Naar de inhoud

La Promnesia! Plusjes & Minnetjes...

De voor-herinnering.
seniorennet.beseniorennet.be

Return to love

Als de zon.

 

Onze diepste angst

is niet dat we onmachtig zouden zijn.

Onze diepste angst betreft juist

onze niet te meten kracht'.

Niet de duisternis maar het licht in ons

is wat we het meeste vrezen.

We vragen ons zelf af:

"Wie ben ik wel om mezelf briljant, schitterend.,

begaafd, geweldig te achten?

'Maar waarom zou je dat niet zijn?

Je bent een kind van God

Je dient de wereld niet door

Jezelf klein te houden.

Er wordt geen licht verspreid

als de mensen om je heen

hun zekerheid ontlenen aan jouw kleinheid.

 

We zijn bestemd om te stralen,

zoals kinderen dat doen.

Wij zijn geboren om de glorie Gods

die in ons is, te openbaren.

Die glorie is niet slechts in enkelen,

maar in ieder mens aanwezig.

En als we ons licht laten schijnen,

schept dat voor de ander

de mogelijkheid hetzelfde te doen.

 

Als we van onze diepste angst bevrijd zijn,

zal alleen al onze nabijheid anderen bevrijden.

 

Nelson Mandela.

 

Hij citeerde in een toespraak uit heb boek van de

Amerikaanse Marianne Williamson, "Return to love"

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 10:08 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Gita27 mei 2010 om 16:28

Donderdaggroetjes en veel liefs van aan het zeetje.....


Klik hier voor meer gratis plaatjes
Kom je een mooie donderdag wensen veel
liefs dikke knuffel Brigitta.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Inzending aan Helmond Schrijfwedstrijd 2010

Het kind in mij.©

 

Ik ben mijn onschuld verloren die dag. Die ene handeling die zoveel pijn deed, dat ik met iedere vezel in mijn hart gevraagd heb nooit meer te hoeven voelen. En zo geschiedde.

 

Zondag 31 mei 2009.

 

Molly O'Day galmt terwijl ik onder de douche probeer mee te zingen.

"Don't sell daddy anymore whiskey,

I know it will take him away,

We all are hungry

And mama is weeping

So don't sell him no whiskey today!"

Op de achtergrond huilt een kindje heel indringend. Even voel ik die wond weer openrijten. Een fractie van een seconde en ik heel weer.

 

Het is vandaag een bijzondere dag. Mijn dochter heeft haar eerste BBQ, bij haar eerste echte huisje, trotse meid. Samen met haar vriend en haar moeder bereidt ze de dag voor. De telefoon rinkelt.

  'Paps doe nou een beetje alsof je blij bent, prachtig weer, heerlijk zonnetje, kom je gauw,' pruilt ze.

Jarenlang ben ik op zoek geweest naar een emotionele wegenkaart die mij leidde en hielp om de jaren van pijn, vernedering en buitengesloten zijn te doorstaan. In mijn leven is er nooit iemand geweest die mij geleerd heeft om met verlies en verlatenheid om te gaan. En na vele jaren van intensieve therapie is Mauke de enige in mijn leven die een onmiskenbare tederheid in mijn ziel kan opwekken.

  'Natuurlijk kom ik zo gauw mogelijk lievie, hang gauw op want ik ben kletsnat', probeer ik met een klaagstem.

Ik wil net de toon van het liedje, een jaren vijftig flashback, weer oppakken  of de  telefoon rinkelt weer. Met een gemaakte irritatie neem ik op.

  'Wat vergeten?'.

Stilte.

  'ehh......'

Kreun.

Ik: 'Nou Mauke..........zegt 't maar........of speel je Willem de Zwijger?'

  'Dag meneer', hoor ik.

  'Oh sorry, ik, eh, dacht dat mijn dochter weer belde. Sorry, ik ben Miklos'.

Ik spreek in woorden zoals ik dat jarenlang gedaan heb. Zal het door het liedje komen?

  'Neemt u mij niet kwalijk', zegt de stem.  'Ik ben Alma Abma'.

Stilte.

Ook aan mijn kant. Door de connotatie van deze naam begin ik spontaan te zweten en te trillen; het is alsof de stem het armageddon aankondigt.

  'Je telefoonnummer heb ik enkele jaren geleden gekregen van je tante'.

  'Wie?'. Denk ik.

Ze spreekt alsof de woorden op haar tong branden en telkens hoor ik haar smakken. Op zoek naar vocht om de brand te blussen.

Na uren, zo leek het, is haar verhaal duidelijk. Ik doe er alles aan om haar het gevoel te geven dat ik haar zeer dankbaar ben en dat haar telefoontje welkom is. We spreken af dat ik dit alles eerst zal herkauwen.

  'Ik kom gauw langs want de foto's wil ik heel graag zien', overtuig ik haar.

Met gekunstelde enthousiasme.

 

De middag bij Mauke verloopt zonder dat de andere gasten doorhebben dat mijn gevoelens een reis naar de maan maken.

Die avond kan ik de slaap niet vatten en de dromen komen diep uit het inferno van mijn jeugd. De dagelijkse handelingen van mijn pleegvader, mijn pleegzus die een muilezel baart met het hoofd van de man die zei dat autochtone kinderen geen ziel hebben. Ik droom over de wasplank waar ik uren lang geknield de tafels van vermenigvuldiging op rijm moest blèren. In één nacht passeren alle Bijbelteksten, in beeldende vorm, die ons gezin moest rangschikken.

  'Alleen wij, de Hollandse boeren, zijn mensen van zuiver ras', zijn adagium dat wij dagelijks ingewreven krijgen. Een moralist die gelooft dat mensen uit de kolonie per definitie slecht zijn en als ze aan zichzelf worden overgelaten uiteindelijk in de hel terecht komen.

  'Dank zij onze kracht kunnen wij dit land, deze kolonie, redden'.

Mijn dromen maken van mij weer die wanhopige jongen die te gedresseerd is in gehoorzaamheid, om zinnen van woorden te maken.

 

Vrijdag 19 juni 2009.

 

Ik vertrek naar Purmerland. Naar Alma Abma, de vrouw van bijna tachtig die mij een stukje van mijn jeugd teruggeven zal. Als een 'lijk aan het infuus' schuif ik haar tegemoet. Na vele telefoontjes val ik in de armen van een oude vrouw die met oprechte blijdschap lispelt:

  'Ja, jij bent mijn jongen, zie jouw prachtige gezicht, je lach, ja jij bent het, mijn

jongen!'

We lopen over bruggetjes en paden en ze streelt gemoedelijk mijn hand.

Ik heb veel oog voor haar interieur vol foto's en wandkleden. Ik wil haar doen geloven dat ik, na meer dan een aantal decennia therapie, alles hebben kan. Mijn psyche is sterk. Ik ken mijn kracht nu.

 

 

 

**

De fotoalbums vallen uit elkaar. Grijsbruin, gerafeld, vergeeld en vele vellen met open plekken. Weggehaald? Meegenomen door familie of kinderen? Haar eerste kind, een buitenechtelijk kind, is bijna ook het slachtoffer geworden van Evert, vertelt ze. Hoewel haar vader duidelijk teleurgesteld was  in zijn dochter, wist hij één ding zeker, voor Alma's zoon was er voldoende plaats in het oude, vervallen huis. Hun armoede was geen reden het kind aan Evert en Rubia Abma te geven. Later trouwde Alma een lieve man en kreeg ze nog vier kinderen met hem. Ze was gelukkig en wilde mij ook gelukkig zien.

  'Ik ben bijna zestig, autistisch, borderline gediagnosticeerd en intelligent. Een gecompliceerd mens, aan dingen denkend waar alleen psychologen iets mee kunnen. Af en toe word ik moe van mijzelf'.

Ik probeer mijzelf te omschrijven.

  'Toch ben ik geen tbs'er, dus ben ik door een bijzondere hand door het leven geleid. Ja toch?'.

Luchtig vervolg ik.

  'Ik geloof dat alles goed komt in het leven'.

Ze luistert, wrijft over haar wangen opdringerige tranen weg.

  'De vrouw die je moeder geadviseerd heeft je daar onder te brengen is vorig jaar overleden. Kort daarvoor heeft ze mij gevraagd naar je op zoek te gaan. Je moet weten dat ze haar hele leven spijt heeft gehad van dat advies. Het is nooit haar bedoeling geweest jouw leven zo te laten verwoesten'.

 

Het wordt een hele lange middag van foto's bekijken, verhalen aanhoren, en ontdekken wie ik ben en wie mijn pleegouders zijn geweest. Over hun dagelijkse beslommeringen, ambities en wat ze voor de maatschappij betekenden. Hun geloof dat ik mij zonder dat ik er iets van begreep eigen heb gemaakt, omdat ik geaccepteerd wilde worden. Net als Betsie, hun dochter, die op haar 14de haar eerste kindje kreeg. Zijn kind, een dochter. Nu krijg ik te horen dat zij ook een pleegkind is geweest. Hij deed mij denken dat ons geheim bijzonder was terwijl ik regelmatig Betsie hoorde gillen. En vandaag hoor ik dat Ann-Mary, Betsie’s baby, zijn kind is.

 

Steeds weer kreeg ik nieuwe straffen opgelegd. Pappie hield dan mijn bovenlijf in bedwang door me in de hoofdgreep te nemen, mijn gezicht van hem afgewend, sloeg hij met een houten lat op mijn billen terwijl hij regelmatig met zijn knie een flinke stoot gaf in mijn kruis.

De pijn is zo hevig dat ik mijn adem diep inzuig. Langzaam raak ik buiten bewustzijn en voel de pijn niet meer.

Ik ben zes jaar oud en weet niet welke onbekende straf er nog zal volgen. Niettemin vind ik dat ik dit verdiend heb. Ik ben slecht, zielloos en heb niet goed genoeg mijn best gedaan. Dit is de eerste les die ik van hem leerde.

 

Twee mensen; een man van bijna zestig die voor het eerst voelt en een vrouw, over enkele weken tachtig, die haar familie in een beter daglicht probeert te plaatsen. Alsof we alles gezegd hebben, alles gevoeld hebben, zitten wij daar als twee kaarsen die tegen elkaar zeggen: 'Zullen wij vanavond uitgaan?'. Wij zijn uitgeblust.

 

Als de rust is wedergekeerd zegt ze:

   'Miklos, men zegt dat God goed is. Ik betwijfel het. Ik denk weleens, dat God een krankzinnige wetenschapper is die experimenten doet met mensen. Of misschien ligt hij te slapen terwijl wij onze pijn uitbrullen in de kelder. Wegkwijnend in onze verroeste kooien. Jouw pijn schreeuwt naar de mijne; mijn hart doet net zo’n zeer als het jouwe'.

Langzaam neem ik afscheid.

  'Weet u Alma, misschien zijn er geen slechteriken op de wereld. Misschien zijn de goede bedoelingen van de één de ellende van de andere. Luisterend naar de argumenten van mensen en de dingen die ze gedaan hebben, denk ik dat ze allemaal gelijk hebben. Ik weet niet of we een bestemming hebben in het leven. Misschien fladderen we gewoon met de wind mee. Als kind wist ik niet dat ik dromen mocht hebben. Ik leefde naar de wens van iedere volwassen om mij heen. Nu is Sophie in mijn leven. Zij heeft mij geleerd te leven, zij leert mij dromen, zij leert mij blij te zijn met mezelf. Ze leert mij dat een gezin meer is dan gewoon drie mensen onder één dak. Als ik meer oog heb voor het verval dan komt het door het moment dat ik geboren ben'.

 

Ik vroeg God om hulp, Hij stuurde mij een fantastische vrouw. Samen vroegen wij om een kind. Hij stuurde ons een engeltje dat verdomd veel lijkt op het kind in mij dat in 1956 in die zeer diepe put levend begraven is geweest.

 

Mildred A.S. Meyer
2010
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 10:33 1 reactie Reageer op dit bericht

Mario Benedetti 1920 - Nederlandse vertaling.

http://www.nrc.nl/necrologieen/2009/article2244910.ece/Mario_Benedetti_1920-2009


Angelus.

 

Wie had gedacht dat dit mijn lot was.

 

De regen zien door omgekeerde letters heen,

Een blinde muur met vlekken die op hoge heren lijken,

de dagen van de bussen glinsteren als vissen

en de melancholie die in de claxons klinkt.

 

Hier is geen hemel,

Hier is geen horizon.

 

Er is een grote schrijftafel voor alle ellebogen

en een stoel die draait als ik ontsnappen wil.

Weer een dag voorbij en dit is mijn lot.

 

Vreemd dat je nog tijd hebt om bij je droefheid stil te staan:

steeds klinkt er een opdracht, een telefoon, een bel,

en natuurlijk is het verboden boven de boeken te huilen

want het staat zo slordig als de inkt uitloopt.

 

 

 

 

 


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 10:49 1 reactie Reageer op dit bericht

Wie had gedacht dat dit mijn lot was?

Angelus

 

Quién me iba a decir que el destino era esto.

 

Ver la llubia a través de letras invertidas,

Un paredón con manchas que parecen prohombres,

 

El techo de los ómnibus brillantes como peces

Y esa melancolía que impregna las bocinas.

 

Aquí no hay cielo,

Aquí no hay horizonte.

 

Hay una mesa grande para todos los brazos

y una silla que gira cuando quiero escaparme.

Otro día se acaba y el destino era esto.

 

Es raro que uno tenga tiempo de verse triste:

Siempre suena una orden, un teléfono, un timbre,

y, claro, está prohibido llorar sobre los libros

Porque no queda bien que la tinta se corra.

Schrijver: Mario Beneditti, Uruguay, 1920

 



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 10:42 Reageer op dit bericht

Hafez (Hafiz) Perzische dichter en mysticus

Van God heb ik zoveel geleerd. Dat ik me niet langer meer beschouw als een Christen, een Hindoe, een Moslim, een Boeddhist of een Jood.

De Waarheid heeft zoveel genereus met me gedeeld, dat ik mij niet langer meer beschouw als een man, een vrouw, een engel of zelfs een ziel zo naakt.
De Liefde is zo hecht met Hafiz bevriend geraakt dat zij tot as is vergaan en mij heeft bevrijd. Van iedere notie en voorstelling, waarmee mijn geest zich ooit heeft vermeid.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Milly-Antoinet om 13:34 3 reacties Reageer op dit bericht

Overlijden van een familielid.

Volgens mijn tante, Es Fa-Si-Oen 95 jaar oud, is het overlijden iets dat begrijpelijk is maar ondenkbaar.
Vandaag ben ik gebeld met de mededeling dat Sylvie Fa-Si-Oen er niet meer is.
In oktober zou ze 80 jaar geworden zijn.
En ik belde op 24 maart om 19.18uur  zonder resultaat. Volgens de arts is zij rond die periode aan een hartstilstand gestorven.
Voor mij onbegrijpelijk.
Ik wens haar heel veel rust toe. Zij is altijd heel betrokken geweest bij de maatschappij, als lerares, als moeder, als vriendin en als opvang van vele jongeren in Amsterdam die ff de weg kwijt waren. Altijd stond zij voor iedereen klaar. Haar zangkoor, de 'oudjes' in de kerk, altijd wel bij iemand die ziek is op bezoek en zo vulde ze haar dagen met bezig zijn met andere mensen. Altijd zorgend voor tante Es waar zij absoluut niet zonder kon. Haar liefde voor tante Es was onmenselijk groot.
Ik mis haar en ik zal haar missen.

607403-ce633b98d5078f8dfe4f1f576c866dbb.jpg

607403-fd39bd11678e7b5463d07a140ba90762.jpg

607403-3b61069c654bb83b22a061660b0ecb0e.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Milly-Antoinet om 13:24 1 reactie Reageer op dit bericht

Mijn geheugen.!

 

 

            Mijn geheugen.©

 

Ik dank het verlies van mijn geheugen,

op de dagen dat ik geen mens hoor of zie.

Momenten waar ik mij niet graag op wil verheugen

en deurtjes veilig gesloten houd.

 

Opeens gaat er een deurtje open,

komt zomaar een memorie binnengeslopen.

Nestelt zich tussen mijn dagelijkse denken.

Hutselt in alle redelijkheid ratio en fantasie,

zonder er  één te krenken.

 

De hersendelen, prefrontale cortex, zegt men geleerd,

slaan zoveel mogelijk memorie voor ons op.

Gaan wij op zoek naar wat ooit was en correleert

met de cortex die rechts huist en de zoekfunctie activeert,

gaan deurtjes open gevraagd en ongevraagd, pas op!

 

Ik ben dan dankbaar voor mijn geheugen,

voor het delen van de bijzondere momenten van het leven,

de ene herinnering maakt blij en is niet omgeven

door wonden en angst, geen bitterzoet herbeleven.

  

Ik dank voor mijn geheugen,

en bouw voort op alle redenen, ooit bedoelt,

als gevoel van dankbaarheid en waar ik van hou,

voor de bijzondere momenten ooit in mijn leven, met jou!

 

Mildred A.S. Meyer

20 maart 2010

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Milly-Antoinet om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Als ik je vertel (ongeredigeerd)

Als ik je vertel.©

 

Als ik je vertel dat mijn ziel langzaam sterft,

mijn geest boven mijn leven hangt,

mijn lichaam in opdracht leeft,

ben ik in jouw ogen dan gedoodverfd?

 

Als ik je vertel dat ik nooit heb geweten,

dat niemand mij ooit verteld heeft,

dat verdriet en pijn deel zijn van het leven,

dat een hogere macht dit alles heeft afgemeten!

 

Als ik jou vertel dat ik de regen niet stoppen kan,

ook de zon niet stoppen kan te schijnen,

geen hart genezen kan dat hoop verloren heeft,

dat dit geen woorden zijn uit een liefdesroman!

 

Als ik je vertel dat ik spijt heb van mijn leven,

ben ik in jou ogen dan nog diegene die je dacht te kennen?

Die sterke vrouw, die moeder die alles kan en weet,

heb je haar gekend of wordt ze herschreven?

Als ik je vertel dat mijn leven eindig is,

zul je mij laten gaan om nog de laatste restjes,

te halen op deze aardbol vol verrassingen?

Geen vlucht in mijn beleving, slechts diep gemis!

 

Als ik je vertel dat ik niet meer leven wil,

als ik niet daar  kan zijn waar mensen zich gedragen

zoals God dit in gedachten heeft gehad.

Zul je mij haten om mijn eerlijkheid en moedwil?

 

Als ik je vertel dat ik leef omdat ik ademen moet,

mijn liefde voor jou, die gouden draad is,

die mij dwingt mijn ogen te openen en door te gaan,

jou te zien, te horen zonder geklaag en weemoed!

 

Als ik je vertel,

dat ik je dit vertel,

omdat ik het aan niemand anders kwijt kan.

Zelfs mijn eenzaamheid luistert niet meer.

 

Mildred A.S. Meyer

11 maart 2010

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Milly-Antoinet om 11:06 1 reactie Reageer op dit bericht

De schilder (Deze heb ik ontvangen van een goede vriend)

Laatst was ik in België en zag,terwijl ik op de bus stond te wachten, een Belg die zijn woning aan het schilderen was. De man stond boven op een ladderen elke keer als zijn kwast leeg was klom hij naar beneden en doopte zijn kwast in de verfpot die beneden op de stoep stond.

Nadat ik dat een tijdje had aangezien zei ik: 
'Zeg meneer,
u kunt de verfpot toch veel beter mee naar boven nemen? Dan hoeft u niet steeds naar beneden om uw kwast in de verf te dopen.'

De Belg kijkt mij medelijdend aan en zei: 
'Awel meneerke,
dat zal niet gaan hè. Dit is grondverf'. 

 

 

 

 



584108-8e9095397a95c94d3e0efa42e55a1435.gif

584108-10ec6fce4eb47108b5ff216e0d5aa8cf.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Milly-Antoinet om 20:17 3 reacties Reageer op dit bericht

De zolder.(een kort verhaal)

De zolder.©

 

Het houten huisje stikte bijna onder de hete middagzon. De van hout opgetrokken muren en wanden kraakten en piepten alsof het laatste beetje vocht eruit geknepen werd. Mijn oma die de tropische hitte niet verdragen kon, zat bijna apathisch voor zich uit te staren. Hoewel zij geboren was in de tropen kon haar blanke huid de brandende hitte noch de hoge luchtvochtigheid aan. Nu zij ouder geworden was werd haar tengere lijf fragielere dan ooit. Dagelijks liet zij zich verzorgen door het jonge meisje dat ooit achtergelaten was door haar ouders. Mijn oom, de zoon van mijn oma, die in de semizorgsector werkte, was gevraagd de zorg voor het meisje op zich te nemen.

  'U heeft een inheemse vrouw', koos de leidinggevende zorgvuldig zijn woorden.

Mijn oom, Harry genaamd, zag het niet zitten. Jarenlang waren zij kinderloos gebleven. Voor hem was het leven goed zoals het ging. De zorg voor zijn moeder was al voldoende om twee meiden de gehele dag actief te houden. En nu een kind?

 'Ik zal het kind meenemen maar of mijn vrouw daar blij mee zal zijn?'

Hij kreeg geen tijd om zijn argumenten breed in te brengen. Het te vondeling gelegde meisje, dat waarschijnlijk diep in het Amazonewoud geboren moest zijn, werd in zijn armen gelegd. En zo groeide het meisje dat ook de stadse naam Sonja gekregen had bij mijn oma in huis op. 'Oommarrie' zoals wij hem plachten te noemen, (wij spraken de Nederlandse taal met een zingzeggende toon uit en vaak ook heel langzaam)had zich erbij neergelegd en zorgde goed voor zijn gezin.

Mijn oma, die in de familie bekend stond als "oma van van Dijk*' was mijn steun en toeverlaat tijdens mijn prepuberteit. Als ik weer afgeranseld was door mijn moeder liep ik weg van huis en huilde mijn longen uit mijn tengere lijfje bij oma op schoot. De woningen stonden niet ver uit elkaar maar voor de kleine spillebeentjes was het algauw een halfuurtje lopen in de tropische hellezon.

 

Eens toen ik weer om een voor mij duistere reden afgeranseld was en alle schuttingtaal en bagger over mij heen gestort had gekregen, kwam ik halfdood aanschuiven bij 'oma van van Dijk'.

  'Mijn God', gilde zij. Iedereen die op een steenworp afstand woonde werd wreed uit hun siësta gehaald.

 'Mijn God, help, kom kind, wat erg, die rotmoeder van jou. Als ze niet met die koelie** om was gegaan had ze niet zoveel kinderen ter wereld gebracht. En nu reageert ze haar ellende op jou af'. Oma gilde zich de blaren op de tong.

De emotionele uitbarstingen van oma waren voor mij normaal. Ze gilde Sonja uit bed, kleedde mij voorzichtig uit om de blauwe plekken niet aan te raken en met water uit de kraan, dat rond de middag lauwwarm was, overgoot ze mijn hoofd.

  'Sarah, ik wou dat je moeder eens ophield met jou zo te af te takelen. Ze haat je, eens overleef je dit niet, kind! Hoe vaak heb ik haar gezegd dit niet te doen. Haar opvoedingstechnieken stammen af van de slavernij. Deze waren haar voorbeeld. Oma ratelde de gehele slavengeschiedenis en vergat met zachte hand over mijn huid te wrijven. Hoe goed bedoelt dan ook, ik jammerde nogmaals intens om de diarree aan woorden te stoppen. Zo ook de pijn. Na deze afkoeling kreeg ik wat limonade, gemaakt van uitgeperste limoenen, vanillesuiker en water. Met wat ijsblokjes koelde de limonade ook de binnenkant van mijn fragiele en pijnlijk lijfje af.

 

Na deze ceremonie waarbij mijn oma alle woorden die ze haar hele leven bij elkaar gespaard had, over mij heen had gestort, keerde langzaam de rust terug. Ook voor de nabije buren en Sonja. Ik begreep dat ze niet boos op mij was, wel op mijn moeder. De rest begreep ik niet en wilde ik zeker ook niet begrijpen.

Sonja nam het glas mee naar de keuken en sleepte mij naar boven. Een smalle, krakende houten trap leidde ons naar de zolder. Het schuine dak, opgetrokken uit zinkplaten, kneep zich samen. De zuurstofloze hitte bleef dan ook zwaar hangen in de ruimte ondanks aan weerszijden ramen waren ingebracht. Deze ondraaglijke, stikkende hitte was een deel van ons leven in de tropen. Ik kon mij een leven zonder niet indenken. Plotseling viel mij op dat ik het bimbam geluid van de Friese staartklok niet hoorde. Ieder kwartier, halfuur en vol uur moest dat ding keihard luidden. Oma was verslaafd aan het geluid. Zij was er mee opgegroeid. Dit familie pronkstuk leefde al generaties lang bij de familie Kiesel en zonder haar klok was zij oma van van Dijk niet. Ook Sonja en ik waren gaan wennen aan het denderende geluid en sliepen er dwars doorheen. Maar vandaag niet.

 'Son, waar is oma's klok?' Ik benadrukte de 'n' in Sonja's naam langdurig en die haatte dit gezeur van mij.

  'Zeur niet', lispelde Sonja.

 'In die nis daar'. Zij wees met haar been in de richting van de hoek. Veel te lui om zich te keren duwde ze haar been dan ook bijna in mijn neus.

 'Is die kapot?'.

Sonja humt.

Als ik vermoedde dat zij het aardse even wisselde voor de droomwereld, schoof ik op mijn kontje naar de nis van de zolder. Mijn hartje begaf het bijna van angst omdat ik wist dat ik daar niet komen mocht. Eens had Sonja verteld dat oma daar het lijk van opa Kiesel had opgeborgen. Nooit eerder was ik daar dan ook geweest. Echter, mijn nieuwsgierigheid naar de klok was groter dan mijn angst en gedrilde gehoorzaamheid. Ik kon de slaap niet vatten, ik miste het geluid van die oude, lelijke klok die altijd maar doortikte en ook altijd op tijd sloeg. En terwijl de zweetdruppels van mijn rug tussen mijn bilspleet kietelden, schoof ik langzaam de donkerte in. Met mijn arm stootte ik tegen iets aan. Als ik van de schrik bekomen ben en mijn ogen de donkerte aankunnen, zie ik onze klok zielig en alleen tegen de muur aangedrukt, staan. Ik ging recht voor de klok staan, die zelfs een kopje groter was dan ik en constateerde dat de slinger verdwenen was. Op het moment dat ik mij wilde keren om terug te gaan zag ik een boek liggen. Het lag alsof iemand het daar had neergelegd. Voor mij. Een heel erg stoffig boek, ik begon dan ook flink te niezen toen ik het eerste blad omsloeg. De titel was helemaal verdwenen. Ik bladerde één voor één door de broze bladzijden waarvan de woorden zo vaag waren dat ik ze niet lezen kon. Plots, te midden van de broze, vergeelde bladzijden, was er een nieuw gedrukte tussen. Zomaar te midden van al die vergeelde, gerimpelde en verschoten pagina's, een glad, glanzende witte pagina. Zachtjes streelde ik over de bladzijde waar dikgedrukt en in ruime letters geschreven stond: 'Vadertje Tijd'.

Luid op las ik deze zin: 'Vadertje Tijd'. Even dacht ik dat mijn opa zo heette. Ik pijnigde mijn hersenen maar door de nog altijd verdomde pijn van mijn pak ransel wilden die niet meewerken. Plots verstijfde ik. Voor mij stond een hele lange man, in een zwaar gesteven wit pak, bijna tot de hemel reikend. In zijn rechterhand hield hij een glazen bol die als de zon de nis verlichtte. Ik was verblind. Voorzichtig probeerde ik omhoog te kijken en zag in zijn ogen vlammetjes zweven. Zijn lichaam had de vorm van een zandloper, zijn armen waren lang en botterig met handen die opgerolde nagels hadden als krulmacaroni. Terwijl zijn lange kleurloze baard hing te kietelen op mijn hoofdje, was mijn lichaam zo stram als was voortijdig artrose ingetreden. Toen ik eindelijk mijn stem terug had gilde ik hysterisch luid om Sonja.

 Ik bleef gillen maar Sonja sliep en het was alsof het geluid weggedragen werd door een onzichtbare hand.  De oude man keek dwars door mij heen en zei:

 'Tijd is maar een droom van het leven,

je moet genieten van vandaag,

er is geen verleden of toekomst zeker.

begraaf je dromen van gisteren niet,

probeer niet te gluren achter het gordijn van morgen,

vandaag is vandaag en morgen ligt in 't verschiet'.

 

De glanzende bol viel uit zijn hand en ik zag deze uiteenspatten in miljoenen stukjes.

Niemand heeft mij ooit geloofd; mijn oma dacht dat het mijn moeders schuld was. Zij had mij op mijn hoofd geslagen en nu brabbelde ik allerlei onzin over een man die het lijf had van een zandloper.

 

Mildred A.S. Meyer

Februari 2010

 

Toelichting:

*  Van Dijk was een woonwijk opgezet door Hollandse kolonisten en boeren.

** Koelie - bijnaam voor Indiase en Javaanse gastarbeiders die na de afschaffing van de slavernij werden aangevoerd om de werkzaamheden op de plantages uit te voeren.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Milly-Antoinet om 00:11 Reageer op dit bericht

Amigo

Medewerkster Valery Hotel "Sosúa by the sea" met de teddybeer
die ik voor haar dochter gekocht heb.
Lief hé!
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 22:51 Reageer op dit bericht

De gekte van de Caraïbische zon.

 

 

 

 

Wij ©

 

Hij, stralend als de zon,

rustig, zorgeloos wachtend,

op romantische strand waar menig vrouw

voor plezier,vertier, lachend

een overvloed aan tijd

overgeleverd is aan de kracht van verleiding.

 

Hij kijkt, ik staar,

als sta ik in Madam Tussauds.

Zijn ogen veilig verborgen,

achter donkere glazen,

bluft hij speels mijn leeftijdszorgen

weg van tijd en plaats in parafrasen

 

Mijn wereld staat stil

de wind houdt haar adem in,

de zee fluistert,

houdt zijn golven mijnentwil

ver weg van strand en zand,

 

Ik weet nu al niet eens meer

hoe ik leefde voor zijn tijd,

alle stille pijn verdwijnt

mijn wereld lijkt eventjes perfect te zijn.

Ik hoop dat hij ooit voelen mag

wat ik nu voel,

wat niet in woorden te vangen is.

 

Ik leef net een schaakstuk

alleen het spel begrijp ik niet,

het is alsof ik verten zie,

een wereld wacht op mij

daar past hij niet in,

ik kijk de tijd voorbij.

 

 

Mildred A.S. Meyer

 

 

 

 

 

 

 



575086-22212b890623467c5a54b02a30488fe9.JPG

575086-0ff52b90b10cdede449b01daf2ae4aa1.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 20:53 Reageer op dit bericht

Weeskind uit Haïti (12-01-2010)

 

Weeskind uit Haïti.©

 

 

Een kindje wakker geschud door de aarde,

met ogen die vangen wat het hoofdje niet verwerken kan

angst en dood ontnemen het de eigenwaarde

verlammen bot en ziel.

 

Koude, nieuwe wereld zonder zon

warmte komt uit diepe getuigenis,

van ouders wit met vreemde spraak

waar de aarde stil en vredig is.

 

Geborgen vangen ogen

wat het hoofdje niet begrijpt,

geluiden nieuw walsen om 't kindje heen

in koude, nieuwe thuis.

 

Help het kindje te begrijpen

de aarde schudt, de wolken drijven

dat stormen gieren,

bestemming onbekend.

 

Eens zal dit kindje met nieuwe ogen kijken

naar het land dat het verliet met spoed,

de oude boze aarde begrijpend

met nieuw verworven moed.

 

Eens zal het kindje de beelden wissen

en met nieuw verworven kruin,

verlaten thuis te zeggen

bestemming bekend, ik blijf.

 

Mildred A.S. Meyer

Januari 2010 


 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 20:56 1 reactie Reageer op dit bericht

Ode aan de Schrijversgroep (seniorennet.be)

Schrijversgroep ©

 

Als alles in mij donker is

en ik mijn bestaan veracht,

dan wend ik mij tot u

voor woorden vol luister en kracht.

 

Als buiten alles donker is,

mijn vrienden mij niet zien gaan,

dan wend ik mij tot u

o helpe mij uw schrift verstaan

 

Als binnen alles donker is,

de kracht mijn pc verlaat

dan wend ik mij tot mijn ziel

tot alles verder gaat.

 

Mildred A.S. Meyer

Januari 2010

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Milly-Antoinet om 20:48 Reageer op dit bericht

Meer van La Promnesia! Plusjes & Minnetjes...

↑ Terug naar de berichten