Zeer oude vondsten uit Egypte: 4000 à 3500 v. Chr: De voorraadpot

In de grafkuil( na het nomadenleven dus - toen men leefde in boerendorpen) legde men een aantal gebruiksvoorwerpen .
Men vond vooral potten en schalen voor voedsel en drank.
Ook werden er vuurstenen wapens en werktuigen, kralen, kettingen en haarsieraden gevonden.
Blijkbaar geloofde men in het voortbestaan na de dood waarbij de dode deze aardse behoeften nog nodig zou hebben.
Men beschikte nog niet over het schrift, zodat teksten over deze hiernamaals -opvattingen ontbreken.
Voorwerpen uit deze tijd kunnen alleen een tipje van de sluier oplichten.
Op deze voorraadpot zijn schepen met roeiriemen afgebeeld. De veronderstelling dat het om een begrafenisstoet gaat, wordt gewekt door vergelijkbare potten met rouwafbeeldingen.
Dat deze interpretatie juist zou zijn, blijkt uit een klein aantal andere scheepsmodellen uit die tijd, soms met een mens-figuurtje aan boord.
Er was dus een schip nodig om de Nijl( zie dodenschip) over te steken voor de begrafenis, omdat veel grafvelden op de westelijke oever lagen. Daar situeerde men immers de ingang van het dodenrijk.
Wellicht was het schip - zoals de andere bijgaven - bestemd voor gebruik in het hiernamaals.
Een ander type van voorwerpen in het graf lijkt in dezelfde richting te wijzen.
Het gaat hierbij om een bijzonder soort van voorraadpotten( zie afbeelding) die waarschijnlijk speciaal voor het graf werden vervaardigd.
Ze dateren uit de periode 3500-3100 v.Chr. en zijn gemaakt van witbakkende klei, waarop een decoratie in rode oker is aangebracht. Dit exemplaar is versierd met drie schepen met vele roeiriemen. Ook hier zou het kunnen gaan om de begrafenisstoet.
Dat suggereert de vergelijking met andere motieven op soortgelijke potten, zoals klaagvrouwen die in rouw aan hun haar trekken, reeksen driehoekige bergen als aanduiding van de necropolis en rijen flamingo-achtige vogels waarin men wel een symbool voor de zielen (ba's) der overledenen wil zien.
De pot heeft een viertal knobbelachtige oren. Die zijn doorboord wellicht om een deksel op de pot te binden. Dergelijke potten zijn kenmerkend voor de Negada cultuur.
Ze zijn nog geheel met de hand vervaardigd
De Negada-culturen, die genoemd zijn naar de vindplaats bij het dorpje Negada, zo'n vijfentwintig kilometer ten noorden van Luxor, waren de voorbodes van de faraonische beschaving.
Het vijfde millennium v.Chr. bood in Egypte nog een heel heterogeen beeld van vele locale centra, ieder met hun eigen gebruiken en levenswijze.
Na 4000 v.Chr. verspreidde zich langzaam een eenvormige materiële cultuur over het hele land. De Negada -cultuur, ook wel genoemd naar het dorpje el-Amra in dezelfde regio
Cultureel was Egypte dus al een eenheid voordat het rond 3000 v.Chr. door de eerste farao, Menes, 'verenigd' werd.


























