Naar de inhoud

HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

IK HEB GEEN SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK DEED!
ENKEL SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK NALIET TE DOEN!
akke.beakke.be

Berichten van 1 januari 2006 tot 31 december 2006

PUZZELSTUKJE 1

Ik krijg een aangetekende brief thuis gestuurd.
Postbodes namen het in die tijd niet zo nauw en zodoende tekende mijn pleegmoeder in mijn plaats af met mijn naam.
Het is een uitnodiging om naar een wetsdokter te komen. Ik begrijp het niet goed, maar ik krijg uitleg. Mijn pleegouders hebben hun Burgerlijke verzekeringspolis gebruikt om een schadevergoeding te vragen in voege met mijn auto-ongeval
Daarom moet een wetsdokter de schade aan mijn aangezicht bepalen.
Ook moet ik mij burgerlijke partij stellen.
Ik heb er niet veel zin in, maar ik doe het toch.

De wetsdokter vraagt mij wat ik wil doen.
Of ik graag de littekens met een schoonheidsoperatie wil laten verwijderen?
Ik zeg ja. Want ik lijdd erg onder die littekens in mijn gelaat.

Mijn pleegouders zijn woedend wanneer ik hen dat vertel. Want dat betekent dat er geen geld wordt gestort, maar dat enkel alle medische verzorging wordt vergoed.
Ze maken mij wijs dat wanneer ik een schadevergoeding aanvraag, in plaats van dat ik een operatie wens, ik dan toch de operatie kan laten uitvoeren en nog geld overhoud bovendien. Want men betaald veel meer uit aan een jonge vrouw.
Maar ik blijf bij mijn beslissing.
Uiteindelijk spelen ze het toch klaar dat mijn beslissing wordt herzien. Hun verzekeringsagent brengt dat voor hen in orde buiten mijn weten om.

Ondertussen vraagt mijn vriendin Marina, of ik geen zin heb om in het café komen te werken waar zij ook werkt.
Ik heb toch ervaring, beweerd ze. Maar die ervaring deed ik op in het café van mijn Moederke, en dat was als een thuismatch spelen.
Enkel maar de vrijdagavond, zegt ze me, dan kan ik de vrijdag vrijaf nemen. Zou je dat voor me willen doen?
Ik kan zo moeilijk nee zeggen he!, Iets waar ik nu nog mee worstel. En dus stem toe.Dat dit café in de beruchte Stationsbuurt van Antwerpen ligt, verzwijgt ze me wijselijk. Anders had ik me sito presto bedacht. Eens ik binnen ben is het te laat om nog te weigeren.

Na de ervaring met Jef ga ik alle mannen zoveel mogelijk uit de weg. En in dit café zitten heel veel mannen
Ruwe mannen, dronken mannen, en mannen die denken dat met geld alles te koop is.

Op de hoek aan de toog zit een man in een zee-uniform.
Donkere ogen, donker haren en dito baard. Ook twee perfecte rijen met witte tanden laat hij zien wanneer hij naar me lacht.
Hij blijft mij verder zwijgend gadeslaan en merkt dat ik heel onwennig reageer wanneer er weer eens een dronken klant tegen me staat te lallen of naar me wil grijpen.
Plots staat hij op en neemt één van de dronken klanten bij zijn revers, en zegt hem dat hij zijn fikken van me af moet houden, of anders……

Die zeeman zou de vader van mijn kinderen worden, maar dat wist ik nog niet op dat moment.

©Huismusje

PUZZELSTUKJE 2

Mijn pleegmoeder noemde mij in het beste geval “die vreemde”, waarbij ze bedoelde dat ik niet bij hen hoorde, geen deel uitmaakte van hun gezin.
Uiteindelijk miste die uitspraak zijn doel niet, want ik vervreemde totaal van hen.
Verdeelde mijn vrije tijd tussen het café van mijn Moederke en het café waar ik werkte op vrijdagavond. En natuurlijk mijn nieuwe liefde!
Wanneer Mon ( afkorting van Raymond) aan wal was, dan was hij dit vaak voor enkele weken.

Mon is geboren in De Panne op18 maart 1944. Hij heeft de zeevaarttscool van Oostende doorlopen. Op het moment dat ik hem ontmoet is hij tweede luitenant ter zeevaart. Hij is acht jaar ouder dan ik.
Een bereisd en volwassen man, een beleerd man ook, hij schrijft en spreekt vloeiend vijf talen.
Mon is het tweede kind, en enige zoon, in een gezin van vier.
Op hem rust dus de taak om de naam voort te zetten.
En daar werd heel veel belang aan gehecht. (Hoewel ik dat altijd iets of wat belachelijk heb gevonden omdat van hun familienaam, bij wijze van spreken, er dertien in een dozijn gaan.
Mijn kinderen zeggen nu nog dat zij veel liever mijn familienaam hadden gedragen omdat hij zoveel mooier klinkt en niet kan worden verbasterd tot iets belachelijks.

Zijn ouders hebben altijd in het hotelwezen gezeten. Zijn moeder is kokkin.
Iets dat later tot veel strubbelingen tussen haar en mij zou leiden, want veel meer dan aardappelen schillen en worteltjes schrapen kan ik niet.
Ik had nooit echt leren koken. Het interesseerde me ook niet. Want van alle huishoudelijke taken is koken het enige dat ik niet graag doe.
Tot op heden zie ik het nog steeds als een noodzakelijk kwaad, al ben ik ondertussen wel geëvolueerd in de kookkunst.

Wanneer hun kinderen het huis uit zijn, behalve het jongste zusje dat een nakomertje is, verhuizen ze naar Antwerpen.
Mon woont niet meer bij hen in, hij huurt een kamer boven een restaurant gelegen op, De Paardenmarkt.
Ik blijf daar dan ook vaak slapen.
Iets dat mijn pleegouders helemaal niet erg vinden. Minder last voor ons, moeten ze hebben gedacht.

Enkele maanden later kent Mon gans mijn levensverhaal, en maken we toekomstplannen alsof we zwemmen in een stroomversnelling.
”Jij moet daar weg”, zegt hij keer op keer, “het wordt tijd dat iemand jou begint te verwennen, dat iemand voor je zorgt zoals het hoort.
Ik spreek hem niet tegen. ik kijk geweldig naar hem op op, hij is mijn toevluchtsoord en steunpilaar.
Maar of hij mijn grote liefde is…...daar twijfel ik op dat moment nog aan.
Geen holderdebolder gevoel. Geen dartele vlinders in mijn buik. Mijn hoofd tolt niet.
Het lijkt wel of ik geen liefde meer te geven heb en bekijk alles heel rationeel. Wik en weeg af.

Ben ik dan totaal ongevoelig geworden, vraag ik me af.
Wat is er met me gebeurt? Ik kan lief zijn, kan lieve woordjes fluisteren en mezelf geven. Zonder daarbij ook mariets te voelen dat naar liefde smaakt?
Waarom, en vooral wanneer, ben ik die koude kikker geworden?
(Wordt vervolgt)

©Huismusje

MIJN LIEF

...Ik bracht bijna al mijn tijd door op de kamer van Mon. Ik kwam er tot rust en kreeg beetje bij beet je wat zelfvertrouwen. De relatie tussen mij en mijn pleegouders was nog nooit zo afstandelijk geweest.
Ik denk dat ik toen op die kamer voor het eerst tot het besef kwam hoe graag ik alleen was. Iets dat nooit meer is overgegaan.

‘Mon’ sprak al snel over trouwen. Dat overviek mij enigszins. Maar uiteindelijk zou dat we de beste oplossing zijn gezien de nare situatie waarin ik zat.
Hoewel ik bijna niet meer naar mijn plegouders ging, kwam mijn stond mijn pleegvader steeds aan de fabriekspoort om mijn loonzakje te ontvangen.
Toen ik hem liet weten dat ik mijn overuren niet meer zou afgeven, iets dat de baas mij al gedurende ruime tijd in het handje uitbetaalde, was ik al helemaal niet meer welkom.
De vrees om wegens dat feit nog maar eens een keer te eindigen in het internaat was bijzonder groot.
Dat die vrees overbodig was wist ik niet.
En het waarom ook niet, maar daar zou ik snel achter komen.

Alles draaide om geld bij mijn pleegmoeder, enkel geld.
Geld dat integraal naar mijn pleegbroer ging. Je kon het zo gek niet bedenken of pleeg-ma kocht het voor hem.
Niet erg natuurlijk, ware het niet dat het ten koste ging van de maandelijks facturen die moesten betaald worden.
Er stond dan ook gedurig wel ergens een rekening open.
Pleegvader had al twee jobs en ik werkte. Maar we konden haar spilzucht niet bijbenen. (Nu moet eerlijkheidshalve vermelden dat mijn pleegmoeder ook nooit wat voor zichzelf kocht.)
En die situatie kon niet langer volgens mijn toekomstige man.

Dus werden er voorbereidingen getroffen voor een huwelijk.
Maar mijn leven zou mijn leven niet zijn moesten er daarbij geen moeilijkheden opduiken.
Moeilijkheden waarbij ik weer geen keuze had en waarbij er weer een oplossing gevonden werd die mijn toekomst anders zou bepalen dan ik het gewenst had.
En bij die voorbereidingen zou er iets aan het licht komen. Iets waarover ik mij al vele vragen had gesteld, maar waar niemand mij een antwoord op wou geven. Omdat het antwoord voor de zoveelste keer het hebberige gelaat van mijn pleegouders zou blootleggen.:-( (

©Huismusje

DE VOORBEREIDING

...Is de voorbereiding van een huwelijk sowieso al stresserend, bij ons kwam daar nog een schepje bovenop. We hadden heel wat obstakels uit de weg te ruimen.

Ten eerste, mijn geboorteakte was nergens te vinden.
Dus moesten we naar het moederhuis waar ik geboren was. (De Vinckenstraat, Antwerpen).
Daar zei men ons dat die akte in het tehuis voor ongehuwde moeders lag. Daar had mijn moeder de laatste maanden van haar zwangerschap gewoond.
Dat tehuis was gehuisvest in de Kapucienessenstraat, Antwerpen (nabij de Britselei).
Daar liet men ons dan weer weten dat ik langs de Procureur des Koning moest omdat ik zijn toelating nodig had vermits hij mijn toeziende voogd was.
Daar moesten we dan weer eerst een afspraak voor maken, want daar kom je zomaar niet bij. Ik had hem trouwens nog nooit ontmoet.
Enfin, om een lang verhaal wat in te korten, na vele dagen van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, kwam ik uiteindelijk weer terecht bij de jeugdrechter.

En zo zat ik voor de zoveelste keer met klamme handen op die stoel voor Meneer Maes en zijn bijzitters.
Ik mocht mijn verhaal doen. En hij leek mijn vraag om te mogen huwen niet ongenegen te zijn.
"Maar, zei hij, je hebt niet mijn toelating nodig maar die van je biologische moeder". Zij was immers nooit uit de ouderlijke macht ontzet. Begrijpe wie het begrijpe kan!

Mijn pleegouders trokken zich van dit alles niets aan, voor hen was ik al lang passe.
Ik ging nog wel naar daar en bleef er ook een enkele keer slapen. Want helemaal niet meer opdagen durfde ik niet.
Tenslotte kon er nog controle komen van de rechtbank, en dan moest ik wel aanwezig zijn.
Ook was het wettelijk niet toegelaten voor de huurbaas om mij officieel in te schrijven op de kamer die Mon huurde. Omdat ik nog minderjarig was.
Maar die kamer voelde voor het eerst in mijn leven aan als een echte thuis.
Mon was vaak voor weken op zee en dan was ik daar alleen. Ik voelde me er rustig en geborgen.

Beetje bij beetje verfraaide ik de kamer. Met hier een plantje en daar wat kitscherige spulletjes. Maar ze leken toen van onschatbare waarde voor mij.
Ik kon er in alle rust naar de muziek luisteren die ik graag hoorde of kon er ongestoord een boek lezen. Lezen deed ik veel en graag. (Ook al iets dat ik nooit had kunnen doen bij mijn pleegouders).

En toen kwam de dag waar ik geweldig tegenop zag. in feite waren het twee dagen.
De eerste dag was die dat ik naar mijn moeder zou toe moeten om haar toelating te vragen voor het huwelijk. De tweede dag was de kennismaking met mijn toekomstige schoonouders.
Mijn vroegere ervaring met de moeder van R. had me geleerd dat ik niet de gedroomde schoondochter was.
En dat mijn vrees niet onterecht was zou snel blijken.

©Huismusje

PUZZELSTUKJE 3

Toen ik weer eens voor een dag of twee bij mijn pleegouders ging slapen, wachtten er drie brieven op mij.
Twee kwamen van het gerechtshof , de andere kwam van de verzekering. Die laatste betrof mijn tweede auto-ongeval.
De eerste brief van het gerecht bevatte een uittreksel van mijn geboorteakte.
En op die akte las ik voor de eerste keer, de volledige naam van mijn moeder, haar geboortedatum en geboorteplaats.
Het was desondanks een ietwat emotioneel moment, het leek of ik nu pas een bestaansrecht had.
Het is moeilijk om te beschrijven wat ik voelde toen ik dat stukje papier in handen had. En het is waarschijnlijk nog veel moeilijker om vatten hoe het voelt voor iemand die niet in mijn situatie zit,

De tweede brief was een oproep om naar de jeugdrechter te komen.
Ook mijn pleegouders, Mon en mijn moeder moesten die dag aanwezig zijn.
Bij die brief had ik al een minder goed gevoel. Hoewel dat, zoals later bleek, geheel onterecht was.

De derde brief van de verzekering is een verhaal apart.
Het toonde nog maar eens wat ik werkelijk waard was in de ogen van mijn pleegouders. En vele onbeantwoorde vragen kregen klaarheid.

Zoals: de reden waarom ik voor de tweede maal geplaatst werd toen ik samen woonde met R...
en de reden waarom mijn pleegouders geen verzekeringspapieren wilden tekenen na het auto-ongeval met R. toen ik op het kantoor werkte van de drukkerij en daarom werd ontslagen op de drukkerij wegens ongewettigde afwezigheid...
en het het gesjoemel van mijn pleegouders met een toelage... en gesjoemel met verzekeringsgeld dat mij toekwam na mijn tweede auto-ongeval.

Het was geen fraai plaatje! en Ik was er dan ook  kapot van op dat Moment. Maar al bij al ben ik blij dat ik de antwoorden ken.
Wordt vervolgd…

©Huismusje

Meer van HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

↑ Terug naar de berichten