kaboesjen


Kaboetsjenmoakster
Een gedicht van
Karel De Pelsemaeker
opgedragen aan de moeders van weleer
Vorige zondag gidste Karel
naar aanleiding van Erfgoeddag 2011
een 200-tal mensen door Geraardsbergen
Tijdens zijn onvergetelijke wandeling
vertelde hij over lokale beroepen van vroeger
DE VAARDIGE KABOESJENMAAKSTER
De ervaren klakkenmaakster
driegde met het grijze garen wijde steken,
haar vingers waren doeltreffender
dan hoog spitstechnologische machines
Ze droeg een blauwe short met bonte bloemen
en twee kammen in der haar
Ze rijgde het garen en keek met aandacht
waar ze verder prikken zou
Een perfecte creatie was haar doel
een kaboesje voor een galante man
die hij niet klakkeloos maar met fierheid zal dragen
Soms toonde ze een glimlach die snel vervaagde
ze peinsde dat haar kunstige hoofddeksel
door een slordige persoon zou worden gedragen
en daar kon ze met haar pet niet bij
Ze stak dan haar duim en wijsvinger
in de ogen van haar scherpe schaar
en knipte het garen door
"Wie zal uiteindelijk mijn handwerk dragen?"
kon ze zich dan afvragen
(Karel De Pelsemaeker, 1 mei 2011)






