vriendschap


Vriendschap is in stil vertrouwen
steed weer op die ander bouwen
vriendschap geeft ons steeds de moed
te leven in een milde gloed
van zon, van water en van wind,
vriendschap is het fijnste kind.
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
vriendschap

Vriendschap is in stil vertrouwen
steed weer op die ander bouwen
vriendschap geeft ons steeds de moed
te leven in een milde gloed
van zon, van water en van wind,
vriendschap is het fijnste kind.
Blauw

BLAUW
Dit is de sterkte van een sprookje
van water dat de zee inkleurt,
met zachte hand betasten wij
de bloemkolkende golven,
als een vis opspringend
tegen de lucht
spatten kleuren uit elkaar
zij plaatsen gele huizen
rode muren en
grijze straten
laten ons zichtbaar blozen
als blauw de wolken scandeert
tot een avonddeken
warmte geeft een veilig gevoel.
Edith Oeyen
gezin op de bank

Gezin op bank
Dronken van geluk en liefde
hebben zij zich op de bank gezet
geruisloos bloeien er
rozen in zijn hand,
zij draagt het kind van verlangen
en samen weerspiegelen zij
de glans van liefde
en onsterfelijkheid.
Edith Oeyen
Mistige blikMISTIGE BLIK
Zijn verblinde blik zoekt naar vreugde
hij kijkt naar jouw mond
en weet dat sprakeloosheid
een woning rondom hem bouwde
bij het ontdekken van winterbloemen
ontspringt blijheid en licht
dan bidt hij met stille stem:
neem toch die kille vlammen
uit mijn ogen, opdat ik weer
kan luisteren naar het zingen
van de populieren in het blauwe dal
en rozen kan ontwaren
in de tuin tussen de notelaars
dan zal ik dansen
om de pijn die me kwelt
te ontvluchten.
Edith Oeyen
Ingetogen verdriet

Ingetogen verdriet
Zij zit vertwijfeld in zichzelf gekeerd
gebogen rug en hoofd
haar gladde huid
is jong van jaren,
haar hart met heimweepijn gevuld
roept om begrip
en vraagt om liefde
vermoeid is zij van wenen,
zij weet haar tranen
vermengt met regendruppels
uiteengespat tegen de wand
straks breekt zij uit
en wil zij eeuwig slapen
of wenst zij soms
dat bloemen weer voor haar ontluiken
en zij haar glimlach tonen kan
in het zonlicht
dat haar verwarmt.
Edith Oeyen
DE PIJL NAAR NIRWANA
toverlicht
TOVERLICHT
bij werk van Claire Vanden Abeele
Op de schommel van onzekerheid
groeit twijfel. In de schaduw van vogels
zweef ik naar het onbekende
mijn huid schrompelt van pijn
bij het zien van zoveel onrecht
geuren verdampen rondom bloemen
als de zon de dag tooit
wie is genezer van onbegrip?
wie is heler bij ontroering?
strooi met gulle hand bloesems
in de lente, zodat elke bruidegom
zijn bruid welkom heet in innige
omhelzing en wij onze breekbaarheid
kunnen verbergen onder een tover van licht.
Edith OEYEN
Dit landschap draagt

DIT LANDSCHAP DRAAGT
Bij werk van Jos Vanden Eynde
Dit landschap draagt tekens van pijn
bomen buigen als schaduw valt
het zijn eenzame bossen
zonder wandelaars,
zij roepen op zuurstof
dragen vergankelijkheid in zich
wij zoeken koortsig naar verbondenheid
ontdekken ijsvelden van onbegrip
bedelen om mildheid in ons bestaan
als opgejaagd wild
klemmen wij onze klauwen
in wat nog rest
en hopen op stilte
want stilte is de slaap van sneeuw.
Edith Oeyen
Bos vruchtenBosvruchten
Ze staan zo weelderig te wachten op zon
verscholen tussen groen mos en
kreupelhout zoeken zij naar warmte van zomer
een blauwe bosanemoon vertelt over de bosbessen
zo paars als het kleed van de dood
bramen rood als lippen willen smelten in mijn mond
en op een hoge eikenboom hangt
een eikel verlangend naar de wind
kastanjes schudden zich onder een dreigende lucht
en ik die alles gadesla
ben verwonderd om zoveel natuur
elke maand toont weer wat anders
Edith Oeyen
Vorige maand

Wie zijn wij
Avond te brusselAVOND TE BRUSSEL
Er was
verwondering aanwezig
woorden gevleugeld
kregen betekenis in tijd
ontkleed tot op het bot
werd liefde meer
dan wat men denkt
dat het moet zijn.
Luisteren naar verzwegen zinnen
was perspectieven openen
van klank en kleur
was snaren van violen breken
en water dragen naar de zee.
De stad toonde duizend lichten
gaf eenzaamheid zijn naam.
Edith Oeyen
Dit zonderling geheim

Dit zonderling geheim
ontplooide in het morgenlicht
liggend op zacht mos
in vreemd verlangen gehuld
vond zij het wonder
dat de naam liefde draagt
zijn glimlach was
een vurig lied
dat eenzaamheid verdrijven deed
beiden schrijden ze nu naast elkaar
ontkleden wind en bomen
hebben samen dromen
zetten zich bij de rivier
in het kantelend avondrood
dit zonderling geheim
liet hen zwijgzaam
drinken van elkaars verlangen
liefde heeft een naam.
Edith Oeyen
HertHERT
Vertwijfeld en met angstige blik
vlucht het tussen de bomen,
rent naar de struiken en
verbergt zich uit wanhoop
voor de dood
plots kijkt het jager
recht in de ogen,
met trage vleugelslag misleiden
rode vlinders de kogel
het hert ademt weer vrij
huppelt in het gras
met een onbedwingbaar verlangen
zoekt hij zijn gezellen
tussen braamstruiken en ademt
weer de geur van groen.
Edith Oeyen

De sterren vertellen
DE STERREN VERTELLEN
Ze draagt de pijn van jaren in zich
het verlies van zoveel is ondraaglijk hard
realiteit noemt men het
soms als de zon schijnt lacht ze even
want dan straalt haar warme huid
dan streelt de wind haar haren
soms kijkt zij uren in de nacht
de donkere lucht beangstigt haar
even een glimlach dan
want de sterren vertellen
dat de nacht zo donker is
als men hem wil zien.
Zij draagt de pijn van jaren in zich
eelt op haar ziel heeft haar gehard
ze kan het leven aan.
Edith Oeyen
Weeral is een tijd

Weeral is een tijd voorbij
van zon en wind en regen
bloedwarme dagen vergezelden ons
heimweepijn bewoont ons hart
nu dagen veel licht verliezen
weldra groeien weer
kristallen bloemen op het raam
staat het riet roerloos bij de vijver
en nu wij weer die glimlach zien
van vrienden rondom ons
lijkt het alsof wij
een wonderbaar fluisteren
door onze aderen horen vloeien
in de schemer van het najaar
slaan wij onze vleugels uit
bij een vleugje poëzie.
Edith Oeyen
GROOTMOEDER

Zij IV
Zij was de liefste vrouw
die ik ooit kende
maar droefheid woonde in haar ogen
onbewogen soms staarde ze me aan
een traan welde in me op
en toen ik haar oude dagen zag
wist ik dat ook mijn jeugd voorgoed voorbij was,
dat een boterham met suiker
nooit meer zo zou smaken
als aan de oude houten tafel
waar mijn grootmoeder brood sneed,
waar zij koffie schonk in een gebroken tas
zij ken de geen weelde
wel liefde die zij aan ons doorgaf.
Nu nog ruik ik haar geur
als zij in mijn denken woont.
Edith Oeyen
LOPEND OVER KERKHOFPADEN
Lopend over de kerkhofpaden
werd mijn stilte doorbroken,
mijn stap stopte
ik luisterde naar jeugdige stemmen,
in hun fluistering vertelde zij:
over een droom van geluk
over hun zweven op witte wolken
over het volgen van elke aardse beweging
over het zijn van engelenvleugels
en het wegdragen van pijn
naar de overkant
zij vroegen mij
bewaar elke zachtheid
die je bewoont
wees niet droef om ons
want wij zijn de sleutelbloemen
die bloeien in de lente,
ieder jaar weer.
Bij het lezen van hun namen
ontdekte ik de onschuld van kinderen
ook de zachte aarde die hen toedekte,
een warme gloed doorstroomde mijn lichaam.
Mijn tranen
werden parels
opgenomen door de eeuwigheid.
MEISJEMEISJE
Ze overschouwt de verte
haar dromen liggen verborgen
in een ochtend achter de heuvels
ze weert de obstakels
en wil dansen als een ballerina
in het licht
vervuld van ritme
schudt ze de onzekerheid
uit haar lijf.
Ze ademt jeugd
en wil beminnen in de toekomst
dan wordt de donkere jurk
een witte sluier van liefde.
Edith Oeyen