Biografie van Jazzpianist " THELONIOUS MONK."


Biografie van Jazzpianist " THELONIOUS MONK "
Theolonious Sphere Monk.
geboren; 10 oktober 1917 (Rocky Mount-North Carolina )
Overleden; 17 februari 1982 (Weehawken New Jersy)
Hij was een Amerikaans jazzmuzikant.
Hij werd geboren op 10 oktober 1917. Zijn kinderjaren en zijn jeugd bracht hij door in New York, waar zijn familie vanaf 1923 verbleef in het zwarte kwartier van JUAN HILL. Juist in deze buurt was er steeds een actieve muziekscene aanwezig. Dit feit zal er zeker toe bijgedragen hebben dat Thelonious heel zijn leven lang nabij dit muziekoord is blijven wonen.
Toe Monk 10 jaar oud was, kreeg zijn familie van een goede vriend een piano als geschenk, en zijn oudere zus Marion kreeg vanaf toen klavieronderricht. De kleine Thelonious keek toe hoe zijn zus regelmatig oefende en hij leerde daarbij vrij vlug noten lezen. Monk zei zelf later dat hij piano leerde spelen door over de schouder te kijken.
Hij begon zelf piano te leren spelen. Op 11 jarige leeftijd kreeg hij voor het eerst, correcte pianolessen, en volgens
Monk eigen zeggen, begon hij zich direct daarna in jazz te interesseren. Anders dan in andere families respecteerde de familis Monk de muzikale ambities van hun jonge spruit. Meer nog, Monk's moeder ondersteunde hem en stond hem steeds bij.
Monk kwam vlug voor het publiek terecht, hij begeleide het kerkkoor van de lokale Baptistengemeenschap, waarin ook zijn moeder zong. Hij verdiende ook zijn sporen als dansmuziekant op party's. Ondertussen groeide zijn intresse nog verder in de jazz. DUKE ELLINGTON, FATS WALLER, EARL HINES, en nog meer in het bijzonder "JAMES.P.JOHNSON " die in zijn buurt woonde, trokken zijn aandacht. Op 17 jarige leeftijd hield hij de de school voor bekeken, om een uitgebreide tour met een gospelgroep te ondernemen.
Naast Monk bestond de begeleidende band van deze dames, uit een trompettist, een saxofonist, en een drummer. Als ze zich in een stad installeerden, vond Thelonious vlug aansluiting met de lokale jazzscene, en op het einde van zijn werkdag speelde hij s'avonds nog op diverse jamsessies. Hij maakte dan nog steeds gebruik van vele standaardtechnieken, alhoewel hij vanaf toen zijn eigen stijl ontwikkelde en speelde. Zijn moderne harmoniën kwamer er reeds aan.
Om in zijn onderhoud te voorzien speelde hij als gelegenheidsjobs in bars en dans-plaatsen. In zijn vrije tijd werkte hij aan zijn eigen muzikale voorstellingen. Gedurende deze tijd had hij vriendschappelijke banden met personages die in de toekomst belangrijk zouden worden in de jazzwereld; de drummer KENNY CLARKE, de pianist BUD POWEL, en de trompettist DIZZY GILESPIE.
In het jaar 1939 trad altsaxofonist CHARLIE PARKER, toen nog begeleid door JAY McSHANN-BAND uit Kansas City, voor de eerste maal in de " BIG APPLE "(New York ) op. Zijn muzikale ontwikkeling leek in dezelfde stroming en richtig te geraken als van de jonge muzikanten uit de MINTON'S. Het jaar daarop speelde PARKER weer in New York en zijn revolutionaire spel zorgde ervoor de nodige aandacht te trekken in de Jazzwereld. GILESPIE en CLARKE klopten bij de nieuwkomer aan, en namen hem ook in MINTON'S PLAYHOUSE. De doorbraak van de " BE-BOB " was, zoals we nu tegenwoordig weten, nog slechts een kwestie van tijd.
Thelonious had het idee vanaf in zijn hoofd gehaald, enkel en alleen nog van zijn muziek te leven. Hij gaat van de ene club naar de andere, speelt klavier en slaapt als hij moe wordt, eender waar hij zich bevind, soms op de planken, achter het klavier. Na een tijd trekt hij zich terug uit de BE-BOB-scene.
Toen hij in de jaren 1944-45 de tenorsaxofonist COLEMAN HAWKINS, Monk's vriend, in de stad kwam en hem voor concerten en opnamesessies in zijn band nam, waren dat de weinige uitzonderingen waarop Monk speelde en we nog opnames van hem hebben.. Monk werd niet bijzonder geapprecieerd door het publiek.
Gezien Monk niet bereid was tot compromissen, vond hij in deze jaren slechts zelden werk. Hij bleef thuis en componeerde en droeg zijn gasten zijn werk voor.
In 1947 kreeg Monk dan toch nog een kans, in de vorm van zijn eerste platencontract. De twee Joodse immigranten en jazzliefhebbers ALFRED LION en FRANK WOLFF hadden Nazi- Duitland in de jaren '30 verlatern en in 1939 een onafhankelijke platenfirma gesticht met de naam " BLUE NOTE RECORDS ". Na enkele jaren meer traditionele kunstenaars voorgesteld te hebben zoals bvb SYDNEY BECHET, richten beide jazzliefhebbers zich meer tot de moderne jazz, en stelde Monk voor met zijn eerste albumtitel " GENIUS OF MODERN MUSIC ". Monk bleef slechts zijn muziek en ritme kennen en op 40 jarige leeftijd leefde hij nog altijd bij zijn moeder.
In 1948 werd hij geselecteerd in de " DOXNBEAT CRITIC POLLING", in de groep van de beste jazzmuzikanten van het land.
Monk wordt met pech achtervolgd. Het jaar 1951 werd een absolute dieptepunt van zijn carriëre. Tijdens een gewoon autoritje met " JUNKIE BUD POWEL ", kwam Monk trecht in een voeruigencontrole. Powel stak Monk een klein pakje heroine toe, Monk verborg het en zoals het lot het wil, vond de politie toch de heroïne tussen de tenen van Monk. Monk moest 60 dagen zitten, en verloor daardoor zijn CABARET CARD. Het verlies van die kaart betekende dat Monk in geen enkele club nog mocht aantreden waar alcohol geschonken werd. Dir betekend voor een jazzmuzikant, zoveel als een beroepsverbod.

















