Archief
Paaszondag.
Medicine woman
Ik ben elke vrouw
Het is allemaal in mij
Eva is mijn naam
Moeder van alle levenden
Alles is uit de vrouw geboren
De kracht, vergeten door de wereld
De wet, het centrum van het universum
De bron van de schepping
Vrouw, ben ik
In alle vormen
Bewaakster van vruchtbaarheid en groei
Moeder aarde
Ik ben elke vrouw
Alle vrouwen ben ik
Tonanzin is mijn naam
Godin van moeder aarde
De as waar de wereld om draait
Het begin en het einde
Hart en ziel van het universum
De verbindende kracht
Medicijnvrouw ben ik
Niemand meer en niemand minder
Vrouw in alle vormen
Zij, die het leven danst.
http://www.innermedicinewoman.com/
Een vrolijk Pasen aan alle bloggers toegewenst
Heerlijk weer.

Genieten van het heerlijke weer is er voor velen niet bij! Binnen zitten op kantoor met automatische rolluiken die dicht gaan bij iedere lieve straal van de zon! Ikke niet. Ik heb enorm veel geluk dat de zon aan de andere kant van het gebouw schijnt waardoor de luiken niet door hebben dat ze dicht moeten. Ik kan dus optimaal genieten van de zon. En ik weet dat er mensen zijn die zullen denken "aha haar werkgever heeft haar bij een raam geplaatst!. Waar hebben wij dat weer gehoord?" Oja
bij de Japanners! Die zetten oude werknemers waar ze geen raad mee weten gewoon bij het raam. Die mogen staren naar buiten tot ze aan de 'gekkegeraniumziekte' beginnen te lijden. Ikke dus niet...............werk zat. Ik heb enorm veel geluk dat ik op deze wijze alsnog van mijn laatste jaartjes (wat zeg ik) maanden mag genieten!

Enneagramstudies.com
Klik op bovenstaande link en geniet van een relaxte site met veel leuke anecdotes.
groetjes uit Rotterdam
januari 2007
23 januari 2007
Boekbespreking "Lelijk"
Korte Inhoud.
Constance Briscoe wordt geboren in Zuid-Londen in 1957 als dochter van George en Carmen Briscoe, een jong Jamaicaans stel dat naar Engeland kwam om het te maken. Constance wordt als enige van de zes kinderen jarenlang systematisch mishandeld, zowel lichamelijk als geestelijk, door haar eigen moeder en haar nieuwe vriend. Haar moeder haat haar, noemt haar te pas en te onpas lelijk, benadrukt hoe vreselijk ze het vind dat Constance geboren is en mishandelt haar elke avond voor het slapen gaan en elke ochtend nadat het bange meisje in haar bed heeft geplast. Ze wordt geslagen, geknepen, gekleineerd, uitgehongerd... en al die tijd koestert ze een droom, de droom om advocaat te worden. Ondanks alle tegenwerking weet ze de middelbare school te halen en een studiebeurs te verkrijgen... En uiteindelijk wordt ze de eerste zwarte rechter in Engeland.
In een zeer eigen beeldende stijl vertelt Constance over al die jaren dat ze leed onder de handen van haar moeder en over de grote, bijna bovenmenselijke kracht die ze wist op te brengen om door te gaan en haar droom te verwezenlijken.
Uittreksel
Blz. 65: Eastman wreef zich in de ogen. ‘Geef eens,’ zei hij, moeder de foto uit de handen grissend, en hield hem op een centimeter of tien van zijn ogen. ‘Ik kan je één ding zeggen, meid;: jij bent verdomme oer- en oerlelijk. Ben je dit echt?’ zei hij. ‘Carmen, heb jij ooit zo’n lelijk kind gezien? Tjongejonge!’ Hij haar mijn (klas)foto terug.
‘Heb ik die op de wereld gezet?’ Moeder keek weer van de foto naar mij. ‘O Heer, o lieve Heer, hoe kan iemand zo lelijk zijn? Lelijk, lelijk, lelijk! Als ik haar niet zelf haf gebaard, lieve Heer, dan had ik gezworen dat ze een bedriegster was. Hemelse Vader, zoet en goed, waarom heeft u mij zo’nvarken gegeven? Moet je die neus zien! Waar héb je die toch van? Niet van mij,’ zei ze, meteen haar eigen vraag beantwoordend. ‘Als ik zoiets had, liet ik meteen de helft ervan afsnijden.’
‘En vergeet die rubberen lippen niet, Carmen! Kijk eens naar die foto! Als ik zo’n mond had, zou ik niet eens op de foto willen – laat staan dat ik hem wilde kopen! En, Clare, hoe kom je toch aan al die pukkels? Dat is geen mensenhuid meer, dat is aardappelschil!’
‘Ach ja, Eastman, nu zie ik het ook: ze heeft niet alleen een te grote neus, maar ook een te grote mond! Hoe kom je toch aan die neus, Clare?’ En toen drukte ze met haar middelvinger zo hard op het puntje van mijn neus, dat ik geschrokken achteruit stommelde. ‘Hé hé, niet weglopen als ik tegen je praat; hier komen jij!’ Ze trok me aan mijn haar terug. ‘Maar jij wilt dus dat ik deze foto koop. Heb ik dat goed begrepen, Clare?’
‘U mag hem ook teruggeven, dan neem ik hem morgen weer mee naar school. U hóéft hem niet te kopen!’
‘O, Clare, wat ben je toch lelijk! Heb jij jezelf de laatste tijd nog wel een gezien? Kijk dan!’ Ze draaide de foto om en hield hem mij voor.
Ik keek ernaar en zag dat ik echt heel erg lelijk was: mijn hoofd was te groot, mijn lippen waren te dik, mijn neus te breed en ik was een en al pukkels. En ik glimlachte ook nog niet.

