Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2013 tot 31 december 2013

Lucas

Lucas
11, 42-46

'Wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. Wee jullie Farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en worden graag begroet op het marktplein. Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.'
Daarop zei een wetgeleerde tegen Hem: 'Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.'
Maar Jezus zei: 'Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan.'

 

Aan andere mensen vragen wat men zelf niet doet, dat ontneemt ons niet alleen elk recht van spreken, maar maakt ons huichelachtig. Als wij ons dan nog laten eren en dienen, stijgt de huichelachtigheid ten top. Jezus is hard tegenover dergelijke houding.

Het gaat om de binnenkant. De buitenkant zou daarvan een gevolg moeten zijn.
We moeten leven van binnen naar buiten, en niet van buiten naar buiten.
Dat ‘binnen’ is de Heer; zijn inwoning, zijn aanwezigheid, zijn Liefde.

Laten we ons niet bezig houden met over anderen te oordelen, met roddel, met lasterpraat, enz…
Laten we ons eenvoudig en in een diep geloof nestelen in de Liefde, in de Heer zelf, om vanuit Hem zijn liefde te bezingen in al ons doen en laten.

Ja, laat ons christen zijn.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

17, 11-19

17, 11-19

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
Toen Hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen Hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’
Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’
Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.
Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om Hem te danken. Het was een Samaritaan.
Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’
Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’

 

Op grond van de Joodse wet werden melaatsen niet alleen uit de samenleving, maar zelfs uit de tempel - weg van Gods ogen - verbannen. Jezus stuurt tien melaatsen die voor hun genezing naar Hem gekomen waren, terug naar de tempelpriesters om zich aan hen te tonen. Onderweg worden ze allen genezen, gereinigd. Ondanks de vreugde om het opnieuw verkrijgen van een menswaardig leven, keert slechts die ene terug om voor Jezus te knielen en Hem te loven en te danken.

Wij zijn allemaal een beetje melaats, niet uiterlijk, maar wel innerlijk. Ons hart is soms besmet door zoveel liefdeloosheid. En dat is de ziekte waardoor wij weldra totaal afgesloten geraken, van de anderen en van God. Een hartvochtige zelfgenoegzaamheid, waarbij wij weigeren nog enige liefde te tonen of te ontvangen, kan soms als een melaatsheid onze innerlijke gezondheid helemaal aantasten. Wie kan ons daarvan genezen?

Zoals de tien melaatsen roepen wij misschien Jezus om hulp. Jezus biedt inderdaad innerlijke genezing aan allen, zonder uitzondering, ook aan diegenen die van op een afstand tot Hem roepen. Elke mens, van welke ras of kleur, geaardheid of opvatting ook, ieder die zich, met vertrouwen op een ver woord van Jezus, op weg begeeft, kan worden genezen van de liefdeloosheid in zijn hart.

Alleen stelt niet iedereen zich de vraag waar die genezende liefdekracht vandaan komt. Velen, die het nochtans goed bedoelen, leven vrij onbewust en oppervlakkig. Zij genieten van de weldaden van de schepping, worden door allerlei diensten en mensen geholpen en met veel zorg omringd, maar vinden dat alles eigenlijk heel normaal en vanzelfsprekend.
Wanneer worden mensen "gelovig"? Wij worden gelovigen, als wij de weldaden die wij elke dag ervaren, niet meer beschouwen als dingen die heel normaal zijn of waarop wij recht zouden hebben, maar als Gods weldaden, die ons van harte worden geschonken.

Natuurlijk kunnen wij niet elke moment van de dag onze erkentelijkheid tonen tegenover de Heer van het Leven. Dat zullen wij op sommige ogenblikken inderdaad wel uitdrukkelijk doen, bv. in een moment van persoonlijk gebed of van viering op zondag. Maar het gaat hem vooral over de grondhouding van dankbaarheid gedurende de week, die invloed heeft op alles wat wij doen. Ook al lukt ons niet alles, ook al krijgen wij tegenslagen te verwerken, eigenlijk hebben wij altijd duizend keer meer reden om dankbaar te zijn voor het goede dat toch ook gebeurd is, dan om ons te laten overspoelen door opstandigheid of verbittering voor hetgeen is mislukt. Gelovigen zijn mensen die leven met een fundamenteel "dank u" in hun hart.

En dat merkt men aan hen! Er is inderdaad een verschil tussen iemand die dankbaar is en iemand die zelfgenoegzaam in het leven staat. Dat merkt men o.a. aan de manier waarop die mens omgaat met kleine dingen: respectvol of verkwistend; aan de manier waarop hij omgaat met zwakkeren: zorgend of miskennend. Wie gelooft, wie dus met een dankbaar hart door het leven gaat, is blij, ook met het kleine, leeft verbonden, ook met de zwakkeren, voelt zich vooral erkentelijk, ook jegens de onzichtbare God. Beginnen geloven is dankbaar zijn! Meer geloven is meer dankbaar worden!

Wanneer worden wij dan "christelijke" gelovigen? Als wij, om te danken regelmatig terugkeren naar Jezus, zoals die éne melaatse. Die bleef niet meer op een afstand staan, maar wierp zich in erkentelijkheid voor Jezus' voeten neer. Daarmee erkende hij niet alleen dat zijn genezing van lichaam en ziel een geschenk was van God, maar daarmee durfde hij ook tonen dat Jézus de Bemiddelaar was van Gods weldaden aan hem, en bv. niet de priesters van de Joodse Wet. "Diegene in Wie gij nú gelooft, Die heeft u gered!"

Dankbaar zijn, kunnen wij alleen tegenover een God van Wie wij geen schrik moeten hebben, maar Die van ons houdt. Jezus merkte op dat de enige die Hem kwam danken de Samaritaanse vreemdeling was, en niet de joden. De streng-religieuze joden konden hun Jahweh-God eigenlijk niet echt danken. Zij konden Hem alleen vrezen. Want zij meenden met hun vele uiterlijke wetsregels vooral verdiensten te moeten opstapelen om die veeleisende en straffende Jahweh te dienen. Maar intussen stootten zij wel de zwakkeren uit hun gemeenschap uit.

Jezus prees het geloof van de dankbare Samaritaan die Hem erkentelijkheid toonde voor de weldaden van een God, die van de mensen geen slaafse onderdanigheid eist, maar die hen allen, dus ook de zwakkeren onder hen, bemint als een liefdevolle Vader.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 22:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Spreuken 3:5-8

Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken. Spreuken 3:5-8

Op de Here vertrouwen is synoniem aan het vertrouwen dat je hebt in zijn raadgevingen die in de bijbel staan.
Stel dat je jong bent en een uitdagende carrière voor je ligt. Je zult wel je ellebogen moeten gebruiken om vooruit te komen, of je zult het niet al te nauw moeten nemen met de waarheid. Jouw inzicht laat je een gouden toekomst zien, maar God wil je waarschijnlijk op een andere weg wijzen, waardoor je gespaard wordt voor veel teleurstellingen.
De hoogmoed die in je woont is een slechte raadgever, die je op kronkelpaden leidt, maar als je Gods raad zoekt leidt Hij je leven op de weg die je gelukkig maakt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
10, 17-24

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’

God is groot in het kleine en tegelijk is Hij klein in het grote. Jezus - Gods Zoon - was arm, nederig, klein, Hij ontledigde zich, was gehoorzaam, legde z'n eigen wil in de wil van de Vader. Hij sprak geen eigen Woord, maar keek naar de Vader en sprak Gods woord. Dat is kind-zijn in de religieuze betekenis van het woord.

Dit 'geheim' wordt inderdaad verborgen gehouden voor zogenaamde wijzen en verstandigen, maar wordt gelovig begrepen en geleefd door hen die zijn als kleinen, als kinderen.

Hoe kijken wij naar Jezus ?
Hoe dragen wij Hem in ons hart ?
Hoe laten wij ons door Hem opnemen ?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:14 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Johannes 4:20

Als iemand zegt: 'Ik heb God lief,' maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
16, 1-13

‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” “Honderd vaten olijfolie”, antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan”, luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht.
Ook Ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.
Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’

Hetgeen wij verdiend hebben met inspanningen en zwoegen, beschouwen wij heel spontaan en natuurlijk als volledig en totaal onze eigendom. "Míjn loongeld, míjn auto, míjn huis! Al wat ik verdiend heb, daar doe ik toch mee wat ik wil. Ik ben daarvoor niemand verantwoording schuldig!"
Is dat wel waar? Wie heeft ons, om dat geld te verdienen, de kans gegeven, de gezondheid, de gunstige omstandigheden, het vertrouwen? Als wij even dieper nadenken dan moeten wij toegeven dat wij dikwijls en op vele domeinen meer kansen hebben gekregen dan wij prestaties hebben geleverd.
Het evangelie heeft hierover een originele visie en zegt dat wij eigenlijk rentmeesters zijn, geen eigenaars dus, maar beheerders van Gods schepping. De goederen, de dingen die wij hebben, zijn eigenlijk niet onze eigendom, maar wij hebben die in bruikleen gekregen.

Natuurlijk is het evangelie niet tegen het recht op persoonlijk eigendom, want dit is een alom erkend middel om de waardigheid van de mens te affirmeren. In landen waar uitbuiting en willekeur door machtigen bestaat, zal het evangelie de eerste moeten zijn om dat recht op eigendom te verdedigen.
Maar waar dat recht veroverd is en gerespecteerd wordt, daar waarschuwt het evangelie ons tegen de excessen van een overdreven individualisme. De blijde boodschap van Gods droom over de wereld leert ons het geld en het goed, dat wij verwerven, bezitten en vermeerderen nooit te zien als een eigendom, waarover wij willekeurig, hooghartig en zelfgenoegzaam zouden mogen beschikken, maar het steeds te blijven erkennen als een geschenk, dat een verantwoordelijkheid inhoudt. Geld en goed zijn gaven waarvoor wij dankbaar blijven en die wij mogen gebruiken, maar nooit voor onszelf alleen, wel steeds volgens Gods bedoeling, dit is in principe voor het hele mensdom, daar Hij de Vader van allen wil zijn.

In de visie van het Rijk Gods zijn wij dus rentmeesters. Als wij onze huidige wereld willen helpen groeien naar de wereld zoals God die droomt, dan gedragen wij ons niet als pretentieuze eigenaars van ónze rijkdommen, maar als dankbare beheerder van Gods schepping en weldaden.

En een rentmeester moet rekenschap geven over zijn beheer. Velen leven zonder God, omdat zij baas willen zijn over hun eigen leven, handel en wandel. Maar als gelovigen erkennen wij uit vrije wil dat er Iemand is tegenover wie wij wel verantwoording af te leggen hebben. Daarbij moeten wij niet onmiddellijk denken aan het oordeel bij onze dood, ná ons leven. God vraagt eigenlijk rekenschap te midden van ons leven. Wij moeten immers altijd klaar staan voor de komst van het Rijk Gods nu!
Het is goed dat wij regelmatig herinnerd worden aan wat onze keuze eigenlijk zou moeten zijn. De parabel nodigt ons uit - vermits de tijd dringt - tot een uiterst edelmoedige zet, zonder verder uitstel.

Op een cruciaal crisis-moment beslist de rentmeester radicaal van handelwijze te veranderen. Het geld dat hem was toevertrouwd gaat hij op dat moment niet meer aanwenden zoals een eigenaar spontaan doet - geld bijwinnen, kleintjes laten krijgen, van de geldmacht gebruik maken om interest en commissieloon te eisen - maar hij gaat het gebruiken als een middel om zijn menselijke verhoudingen te verbeteren. Een echte bekering dus. Een relatie van macht, woeker en oneerlijke winst, buigt hij om tot een vriendschapsrelatie gebaseerd op strikte rechtvaardigheid.
Het evangelie zegt niet dat wij ons van alle geld moeten ontdoen - dat zou onrealistisch zijn; geld is immers onmisbaar - maar wel dat wij het goed moeten gebruiken. Het evangelie vraagt dat wij ons geld niet gebruiken als een macht om onszelf te verrijken, maar als een middel om de relaties in Gods schepping te verbeteren.

Maar Jezus voegt er vandaag waarschuwend aan toe dat dit heel moeilijk is. Hij aarzelt niet het geld een bedrieglijke duivel te noemen om aan te duiden dat de mens erdoor bezeten kan geraken.
Geld kan inderdaad een macht worden die  - als wij niet scherp opletten - ons spontaan doet overhellen naar één bepaalde kant: naar hebzucht, individualisme, bedriegerij, onrechtvaardigheid, afgunst en verdeeldheid.
Hoeveel families vallen niet uiteen, alleen omwille van het geld? Hoeveel religieuze gemeenschappen geraken niet uitgeblust, juist omwille van de rijkdom?
Geld is een voortdurende bedreiging omdat het de mens spontaan ertoe brengt met die macht voor zichzelf steeds meer rechten op te eisen, die heel vlug onredelijk en onrechtvaardig worden.
Dat kan ook bij ons gebeuren vooral als het leven ons eens in een crisis stort, waarbij wij ons laten gaan, waarbij wij ons zwak voelen, kwetsbaar of eenzaam. Als mensen dan geld hebben, dan gebeuren er ravages.

En toch is geld inderdaad onmisbaar en kan het goed aangewend worden. Juist omdat wij vrije en verloste mensen zijn, kunnen wij van het geld in plaats van een "machtsgod" een "rechtsmiddel" maken, een middel om rechtvaardigheid te bevorderen. Maar dat zal een voortdurende aandacht en strijd vragen tegen onze eigen zelfzucht.

Het evangelie van vandaag wil ons uitnodigen tot dit kordaat besluit: Ons niet te gedragen als hooghartige eigenaars die de geldduivel en onze eigen zelfzucht dienen, maar als dankbare rentmeesters die geld en goed beheren volgens Gods bedoeling, d.w.z. in dienst van de rechtvaardigheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
8, 1-3

Kort daarop begon Jezus rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna–en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

we mogen gerust ook zeggen dat het een soort lofzang is op een al te vaak vergeten groep. Vaak hebben we de indruk dat het evangelie een zaak van mannen is. Vrouwen komen er nauwelijks of slechts terloops aan te pas. Een zieke vrouw wordt wel eens genezen. Een vrouw wast de voeten van Jezus. Vrouwen volgen Hem en zijn vrienden en zorgen voor hen uit eigen middelen. Vrouwen staan onder het kruis. Ze staan overal achter of onder, maar zelden of nooit op het voorplan.

Grote rollen worden door mannen bezet. Apostelen en schriftgeleerden, een honderdman, een barmhartige Samaritaan of een goede herder. Dat Annas en Kàjafas, Herodes, Judas of Pilatus ook mannen waren, is hier helemaal geen troost. Maar zo ziet Jezus het niet. Op geen enkel moment. Want het evangelie is geen 'Guiness-book of records', waarin het om de grootste, de sterkste of de beste gaat, waarbij alleen prestatie of kwantiteit telt. Het is een levensboek waar geloof en vertrouwen, waar geduld en liefde, inzet en overgave, de echte kwaliteit en de ware talenten vormen.

En daar spelen vrouwen onvervreemd en onvervangbaar een glansrol. Een rol, waarbij veel mannen tot debutanten verbleken. Lucas begint er zijn evangelie al mee. De eerste persoon die we ontmoeten is Zacharias, een man, een priester. Stomweg valt hij al meteen door zijn rol. "Ge zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt."

Meteen daarop treden twee vrouwen op, Maria en Elisabet. In een feilloos duet, in een magnificat van puur geloof en zuivere overgave, brengen ze onze heilsgeschiedenis daadwerkelijk en definitief op gang. Ook wanneer het doek over het openbaar leven van Jezus opengaat en Hij nog even in de coulissen wilt blijven, opdat Hij zijn uur nog niet gekomen acht, is het weer een vrouw, die, onweerstaanbaar zoals alleen moeders dat kunnen, Jezus tot handelen aanzet. "Doe maar wat Hij u zeggen zal." Zo maakte Jezus een begin met zijn tekenen.

Van het penninkje van de weduwe tot de kostelijke nadusbalsem van Maria te Betanië, van die onbevangen eerlijkheid van de vrouw aan de put van Jakob in Samaria tot het vindingrijk geloof van de Kananese met de kruimels die van tafel vallen,  het is een rode draad doorheen het leven van Jezus van vrouwelijke gebaren en gaven van geloof, liefde en toewijding.

En toen zijn uur echt gekomen was, een uur waarop ontrouw en verraad, waarop verloochening en vaandelvlucht ineens puur mannelijke begrippen werden, stond er ook weer die krans van vrouwelijke trouw, van meevoelen en meegaan ten einde toe. Een krans van vrouwen die Jezus vanaf Galilea waren gevolgd en Hem hadden gediend. Echte, levende en zuivere godsdienst van een al te vaak vergeten groep.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:16 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Korintiërs 13:2

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes

Johannes
3, 13-17

'Er is nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.
Deze moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden
.'

Vandaag mogen we naar het kruis kijken. En God weet welke gedachten er dan door ons hoofd gaan, welke gevoelens er dan in ons hart spelen, welke vraagtekens we misschien plaatsen bij dit grote teken waarover de Bijbel vier maar verhaalt.

Laten we rustig het kruis aanschouwen; het kruis, én de gekruisigde. En laat ons bidden om genade dat alles rustig mag worden in ons hart, opdat we de genade van deze liefde tot het uiterste mogen welkom heten.
Het schouwen van het kruis, in de liefde van Gods Geest, draagt de genade in zich, te mogen groeien in die liefde. Meer: te mogen delen in die liefde.

Christus geeft van op het kruis. Hij geeft geloof en kracht, moed en vertrouwen. Bovenal schenkt Hij de genade ons door Hem te laten leiden, en wel op de weg van het liefhebben tot het uiterste.

Laat ons knielen voor dit groot mysterie van leven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
6, 27-38

'Tot jullie die naar Mij luisteren zeg Ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.
Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen.
Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook Hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

 

'Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt.'

Jezus heeft het hier niet over beter, groter of mooier voor te doen dan anderen. Het gaat zelfs eerder de andere kant op, de richting van Jezus uit. Zich gedragen, optreden op de manier van Jezus, op de wijze van Hem, die eerste was en zich niet schaamde om laatste en minste te worden, op de manier van Hem, die Heer was en toch dienaar wou zijn, die God was en ook mens werd.

Het gaat hier niet over een prestige-kwestie. We bouwen er geen status mee op. Het zal eerder puin ruimen worden. Want we moeten door muren heen die we anders spontaan laten staan of omzeilen. Het vraagt heel wat verbouwingswerk en het vergt een hele verhuis binnen in ons. We moeten met onze liefde en genegenheid verder dan onze vriendenkring. Het lijstje van onze 'personae non gratae' moet van de koelruimte naar de warmte van ons hart. De deuren naar de bergkamers van ons bezit, ons vermogen of onze tijd moeten we groter en toegankelijker maken. De spreekkamer van onze talenten moet vergroot en de gerechtszaal van ons oordeel verkleind worden.

In onze bibliotheek mag het wetboek van 'oog om oog, tand om tand', vervangen worden door de wet en het woord van Jezus. En laat ons dan meteen ook onze ramen vergroten om de zon van God door te laten. Zij laat het licht van zijn goedheid schijnen over 'ondankbaren en slechten'. Het zal ons huis en ons leven lichter en warmer maken. Want de zon van onze liefde is vaak een winterzon. Gewoonlijk staat ze heel laat op en gaat heel vroeg onder.

Met andere woorden: 'Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Jesaja 11:1-1

Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER. -- Jesaja 11:1-1

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

De schriftgeleerden en Farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën doen, maar die van U eten en drinken maar.’
Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’
Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’

De opdracht en de zending van Jezus is een blijde boodschap. Ze steekt mensen in een nieuw kleed, dat inderdaad niet meer bij het oude past zoals destijds de schriftgeleerden het leerden aan de toenmalige Joden. Jezus' boodschap is een boodschap van jong bloed door het mensenhart, sprankelend en vurig als nieuwe wijn en totaal anders van smaak dan de oude. In goede en kwade dagen, voor eeuwig en voor goed, gaat God in Jezus een verbintenis met ons aan. Jezus is de bruidegom, het ja-woord van de Vader. Daarom vastten de leerlingen van Jezus toen niet. Jezus was met hen en ze gingen met Hem mee, zonder goed te beseffen wat er aan het gebeuren was.

Jezus liet de leerlingen immers van de ene verwondering in de andere vallen. Ze zaten als op de eerste rij telkens wanneer Jezus zieken genas, stormen bedaarde of broden vermenigvuldigde.
Maar evengoed moeten ze ervaren hebben dat het antwoord van Jezus aan de schriftgeleerden een goed en een waar antwoord was, tot op de laatste letter en het bittere einde.
Want hun vasten begon, zodra ze merkten dat Jezus zo volledig mens met ons wou worden tot de rauwe en pijnlijke consequenties toe van verraad, lijden en dood.

Hun vasten begon, zodra ze begrepen dat hun weg met Jezus niet louter triomftocht maar ook kruisweg werd, zodra ze inzagen dat echte vrienden van de bruidegom moesten inleveren, moesten afsterven aan hun oppervlakkig ik, zodra ze met hun leven gelovig zouden moeten getuigen dat op het grote bruiloftsmaal van God met de mensen de eersten laatst zullen zijn en de kleinsten grootst.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 23:18 Reageer op dit bericht Stuur door

Lucas

Lucas
5, 1-11

Toen Jezus eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’
Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’
En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem.

Geloven kunnen we moeilijk wanneer we ons laten drijven op de wind van onze lust, op de stroming van genot en eigenzin, door onze zeilen gewoon naar de wind te zetten.
We hebben iemand nodig die ons zegt: 'Vaar naar diep water'. Durf je netten daar uit te werpen. Gooi het met je leven over een andere boeg. We hebben een gids nodig, een loods, een kompas waar we gelovig op aansturen: Jezus.

Jezus koos als zijn eerste leerlingen mensen van de zee en van het strand, mensen zoals wij, met haken en ogen, met stormschade en met breekbare netten. Hij roept ons om te luisteren naar zijn Woord, om zijn Boodschap te beminnen, om ons te schenken aan Hem.

Laten we deze trein van genade niet missen.

Heer,
geef dat wij steeds mogen handelen naar uw woord,
opdat wat we doen gedragen en geleid mag zijn door U.
Trek ons in de brand van uw liefde,
en leer ons gehoor te geven aan U.
Altijd en overal.
Amen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 98, 1 + 7-9

Psalm 98, 1 + 7-9

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft,
laat juichen de wereld met haar bewoners.
Laten de rivieren in de handen klappen
en samen met de bergen jubelen voor de Heer.

Want Hij is in aantocht als rechter van de aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen naar recht en wet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Marcus 1:9-11

In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ -- Marcus 1:9-11
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:05 Reageer op dit bericht Stuur door

-- Filippenzen 2:2-4

Maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. -- Filippenzen 2:2-4
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

1 Johannes 3:2

Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is. -- 1 Johannes 3:2
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Johannes.1:45-51

Johannes
1, 45-51

Filippus kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
‘Uit Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’
‘Ga zelf maar kijken’, zei Filippus.
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent u mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie’ , voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’

 

Nathanaël zat onder de vijgenboom. Wellicht in Kana waar hij woonde.
Jezus zei: 'Ik had je al gezien vóórdat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat', zo hoorden we vandaag.

Voor de vrome Jood was het een gebruikelijke plaats om zich bezig te houden met de dingen van God. Met zijn laag neerhangende takken kon je er ongestoord en ongezien je wijden aan de studie van de Schrift. Het is een plek van vrede. Ongetwijfeld heeft Nathanaël daar onder de vijgenboom zijn verlangen naar de Komende gevoed.
Hij heeft zijn verwachting levend gehouden. Hij heeft gebeden om de komst van de Messias.
En dan wordt hij geroepen om de Messias te zien en te ontmoeten.

Het is goed voor ieder van ons om zo'n vijgenboom te hebben. Om een plek van rust te hebben, een plek van overdenking en gebed. Een plek waar je her-innerd wordt aan de vrede met God en waar je die vrede kunt oefenen. Een plek ook waar je jezelf voorbereidt op zijn komen in jouw leven.
Deze plek kan een gebedshoekje in huis zijn een plekje in de natuur; een plek die ons even in de eenzaamheid brengt, waar geen verstrooïng is, waar we met de Heer alleen kunnen zijn, waar we Hem kunnen ontmoeten, naar Hem kunnen kijken, naar Hem kunnen luisteren, ook al zien of horen of voelen we Hem niet.
Deze plek is veel meer dan een plek in de ruimte. Deze plek moet bovenal in ons hart zijn, een plaatsje waar niets of niemand tussen ons en de Heer kan komen, een plaats waar we ongestoord kunnen drinken van de Bron die levend water geeft: Jezus.

Laat ons die 'plek' koesteren als zéér belangrijk in ons leven.

De eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met Jezus zelf. Hij ervaart doorheen de menselijke gestalte van Jezus iets diepers en wordt erdoor getroffen, zodat hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open zien en Gods glorie aanschouwen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

Matteüs
22, 34-40

Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat Jezus de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de Wet?’
Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Moest men de Bijbel in enkele bewoordingen moeten samenvatten, zou men dit antwoord van Jezus aan de Farizeeën kunnen aanhalen. Terecht zegt Jezus dan ook: 'Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.'

Doch mogen we niet vergeten welke weg Jezus hiervoor zelf gegaan is: de weg van het kruis, voor Hem heel letterlijk. Wanneer Jezus spreekt over 'liefhebben', bedoelt Hij dat niet goedkoop. Hij heeft het over een liefhebben tot het uiterste, een beminnen zonder grenzen, een zich geven aan allen zonder voorkeuren. Niet goedkoop dus.
Hij is ons deze weg voorgegaan om ons te tonen wat de inhoud is van God beminnen, je naaste en jezelf.

De kruis-weg van Jezus zou het hart moeten zijn van ons beminnen. Niet enkel als voorbeeld, maar ook en vooràl als bron van diepe genade.
Laten wij, wanneer wij bidden voor een kruisbeeld, vragen om Gods genade: dat wij vanuit de inwoning van Jezus zijn liefde mogen belichamen in al ons doen en laten.
Dat dit vooral geen theorie mag zijn, maar een blijde werkelijkheid opdat het Pasen van de Heer meer en meer zichtbaar mag zijn in ons dagelijks leven
.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Ezechiel 33:11

Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER -, de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om. -- Ezechiel 33:11
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

Matteüs
19, 23-30

Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.’
Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’
Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’
Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn Naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’

Vaak zijn mensen zo bezeten van hun bezit dat ze de eigenlijke waarden van het leven niet meer zien; zij gaan aan het echte leven en aan God voorbij.

De beroemde Russische schrijver Tolstoi vertelt over een arme boer die denkt geluk te hebben. Want een rijke landeigenaar belooft hem zoveel grond te geven als hij binnen een dag al lopend kan afleggen. Op één voorwaarde: hij moet voor de zon ondergaat, terug zijn aan het beginpunt. De boer gaat vol goede moed op weg.
Hoe harder hij loopt, des te meer land zal hij hebben. Dromend over zijn nieuwe rijkdom stapt hij steeds sneller, en voortdurend kijkt hij naar de stand van de zon, want hij moet terug zijn voordat die ondergaat. De kring die hij loopt, wordt steeds groter: hier nog dit stuk land, daar nog om dat water heen, en ginds dat bos nog. Wanneer het avond wordt, is hij bekaf, en hij moet rennen om op tijd terug te zijn. Het lukt hem. Zwetend over zijn hele lijf, totaal uitgeput en denkend hoe rijk hij nu is, valt hij neer en sterft ter plekke. Wat hem aan grond overblijft, zijn de twee vierkante meter waarin hij begraven wordt.

Het is een verhaal dat ons allemaal een beetje aangaat, ons, rijke westerlingen, die met al onze overvloed, het zicht op de werkelijke levenswaarden vaak kwijt zijn. Doe dat wat je bezit en gevangen houdt, weg, zegt Jezus tegen alle rijke mensen.
Want de waarde van elke mens ligt niet in wat hij heeft, maar in wie hij is. Niet in wat hij bezit, niet in zijn status, titel of inkomen. Er hebben in concentratiekampen mensen gezeten aan wie alles ontnomen was, die totaal ontluisterd leken, maar wier innerlijke waardigheid onaangetast bleef.

Veel dingen doen in onze dagen een aanslag op onze persoonlijkheid. Nogal wat mensen zijn zichzelf kwijt, en zijn aangeklede, rijk versierde poppen soms, zonder diepgang. Echte levenswijsheid is hun vreemd. En de schuld van zo'n leeg leven is dikwijls het geld.

'Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan'. Is Jezus tegen rijkdom en voor armoede? Nee, zeker niet. Maar Hij gunt de hongerigen brood, en de rijken honger naar gerechtigheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:42 Reageer op dit bericht Stuur door

-- Jesaja 6:1-3

In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ -- Jesaja 6:1-3
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

Matteüs
19, 13-15

De mensen brachten kinderen bij Jezus, ze wilden dat Hij hun de handen zou opleggen en zou bidden.
Toen de leerlingen hen berispten, zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij Mij te komen, want het Koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’
En nadat Hij hun de handen had opgelegd, trok Hij weer verder.

Uit menselijke bezorgdheid zonden de leerlingen een groep kinderen weg. Jezus wijst hen terecht. Hun overdreven menselijke zorg maakt het Hem onmogelijk te tonen waartoe Hij gekomen is. Het Rijk der hemelen is er voor de eenvoudigen en de armen. De kleinsten zijn hiervan het mooiste symbool.

'Belet de kinderen niet bij mij te komen.'

Het kan cliché klinken, maar het blijft een waarheid als een koe: onze kinderen zijn onze toekomst. En daar dragen wij, volwassenen, een grote verantwoordelijkheid in.

Wanneer onze kinderen het ouderlijk huis verlaten, kennen ze dan Jezus ?
Gaan ze die wegen waar ze Hem steeds dieper kunnen leren kennen ?
Hebben ze zijn Woord mogen horen in hun jonge jaren in kerk en huiskring ?
Hebben ze mogen proeven van christelijk gemeenschapsleven ?
Hebben ze voorbeelden gezien van evangelisch engagement ?
Hebben ze leren onderscheid maken tussen goed en kwaad in het licht van het evangelie ?
Hebben ze het verschil leren zien tussen Kerk met een grote K en kerk met een kleine k ?
Hebben ze leren bidden, alléén en met anderen ?
Hebben ze geleerd te leven in het licht van de eeuwigheid ?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Matteüs

Matteüs
18, 15-20

'Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt.
Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn.
Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden

We hebben dikwijls de neiging wanneer we mensen iets verkeerds zien doen, dit al snel te gaan bespreken met anderen. Het zij uit behoefte om eens goed te roddelen, of - en dat is nog erger dan roddelen - uit lafheid omdat we het niet aandurven de persoon in kwestie aan te spreken, om welke reden ook. Jezus roept vandaag op dit laatste toch te doen. Naar de persoon toegaan dus. Niet om hem rond de oren te slaan, maar om hem vanuit een diepe liefde aan te spreken op zijn daden of woorden die in wezen zondig waren.

Dikwijls zijn we blind geworden voor de waarheid, of zijn we het kwade goed gaan noemen, en doen daardoor dingen die echt niet kunnen. We hebben het amper door. Iemand die dan de moed heeft om naar ons te komen om ons de ogen te openen, ons hart te openen voor wat het leven in werkelijkheid is, wel, zo'n iemand mag je een vriend noemen in de diepste zin van het woord. Ok, het kan even lastig zijn, maar wat die vriend komt doen is wel van wezensbelang.

Jezus roept op om zo met elkaar om te gaan. Dit vraagt moed, wijsheid, inzicht,... het vraagt liefde. Niet naar elkaar toegaan vanuit een starre bekeringsdrang. Nee, naar elkaar toegaan met de warmte van God, met zijn barmhartigheid, zijn vergevingsgezindheid, zijn goedheid. Da's niet makkelijk, maar wel doenbaar, daar we geschapen zijn naar zijn beeld en gelijkenis en dus geroepen zijn te zijn zoals Hij is.

Als de persoon naar wie we toegaan niet in staat is zijn hart te openen, mogen we er derden bijhalen. Das liefde die doorzet. Als je echt gemeend met iemand inzit laat je die niet zomaar los. Als je het alleen niet aankan roep je hulp in. Je kan het, bij wijze van spreken, niet verdragen, dat een verdwaald schaap steeds verder verloren loopt. Je zal heel je zijn voor hem inzetten.

Als dit nog niet helpt... ja... dan zij dat zo.
In dat geval kun je misschien alleen nog bidden, in Jezus naam, met twee of meer, zoals Jezus het verdaag zegt. Vraag en je zal verkrijgen. Ons geloof is klein wat dit laatste betreft. Ons gebed soms nog kleiner.
We kunnen het belang van het samen bidden niet genoeg onderlijnen. Het is een zeer sterke en liefdevolle vorm van de zondaar tegemoet treden

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 18:02 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten