Elke waterdruppel
verliest zijn eigenheid
als hij in de grote plas valt.
Edith Oeyen
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
HIER HEERST
Hier heerst een zeldzame stilte
hebben bloesem zich uitgestrekt
in de wijde wijdste voor onze ogen
karsporen tonen de weg
verschrikte spindraden breken
bij ons passeren
hier spreekt de pijn
uit oude bomen
verdriet sijpelt uit hun bast
maar als de lente komt
ontdoen zij zich van winterheimwee
reiken hun takken
met veel verlangen naar het blauw
ademen ze zuurstof vol zuiverheid
wij lopen gearmd
onder hun goedkeurend oog
en ze beamen onze liefde.
Edith Oeyen
MUSSEN


Mussen sjilpen
in een onverstaanbare taal
een credo om deze schoonheid
maar als regen en sneeuw
dit landschap trotseren
fluit zelfs
de nachtegaal bedroefd
als hij in deze blauwe tuin
naar vrede zoekt.
Edith Oeyen
EVEN DE ZON
Even de zon zoeken
in de schaduw van de wolken
waar donkerte kleurt
tot droefheid
ze geeft geen vrolijkheid prijs
maar verschuilt zich tot morgen
dan zal ze met volle kracht
aankondigen dat april er bijna is
en in de lentebloesems
elkeen welkom heten
wie had ooit gedacht
dat maanden grillig waren
seizoenen verschuiven
en wij zouden morren
als een ontevreden volk
geen wolk aan de lucht
die daar aan dacht
want winter was winter
zomer was zomer
en in de lente huppelden
kinderen en lammeren
blijgezind in de wei
geef mij maar mei
of eender welke maand
als de zon er maar in woont.
Edith Oeyen
Elke dans
ELKE DANS VERGETEN
Nu het lentezwellen
twijgen laat uitlopen
bloesems tovert tegen blauw
huiveren wij even om de dood
die met zwarte vleugels
door de winter vloog
langzaam open jij
je onbewogen ogen
kom je uit je ademloze zwijgen
en laat je
je handen glijden
over de huid van mijn lichaam
net alsof ik drink uit een droom
waait zachte wind
over dit paradijs van vreugde
als een regenboog
die naar schemer zoekt
zo drijft de eeuwigheid verder
maar ik die niet je liefde zag
was met blindheid geslagen
was zelfs vergeten
te dansen in het lentelicht.
Edith Oeyen
NU JE
NU JE
Nu je liefde met je draagt
en me elke dag behaagd
wil ik steeds bij je wonen
in mijn dagelijkse dromen
als straks dan klokken luiden
vogels trekken naar het zuiden
pakken ook wij onze koffers in
krijgen het reuze naar onze zin
samen gaan we dan vragen
naar zoveel onbetreden dagen
waar we steeds zullen samen zijn
liefdevol en zonder pijn
jij zal dan lachen met de maan
waaronder vele sterren staan
samen zingen wij voor elkaar
onze liefde is zonneklaar
komen er dan als eens zorgen
dan houden we deze maar verborgen
lachen met elkanders grappen
tot we weer naar adem happen
jaren samen door het leven
zal ons ook wel kinderen geven
wij hopen om heel lang te saam
in dit liefdevol bestaan.
Edith Oeyen
WEET DAT


Weet dat ik
Aan N. P.
Je sprak me over de waarheid
en hoe deze kwelde
terwijl je ogen volliepen van verdriet
pijn, onmacht en onzekerheid
laten je wonen in een huis vol onbegrip
toch is dit raadselachtige
een mysterie van leven
dat je omgeeft
de wind zal je troosten
als hij met zachtheid
vleugels om je heen weeft
glinstering in je ogen
vertelt over de liefde voor je kinderen
zij zullen je sterken in moeilijke dagen
God legt dan een zalvende hand
op je schouder
weet dat ik je pijn wil helpen dragen
door een luisterend oor te zijn
morgen schijnt weer de zon.
Edith Oeyen


Er groeien bloemen
van klein geluk diep in mij
als op het herfstgras
een mus haar vleugels trekt
ze twijfelt even
of ze mijn tuin uit wil
glimlachen helpt
niet vanachter het raam
en wanneer de deur
zich zal openen
schrikt ze wellicht
zo klein en hulpeloos
zet ze de aarzeling uit
vliegt hoog naar het grijsblauw
en sjilpt even
een tot ziens
bloemen diep in mij
sluiten hun blaadjes
kijkend naar een stille sterrenhemel
weet ik dat ze de volgende lente
weer in mijn tuin rond zwerft.
Edith Oeyen
Straks zijn we niet meer
wat we zijn geweest
onze stem wordt dun
onze haren grijs
namen en gezichten
zijn zoek in een ver verleden
het heden is dan nog
wat koffie in de ochtend
soep op de middag
en de broodplank ’s avonds
wordt steeds minder vaak belegd
straks zijn we niets meer
dan een grijze foto
even op de schouw
en dan as
in het grijs
van een winterdag.
Edith Oeyen
GOOI ALLE
Gooi alle ballast
over boord
volg het spoor naar het praalgraf
waar de levensbestemming eindigt
vindt dan een open tuin
waar zoete geuren smaken als marsepein
en weet
dat het leven soms een rebus is
of een etalage
met dichtgeschilderde ramen
hier lopen we stage
volgen we het aura
dat ons omringt
de tombe wacht.
Edith Oeyen
BEVEN ALS
Beven als een ent aan een loofboom
wanneer het hemelvuur
over het panorama valt
alle noten horen
uit het opus van een componist
terwijl de discussie fel laait
over een schakel tussen ons
en weten
dat het manna voor elkeen
weer leven brengt
het hemelvuur bekijken
met schichtige blik
donderslagen aanhoren
als trommelgeluid
en een eed doen om je angst
te verbergen bij het samenzijn.
Edith Oeyen
Beste wensen aan allen

Ik wandel door de kille dagen
vind ijsbloemen op het raam
en in mijn voetsporen
de herinnering aan het voorbije jaar
er was veel te beleven
pijn, verdriet en vreugde
maar voor mij ligt een nieuw jaar
met zoveel doordeweekse dagen
en hoop op meer geluk
gehuld in nevel ontwaar ik een glimlach
deze stuur ik aan jou
en wens jou de vreugde toe
van duizend rozen in een zomerpark.
Edith Oeyen
Wenst jou en jouw familie
prettige feestdagen en een gezond 2008
Voor zijn tijd
Voor zijn tijd komt hij aankloppen
met rasse schreden maakt hij alles wit
de rijm doet me rillen
maar ook nadenken over het wit
wit is de onschuld van een kind
het vieren van Kerstmis
een bruidsjurk voor een jonge bruid
de bloesems op de bomen
en gelukkig denk ik
dan weer aan lente
hoe mooi deze ook is
eerst moeten we de winter voorbij
de kinderen zijn dan blij
zij maken een sneeuwpop
wij zitten gezellig bij de haard
een glas wijn laaft onze dorst
terwijl hij triomfeert de wintervorst
voor zijn tijd komt hij er weer aan
maakt alles wit en strooit
heimwee in ons hart
geheel apart is hij die velen vrezen
maar zijn stil betoog
lokt ons oog naar zoveel schoonheid
als hij met zachte dwang
de bomen siert met witte sliert
nu zijn tijd er is
lacht ieder kind blijgezind.
Edith Oeyen
DOE HET LICHT
Doe het licht maar uit, zei je
de zon zal morgen wel schijnen
hoe onverwacht kwamen deze woorden
ik wist niet dat jij beminnen wou
dat eenzaamheid jouw woning was
doe het licht maar aan zei je daarna
want ik hoor de druppels op de daken
het plonsen van kikkers op de vijver
en wil kijken naar
de sterren aan de hemel
hun gewemel stemt me blij
want jij bent nu zo heel
heel dicht bij mij
het licht straalt nu door de nacht
schoorvoetend komt het aandralen
en wij weten dat liefde
een samenspel van twee is
dat water en licht
tranen zijn die in jouw ogen blinken.
Edith Oeyen
ALLERHEILIGEN
Zij geven
Daar liggen ze nu, of wat nog overblijft
achter de kerkhofmuur, hun rust is
onbegrensd, hun zoeken is verzadigd
wat erfden wij die hier nu staan
een burcht om in te schuilen
een vreemde tijd om in te leven
of een zoektocht in het struikenbos
verweesd staan wij naar hen te
trachten en hopen op een wederzien
als straks de eik zwelgt
van groen en zingt
in de westenwind
vinden wij elkaar
in het stromend leven van de dag
zij geven ons de zegen.
Edith Oeyen
ZIJ IS
Zij is de klaagzang
van eeuwig duren
de heimwee
naar verleden tijd
zij kan niet loslaten
niet verliezen
wil staan in pijn
en eigenheid
zij schildert woorden
blauw als hoogmoed
rood is de kleur
van de emotie
die zij liefheeft
als haar leven
zij moet nu
durven leven
met zichzelf
en met anderen
Edith Oeyen
Liefde is
Liefde is
het evenwicht vinden
tussen jou en mij
en weten er is enkel
een wij.
Edith Oeyen
ZIE ZE
OUDE HUIZEN
Zie ze daar staan
de vervallen huizen
huiverend in hun voegen
als de wind
om hun muren huilt
ze werden verlaten
verkild en verkrot
zijn ze nu
het onaanzienlijke
van de stad
wij zien ze staan
onbewoond
en weten dat straks
steen na steen
naar beneden dondert
zolang ze maar
van mijn hoofd blijven.
Edith Oeyen
MIJN ZOON
MIJN ZOON
Dit is het niet, zegt hij
grijpt naar mijn hand
het witte zand dat in potjes troont
is ijscreme in alle kleuren.
Vanille, pistache, chocolade en citroen
wat zal ik doen denk ik heel even
voel mijn denken zweven
de pop, de bal en ook het bos,
daar liet ik al mijn dromen los,
ik lach en weet geluk herleven.
Het witte zand korrelt in mijn hand
glijdt door mijn vingers heen.
Wat is het groot dat kind naast mij.
Alleen de zon verpinkt even.
Edith Oeyen
DUIZEND NACHTBLOEMEN
DUIZEND NACHTBLOEMEN
Wanneer er sprake was van kernafval te dumpen in de mijngangen
van de mijnen van Beringen
Als lamgeslagen buig ik mijn stramme leden
tot op de grond die ik bewoon
ik wil grote schoonmaak houden
maar gedempt fluisteren stemmen
zwanger van vernieling liggen dagen voor ons.
Zwarte dagen
die op ons bewust zijn roepen
terwijl een dodenwind
over het avondland ruist.
De mijn van mijn stad
zal als opbergkast worden gebruikt.
Kernafval zal onze grond vervuilen.
Waar blijft het drinkbaar water
de toekomst van onze kinderen?
Zal ik mij bevragen bij een late nacht
of moet ik onrust laten groeien?
Is er geen weg terug
als elkeen zich op de borst slaat
en kijkt.
Als lamgeslagen buig ik weer mijn stramme leden
wil betogen voor de grond waarop ik woon
kernafval mag niet worden gedumpt.
Ik vraag
duizend nachtbloemen te planten
in elke schacht
van onze weldra gesloten mijn.
Edith Oeyen

