Naar de inhoud

HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

IK HEB GEEN SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK DEED!
ENKEL SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK NALIET TE DOEN!
akke.beakke.be

Archief

AFWIJKINGEN!

Ik werd geboren met een afwijking aan het linkeroog, wat men scheel zien noemt. Nu geeft dit geen fysieke pijn, maar psychisch des te meer. Op school wordt je er al heel vroeg mee gepest, en dat blijft je ganse leven doorgaan.
Mijn pleegouders hadden dit kunnen voorkomen door mijn oog operatief te laten corrigeren voor mijn zeven jaar, doch er was geen geld voor.
Er was nooit geld voor mij! Ik was tenslotte uitgekozen om geld binnen te brengen en niet andersom hé!
Na die tijd was het te laat voor een operatie, ik was het zicht van dat oog al verloren.
Wat mij nog het meeste pijn deed, was toen ik al wat ouder was, dat ook mijn pleegmoeder me "scheel lon" (Antwerps dialect) als roepnaam gaf.
Zij had ontelbare scheldnamen voor mij, sommige begreep ik maar al te goed, andere weer helemaal niet.
Ik vraag mij nu nog steeds af, wat was haar afwijking?
En is een slecht karakter ook een afwijking?

© Huismusje


KERMIS IN DE STAD.

Het is bijna Pinksteren en in Antwerpen noemt men dit Sinksen. Met Sinksen komt de "Sinksefoor" naar de stad, en dat vindt ik nog altijd een fascinerende gebeurtenis . Het brengt bij mij één van de weinige leuke herinneringen naar boven uit mijn kindertijd.
Hoe oud ik precies was weet ik niet meer, in elk geval nog een kleuter. De Sinksefoor stond toen nog op "Den Boulevard" en kind zijnde leek hij mij oneindig te zijn.
Ik weet nog dat mijn pleegvader er met mij naartoe ging. Die man ontsnapte maar al te graag aan de tirannie van pleegmoeder maar kreeg daar weinig kans toe. Maar die dag dus wel!
Van "pa" mocht ik altijd een ietsje meer en dus mocht ik op diverse draaimolens die je op de dorps-kermissen nooit ziet en kreeg ik snoep à volent1è. Wij hebben ons onnoemelijk geamuseerd die dag. Ik denk dat wij ons beide bevrijd voelden! Ik heb geen andere verklaring voor het feit dat "pa" altijd zo lief was als "ma" er niet bij was.

Thuisgekomen was het andere koek! Ik was ziek van het vele snoepen en draaien en wilde daarom niet eten. Wij kregen beide een resem van verwijten en scheldpartijen naar ons hoofd geslingerd.
Maar het gaf niet want die dag kon pleeg-ma niet meer verpesten voor ons.
Het is een heerlijke herinnering gebleven.
Eén die telkens weer terugkomt als de 'Sinksenfoor' staat.

©Huismusje

DE POORT VAN MIJN HEL

Pinksteren 1958! Ik ben net zes jaar oud geworden en begin aan de laatste weken kleuterschool.
Een vrolijke ervaring kan ik het niet noemen. Vaak alleen van en naar school, vaak verloren gelopen en daardoor thuis gebracht door diegene die het zich wou aantrekken.
De omgeving kende ik niet want we waren voor de zoveelste keer nog maar eens verhuist.Waarschijnlijk is er in de kleuterscholen wel gereageerd op mijn situatie, maar ik heb er nooit wat van gemerkt.
 
Mijn pleegmoeder komt tot de ontdekking dat ze zwanger is, 22 jaar na haar eerste zwangerschap en dit op tweeënveertig jarige leeftijd. Dat dit haar niet makkelijk viel kan ik nu wel begrijpen Toen uiteraard nog niet.
Mijn pleegvader kreeg de opdracht om mij naar mijn moeder te brengen en mij onder geen enkel beding mee terug te brengen. Maar mijn moeder was onvindbaar maar pleeg-pa vind wel mijn grootmoeder.
Die weet te vertellen dat ik niet welkom ben. Dat mijn moeder eveneens zwanger is. Nog maar eens zonder een vader in de buurt, dus van die kant viel geen hulp te verwachten.
Er bleef mijn pleegvader geen andere keuze dan mij mee terug naar "huis" te nemen. Maar dat heeft hij geweten! En ik ook!  Want er is toen echt slaande ruzie uit ontstaan.
Ik zat ineengedoken van de schrik in een hoek van de kamer en zag hoe mijn pleegvader bloedde aan zijn hoofd door het pijnlijke treffen van rond vliegende huisraad. Plots nam mijn pleegmoeder mij hardhandig bij de hand, sleurde mij met geweld drie trappen naar beneden, zette mij op straat en sloeg de deur dicht. Het was reeds donker en ik was bang! Ik kan tot op vandaag de angst van toen nog proeven, evenzo met tal van andere bange momenten. (Ik woon trouwens vlakbij het bewuste huis en kom er vaak voorbij)  Ik weet niet hoelang ik op die koude drempel heb gezeten, wachtend tot "pa" mij zou komen halen. Want hij was de enige die ik nog een beetje vertrouwde. Hij was steeds diegene waarop ik mijn hoop op vestigde. Maar in zijn plaats kwam de politie! De benedenburen hadden het kabaal natuurlijk gehoord en hadden de politie gebeld. Die dwongen mijn pleegmoeder om mij weer op te nemen en een andere oplossing te zoeken voor het probleem. Uit schrik voor een proces verbaal gehoorzaamde zij. En een oplossing vond ze ook, want vanaf dat moment maakte zij mijn leven pas echt tot een ware hel.
©Huismus

GEBOORTE VAN ALLE ELLENDE

Op 26/12/1958 wordt mijn pleegbroer geboren, twee maanden vroeger dan verwacht. Pleeg-ma wil hem Noël noemen naar aanleiding van kerstmis. Maar Pa hoort liever Luc. Vermits hij diegene was die zijn zoon ging 'aangeven' werd het dus Luc. Dat zou hij tot op haar laatste dag geweten hebben! Maar hij had toch maar lekker zijn slag thuis gehaald.
Was voorheen mijn situatie nog draaglijk geweest,  nu zou pas mijn hellepoort opengaan!
Mijn pleegmoeder zorgde er voorheen altijd voor dat ik netjes voor de dag kwam. Mooi gekleed en mijn haren netjes in de "Pijpenkrullen", maar vanaf nu zou dit ook tot het verleden behoren.
Een totale verwaarlozing kwam in de plaats
Werden er voor de geboorte van Luc nog enkele centjes aan mij besteed, nu zou dat praktisch nihil worden.
Geen nieuwe kleding of speelgoed meer. Maar ook geen schoolgerief zoals ik later mocht ondervinden. Zelfs eten kon ik enkel als ik het zelf nam. Ik werd totaal genegeerd!
Mocht ook niet in dezelfde kamer waar Luc was. Wanneer hij gebaad of verzorgt werd moest ik de kamer uit. Wanneer ik dan toch stiekem naar de baby toeging, kreeg ik klappen.
Het was ook op zulke momenten dat ik te horen kreeg dat ik een "vreemde luis" was... dat mijn moeder een hoer was... en ik een hoerenjong. De lelijkste scheldnamen werden naar mijn hoofd geslingerd. Scheldnamen die nu nog in mijn hoofd gebrand staan.
Het is toen dat ik haat begon te voelen, al kon ik dat nare gevoel toen nog geen naam geven.
Ik was een moeilijk en ondankbaar kind volgens pleeg-ma.
Waar moest ik dankbaar voor zijn, vroeg ik me dan telkens af? Lief zijn hielp niet en opstandig zijn ook niet.
Ik werd een stil en teruggetrokken kind!
Het enige leuke moment was toen de radio of de platendraaier werd opgezet.
Muziek was mijn enige troost terwijl de haat groeide in mij.
Haat tegen Luc ook, hoewel hij van niks wist. Haat ook tegen mijn pleegvader, omdat hij mij niet hielp.
Haat tegen mijn pleegmoeder, hoewel ik toen heel veel van haar hield besef ik nu.
Ik wou niet meer vriendelijk zijn tegen bezoek om de schijn op te houden.
Dat werkte natuurlijk in mijn nadeel en speelde in de kaart van "ma". Maar ik was te klein om dat te beseffen.

Het resultaat van dit alles was dat ik met verschillende tics geplaagd zat en vaak  luidop tegen mezelf praatte.
Ik stond op de drempel van mijn hel. Een hel die jarenlang mijn deel zou zijn.
center>©Huismusje

MIJN EERSTE COMMUNIE

Het was mei 1960. Mijn pleegbroer was anderhalf jaar oud en de enige die belangrijk was in huis. Hij was het middelpunt, het voor en na in het leven van mijn pleegouders.
Ik zat in het tweede leerjaar en ging elke dag alleen naar school en moest daarbij steeds over "Het Fortje".
"Het Fortje" was een onbebouwde en beboste vlakte met allerlei sportpleinen. Er stond ook een oud soldatenfort op,een ruïne, vandaar de naam. Het was een speelparadijs voor ons. Vlakbij mijn school werd een nieuwe straat aangelegd en bij regenweer was het daar een echte modderpoel, idem dito op "Het Fortje".
Mijn pleegmoeder vond zichzelf heel vroom mens. Van haar Christelijke naastenliefde heb ik echter nooit wat gemerkt. Naar de kerk ging ze nooit en vloeken en schelden deed ze als een ketter. Maar soit.
Toen meneer pastoor kwam vragen of ik mijn communie mocht doen durfde ze waarschijnlijk niet weigeren. Dat is de enige verklaring die ik heb voor volgende gebeurtenis....

....Ik volgde catechismusles en op zaterdagmiddag moesten we naar de kerk om te repeteren. Van de ouders werd verlangt dat ze daarbij aanwezig waren. Maar zo had pleeg-ma dat niet begrepen. Telkens kreeg ik dan een heel sermoen te horen van meneer pastoor maar ik durfde tegen hem niet zeggen hoe het thuis er werkelijk aan toeging. Thuis durfde ik dan weer niet vertellen dat meneer pastoor eiste dat één van mijn ouders de volgende keer aanwezig moest zijn.
Ook vroeg hij telkens naar mijn doopsel papieren. Ik wist niet wat dat was en pleeg-ma reageerde niet wanneer ik er haar naar vroeg. (Zij heeft die papieren nooit in haar bezit gehad en kon ze ook niet aanvragen omdat ik officieel nooit aan hen toegewezen was.)
Maar dat kon pleeg-ma niet verantwoorden tegen meneer pastoor zonder de waarheid te moeten vertellen en dat wilde ze uiteraard niet.
Ik werd geconfronteerd met een probleem waar een achtjarige geen raad mee weet.

Op een zondagmorgen zei mijn pleeg-ma dat het de dag van mijn communie was en dat ik naar de kerk moest. Zij stuurde mij alleen op weg. Iets waar ik nog niet bij stilstond omdat ik steeds alles alleen moest doen. Tot ik aan de kerk kwam!
Daar zag ik mijn klasgenootjes in hun mooie communie kleedjes samen met hun piekfijn uitgedoste ouders.
Iedereen werd opgesteld zoals bij de repetitie, moeder links, vader rechts en de communicant in het midden. Het opstellen was de taak van de schooljuf die de catechismusles op school gaf.
Ik stond daar alleen in mijn dagdagelijkse kleren en mijn schoenen zaten onder het slijk van over Het Fortje en de opgebroken weg te lopen. Ik zag mijn klasgenootjes fluisteren tegen elkaar en naar mij wijzen.
Hun ouders keken stoicijns over mijn hoofd heen.

De juffrouw vroeg waar mijn ouders waren? Ik antwoordde naar waarheid dat "pa" was gaan werken bij de bakker en "ma" thuis was bij Luc.
Er werd dan besloten dat ik maar met de juffrouw aan de hand naar voor moest gaan maar dan wel als laatste in de rij. Meneer pastoor zei dat ik eerst nog moest gedoopt worden en dat hij dat nu eerst even ging doen in de zijbeuk.
Weer was er gefluister en gegiechel van mijn klasgenoten. Hun ouders waren misnoegd door het oponthoud.
Ik voelde de tranen opkomen en begon te beseffen dat deze dag voor mij niet was wat het had moeten zijn en...ik nam de benen.

Ik liep zo rap als ik kon de kerk uit.
Door de opgebroken weg naar het slijk van "'t Fortje".
En daar ben ik blijven rondslenteren tot laat in de avond.
 
Pa die om 15u thuis was gekomen heeft naar mij lopen zoeken maar hij kon mij niet vinden

Toen ik uiteindelijk thuis aankwam zag je niet meer dat ik urenlang gehuild had!
Natuurlijk vielen er weer klappen omdat ik vies en smerig was van het spelen in het slijk.
Mijn pleegmoeder was nijdig omdat ze nu weer moest wassen, want veel kleren had ik niet en ik moest op dinsdag weer naar school toe.
Mijn pleegvader zeurde omdat hij al zo moe was en nu nog een emmer water moest opwarmen zodat ik mij kon wassen.
Als straf vloog ik naar bed zonder eten.
Ik weet niet of ze zich realiseerden dat ik van de ganse dag nog niets gegeten had?
Maar dat was ook al geen uitzondering meer.

Ik weet niet wat er tussen mijn pleegouders is gezegd over die bewuste dag.
Toen ik er vele jaren later uitleg over vroeg haalden ze hun schouder op en zegden mij dat dit allemaal al zolang geleden was en dat ik er nu toch niet meer moest over zeuren.
Dat ik ook groot was geworden zonder mijn eerste communie.
Hetgeen ik wel nog weet is dat de haat maar groeide en groeide in mij en dat ik daar alle dagen voeding genoeg voor kreeg!

(© Huismusje)

DE STRAFKAMER.

We verhuizen nog maar eens een keer!

Ditmaal naar een kleine eengezinswoning met op de bovenverdieping twee slaapkamers.

Daar mijn pleegbroer nog klein is, wil pleeg-ma hem bij haar op de kamer.

Ik krijg dus mijn eigen kamertje.


Er is geen tuin of koer aan het huis. In de plaats daarvan is er een berghok aan de keuken aangebouwd.

Het hok heeft een dak van zinken golfplaten waardoor het daar in de zomer snikheet en in de winter ijzig koud is.
Het berghok wordt afgesloten met een zware houten deur en ijzeren schuifgrendel.

Er zijn geen ramen en dus het is er stikdonker.
Er huizen talloze spinnen, muizen en ander kruipend ongedierte.

De overbodige rommel, gereedschap en fietsen worden er in opgeborgen.


De weg van en naar school is langer dan voorheen maar dat zal mijn pleegouders een zorg zijn en mij deert het ook niet.

Daarbij, enkele klasgenootjes wonen bij me in de buurt en dus gaan we gezellig allemaal samen op weg.


Er zijn nog veel omliggende velden, weiden en onbebouwde grond in de nabije omgeving van het huis.

Dus het is heerlijk ravotten met de kinderen uit de buurt.

Forten bouwen op de braakliggende grond of pistes maken om te crossen met de fiets.
Of ook gewoon lekker liggen niksen op de wei in de zon en kransjes maken van de madeliefjes, paarde- en boter-bloemen.


Maar dan moet ik naar binnen!

Ik doe er alles aan om bij “ma” in de gunst te komen!
Ik doe de boodschappen en help met poetsen.
Zelfs de was doe ik mee en dat was niet zo simpel want we hadden geen wasmachine en zelfs geen geiser waar warm water uitkwam.
Alles gebeurde met water uit de regenton en daarna werden de emmers met water opgewarmd op de kachel of fornuis.

Hoe jong ik ook was, die klussen had ik al behoorlijk onder de knie.

Eens die klussen geklaard waren was ik weer bij af. Ik kon met geen mogelijkheid haar liefde winnen!


Wanneer pleeg-ma weer eens slecht geluimd is en ik haar in de weg loop stopt ze mij in dat hok.

Doodsangsten sta ik daarin uit!

In mijn kinderfantasie zie ik legers spinnen op mij afkomen.

Ik hoor allerlei vreemde geluiden maar zie geen steek voor mijn ogen.

De grendel van de zware deur zit onwrikbaar vast.
Roepen, schoppen en schreeuwen help niet. Eens de keukendeur achter haar is dichtgevallen kan ze mij niet meer horen.

Ik kan slechts hopen dat “pa” vlug thuiskomt want hij haalt mij er meestal uit.

Ten minste als hij weet dat ik zit opgesloten!

Ik kan enkel wachten en hopen.

©Huismusje

KINDERARBEID!

Daar mijn  biologische moeder geen onderhoudsgeld betaalde voor mij zoals was afgesproken, waren mijn pleegouders van mening dat het dan aan mij was om hen terug te betalen wat zij aan mij besteedden!

Reeds op negenjarige leeftijd moest ik vrijwel elke vakantie uit werken!
Mijn eerste arbeidservaring was bij een naburige boer.
Er waren in dat gezin vier kinderen, één jongen en drie meisjes. Het jongste meisje zat bij me in de klas.
Er was steeds genoeg te doen op die boerderij en dus geen gebrek aan werk voor mij.
Op een keer moesten de serretomaten worden geplukt. Het was niet echt een proper werkje want we zagen groen van boven tot onder. Zelfs in onze oren zat dat groene spul. Of dat nu kwam doordat de tomaten bespoten waren of door de bladeren, weet ik niet.
Wat ik wel weet is dat ik er een bloedvergiftiging aan overhield, en dat kwam zo...

...We mochten van de boer tomaten eten zoveel we wilden. Vermits  ik tomaten heel graag lustte liet ik mij dat geen tweemaal zeggen. Even afvegen aan mijn boek en happen maar.
Dat deden we trouwens ook zo met de wortelen, rapen en braambessen die we plukten of uit de grond trokken.
Maar van de tomaten werd ik dus behoorlijk ziek. Pleeg-ma weer wreed nijdig omdat ze de dokter moest halen voor mij.
Zij wachtte daarmee dan ook tot ik letterlijk door mijn benen zakte.

Wat ik betaald kreeg van de boer weet ik niet want pleeg-ma ging ontvangen. Ze keerde dan steeds weer met een tas vol met gratis aardappelen, groenten en fruit. Misschien werd ik wel vergoed in 'natura' en betaalde ik op die manier mijn kostgeld?
Feit is dat ik er elke vakantie periode weer naar toe moest!

Toen ik elf jaar was hadden mijn pleegouders een nieuwe vakantie job voor mij gevonden. Bij een joods gezin dat een oppas zocht voor hun drie kinderen en daarnaast een "beetje" hulp in de huishouding.
Vader was gescheiden en woonde terug in bij moeder. Hij had zijn eigen chalet achter in de tuin.
Moeder had een Haute Couture zaak en maakte die kleding met de hulp van een leerling naaister. De zaak was gelegen in de 'Diamant wijk' van Antwerpen.

Dat "beetje" hulp was voor mij als kind behoorlijk zwaar.
'S morgens om zes uur opstaan en het ontbijt van de kinderen klaarmaken, ze helpen met wassen en aankleden en ze vervolgens naar een soort van dagcentrum toe te brengen op De Meir.
De oudste van de drie was een jongen en was net als ik elf jaar.

Pas wanneer ik terug was van die trip mocht ik eten. Ik moest steeds apart eten in de keuken. Dat dit een joods gebruik was wist ik toen niet.
Na mijn ontbijt moest ik afwassen, bedden opmaken, de badkamer poetsen en de kamers en de trap stofzuigen. Ook de blokhut van vader opruimen en onderhouden was mijn taak.
Wanneer dat werk gedaan was mocht ik helpen in de winkel. Dat was pas iets dat ik graag deed. Het is daar dat ik mijn interesse voor snit en naad heb opgedaan.

Elke week mocht ik van zaterdagmiddag tot zondagavond naar huis.
Pleeg-pa kwam mij dan ophalen en kreeg gelijk een enveloppe met mijn loon in zijn handen gestopt.
Hoeveel er in die enveloppe zat heb ik nooit geweten. Ik zou later nog vaak moeten werken zonder dat ik het bedrag van mijn loon kende of zelf mocht ontvangen!

Er kwam abdrupt een einde aan mijn job in dat gezin door een reeks van opeenvolgende ongelukjes!

Op een keer dacht ik een kortere weg gevonden te hebben naar het dagcentrum van de kinderen toen ik hen in de namiddag weer ging ophalen.
Ik ging door het 'Stadspark'.... en liep hopeloos verloren. Toen ik uiteindelijk terug bij de winkel kwam, mede door de hulp van een lieve voorbijganger, waren de kinderen al thuisgebracht.
Mevrouw was zo kwaad op mij dat ik het bijna in mijn broek deed van de schrik. Ik was al hevig onder de indruk door het verdwalen. En nu kreeg ik ook nog af te rekenen met dit.

Mijn verjaardag valt meestal in de paasvakantie. Zo ook op die bewuste dag

 Ik "mocht" met mevrouw mee boodschappen gaan doen. Dat was voor mij een avontuur want ik reed niet vaak in een auto en de 'Grand Bazar' was voor mij een paradijs.
Ik mocht iets uitkiezen voor mezelf als verjaardagsgeschenk. En deze domme gans koos voor een roze afwasborstel en was er nog gelukkig mee ook! Mevrouw zal in haar binnenste hard gelachen hebben! Maar ze lachte alvast niet meer toen ik één van de boodschappentassen met enkele flessen wijn pardoes uit mijn handen liet vallen.

Diezelfde week liet ik ook nog de stofzuiger de trap afdonderen. Hij was finaal naar de knoppen.Toen pleeg-pa mij die zaterdagmiddag kwam ophalen kreeg hij te horen dat ik geen loon kreeg vanwege de aangerichte schade.
"Wel dan komt ze ook niet meer werken" zei hij. 

Mijn pleegmoeder is later op de week nog met mij naar de winkel toegestapt.
Er werd behoorlijk geroepen tussen die twee "dames" want mevrouw was ook geen doetje!
Uiteindelijk moest pleeg-ma afdruipen zonder één cent.
Beide partijen hadden geen poot om op te staan want kinderarbeid is verboden bij wet.
Haar woede koelde mijn pleegmoeder dan maar weer op mij! "Ik deugde voor niks" kreeg ik voor de zoveelste maal te horen.
Ze liet mij staan voor wat ik waard was en stapte in volle vaart verder. "Ik moest maar zien hoe ik thuiskwam, want ze ging geen tram betalen voor een nietsnut zoals ik" riep ze me nog toe.

Uren later ben ik thuisgekomen. Te voet vanuit het centrum van Antwerpen naar het "Eksterlaar." Ik volgde gewoon de sporen van tram elf. Bang dat ik niet zou binnen mogen of dat ik weer klappen zou krijgen.

Maar ik mocht wel binnen en ging gelijk naar mijn kamer!
Weeral een nare ervaring rijker!

©Huismusje

DE BELONING.

Voor al mijn klusjes in het huishouden en mijn vakantiewerk mocht ik als beloning op zondagmiddag naar de bioscoop.
Ik was natuurlijk zo fier als en gieter want ik was het enige elfjarige kind uit de buurt die zulks mocht.
Ik was dol op film want dan kon ik de realiteit ontvluchten. Ik fantaseer mij middenin de film.
Zo zong en danste ik samen met 'Elvis Presley.' Trok ik op avontuur met 'Winnetou.' Op die laatste was ik hopeloos verliefd... en hij natuurlijk ook op mij... of wat had je gedacht!

Op mijn weg van en naar de bioscoop moest ik voorbij verschillende open velden en plekken met struikgewas.
In de winter was het reeds donker toen de film uit was en deed de weg wel een beetje eng aan.
Mijn oplossing was dan luidop in mezelf praten of luidop lopen zingen.

**(Dat was iets dat ik mij eigen had gemaakt in mijn strafkamer.
Telkens pleeg-ma mij daarin stopte zette ze de radio wat luider. Niet voor haar rust want zij kon mij toch niet horen wegens de gesloten tussendeuren, maar voor de buren vermoed ik.
Dat maakte dat ik vrijwel elk liedje van de radio of platendraaier kon meezingen. Zelfs in het Frans, Engels en Duits. Fonetisch weliswaar, want verstaan deed ik het niet.**

Toevallige passanten keken mij na en moeten mij een raar kind hebben gevonden.
Maar ik stapte moedig door in het gezelschap van mijn twee helden van het witte doek!

Mijn buurmeisje, en tevens klasgenootje, wou ook wel graag naar de film en vroeg aan haar ouders of ze met me mee mocht.
Haar ouders zagen dat helemaal niet zitten wegens véél te jong en te gevaarlijk.
Het argument van mijn buurmeisje "dat ik het toch ook mocht" schoot bij de moeder in het verkeerde keelgat en maakte dat die het nodig vond om een dringend praatje te houden met pleeg-ma.

Ik zat een beetje verdoken op de trap te luisteren naar het bewuste gesprek tussen die twee.
De moeder van mijn buurmeisje vond het niet kunnen dat een elfjarig kind
's avonds alleen en in het donker over straat liep.
Ze opperde dat er "van alles" kon gebeuren.
"Of mijn pleegmoeder zich wel bewust was van het gevaar dat ik liep?"
"Of zij nog nooit had gehoord van kinderverkrachters?"
 Het gesprek eindigde met het woest dichtslaan van de voordeur door pleeg-ma.

's Avonds deed mijn pleegmoeder haar verhaal aan pa.
Zij was nog steeds opgewonden en dus  zweeg hij maar.
"En wat dan nog?" raasde  mijn lieve pleegmoeder.
"Dan zijn we meteen van die vreemde luis vanaf, want ze brengt niks dan ellende mee"

Mijn pleegvader bleef zoals altijd zwijgen.
Ik vreesde dat mijn zondagse vluchten uit de harde realiteit wel eens voorbij zou kunnen zijn.

Later op mijn kamer overliep ik in gedachten nog eens de beide gesprekken van die dag. Die van de moeder van mijn buurmeisje, en die van mijn pleegouders.
De bezorgde toon van de éne, en de dreigende van de andere.
En stilletjes kwam het vermoeden dat mijn beloning wel eens helemaal geen beloning zou kunnen zijn.
©Huismusje

HET KONINGSKIND.

Mijn pleegbroer leek geboren in een gouden wieg!
Vermoedelijk was die late en onverwachte zwangerschap van mijn pleegmoeder haar in het hoofd geslagen. Want ze behandelde hem als was hij een koningskind.
Niettegenstaande dat pleegvader drie jobs had, was het geld al op nog voor het op tafel lag. Alles ging naar "de kleine"!

Zo liet pleeg-ma voor die driejarige peuter bij "Het Meuleken"(een gekende Antwerpse kleermakerswinkel) zijn pakjes op maat maken. Idem dito met zijn schoentjes die wit met een boord van zwart lakleer moesten zijn.
Zijn hemden moesten wit zijn met aan de kraag een boord van kant of plooitjes en daar horen uiteraard zijden strikjes en gouden manchetknopen bij.
Iedereen vond het een plaatje. Nou ja, het was ook een mooi ventje hoor!
Maar ik snap niet dat er nooit iemand met zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd tikte wanneer pleeg-ma" met hem schouwde.

Ook het duurste speelgoed was maar net goed genoeg!
Zo had hij Lego blokjes en Meccano bij de vleet.
Tientallen puzzels, stripboeken en kleurboeken bezat hij.
Alles uit de beste speelgoedwinkels en van het duurste merk.
Zo had hij diverse treintjes waar nu nog elke liefhebber jaloers zou op zijn. Alles moest van "Marklin"zijn.
Het beste was nooit goed genoeg. Er was steeds wel iets beter en duurder.

Elke week kwam de huisdokter. Want als hij een keer zijn bord niet leeg at was pleeg-ma totaal in paniek.
Er werd dan ook enkel dat gekookt wat Luc eten wilde.
Het was pathetisch om te zien hoe Luc haar hele doen en laten beheerste!
Maar voor mij was het triest. Want haar haat en nijd jegens mij werd met de dag groter en feller.

Ik herinner mij dat ik op zeker ogenblik een koek van tafel nam die hij maar half opgegeten had.
Razend werd ze daarvoor!
"Wie dacht ik wel dat ik was?" "Jij dikke zeug, jij vreemde luis, jij moet met je poten van die koek afblijven!" En die benamingen waren nog mild ten overstaan van de vele andere die ik dagelijks naar mijn hoofd geslingerd kreeg.
Daar ik steeds rond de tafel liep wanneer er weer klappen gingen vallen en ze mij zodoende niet te pakken kon krijgen omdat ik kleiner en sneller was, nam ze op een keer een hark en sloeg daarmee over de tafel heen naar mij.
Eén van de scherpe punten maakte een diepe wonde op mijn schouder en rug.
Als troost kreeg ik de raad om mijn mond dicht te houden tegen iedereen. "Anders zou ze mij de straat opgooien, voorgoed." Dus zweeg ik!
Ik heb van die klap met die hark een vergroeiing in mijn hals overgehouden..

Naar de kleuterschool is Luc nooit geweest omdat zij hem steeds aan haar zijde hield.
Maar eens schoolplichtig had ze geen keuze meer en waren de beste scholen niet goed genoeg.
Omdat de zonen van onze huisdokter in het Xaverius College school hadden gelopen, moest Luc daar natuurlijk ook naar toe.
Het dure schoolgeld konden mijn pleegouders zich in feite niet permitteren, maar liever maakte mijn pleegmoeder schulden dan haar zoon naar de jongensschool om de hoek te sturen.


Vriendjes werden gekocht met massa's snoep en geschenkjes.
Elke week ging ze naar zijn leraar toe, want ze wou zeker zijn dat hij de punten kreeg die hij volgens haar verdiende.

Mijn pleegvader keek het allemaal met lede ogen aan. Wanneer hij een opmerking maakte, hetgeen een enkele keer gebeurde, werd ze een razende furie. Het schuim kwam letterlijk op haar lippen te staan. Echt doodsbang waren wij van haar wanneer ze weer een aanval van razernij kreeg.
En zulke aanval kwam geheid telkens iemand ook maar iets van commentaar gaf op haar gedrag betreffende Luc.
Mijn pleegmoeder is in de laatste jaren van haar leven dement geworden. Maar volgens mij is die dementie reeds ontstaan bij de geboorte van Luc.

Telkens er geen geld meer was om de boodschappen te betalen stuurde ze mij naar de winkel. Mijn pleegmoeder rekende er immers op dat men een kind niets zou weigeren.
Dan moest ik vragen om alles zolang op de rekening te schrijven.
Meerdere malen kreeg ik dan te horen dat er nog een rekening open stond en dat die eerst moest worden voldaan.
Pleeg-pa wist daar niets van. Zoals later zou blijken!

Soms moest ik te voet van Deurne naar het ziekenfonds in de Ommeganckstraat om de ziekenbons te gaan uitwisselen.
Meerdere malen moest ik zonder geld te voet weerkeren naar huis, omdat de bijdrage niet was betaald en men dus ook niet uitbetaalde.
Op zulke momenten werd het mij vaak echt te moede omdat ik wist wie de dupe ging zijn van die weigering. Dan kreeg ik steeds te horen dat hun te kort aan geld mijn schuld was. Dat als ik er niet was geweest.....enz.

Het was niet zo dat ik het Luc niet gunde hoor, integendeel.
Maar het contrast van de leffomstagheden tussen ons beide was te schrijnend en te groot.

©Huismusje

DE HUISDOKTER.

Sinds de geboorte van mijn pleegbroer hadden wij wekelijks de huisdokter op bezoek.
Niet noodzakelijk omdat er iemand ziek was, maar meer als afleiding voor mijn pleegmoeder vermoed ik. Ook was zij zo danig geobsedeerd dat wanneer mijn pleegbroer zijn bord een keertje niet leeg at zij in alle staten was.

De dokter waseen hele knappe man.
Lang en slank, donker golvend haar en staalblauwe ogen. Rijk was hij ook! Althans, dat kon je vermoeden aan zijn sportwagen en villa.
Van origine was hij Oostenrijker, maar had al vele jaren zijn praktijk in Deurne-Zuid.
Echt zo een dokter uit een romantische film.


De dokter had twee zonen. Eén daarvan was mentaal gehandicapt. De tweede was het evenbeeld van zijn vader.
Mijn pleegmoeder etaleerde haar adoratie voor de dokter zo openlijk dat het genant was om zien.
Mijn pleegmoeder was helemaal geen mooie of verzorgde vrouw!
Tanden bezat ze bijna niet meer en diegene die ze nog had zagen zwart.
Wel had ze een mooie bos haren, maar ze werden maar heel sporadisch gewassen.

Maar als de dokter kwam werden de krulspelden boven gehaald en trok ze haar "zondagse kleren" aan.
Nylons over haar zwaar behaarde benen, en een streep lippenstift, vervolledigde het plaatje.
Pathetisch ook hoe ze met die man koketteerde.

Mijn pleegvader zag het met lede ogen aan.
Met zijn kleine gestalte, magere figuur en zijn kalende hoofd, kon hij immers niet concurreren met de knappe dokter.

Wanneer de dokter een door haar aangeboden sigaret aannam werd ze euforisch. Ook zo met de aangeboden kop koffie.
Ik heb hem echter nooit die kop zien leegdrinken of die sigaret weten oproken.
Waarschijnlijk was hij te beleefd om te weigeren?

Waren zijn looks super, zijn kunde was dat minder! Althans wat mij betrof.
Ten eerste moet hij toch gemerkt hebben dat ik steeds met blauwe plekken, schrammen en builen rondliep?
Enkele keren heeft hij mij ook moeten oplappen. Een keer zelfs zo serieus dat hij met mij naar het ziekenhuis is moeten rijden.
Maar er een opmerking over maken of de daarvoor bevoegde instanties verwittigen deed hij niet.
Wel zette hij later op papier dat de situatie tussen pleeggezin en pleegkind onhoudbaar was.
Maar het hoe en het waarom liet hij in het midden!

De centen waren vlug verdiend ten huize van.
Even het zoontje de hemel inprijzen en de knip ging open.
Want daar was het pleeg-ma vooral om te doen.
Te horen zeggen dat ze een knappe zoon had. Een die het nog ver zou schoppen.
Ik vraag mij af, wat als ze zou weten dat hij een simpele loketbediende is bij de NMBS? Niet dat dat ik dat beroep te min vind, maar zij had veel grotere dromen voor hem.
Of zou ze dan zichzelf hebben wijsgemaakt dat de spoorwegen van hem waren? We zullen het nooit weten.

©Huismusje

Meer van HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

↑ Terug naar de berichten