ER LIGGEN
ER LIGGEN
Er liggen kruimels op de tafel
die ik wegveeg
als de lente komt aangewandeld
reeds eerder snoeide ik
dorre plekken uit mijn leven
dronk zure wijn
die mij wankelen deed
voorzichtig ging ik
door een galzen deur
zocht naar bomen in een park
terwijl mijn bevende schouders
een rugzak vol tegenslagen droegen
het was me genoeg
liep naar het kruispunt
waar ik wilde schuilen
in de nabijheid van je warmte
even heft de zon geschenen.
Edith Oeyen





