toenamen


OVER KERKUILEN
EN NOG ZOVEEL MEER
Voorbeelden gemeentelijke toenamen
De inwoners van heel wat gemeenten hebben een bijnaam,
een toenaam. Zo durft men de Brusselaars kiekenfretters
en ketjes noemen. In Alsemberg spreekt men van trapschijters,
in Arendonk van tsjoekers (zoals Marcel zijn hond Boy)
en in Aalst van ajuinen of voil janetten.
In Deftinge zijn dat raapeters en in Geraardsbergen bergkruiers.
In Godveerdegem heeft men het over flierefluiters, in Grotenberge
over ezels (ook: savooistekkers), in Erwetegem over pikkels
en in Herzele over ganzenwachters. Ninovieters zijn wortelkrabbers.
En hoe zit dat in Groot-Brakel?
Enkel de inwoners van Michelbeke en Everbeek zouden
een toenaam hebben.
De Michelbekenaars zijn pronkers, spaarders.
Zou dat ook gelden voor burgemeester Herman De Croo?
In Everbeek maakt men onderscheid tussen bos- en kerkuilen.
De Zilveren Schepen van Everbeek-Beneden is een kerkuil
maar zijn vriendin Yvette Claeys van het Bovenkwartier is een bosuil.
FOTO - KERKUIL





