Liefde is
Liefde is
het evenwicht vinden
tussen jou en mij
en weten er is enkel
een wij.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
Liefde isLiefde is
het evenwicht vinden
tussen jou en mij
en weten er is enkel
een wij.
Edith Oeyen
ZIE ZE
OUDE HUIZEN
Zie ze daar staan
de vervallen huizen
huiverend in hun voegen
als de wind
om hun muren huilt
ze werden verlaten
verkild en verkrot
zijn ze nu
het onaanzienlijke
van de stad
wij zien ze staan
onbewoond
en weten dat straks
steen na steen
naar beneden dondert
zolang ze maar
van mijn hoofd blijven.
Edith Oeyen
MIJN ZOONMIJN ZOON
Dit is het niet, zegt hij
grijpt naar mijn hand
het witte zand dat in potjes troont
is ijscreme in alle kleuren.
Vanille, pistache, chocolade en citroen
wat zal ik doen denk ik heel even
voel mijn denken zweven
de pop, de bal en ook het bos,
daar liet ik al mijn dromen los,
ik lach en weet geluk herleven.
Het witte zand korrelt in mijn hand
glijdt door mijn vingers heen.
Wat is het groot dat kind naast mij.
Alleen de zon verpinkt even.
Edith Oeyen
DUIZEND NACHTBLOEMENDUIZEND NACHTBLOEMEN
Wanneer er sprake was van kernafval te dumpen in de mijngangen
van de mijnen van Beringen
Als lamgeslagen buig ik mijn stramme leden
tot op de grond die ik bewoon
ik wil grote schoonmaak houden
maar gedempt fluisteren stemmen
zwanger van vernieling liggen dagen voor ons.
Zwarte dagen
die op ons bewust zijn roepen
terwijl een dodenwind
over het avondland ruist.
De mijn van mijn stad
zal als opbergkast worden gebruikt.
Kernafval zal onze grond vervuilen.
Waar blijft het drinkbaar water
de toekomst van onze kinderen?
Zal ik mij bevragen bij een late nacht
of moet ik onrust laten groeien?
Is er geen weg terug
als elkeen zich op de borst slaat
en kijkt.
Als lamgeslagen buig ik weer mijn stramme leden
wil betogen voor de grond waarop ik woon
kernafval mag niet worden gedumpt.
Ik vraag
duizend nachtbloemen te planten
in elke schacht
van onze weldra gesloten mijn.
Edith Oeyen

Luister,
de muren fluisteren
hoe de innigheid van regen
met ons verbonden is.
Wij rillen als een zonnebloem
op een zomernacht, vrezen
de ochtendwind die argeloos
zijn lied laat horen, kennen bloemen
bij naam, zoeken het koraal
dat bij ons hoort.
Je stem is van glas
als je wimpers uit mijn ogen veegt
als je vraagt wat ik eet en drink
als je wil weten hoe ik slaap
als je zegt niet te wenen
als je lacht met mijn lach.
Laten we die bereikbaarheid
niet verspelen…
Edith Oeyen

Luister,
de muren fluisteren
hoe de innigheid van regen
met ons verbonden is.
Wij rillen als een zonnebloem
op een zomernacht, vrezen
de ochtendwind die argeloos
zijn lied laat horen, kennen bloemen
bij naam, zoeken het koraal
dat bij ons hoort.
Je stem is van glas
als je wimpers uit mijn ogen veegt
als je vraagt wat ik eet en drink
als je wil weten hoe ik slaap
als je zegt niet te wenen
als je lacht met mijn lach.
Laten we die bereikbaarheid
niet verspelen…
Edith Oeyen
AAN ZEEAAN ZEE
Als een zonderling
waad ik mijn weg op je strand.
Sterven wil ik
als jij doodgaat.
Vaag verdriet streelt mijn tranen
terwijl ik naar de eeuwigheid
van de wind tast.
Een lucht die blauwe linten weeft
laat zich beminnen
om haar schoonheid.
In onvruchtbaar zand
schrijf ik een afscheidsbrief
met oneindigheid aan woorden.
Later,
veel later
herinner jij mijn wandelgang
als de stilte hoorbaar wordt.
Edith Oeyen
Dit gevoelDIT GEVOEL BEWOONT MIJ REEDS JAREN
aan mijn overleden vader.
Sinds de dag dat jij
vertrokken bent naar het huis
met duizend ramen en één deur
voel ik pijn die steeds erger wordt.
Het jong zijn heb ik afgelegd
ik zoek overal jouw aanwezigheid
doch de kilte tocht in mijn rug.
Op de binnenkoer van het gebouw
stapte jij in twee passen rond,
rozen bloeiden daar.
Wanneer het zondag werd
en ik aan de hand van moeder
naar jou toekwam was het feest.
Te jong om te begrijpen
omhelsde ik jou
maar de tijd bracht andere dingen.
In het schemerlicht van de maan
denk ik aan jou en wil ik met jou praten.
Dan overvalt de eenzaamheid mij
en groeit er verdriet in mijn hart.
Dit gevoel bewoont mij reeds jaren
sinds de dag dat jij vertrokken bent
naar het huis met duizend ramen en één deur.
Edith Oeyen
DE DAGDe dag
Aarzelend begroette hij mij
in schoonheid en
zachte vriendelijkheid
de zon hoog hangend
glimlachte nog even
het was zomer weer
en op elk terras
was blijheid neergestreken
zoveel warmte op een paar uren
heeft mensen gelukkig gemaakt
ik dwaal nu bij avond
door het denken van de middag
en weet vogels zingen
weer in de ochtend.
Edith Oeyen
Ruimte
RUIMTE
Angst doet mij sidderen
bidden zal ik om het woord
tot langzaam de
werkelijkheid vervaagt.
Oproepen de helderziendheid
om te weten
hoe de streling zal zijn,
een bliksemschicht
een veiligheid?
Vingertoppen roeren water
een heldenmoed
of gratie van liefde.
Ruimte is benauwdheid
als straatstenen
troost worden bij
valavond.
Edith Oeyen
OOSTENDEOOSTENDE
Het is een openbare verlamming
die mij traag vergaat,
zon
zwervende vingers
langs verloren straten.
Oostende
meeuwenvleugels
wonderlijke zuurstofverdelers.
nimmer wil ik in woestenij
in wildernis verloren lopen.
Nauwelijks opperde ik een wens
of vreugde werd gekoeld,
bij mijn thuiskomst
wachtte een bed zonder gezel.
Edith Oeyen
Waar vind ik

Waar vind ik het woord
verstaanbaarheid
want telkens weer botst men tegen
muren vol onbegrip
welke taal dient men te spreken
vooraleer mensen inzien
dat eenzaamheid een riem bindt
om je lenden
dat een mens verlamd van
druk
waar vind ik het woord
dat liefde heet.
Edith Oeyen
ZULLEN ZE WEER3
Zullen ze weer de draaideuren openen
haar voetstappen tellen
tot zij in het bed beland
haar daar een aantal dagen
laten lijden of verlossen
van het leed dat kwelt
niemand zegt haar wat
het raadselachtige dat haar omgord
is als een roos met doornen
zij wil niet meer zo afhankelijk zijn
maar springen en dansen
zoals jonge meisjes doen
hoewel jong is hier van ver geleden
mogelijk draagt de tijd
haar mee naar de zomerkant van het leven
het is al te lang wintertijd geweest.
Edith Oeyen
OP DE DREMPEL2
Op de drempel van de nacht
malen haar gedachten
als een mallemolen
over het hoe en het waarom
over de kwelling en de pijn
over het soms zo hulpeloos zijn
zij draait en draait
haar bed is gewillig
en als de slaap dan eindelijk
vat op haar krijgt
hoopt zij dat hij
wandelt in haar denken
dat zij samen kijken
naar de tijd
dat de zon voor hun beiden
scheen hij liet haar alleen.
Edith Oeyen
HET IS ONMACHT1
Het is de onmacht
die haar om de oren slaat
haar klein maakt en opstandig
nee, ze wil geen medelijden
begrip dat mag
toch is het tellen van de dagen
met traagte verlopen
zo vaak welden tranen op
telkens weer werden ze verbannen
nu echter draagt zij de twijfel
die iemand aan haar opdroeg
zij zou een enigma zijn
een moeilijkheid voor hulpverleners
wat kan zij het maken
dat haar lijf tegenwerkt
dat medicijnen allergieën geven
dat mes en beitel niet helpen
zij vraagt even om begrip
en nieuwe cellen in haar lijf
want haar geest is nog jong
en wil weer werken.
Edith Oeyen
Het LevenHet leven is een zucht
die opgenomen wordt door de wind,
wij zuchten maar even
nemen dan de vlucht naar de eeuwigheid.
Edith Oeyen
BLOSEMSBLOESEMS IN DIT BLAUWE LAND
Morgenlicht leg heerlijkheid
van lang geleden op mijn schouders
straks ben je er weer
luisterend naar het zacht gefluister
werd ik opgeschrikt door
openspringende bloesems
zij weerspiegelen zich
tegen een toverlucht vol licht
er klinkt een lied in de verte
mijn denken zwerft over dit blauwe land
en weer proef ik de zoetheid van lente
ik zing
dans
jubel en hoop
dat mijn bloed alles wat wit is
vredig maakt
terwijl engelen waken in de verte
beslapen wij het bruidsbed
tussen sneeuwwitte lakens.
Edith Oeyen
LAAT ONS

Laat ons vanaf hier
de wereld bereizen
onze gedachten dwalen
over de vele continenten
om daarna
monnik te zijn
en te overdenken
hoe onze levenswandel was
want wie liefkoost
zwijgt in de najaarstuin
vangt nog een late vlinder
liefkoost hem als kind
in beide handen
en weet als alles verdort
blijft er niets meer over
laat ons hier zoeken
naar de rustplaats
voor verdwaalde vogels.
Edith Oeyen
DE AARDE

De aarde ademt nog
de warmte van hun huid
een blauwe lucht verhaalt
nog hun verhalen
licht dat de mijngebouwen bespeelt
wandelt als een witte mars voorbij
het regent in mij
als ik aan betraande ogen denk
nog horen wij
het bonzen van hun hart
ontdekken wij
de heimwee die hier leeft
en zie in de bomen ginds
hangen witte sluiers van de morgen
laat ons nog zoeken
naar verre herinneringen
en luisteren naar het zachte zingen
van bomen in de wind
velen hier waren
een mijnwerkerskind.
Edith Oeyen
ZE VERTELDEZE VERTELDE
Ze vertelde me
over niet meer zien
terwijl haar ogen
naar licht zochten
luisterend naar
zoveel heimwee,
slikte ik
ze borg herinneringen
in haar hart
dagen reeds
draagt ze onzekerheid
haar glimlach blijft
tot de avond
valt.
Edith Oeyen