mezelf over aan de duivel. Ik had besloten te zondigen zonder enige terughoudendheid, want het licht in mijn leven was uitgegaan. De dagen van mijn militaire dienstplicht brachten mij tot een nog grotere rebellie tegen alles wat met wet en regel te maken had. Ik deserteerde uit het leger, werd later gearresteerd als een misdadiger en heb verschillende keren publiekelijk een aframmeling van de politie gehad.
Na mijn gevangenisstraf ben ik op de vlucht gegaan naar Afrika. Ik had telkens gedachten aan zelfmoord. In Afrika zou ik in ieder geval ver weg zijn van ieder die mij kende. Ik sloot opnieuw een verdrag met de duivel om voor hem te leven. Ik kwam in aanraking met een Portugese slavenhandelaar, bij wie ik werkte tegen kost en inwoning. Zijn vrouw gaf mij te eten zoals aan een hond. Ik moest van de vloer eten en als ik weigerde sloeg ze me met een zweep. Ook daar vluchtte ik weer weg zonder een cent op zak. Aan de kust maakte ik een vuur in de hoop dat een schip mij zou opmerken. Dat gebeurde. Men dacht dat er goud, ivoor of slaven aangeboden zouden worden. Men nam mij desondanks aan boord. Men stond er van versteld dat ik in staat was het schip te besturen. Ik werkte een vrij lange periode op dit schip. Het vervoerde slaven. Vele malen was ik in doodsgevaar. Eens opende ik vaten rum en voerde de hele bemanning dronken. De kapitein liet mij zwaar geselen en smeet me voor lange tijd in het scheepsruim.
Op mijn grafsteen staat: 'Geboren in 1725, gestorven in 1807. Een loopjongen, eens een ongelovige en een losbol, een verzorger van slaven in Afrika, werd door de rijke genade van onze Here en Heiland, Jezus Christus, bewaard, hersteld, vergeven en aangesteld om het geloof te prediken, dat hij lange tijd had bestreden.' Ik wilde voordat ik zou sterven mijn levensverhaal in een lied vertellen. Dat lied werd wereldwijd een lofzang: 'AMAZING GRACE.' Mijn naam? John Newton.
Genade, zo oneindig groot,
dat ik, die 't niet verdien
het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan 'k zien.
Genade die mij heeft geleerd
te vrezen voor het kwaad.
Maar ook - als ik mij tot Hem keer -
dat God mij nooit verlaat.
Want Jezus droeg mijn zondelast
en tranen aan het kruis.
Hij houdt mij door genade vast
en brengt mij veilig thuis.
Als ik daar in Zijn heerlijkheid
zal stralen als de zon,
dan prijs ik Hem in eeuwigheid
dat ik genade vond.
HIJ REDDE ZICHZELF NIETHIJ REDDE ZICHZELF NIET
Een predikant praatte van tijd tot tijd met een boer die geen christen was. Op een morgen toen hij bij hem op bezoek was, vroeg de boer hem om mee te lopen naar het kippenhok. Op één van de nesten van de kuikenbroedplaats zat een hen met een heel broedsel kuikentjes onder haar vleugels. 'Raak haar eens aan, dominee,' zei de boer. Toen de dominee zijn hand op de hen legde, voelde hij dat ze koud en dood was. 'Kijk, ze heeft een wond aan haar kop,' zei de boer. 'Een wezel heeft al haar bloed uit haar weggezogen en ze heeft zich helemaal niet bewogen uit angst dat hij haar kuikentjes kwaad zou doen.' 'O', zei de dominee, 'dat is precies wat Christus deed. Hij verdroeg al het lijden op het kruis. Hij had Zijn eigen leven kunnen redden, maar Hij wilde niet, want als Hij Zich bewogen had, zouden wij verloren zijn gegaan.'
De Heilige Geest gebruikte dit eenvoudige voorbeeld om het hart van de boer te raken. Hij nam de Here Jezus aan als zijn Verlosser.
Hebt u al in het geloof Christus' offer aangenomen?
'Zo lief had Hij zondaars dat Hij voor hen stierf, genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf.'
ARISTOTELES, SPENCER EN PAULUSARISTOTELES, SPENCER EN PAULUS
Aristoteles was een van de grootste wijsgeren van alle tijden. Hij leefde in Griekenland. In een van zijn geschriften verklaarde hij: 'Het belangrijkste voor de mens is dat hij gelukkig is.' Maar toen hij vlak voor de dood stond, zei hij: 'Ik ben in zonde geboren, ik heb ongelukkig geleefd en ik sterf in twijfel. Heb medelijden met mij.'
Herbert Spencer was een groot en beroemd filosoof. Hij heeft nagedacht over vrijwel alles wat zich in de wereld voordoet. Maar op zijn sterfbed gaf hij de opdracht dat er op zijn grafsteen maar één woord mocht staat: 'Infelicissimus', wat betekent: 'de ongelukkigste'.
Het getuigenis van Paulus aan het einde van zijn leven is totaal anders dan dat van Aristoteles of Spencer: 'Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag' (2 Timoteüs 4:7,8).
Als ons geloof niet rust in een gekruisigde en opgestane Christus, zijn we inderdaad 'de ongelukkigste van alle mensen'.
EEN UNIEK AANBODEEN UNIEK AANBOD
Een aantal jaren geleden had een groep christen-zendelingen in Delhi, India, een ontmoeting met vertegenwoordigers van andere godsdiensten om te discussiëren over hun geloof. In de loop van het gesprek zei een vooraanstaand lid van een niet-christelijke godsdienst tegen een zendeling: 'Noem mij eens één ding dat uw godsdienst de Indiërs kan aanbieden dat mijn religie niet kan.' De zendeling dacht even na en antwoordde toen: 'Vergeving! Vergeving!' In tegenstelling met aanhangers van alle andere wereldgodsdiensten kunnen zij die in de Here Jezus geloven, volle zekerheid hebben dat hun zonden vergeven zijn. Iemand van het Brits Bijbelgenootschap zegt: 'Ik heb gesproken met de meest toegeijde moslims, die vijf keer per dag bidden, die naar Mekka geweest zijn en die vasten tijdens de ramadan. Maar als ik vraag: 'Weet u dat uw zonden vergeven zijn?' zeggen ze: 'Nee, we hopen er maar het beste van. 'In Kol.1:14 lezen we:'....in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.' Dat is op grond van Christus' sterven aan het kruis. De vergeving die Hij wil geven, is een uniek aanbod van God Zelf.
Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald.Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald.
Dat mag ook onze wens zijn nu de nacht die over de wereld gaat komen, zijn schaduwen vooruitwerpt. Ondanks de eeuwenlange verkondiging van het evangelie wordt het in de wereld alleen maar donkerder. Steeds duidelijker blijkt dat men ons als vreemde elementen beschouwt. Wat is het dan fijn te weten dat de Here Jezus bij ons wil blijven. Ook met òns wil Hij meelopen, onderweg tot ons spreken en voor ons de Schriften openen. Wordt ook ons hart daar warm van? Hij wil ons graag zegenen, Zich aan ons bekendmaken en gemeenschap met ons oefenen. Dan voelen we ons gesterkt om ons licht in deze donkere wereld te laten schijnen, en bidden we dat daaruit nog velen tot Zijn wonderbaar licht worden getrokken.

Al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk.
De schepping is slecht en verwerpelijk, zeiden sommige dwaalleraars in Efeze: de zonde zit er diep ingeworteld, en je mag er niet van genieten. 'Niks daarvan!' antwoordt Paulus. Seksualiteit binnen het huwelijk, eten en drinken, geniet ervan, onbekommerd en dankbaar. In het Woord vinden we wat wel en niet geschikt is om er zonder belemmeringen van te genieten, en in het gebed (de gemeenschap met God) vinden wij een manier om alles te 'heiligen', dat wil zeggen het tot ons te nemen als voor God. Wil je dat alsjeblieft aan iedereen voorhouden, Timoteüs?
Moge nu de Heer van de vrede Zelf u altijd op elke manier de vrede geven.Moge nu de Heer van de vrede Zelf u altijd op elke manier de vrede geven.
Wat een boel onrust, wat een hectiek, wat een drukte is er in het leven. Hier is een belofte waar we sterke behoefte aan hebben: vrede. Niet als de afwezigheid van oorlog, maar de aanwezigheid van de Heer. Hoe doet Hij dat? Altijd, op allerlei wijze. Hij is er onafgebroken, zonder mankeren. Maar zijn vrede gééft Hij ook, elke keer weer nieuw, elke keer weer anders, telkens overrompelend, verrassend. Zo gaan wij met Hem om: bij elke bocht en bij elke wending is Hij weer anders, en geeft Hij ons op zijn eigen, onnavolgbare manier, zijn vrede. Wat denk je ervan?
HEMELVAARTSDAGVader, het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon.
HEMELVAARTSDAG
Hemelvaartsdag is bij uitstek een dag geworden waarop toernooien worden gehouden. Van korfbal- en voetbal- tot atletiektoernooien toe. Er worden op die dag enorme prestaties geleverd. Langzamerhand is de ware betekenis van die dag verloren gegaan en als er op straat gevraagd zou worden waar die dag ons aan herinnerd, dan zouden nog maar weinig mensen een antwoord weten. Toch herinnert Hemelvaartsdag ons aan de indrukwekkendste prestatie die ooit geleverd is.
HEMELVAARTSDAGDeze Jezus die van u is opgenomen naar de hemel, zal zo komen.
HEMELVAARTSDAG
Vanaf de Olijfberg ging Jezus de hemel in. Op de Olijfberg zal Hij weer terugkeren. Dat is het feit dat we vandaag vieren. De discipelen waren er nogal onthutst van, ze stonden wat verbaasd naar de lucht te kijken: nu is Hij weg, maar waar is Hij nu naar toe? 'Terwijl Hij dit sprak', ging Hij weg, onverwachts, abrupt. Ze stonden erbij en ze keken ernaar. De engelen roepen hen tot de orde en ze staan weer met beide benen op de grond. Gewoon, nuchter: zijn getuigen zijn op aarde. Hoe dat moet, dat weten ze nog niet.
DE EZELDE EZEL
Hij stond in het middelpunt tijdens een kerkdienst in het bejaardencentrum: de kleine, grijze ezel van stof, die ik voor de preek had meegenomen.
'Hoeveel is deze ezel eigenlijk waard?' vroeg ik aan de bijeengekomen bewoners. Ik geef toe dat het pluchen beest er niet bepaald attractief meer uitzag. Het had er al meer dan 45 jaar op zitten. Maar juist het feit dat het dier al heel wat jaren achter de rug had, maakte het voor mij zo waardevol. Ik kreeg het 45 jaar geleden van mijn moeder, toen ik als kind in het ziekenhuis lag. De waarde van de ezel bestond voor mij niet in het materiële.
Was het met de mensen in het bejaardencentrum niet net zo? Ook zij waren al een dagje ouder. De energie om te presteren was bij hen niet meer aanwezig. Als we merken dat we niet meer kunnen voldoen aan de eisen van de maatschappij, hebben we Iemand nodig Die ons niet beoordeelt naar onze prestaties, maar Die ons liefheeft omdat we Zijn schepselen zijn. God laat ons door de profeet Jesaja weten: 'U bent kostbaar in Mijn ogen en hooggeschat en Ik heb u lief.'
Het vaste fundament van God staat.Het vaste fundament van God staat.
In tijden van verwarring en onduidelijkheid lijkt alles op losse schroeven te staan. We kunnen nergens meer op bouwen. Alles in de wereld en zelfs de christelijke wereld wankelt. Maar bij God kunnen we houvast vinden. Ons vaste fundament is God, Hij is onwankelbaar.
Dat fundament heeft een tweevoudig zegel, staat hier: Enerzijds kent Hij precies degenen die van Hem zijn. Dat is een geweldige troost, vindt u niet? Maar dat is niet het hele zegel. De tweede helft van het zegel is dat een ieder die belijdt dat Jezus zijn Heer is, niets met ongerechtigheid te maken moet willen hebben. Als christenen zijn we dat aan onze stand, aan Christus, verplicht. Anders schaden we de zaak van Christus: de buitenwereld ziet namelijk heel goed hoe we ons gedragen.
DE STRAATPREDIKERDE STRAATPREDIKER
In september 1996 leerde ik de Heer Jezus kennen als mijn persoonlijke Redder. Tot dit inzicht kwam ik door een straatpredikant en een bijbelstudiegroep in Vaals die ik geregeld bezocht. Daarvoor wist ik vrijwel niets van de Heer. Ik had wel eens van Jezus gehoord, maar dat Hij voor mijn zonden (verkeerde daden) aan het kruis van Golgota gestorven was, wist ik niet.
Ik groeide op bij mijn moeder in Heerlen-noord. Omdat mijn vader was gestorven toen ik vier jaar oud was, stond mijn moeder er alleen voor in de zorg voor mij en mijn broer. Zij was katholiek en bad in deze moeilijke tijd geregeld tot God. Ik stond vaak onder aan de trap te luisteren hoe zij bad. Achteraf denk ik dat mijn interesse (geloof) in de Heer Jezus daarmee is begonnen. Ik werd ouder en toen ik ruim vijftien jaar oud was, ben ik gaan werken in een hamburgerrestaurant in het centrum van Heerlen. Toen ik later ook in Heerlen ging studeren, kon ik boven het restaurant waar ik werkte een studentenkamer huren. In die tijd liep er in de stad geregeld een man rond die luidkeels het evangelie verkondigde. Ik weet nog dat ik toen dacht: 'Die man is gek!' Als ik hem samen met vrienden zag, lachte ik hem uit, maar diep in mijn hart had ik verdriet. Ik voelde me schuldig. Door mijn verleden had ik veel vragen over God, maar niemand vertelde mij er meer over, behalve deze man. Ik durfde dat natuurlijk tegen niemand te zeggen, totdat...
Ik weet nog goed dat ik samen met mijn mede-huisgenoten naar de bioscoop wilde gaan. Ik stelde hen voor om vooraf even een programmaboekje te gaan halen en toen gebeurde het
Ik ging op weg en vlak voor de bioscoop kwam 'opeens' (toeval bestaat niet) die straatpredikant op mij af. Hij vroeg mij of ik God en Jezus kende. Het fijne was dat ik toen alleen was. Ik hoefde me dus niet anders voor te doen dan ik was. Er volgde een gesprek waarin ik de man vroeg of hij alleen maar predikte over Jezus of dat hij nog meer deed. Hij vertelde toen dat hij samen met een andere broeder een Bijbelstudie in Vaals leidde. Ik was nieuwsgierig en vroeg hem wat dat inhield. Vervolgens besloot ik om daar eens heen te gaan.
Ik ben toen inderdaad gegaan. Onzeker, want ik wist niet wat ik zou aantreffen. Ik dacht toen: 'Als het iets raars is, een sekte of zo, dan ga ik meteen weg!'
Het tegendeel was waar.. Ik ging naar de studie en heb daar vervolgens de Heer Jezus leren kennen. De boodschap die ik daar hoorde, was zo nieuw voor mij. Ik hoorde van God en Jezus en kwam er al vlug achter dat ik zonder Hem leefde. Ik heb toen de Heer gedankt dat Hij voor mij gestorven is en heb Hem aangenomen als mijn Redder. Vervolgens leerde ik op deze bijbelstudiegroep mijn vrouw kennen. Wij zijn inmiddels getrouwd en hebben twee kinderen.
Later ben ik gaan inzien dat niet de man uit Heerlen, maar dat ik de gek was. Ik was de dwaas. De Here God heeft dit alles gezien en op het juiste moment stuurde Hij die straatprediker naar mij toe. Als ik nog thuis had gewoond, was ik waarschijnlijk nooit naar Vaals gegaan.
De Here God heeft een dergelijk 2000 jaar geleden op het juiste moment zijn Zoon naar ons gestuurd. Hij kwam en stierf voor ons toen wij er niet om vroegen.
GodGod vervult niet al onze wensen,
Maar wel al zijn beloften.