Efeziërs 1:17
Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Efeziërs 1:17Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen.
Romeinen 15:13Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.
Lucas 6:38Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.
2 Timoteus 1:14Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is. -- 2 Timoteus 1:14
Titus 2:11-14Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. -- Titus 2:11-14
Spreuken 3:1-2Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen, want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen ze voor jou vermeerderen. -- Spreuken 3:1-2
MatteüsMatteüs
20, 20-28
De moeder van de zonen van Zebedeüs kwam met haar zonen naar Jezus toe. Ze viel voor Hem neer om Hem een gunst te vragen.
Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’
Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast U mogen zitten, de een rechts van U en de ander links.’
Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’
‘Ja, dat kunnen wij’, antwoordden ze.
Toen zei Hij: ‘Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’
Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers.
Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Wie leeft vanuit z'n diepste zelf (waar God van gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis) heeft zich een thuis verworven in de liefde. Hij is niet bezig om plaatsen van eer te verwerven; zowel niet op vlak van plaats, functie, woorden of wat dan ook. Hij leeft enkel in de liefde: daar en enkel daar is zijn thuis. Daar ontvangt hij van God, leeft hij in Hem en geeft van wat hij ontvangt: liefde.
Jesaja 40:31maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht:
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe,
hij rent, maar raakt niet uitgeput.
Matteüs 6:25Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
JakobusJakobus
2, 26
Zoals het lichaam dood is zonder de ziel,
zo is ook geloof zonder daden dood
Psalmen 139:23-24Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
Handelingen 1:14Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.

Galaten
5, 13
Broeders en zusters,
u bent geroepen om vrij te zijn.
Misbruik die vrijheid niet om uw
eigen verlangens te bevredigen,
maar dien elkaar in liefde.
Spreuken 10:17Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,
wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor.
Matteüs 5:14Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Spreuken 3:1-2Mijn zoon, vergeet mijn lessen niet,
houd in je hart mijn richtlijnen vast.
Ze vermeerderen de dagen van je leven,
geven je vele jaren van geluk.
Jakobus 1:6Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.
Efeziërs 3:16-17Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.
Johannes 10:28-30Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, en de Vader en ik zijn één.
Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven,
wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor.
Jeremia 29:13Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken.
Jesaja 40:29Hij geeft de vermoeide kracht,
de machteloze geeft hij macht in overvloed.
JakobusJakobus
1, 26
Wie meent dat hij God dient,
terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen,
zit op een dwaalspoor,
en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite
Galaten 5:25Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst.
1 Johannes 5:14Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil.
Psalmen 62:2-3Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding. Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, nooit zal ik wankelen. -- Psalmen 62:2-3
Jesaja 40:28Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?
Een eeuwige God is de HEER,
schepper van de einden der aarde.
Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput,
zijn wijsheid is niet te doorgronden.
JohannesJohannes
20, 24-29
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’, zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’
Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Een van de twaalf, Thomas, was er niet bij toen Jezus kwam. Jezus is nog niet weg of de boel valt uit elkaar, want Hij is de sluitsteen, de hoeksteen. Als de gemeenschap uit elkaar valt, worden de enkelingen weer echt enkelingen, ze raken los van elkaar en van wat hen als gemeenschap bijeen hield. De verbondenheid van mensen met elkaar valt weg, ieder beleeft zijn eigen god en zo raken ze het geloof in de ene God en in zijn Zoon kwijt.
Dat kan gebeuren op een haast onmerkbare manier, het sluipt erin. Ongeloof of indroging van het geloof is als een sluipmoordenaar. Het is een sluipend proces, het is niet een bepaalde handeling, maar een algehele levenshouding.
De levenshouding van het geloof is: God staat in het middelpunt, God staat boven alles, Hij is het éne noodzakelijke, het énige dat verschil maakt. Bij ongeloof komt het 'ik' van de mens in het middelpunt te staan, het menselijk denken, de menselijke overwegingen, het menselijk verstand staat dan centraal. De mens wordt zelfgenoegzaam, hij of zij wordt de maat van alle dingen.
Dat is wat er bij Thomas gebeurd was. Hij had er al een beetje aanleg voor, hij was een beetje een cynicus. Als Jezus zijn plannen bekend maakt dat Hij naar Jeruzalem zal gaan, reageert Thomas met: "Laten we met Hem meegaan om met Hem te sterven." Hij dacht: het loopt toch verkeerd af. Dat is een opmerking met een negatieve inslag. We weten ook wel dat als het zo ver is dat Jezus sterft, Thomas er niet bij was om samen met Hem te sterven. Dan neemt hij de benen.
We noemen Thomas de ongelovige Thomas, maar misschien moeten we hem eerder noemen: de hopeloze Thomas, hij ziet er geen gat in. Als Jezus zijn leerlingen voorhoudt, dat zij toch weten waarnaar Hij op weg is en dat zij zijn weg kennen - "Ook de weg daarheen is u bekend" (Joh 14,4) - hoor je Thomas brommen: mooie weg, een doodlopende weg! “We weten helemaal niet waar U naar toe gaat. Hoe zouden wij dan de weg kennen?" (Joh 14,5)
Hoe wordt Thomas nu genezen van zijn ongeloof? Dat gebeurt doordat er beslag wordt gelegd op zijn hart, op zijn eigen middelpunt, waar hij zichzelf vasthoudt, waar hij in zichzelf, in zijn eigen denken opgesloten zit. Alleen wanneer je iemand met je hart benadert, kun je beslag leggen op zijn hart.
Dat is wat er plaats vindt in het evangelie van de bekering van de ongelovige Thomas tot de gelovige Thomas. Jezus kwam in hun midden staan, en zij komen in het midden van Jezus' hart. Daarheen wordt alle aandacht gestuurd, eerst doordat Thomas verklaart: 'Als ik mijn hand niet in zijn zij kan leggen...' en dan door wat Jezus daarop zegt: 'Leg je hand in mijn zij...', in mijn gewond hart, mijn doorstoken hart en daar wordt Thomas tot in zijn eigen hart door geraakt, gewond. Daardoor gaat zijn 'ik' eruit en komt het 'Ik' van Jezus erin.
Psalmen 121:3Hij zal je voet niet laten wankelen,
hij zal niet sluimeren, je wachter.
Spreuken Spreuken
11, 28
Wie vertrouwt op zijn rijkdom is een blad dat valt,
een rechtvaardige komt tot bloei.
EfeziersEfeziers
5, 1-2
Volg het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft,
en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft
liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als
een geurige gave voor God.
Handelingen 2:38Petrus antwoordde: 'Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden.'
spreuken 7-4Zeg tegen Wijsheid: ‘Je bent mijn zuster,’
2 Timoteüs 1:7God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Johannes 14:23Jezus antwoordde: 'Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.'
Efeziërs Efeziërs
3, 16-19
Moge de Vader vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen
kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw
geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld
en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen
de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen
begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis
te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.
JakobusJakobus
3, 16-17
Waar jaloezie en egoisme heersen, vieren wanorde
en allerlei kwaad hoogtij. De wijsheid van boven
daarentegen is voor alles zuiver, en verder vredelievend,
mild en meegaand; ze is rijk aan ontferming en brengt
niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht.
Romeinen 8:14Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.
Jesaja 41:4Wie heeft dat tot stand gebracht?
Wie roept de generaties vanaf het begin?
Ik, de HEER, ik was de eerste
en ook bij de laatsten zal ik zijn.
Romeinen 6:23Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.
Romeinen 8:15U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met 'Abba, Vader'.
Hebreeën 13:5Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: 'Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten'
Romeinen 8:18Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.
KorintiersKorintiers
6, 19
Weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest,
die in u woont en die u ontvangen hebt van God,
en weet u niet dat u niet van uzelf bent ?
Psalmen 20:5Moge hij geven wat uw hart verlangt,
en al uw plannen doen slagen.
Jesaja 30:18En toch wacht de HEER op het ogenblik
dat hij jullie genadig kan zijn;
toch zal hij zich oprichten
om zich over jullie te ontfermen.
Want de HEER is een God van recht.
Gelukkig de mens die op hem wacht.
Hebreeën 10:24-25Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.
Spreuken 11:3Wie eerlijk leeft, heeft zijn onkreukbaarheid als gids,
wie onbetrouwbaar is, gaat aan zijn oneerlijkheid ten onder.
Numeri 6:24-26'Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.'
Jesaja 41:13Want ik ben de HEER, je God,
ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, ik zal je helpen.