DE GROETJES VAN
(PLOEF)
PLUK DE DAG ALS EEN BLOEM EN JE KRIJGT HET BOEKET VAN JE LEVEN
Maandag 6 februari 2006
voel hij
Voel hij je ook soms zo alleen,met al die mensen om je geen; als je lacht of je huilt en er niemant luisterd, als je bid of je bezint en je wordt niet rustig, als je spreekt of je zwijgt en er niets veranderd, als je zingt en of danst en er niemand blij wordt toch heb je nog een vriend die van je houd; waarop je bouwen en vertrouwen kunt, een vriend die altijd van je houden wil, die steeds wil klaarstaan en behulpzaam zijn, voor jou daar t vuur zou gaan, als hij maar wist van je bestaan. MET DE GROETJES VAN PLOEF.
Den 8" September waren de ongelukkigen te Sennelager.Hoe er te Aarschot geplunderd werd,kan men begrijpen.Meisjes werden er onteerd.Ook in de omgeving pleegden de Duitschers misdaden. Aan den Demer,te Aarschot ,ziet men een kruis ter nagedachtenis van den pastoor van Gelrode,Deze,de Zeer .Eerwaarde.Heer Dergent,had gewonden naar Aarschot gevoerd.Hij werd er aangehouden en naar het pleintje bij de kerk geleid,waar men hem van al zijn kleren beroofde.Men bond hem vast aan een kruis tegenover de kerk ,en verdrijzelde zijn vingertoppen en zijn teenen met kolfslagen.Vervolgens bracht men al de bewoners,die men liet voorbij marscheeren,hen verplichtend op hem te urineeren ieder zijn beurt.Na hem te hebben doodgeschoten,wierp men hem in de Demervaart,waaruit het lijk eenige dagen later werd opgehaald en neergelegd in de barak van Wechter.Wij moeten ons beperken en ons bepalen tot een lijstje van de slachtoffers in de omliggende dorpen.De plaatsen rond de stad Aarschot bleven evenmin gespaard:Te Helrode (997 inwoners) zijn 18 menschen gedood;99 weggevoerd naar Duitschland;23 huizen afgebrand en181 geplunderd.Te Wesemael(1988 inwoners)zijn 13 menschen gedood:324 weggevoerd naar Duitschland;46 huizen afgebrand en 147 geplunderd.Te Werchter(2676 inwoners) zijn 15 menschen gedood;32 weggevoerd naar Duitschland;267 huizen afgebrand en 162 geplunderd.Te Betecom (2756 inwoners) zijn 11 menschen gedood 'één is er weggevoerd naar Duitschland;4 huizen afgebrand en 20 geplunderd.Te Langdorp (2990 inwoners)zijn 3 menschen gedood één is weggevoerd naar Duitschland :4 huizen afgebrand en 20 geplunderd.Te Rillaer (3838) inwoners) zijn 7 menschen gedood ;31 huizen afgebrand en300 geplunderd.Te Nieuwrode(1779 inwoners is één mensch gedood 27 weggevoerd naar Duitschland;één huis afgebrand en 200 geplunderd.Vijf jaren na di afschuwelijk drama woonde ik de herdenking bij en schreef hierover het volgend verslag:Ik rij het Oosten en de opkommende zon in.De frisheid van de nacht hangt nog over de velden.En de zon duikelt en de wind,die opsteekt,jaagt grauwe wolken uit het westen die eensklaps de helle klaarte dempen.Het weer verandert zeggen de landarbeiders,die uitgaan tot het werk.En de kleine veehoeders die hun koeien naar de weide of de graskanten langs de weg drijven,rillen in hun schamele plunje.Stil is het alom.Vijf jaar geleden stormden over al die lanen, welke als stralen uit Antwerpens veste in vele richtingen wegschieten,de auto's ,marscheerden er troepen door hitte of stof,reden wagens af en aan ,heerschte de oorlogsdrukte... en de onzekerheid,de angst om gebeurlijke dingen...uit het oosten van het land kwamen vage geruchten,gruwelijke tijdingen en weldra drommen vluchtelingen, met verhalen als uit de donkerste middeleeuwen,van brand en plunderingen,verminking en moord.En velen schudden het hoofd en zeiden,dat het niet waar kon zijn,dat zoiets niet meer bestaanbaar was in onze tijd...En toch kwam men het zeker nieuws bevestigen van al die gruwelen.De bannelingen van Leuven,Aarschot, van Heyst-op-den_Berg en al de dorpen er omgeen,wermden verder over gansch Oost en West Vlaanderen naar Holland,Engeland en Frankrijk aan... wordt vervolgd
In de kerk zaten ook gevangen de pastoor van Boischot en zijn kapelaan,de pastoor van Tremeloo en zijn kapelaan,en den priester van Heist Goor.In het verslag lezen wij nog;\"Terwijl wij in de kerk opgesloten zaten,stierf een bejaard man aan een bloedspuwing.Heel den nacht had hij op den vloer liggen hoesten.Een ander verloor zijn verstand en trachte zelfmoord te plegen;en met een glasscherf bracht hij zich een tamelijk diepe snede toe in den hals.Op een nacht dronken onze wachten zich zat.Onder de sacristie hadden ze den kelder met de miswijn aangetroffen.Een onderofficier hoorden wij attend maken :\"Wie zijn twee fleschen niet terug brengt,krijgt geen derde . Den 6 de September, tegen 5 uur s avonds,kwam Menne, de bevelhebber van Aarschot ,met eenige officieren in de kerk.Hij deelde ons mede dat , volgens ontvangen bevel ,wij dadelijk naar Duitschland moesten vervoerd worden.Wij moesten ons in rangen van vier opstellen en wij werden naar t station geleid.Wij waren met ongeveer driehonderd gevangenen.Bij het verlaten van de kerk ,trad de overste op een officier toe en wees hem den vijf-en-zeventigjarigen Broeder Rufinus Vreugde aan,en vroeg det men hem genadiglijk deze reis zou sparen en dat men hem bij de zusters in t gasthuis zou laten.Het werd gewijgerd en de arme ouderling,wiens beenen heel gezwollen waren door de lange gevangenzitting in de kerk,moest sukkelend vooruit naar het station, leunend op den arm van een medebroeder.Van af het kerkportaal begon voor ons een Kalvarieberg,die Zes-en-dertig uren zou duren,\'t ts te zeggen heel de reis tot aan het kamp van Sennelager.Een honderdtal soldaten vergezelden ons tot aan het station,en wierpen ons aanhoudend de grofste en gemeenste beleedigingen toe tegen de godsdienst en de priesters.Het waren soldaten van de Landwehren den Lansturm.De gevangenen werden onderweg bespot.Zij deden 12 uur over de reis naar Kuik.\'t Voedsel was ontoereikend.OpDuitsch grondgebied stopte de trein aan elk station, en overal stond een jouwende menigte.In een station rukte de meenigte aan het portier en riep \"lever ze maar aan ons ,wij zullen hun rekening wel vereffenen,\"Roode Kruis dames gaven aan de soldaten voedsel en drank, maar zeiden, op de gevangenen wijzend:\"Het is alleen voor u;aan de Schweinhunden moogt ge niets geven. wordt vervolgd
Jawel de wereld is nog wonderbaar zolang; wij mensen er nog iets voor over hebben: zolang wij er nog zorg voor dragen al was t maar; spaarzaam zijn met de vervuiling ; zuinig omspringen met de natuurlijke stoffen; zoals water,lucht en ,met de bomen om ons geen, zolang wij nog beseffen dat we mee de plicht dragen,deze wereld te behoeden van den ondergang.
Toen mijn man en zijn lotgenooten het stadhuis verlieten was het 23uur.Zij werden buiten de stad geleid.Een politiek tegenstrever van mijn man de heer Claes vanNuffel, heeft het woord genomen en heeft de overste,die met de uitvoering van het doodvonnis gelast was,gesmeekt het leven van den burgemeester te sparen;hij heeft gezegd,dat hij niet tot de politieke partij van mijn man behoorde, maar dat mijn man noodig was te Aarschot en dat hij in zijn plaats wilde sterven.De Duitsche officier is onvermurwbaar gebleven.Mijn man heeft den heer Claes bedankt en gezegd,dat hij gerust stierf, dat hij zijn leven had gebruikt om zooveel goed mogelijk te doen,dat hij niet het behoud van zijn leven vroeg,maar dat van zijn zoon,een vijftienjarig kind,tot troost van zijn moeder.Hij kreeg geen antwoord.Ook mijn zwager heeft gesmeekt,dat het leven van zijn broeder en zijn neef mocht gespaard blijven.Naar hem werd evenmin geluisterd.Den 20"Augustus,rond 5 uur heeft men ze doen neerknielen en een oogenblik daarna ,de beste menschen die ooit hadden geleefd,waren niet meer."Al deze bijzonderheden geven ons eenig denkbeeld van de moorderijen in Aarschot.Maar nog was het lijden niet genoeg.-Op 21Augustus werden mannen ,vrouwen en kinderen naarLeuven geleid,en daar mishandeld,beschoten,uitgejouwd.Mevr.Clara Boeye,echtgenote van den reeds genoemden heer Frans Teurlinckx,drukker te Aarschot verklaarde;éVrijdag 28 Augustus,ben ik te voet naar leuven geleid met de andere bewoners van Aarschot(jonge en oude).Daar hebben wij de nacht moeten doorbrengen op de mest in de paardestallen van de artilleriekazerne.Duitsche soldaten kwamen zicht te slapen leggen tusschen de vrouwen in.Niet ver van mij werden de juffers R...gewekt door een soldaat, die ich daar eveneens neerliet Mj R...riep"Papa ik ben zoo bang?"en den Duitscher is weggevlucht.Van dergelijke en ernstiger dingen werd meer gefluisterd in Aarschot és Anderendaags 's morgens werden wij vrijgelaten."De Koning is gevangen en Antwerpen is in onze handen".zeiden de Duitschers.Toen wij in de statiestraat in Leuven aankwamen,werd op ons geschoten;iedereen vluchte weg in de huizen,die door het vuur waren vernield."Dan moesten al de bannelingen terug naar Aarschot/de mannen werden in de kerk opgesloten, en op 5 September voerde men er 300 i beestewagens naar Duitschland.Bij hen waren de paters wier getuigenis we hierboven reeds hebben aangehaald. wordt vervolgd
Rond 2 uur werd ons gezegd:"de vrouwen mogen terug naar huis." Daar mijn huis nog vol soldaten was, heb ik de gastvrijheid van een buurvrouw aangenomen. nouwelijks waren wij bij haar,of de Duitschers kwamen ons zeggen, dat wij onmiddelijk de stad moesten verlaten;zij moest beschoten worden.Wij moesten vluchten lags de kant van Rillaer.Met een vijtigtal vrouwen en kinderen hebben wij een weg moeten opgaan,die bezaaid lag met lijken van arme Belgschen solsaten,van burgers,van paarden,tusschen afgebrande huizen door:onderweg ontmoetten wij honderden auto's met Duitsche officieren,wier dapperheid zich hierin uitte,dat zij hun revolver gericht hielden op vrouwen,die zelfs geen geld meer op zak hadden om zich eenig brood aan te schaffen?Eindelijk ,na een uur gaans hebben wij nog een ongehavende boerderij bereikt.Pas waren wij er,of een Duitsche patroelje gaf ons bevel on groep stil te staan in een weide onder verbod van nog weer op de boerderij te komen.Eerst zeer laat in den avond hebben wij op de hoeve mogen komen,maar dan mochten wij er niet meer af,tot 8 uur hebben wij er moeten blijven.Ondertusschen namen de Duitschers de mannen gevangen,woonden het afscheid van echtgenooten en vrouwen bij en deden dan hun slachtoffers vooruit gaan:500 meter verder,lieten zij ze weer los.Toch vroegen zij nog eerst of de vrouw van den burgemeester van Aarschot ook in de groep was.Er werd hun geantwoord van neen en mijn pas werd verscheurd.Na hun heengaan heb ik het naburige dorp kunnen bereiken,waar vrienden mij met levensgevaar hebben verdoken,en gezorgd hebben dat ik in Holland kon komen.Ik heb vernomen,dat men mij verscheidene weken heeft opgezocht en dat men zelfs10.000 frank beloofd had wie zou kunnen zeggen,waar ik mij bevond.Nooit heb ik geweten, waarom de Dutschers mij wilden vangen. wordt vervolgd
Dat doet er niet toe,mevrouw,hij is verantwoordelijk.Mijn zoon deed ons in een andere kelder gaan;ongeveer een half uur later sprak hij mij:"moder,ik hoor dat men ons zoekt...Welnu ?laten wij boven gaan en ons lot moedig dragen?"Dezelfde kapitein was het..."Mevrouw ik moet uw zoon hebben.' Hij heeft mij mijn 15 jarige zoon ontnomen. En daar mijn arm kind door de kwetsuur moeilijk gaan kan,stiet hij het met stompen vooruit;ik heb mijn ogen dichtgeloken om niets meer te zien,ik voelde mij sterven van wee....Het was ontzettend...Ik geloof,dat hij mijn kind bij zijn vader op het stadhuis heeft gebracht.Nog was de woede van dien kapitein niet verzadigd;hij is tot bij mij teruggekeerd en heeft mij gedwongen hem alles te toonen van de kelders tot de zolders,daar volgens hem ,op de soldaten werd geschoten.Hij heeft kunnen zien ,dat de kamers leeg waren en de ramen dicht.Terwijl hij dit alles afzocht,dreigde hij mij met met zijn browning.Mijn dochtertje is tusschen mij en hem komen staan.En nog heeft hij zijn lafheid niet begrepen.Toen wij in het voorportaal gekomen waren,heb ik hem gezegd :"Wat zal er gebeuren?"Hijheeft mij koel geantwoord:"Gij zult met uw dochter en de dienstmeisjes doodgeschoten worden."Ondertussen plooiden de soldaten hun bajonetten en toonden de verschrikte dienstboden,dat zij goed priktenDe kapitein ging dan weg ;een soldaat kwam bij mij en hij zei:"Ga naar den Groote Markt;de vrouwen zal geen leed gebeuren." Ik keerde mij om,ten einde een mantel en een hoed te nemen;die was reeds gestolen,Wij hebben ons huis zonder iets verlaten.Toen wij op de marktplaats aangekomen waren,hebben wij er al de menschen uit de buurt aangetroffen;allen weenden.Nevens mij viel een meisje van verdriet in bezwijming:haar vader en haar twee broers waren doodgeschoten en zijelf was van het sterfbed van haar moeder weggerukt;negen uur later heeft ij haar moeder teruggevonden dood.
Sedert een uur waren wij op de plaats,tusschen een haag soldaten.Al de huizen aan den rechterkant der marktplaats stonden in brand?Wat vooral opviel ,was dat de bandieten met volmaakte orde en methode te werk gingen.Het gebeurde niet met den drift ,met welke mannen,die aan zichzelf zijn overgelaten,plunderen. Ik kan bevestigen,dat zij op bevel en met orde te werk gingen.Terwijl de huizen brandden,zag men soldaten in de andere huizen binnentrekken;ze waren van elektrische lampen voorzien,zochten de huizen door ,openden de ramen en wierpen de matrassen zn dekens naar buiten,welke aan de arme menschen werden gegeven. Van tijd tot tijd riepen de soldaten ons toe;\"Gij word doodgeschoten,gij wordt doodgeschoten?\" Ondertuschen kwamen de soldaten uit ons huis,de armen vol flessen wijn;de vensters van de vertrekken werden open gedaan en alles wat er voorhanden was hadden ze gestolen.Ik wende mij om, ten einde de plundering niet meer te zien.Bij den akeligen brandgloed vielen mijn blikken op mijn man,mijn zoon en mijn zwager in gezelschap van andere heeren,die naar de plaats der terechtstelling werden geleid.Nooit zal ik dat schouwspel vergeten,noch den blik van mijn man, die een laatste maal zijn huis zocht en zichzelf afvroeg , waar zijn vrouw en zijn dochter waren:en om hem de moed niet te benemen,mocht ik hem niet toeroepen;Hier ben ik.
Als t even moeilijk lijkt te zijn,weet dan, dat God niet ver van u is, dat hij je reikt de hand, en hand in hand,samen met de heer, wordt alles weer goed. je voelt de warmte van zijn kracht, de goedheid van zijn liefde, en vooral de kracht van zijn bestaan.
ZIE ZE STRALEN VAN GELUK, ZE HAD ER VEEL VOOR OVER; MAAR T IS DAN TOCH DE MOEITE WAARD GEWEEST. WIJ WENSEN MOEDER, VADER EN DE FAMILIE VAN HARTE GELUK BIJ DEZE.
TEVENS VEEL GROETJES VAN PLOEF.ROGER EN HENRIETTE.
MIJN NAAM ;TIEBE CLEMENT.GEBOREN OP 24 JANUARI 2006.IN ST LUCAS TE BRUGGE. MOOIE JONGEN ZIE MAAR EENS. VEEL GROETJES EN WELKOM IN DE FAMILIE. BEDANK LIEVE PAPA EN MAMA? K BEN BLIJ DAT MIJN WIEGJE BIJ U MAG STAAN?
é vala, das nu nekeer t Meneerken uit d ellestraat in zwevegem.fink is hij wel maar kan brullen als nen brulkikker. onder zijn hand zit een klein maar lief hartje.
ONDER MIJN HEMD DAAR ZIT EEN WARM HART? EEN HART DAT KLOPT VOOR MENSEN? DAT IEDEREEN TEN VRIENDE IS? DAT KLAAR STAAT OM TE HELPEN? DAT MENSEN LIEF WIL HEBBEN? WIL HELPEN IN DE NOOD. DAT ALTIJD KLAAR STAAT VOOR EEN ANDER, DAT MENSEN ZOEKT IN NOOD? EEN HART DAT LUISTERD NAAR DE NODEN, EEN HART DAT DANKEND FLUISTERD? IK HOU ZOVEEL VAN JOU. DE 'S GROETJES ZIJN VOOR JOU VAN PLOEF.
Rond 10 uur deed den Duitsche bevelhebber mijn man naar het stadhuis komen:toen hij daar aankwam werd hij aangesproken met \"schwetnhund\" \"n zoo brutaal mogelijk eischten zij,dat hij de vaderlandsche vlag zou intrekken:dan moest hij in het Duitsch de verorderingen vertalen,die hij in de stad had doen aanplakken,om de wapens in te leveren en de bevolking tot kalmte aan te manen.Ondertusschen kwamen officieren bij mij inkwartiering eischen;ze waren met drie:een generaal en zijn twee adjudanten;zij werden naar hun vertrekken geleid;hun kamers gaven uit op den Groote Markt.Van uit hun venster konden zij de troepen die er waren opgesteld,goed in t oog houden.Kort daarop zijn zij buiten gegaan;het kamermeisje heeft mij geroepen,om te zien hoe de kamers er uit zagen; de gemeenste inbreker zou de meubels niet hebben overhoop gegooid zoals de Duitschers \'t gedaan hebben;geen lade of ze was doorsnuffeld ,geen papier was ongedeerd gebleven.Later kreeg ik hiervan den uitleg.De generaal vroeg mij de naam van den Belgischen kolonel,dien ik den dag te voren had gelogeerd,en vroeg met aandrang tot welke leger afdeeling hij behoorde,enz,enz.Ik heb hem geantwoord:\"zijn naam weet ik evenmin als den uwen;ik weet niet, waar hij vandaan kwam noch waar hij geengegaan is,evenmin als ik weet waar hij geengaat.\" Voortdurend trokken Duitsche troepen voorbij.De mannen werden aangehouden.Rond 16uur kwam mijn man thuis.\"tot nu toe gaat het goed\",zei hij,\"maar ik ben ongerust\". Hij nam sigaren om ze te geven aan de schildwachten,die het huis bewaakten.De buitendeur in den tuin is zoo geplaatst,dat wij den generaal op het balkon konden zien.Ik deed mijn man opmerken,dat wat hij deed de overheden mogelijk niet zou bevallen. Toen ik weer binnenging, zag ik naar den Grooten Markt en zeer duidelijk merkte ik twee rookwolken en aanstonds daarop hoorde ik een groot aantal geweerschoten.Onmiddelijk was mijn koer vol paarden en soldaten die als wilden in de lucht schoten.Mijn man,mijn kinderen, het dienstpersoneel en ikzelf hadden maar juist den tijd om in den kelder te vluchten,voortgestuwd door soldaten,welke al schietenbij ons een schuilplaats zochten.Na eenige oogenblikken van onzeggelijken angst,kwam een der adjudanten al schreeuwend naar beneden:\"De generaal is dood .Ik moest den burgemeester hebben,\"De generaal was door een Duitschen kogel getroffen geworden,toen hij op het balkon stond.Mijn man zei mij:\"Dat wordt ernstig voor mij.\"ik drukte hem de hand en zei hem:\"MOED?\" De kapitein leverde mijn man over aan de soldaten,die hem onder stooten meerukten.Ik liep naar de kapitein toe en sprak:\"Mijnheer,hij kunt vaststellen,dat mijn man niet geschoten heeft,evenmin als mijn zoon,daar zij hier ongewapend waren\". wordt vervolgd