Matteüs 18: 12-14
Matteüs 18: 12-14
12 Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? 13 Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. 14 Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat.
Alles concentreert zich op dat ene schaap, alsof de anderen gewoon niet bestaan voor de Herder. Misschien bekruipt iemand een gevoel van medelijden met die andere schapen, die negenennegentig, die nu niet zoveel aandacht krijgen. Toch is dat ten onrechte: wanneer ze hun Herder zich zo druk zien maken om dat ene weggelopen schaap, gaat er bij hen misschien een licht op: 'Dat zou Hij dus voor ieder van ons over hebben.' In de nood leer je je vriend kennen. In de nood van dat ene verloren schaap waarop alle zorg van de Herder zich concentreert, leren alle niet verdwaalde schapen hun Herder kennen, hoe Hij er altijd voor hen is. De noodsituatie haalt uit de Herder naar boven wat er altijd al in zat, maar wat pas dan geopenbaard wordt.
Aan ons om met het
hart van de Vader, in eenheid met de Zoon, hen te beminnen die vervreemd zijn
van God. We zijn immers beeld van God, en als God naar de van Hem vervreemde
kinderen toegaat
,
dan moeten wij dit ook. Maar zoals Hij: nederig, barmhartig, alles gevend,
liefdevol. Werk aan de winkel




