
VOOR MIJN PEEKIETJE
augustus 1997 – 7 augustus 2007
Peekie werd tien jaar
zij was een zwarte langhaar
Een poesje aan mij gehecht
haar vriendschap was oprecht.
We waren heel goed op elkaar afgestemd
het vrouwtje wist perfect
mijn Peekie is een lekkerbek
en ’t waren korreltjes van ’t beste merk.
Een wandeling samen door het park
en Peekie was al vlug mee op pad.
Klimmen hoog in de denneboom,
veilig, ’t is daar dat ik woon.
Een speurtocht in de nacht,
miauw…hier, ‘k heb u een muisje gebracht,
’t venster was altijd voor mij open,
bij ’t vrouwtje mocht ik steeds binnenlopen.
Dan sliep ik in haar arm,
lekker warm,
ik was steeds uit op een aai
een beetje deugniet, van mijn kant soms een graai.
Men zegt ’t is maar een dier
maar wat een wederkerigheid vindt je hier,
Peekietje, dank u wel,
je was mijn kleine metgezel.
7 augustus 2007
Dagmar