Spreuken 16:16
Hoeveel beter is het wijsheid te verwerven dan goud,
hoezeer is inzicht te verkiezen boven zilver.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Spreuken 16:16Hoeveel beter is het wijsheid te verwerven dan goud,
hoezeer is inzicht te verkiezen boven zilver.
Psalmen 67:8Moge God ons blijven zegenen,
zodat men ontzag voor hem heeft
tot aan de einden der aarde.
1 Johannes 1:5Dit is wat wij hem hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is licht, er is in hem geen spoor van duisternis.
Handelingen 2:3-4Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
Romeinen 6:15Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet.
Matteüs 18:20'Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.'
Spreuken 10:32Wie rechtvaardig is, kiest het juiste woord,
een goddeloze neemt slechts leugens in de mond.
Matteüs 10:38Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard.
Psalmen 119:30Ik heb de betrouwbare weg gekozen,
met uw voorschriften voor ogen.

Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde.
Spreuken 16:28Een vals karakter zaait voortdurend tweedracht,
een lasteraar drijft vrienden uit elkaar.
Spreuken 13:3Wie zijn mond op slot houdt, waakt over zichzelf,
wie zijn lippen hun gang laat gaan, stort zichzelf in het verderf.
Handelingen 1:9-11Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ -- Handelingen 1:9-11
RomeinenRomeinen
8, 11
Als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont,
zal Hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent,
levend maken door zijn Geest, die in u leeft.
'De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.'
In eerste instantie was het kruis van Jezus een uiterlijk feit. Uiteraard had het inhoud, maar voor de toeschouwer bleef het een uiterlijk gebeuren. De heilige Geest zal dit uiterlijk feit veranderen in een innerlijke waarheid voor ieder van ons. De Geest zal het kruis verruimen van een louter historisch gebeuren tot het grondbeginsel van ons geloof.
De Geest zal ons, gelovigen, laten begrijpen dat het lijden van de Heer vruchtbaar was, is, en blijft, en dat ieder christelijk leven in het teken van het kruis staat en door het kruis naar de Heer wordt gebracht. Met andere woorden: de Geest zal ons in de liefdesweg van de Heer brengen. Niet louter als navolging maar als een ‘leven in de Heer’.
Hij, de Geest van de waarheid zal ons op deze wijze de volle waarheid wijzen én ons er naartoe brengen.
Laten we ons hart openen voor de Geest, door gewoon stil te zijn in gebed, ons hart openend voor Hem, arm wordend van onszelf.
Ja, laat ons bidden, niet weglopen van het gebed, er de tijd voor nemen, er vroeg voor opstaan. Soms moeten we onze moeheid geweld aandoen om tot langdurig gebed te kunnen komen. Niet met de bedoeling er onderdoor te gaan (we moeten ook verstandig zijn), maar dikwijls geven we te snel toe aan onze vermoeidheid.
Trouwens, de Geest verkwikt ook… dat zouden we moeten leren inzien.
Laten we ons toevertrouwen aan het komen van de Geest.
Romeinen 14:11want er staat geschreven: 'Zo waar ik leef - zegt de Heer -, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.'
Spreuken 11:18De winst van een goddeloze is bedrieglijk,
het loon van een rechtvaardige is duurzaam.
Romeinen 2:6
Spreuken 18:2Een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht,
hij wil alleen zijn eigen mening kwijt.
psalmenpsalmen
63, 4-6
God, uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.
U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw Naam, de handen geheven.
Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed,
jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal U loven.
Spreuken 18:21Woorden hebben macht over leven en dood,
wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten.
Johannes 14:13En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.
Galaten 6:9Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is.
Amos 5:24Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.
Hebreeën 11:1
Psalmen 139:23-24Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
Jakobus 1:19Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.
Prediker 7:10En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
spreukenWie vriendschap zoekt, dekt fouten toe,
wie ze telkens oprakelt, verliest zijn vrienden.
Matteüs 5:6Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Spreuken 18:12Wie zichzelf in de hoogte steekt, komt ten val,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Hebreeën 11:6Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.
JohannesJohannes
10, 11-18
'Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen.
Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen; dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'
Jezus is de herder die naar God leidt. Hij brengt zijn schapen naar daar waar hun diepste thuis is: bij God.
Mag Jezus ook voor ons die herder zijn? Want laten we niet te snel denken dat wij volledig in God leven. Allemaal hebben we in ons leven plekjes die vervreemd zijn geraakt van God; plekjes die we, merkwaardig genoeg, soms koesteren. Het zijn 'onze' plekjes, die we niet zomaar willen prijsgeven.
Jezus weet dat, en kent als geen ander onze angst om 'alles' prijs te geven. Hij kent onze angst om helemaal van Hem te zijn, want... ja, dan moeten we gaan liefhebben zoals het evangelie ons voorhoudt, liefhebben zoals Hij het ons heeft voorgedaan, en daar kiezen we niet altijd voor. We zijn angstig onszelf te verliezen,
Spreuken 15:23Een mens vindt vreugde in een goedgekozen antwoord,
de juiste woorden op de juiste tijd -– hoe voortreffelijk is dat.
Matteüs 6:26
Psalmen 139:13-14U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
Jesaja 40:31maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht:
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe,
hij rent, maar raakt niet uitgeput.
spreukenHet strekt een mens tot eer om ruzie te vermijden,
een dwaas stort zich in een woordenstrijd.
Psalmen 42:12Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik hem weer loven,
mijn God die mij ziet en redt.
Romeinen 8:8Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen.
spreukenWie bescheiden is en ontzag heeft voor de HEER,
wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.
Prediker 5:14Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij terug. Niets van wat hij heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij mee.
prediker 5:14Wie van geld houdt, kan er niet genoeg van krijgen. Wie verzot op rijkdom is, is altijd op meer gewin belust. Ook dat is enkel leegte.
krokLoof de HEER, want hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
JohannesJohannes
6, 1-15
Jezus ging naar de overkant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Tiberias genoemd). Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed.
Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. Het was kort voor het Joodse pesachfeest.
Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat hij zou gaan doen.
Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’
Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen–maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’
Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’
Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden.
Toen iedereen volop gegeten had zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’
Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.
Toen de mensen het wonderteken dat Hij gedaan had zagen, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’
Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen om mee te gaan en Hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.
Hij valt amper op, maar zijn aanwezigheid is van fundamenteel belang: de jongen met de vijf broden en de twee vissen.
Al wat hij had, al wat hij was, gaf hij aan Jezus. En daarmee, en vooral daardoor, kon Jezus het wonder verrichten.
Durven wij zoals de jongen uit het evangelie àlles wat we hebben, àlles wat we zijn, schenken aan Jezus, opdat Hij het zou kunnen gebruiken om zijn wonder in deze wereld te verrichten.
Want daar nodigt Hij ons toe uit: een totaal wegschenken aan zijn 'zijn' in ons, opdat zijn liefde ten volle werkzaam zou zijn in ons leven.
Da's het wonder dat in ons kan gebeuren, en waar beslist velen baat bij zouden hebben.
Psalmen 105:1Loof de HEER, roep luid zijn naam,
maak zijn daden bekend onder de volken.
Johannes 3, 16-21Johannes 3, 16-21
Jezus sprak tot Nikodemus:
'God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.
Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.'
Geloven in Christus wil zeggen: geloven dat Hij midden ons ons werd gezonden uit pure liefde, omdat God liefde is. Zo een geloof geeft licht aan het leven dat soms zo duister is. Dat licht is God zelf. Wie leeft in dit licht wordt licht voor anderen
Johannes 6:29'Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft,' antwoordde Jezus.
Romeinen 8:5-6Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil. Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede. -- Romeinen 8:5-6
Efeziërs 2:10Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.