

Er groeien bloemen
van klein geluk diep in mij
als op het herfstgras
een mus haar vleugels trekt
ze twijfelt even
of ze mijn tuin uit wil
glimlachen helpt
niet vanachter het raam
en wanneer de deur
zich zal openen
schrikt ze wellicht
zo klein en hulpeloos
zet ze de aarzeling uit
vliegt hoog naar het grijsblauw
en sjilpt even
een tot ziens
bloemen diep in mij
sluiten hun blaadjes
kijkend naar een stille sterrenhemel
weet ik dat ze de volgende lente
weer in mijn tuin rond zwerft.
Edith Oeyen



