Naar de inhoud

Dagboek van een verschoten saboteur

akke.beakke.be
Guido Devos glimlacht en grijnst, satert en schatert, maar is ook wel eens serieus…

Archief

Brussel 2106

De Zinneke Parade wordt stilaan een begrip in Brussel. Zaterdag trok ze voor de vierde keer sinds 2000 door de straten van onze hoofdstad: een kleurrijke, borrelende en bruisende optocht met mensen van allerlei pluimage die het multiculturele karakter van het trefpunt Europa dik in de verf zette.
In hun inventieve, uit ouder materiaal gerecycleerde flitsende kostuums, begeleid door de vaak bizarste wagens en muziekbands, speelden, riepen, schreeuwden, scandeerden en zongen de deelnemers hun weg doorheen de dikke rijen toeschouwers die zich langs het parcours hadden opgesteld. Voor wie er nog aan twijfelt: wit, zwart, bruin, geel, oranje, blauw, groen, grijs: zo zal onze bevolking eruitzien over honderd jaar, want ‘Brussel verbeeldt de toekomst’ was het thema van de parade. Vandaar dat alle deelnemende groepen zich hadden toegespitst op de samenleving van morgen en de problemen die zich (verder) zullen stellen als eenzaamheid, stress, bodem- en luchtvervuiling, water- en energietekort, vuilnisverwerking, dictatuur en slavernij.
Wie de vrolijke, kleurrijke bende langs zich heen zag huppelen en dansen kon met eigen ogen vaststellen dat alle lagen van de bevolking hun futuristisch steentje hadden bijgedragen: oud, jong, dik, dun, groot, klein, arbeider, intellectueel, student, professor, gepensioneerde, kind, kleuter, adolescent, kroegbaas, marolien, junk, huismoeder, grootmoeder, buikdanseres, slangenmens, eenzaat, fuifbeest, hig-brow, low-brow, zuipschuit, holebi, trans, blond, bruin, zwart, grijs, valide, minder-valide, sportief, stram, soepel, noem maar op, ze waren er allemaal op hun manier en hun aanstekelijk enthousiasme deed Brussel zinderen onder een onverwacht schalks lachend zonnetje.
Op een ogenblik dat het land dooreengeschud wordt door racistisch geïnspireerde steek-, schiet- en vechtpartijen, bewijzen de Zinnekes massaal en op ludieke wijze dat de overgrote meerderheid van de bevolking een harmonieuze samenleving met respect voor eenieder wenst. Een beter antidotum tegen zinloos geweld en racisme bestaat er niet.
Wie breien een verlengstuk aan deze jonge Brusselse traditie? Voor wanneer een Sinjorenoptocht, een Stroppenstoet, een Maneblussersparty of een Brugsezottenmars?


Geschreven door Guido om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Lentesprookjesbos

Wie van sprookjes houdt en van een sprookjesbos kan één keer per jaar door een écht sprookjesbos wandelen. Het bevindt zich in Halle en is gehuld in de prachtige paarse gloed van hyacinthen.
Eind april - begin mei is het ideale moment om het Hallerbos te bezoeken.
Dus als je je alsnog wilt onderdompelen in een sprookjessfeer wordt het de hoogste tijd… :-)

Geschreven door Guido om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Leer jezelf kennen: De Grote Schoonmaak-enquête

Beantwoord volgende vragen voor jezelf, scroll en kijk in de linkerkolom om je punten te berekenen. Op basis van je totaal kijk je vervolgens rechts onderaan om jouw profiel te kennen… 
Denk daarna eens goed na.

1. Je wil gaan tanken maar voor jou staat toch wel geen Afrikaanse hufter te treuzelen zeker? Wat doe je?

a. Je rijdt hem zachtjes aan -bumper tegen bumper- om hem aan te sporen op te schieten.
b. Je scheldt hem uit voor kloteneger en je rent op hem toe om hem in elkaar te slaan.
c. Je gooit een brandbom in zijn wagen.

2. Je zit in de metro en een Marokkaanse vrouw komt naast je zitten. Wat doe je?

a. Elke keer als de metro stopt of remt val je tegen haar aan en verkoopt haar zogezegd per ongeluk een fikse elleboogstoot in haar ribben, zij of buik.
b. Je zet een wasknijper op je neus en zegt dat iedereen het goed hoort: "Ik ga zitten waar het minder stinkt.”
c. Je laat je portefeuille ongemerkt onder haar stoel vallen en ruit vervolgens de mensen om je heen op om de vrouw te molesteren omdat ze je probeerde te bestelen.

3. Een homofiel koppel komt in het huis naast het jouwe wonen. Wat doe je?

a. Je steekt het huis in de fik terwijl ze aan het slapen zijn.
b. Je schildert hun voordeur in het rose en hangt elke dag een met melk gevulde condoom aan de klink.
c. Je hangt een affiche voor je raam: “Mijn buurman is een nicht… knijp je billen nu maar dicht!”

4. Je ziet een jonge Pool met een MP3-speler rondlopen. Wat doe je?

a. Je roept de politie en wijst hem aan als een dief.
b. Je stoot hem een mes in de borst omdat hij gen respect voor Joe Van Holsbeeck betoont.
c. Je neemt de MP3-speler af en gooit hem voor de wielen van een aanstormende bus.

Geschreven door Guido om 16:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Munch - Rops



In het Charliermuseum in Brussel vindt een interessante tentoonstelling plaats rond tekeningen, etsen en dergelijke meer van Edvard Munch en Félicien Rops.
Dit is een klein museum in een prachtig herenhuis waar ook de meubelen, de muren, de luchters kunst op zich zijn en de vloeren nog ouderwets kraken onder je tred…

Als illustratie vind je de 'Madonna' van Munch bij dit stuk. In de rechterkolom zie je een afbeelding van 'Pornokrates' van Rops en links 'Separation' van Munch. 
Deze drie werken kun je bewonderen op de tentoonstelling.
Geschreven door Guido om 12:44 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Een avondje uit in een Brusselse bioscoop

Er is me altijd voorgehouden: laat je niet kennen, spreek je eigen taal in onze hoofdstad! Het is geen kwestie van arrogantie of weigeren Frans te spreken, maar eerder een signaal verzenden dat wij, Vlamingen, ons niet in de hoek laten drummen. Wat oorspronkelijk een Vlaamse stad was, is door de eeuwen heen immers meer en meer een Franstalige enclave geworden omgeven door Vlaams gebied. Je kunt daarover sakkeren, weeklagen en er de goden om vervloeken, maar het is en blijft de realiteit. Moeten we daarmee leren leven?
Dit weekend wilde ik me als Vlaamse bioscoopbezoeker laten kennen.
Ik naar de kassa. Mijn vriendin achter me aan. Een piepjonge langharige kassajuffrouw blikte me met waterige ogen aan toen ik mijn opwachting maakte:
“Twee kaartjes voor ‘La doublure’ alstublieft…”
“Oui, monsieur”, antwoordde de schoonheid in haar beste Nederlands.
“Hoeveel maakt dat?”, ging ik voort alsof de ‘oui’ me was ontgaan.
“Dix-sept euros”, antwoordde ze in Voltaires taal, maar Voltaire had mijn vraag in Vondels sprake wel degelijk begrepen.
Omdat ik nogal koppig van aard ben als ik een zekere onwil aan de andere kant meen te bespeuren, ging ik halsstarrig voort in het Nederlands:
“In welke zaal speelt de film, juffrouw?”
“A la salle trois”, antwoordde ze met neergeslagen ogen alsof ze bang was voor de priemende blik van een zich steeds meer ergerende Vlaamse leeuw.
Toen ze voelde dat ik bleef staan, keek ze weer op. Ben je nu nog niet weg schijtkereltje?
“Kunt u me mijn kaartjes misschien ook géven?” vroeg ik, want die lagen nog altijd voor haar naast het computerklavier.
”Excusez-moi, monsieur”, zei ze en ze begon te blozen. Ja, dat mocht wel.
Ach, wat maakt het uit, bedacht ik. Je bent jong en je wil wat en je bent blij dat je een job aan de kassa van een bioscoop hebt kunnen versieren zonder dat men je het wettelijk voorgeschreven taalexamen heeft doen passeren. Wie kan je wat maken en één lastige Vlaming zal het bioscoopbezoek niet angstwekkend doen dalen.
Op naar de zaal. Die bevond zich in de winkelgalerij even verderop.
Voor de ingang van de bioscoop stonden twee afgeborstelde jonge kerels stoer te wezen. Kort geknipt, donker haar, strak in het pak, met ingestudeerde vriendelijkheid.
Aha! Een nieuwe gelegenheid om mijn Vlaamse aanwezigheid in Brussel te manifesteren.
”Alstublieft!” zei ik met luide stem terwijl ik Armani nummer één mijn kaartjes overhandigde.
“Deuxième niveau en bas”, repliceerde hij met een brede glimlach en tintelende ogen.
Het zal niet waar zijn. Mijn vriendin keek me spottend aan. Ik had evengoed Swahili kunnen praten.
Toen de eerste beelden van de film op het doek geprojecteerd werden begon ik al een wee gevoel in de buik te krijgen. Het was een Frans-Italiaanse productie en, ja hoor, bij de eerste dialoog werd mijn vermoeden bevestigd: geen onderschriften! Met deze film mocht enkel in het Frans worden gelachen. Ik voelde me ongewenst, een Marokkaan op het congres van het Vlaams Belang. Tot mijn scha en schande moest ik bekennen dat ik het programmablad niet bekeken had en daarvoor betaalde ik nu het gelach.
Vlamingen die Fransonkundig zijn, lachen helemaal niet. Hoe zouden zij reageren? Zouden zij met wapperende manen en met van woede vertrokken gelaat hun frustratie gaan uitbrullen aan de kassa? Of zouden ze verontwaardigde brieven aan de directie van de UGC Toison d’Or schrijven?
Mijn vriendin fluisterde me in het oor dat Vlaamse Brusselaars deze bioscoop waarschijnlijk niet frequenteren.
Na de voorstelling keek ik wél het programmablad in: de UGC Toison d’Or programmeert vijftien films deze week. Acht films hebben Franse én Nederlandse onderschriften. Zes films zijn origineel Franse en dus voor eentalige Vlamingen verboden terrein en de Zuid-Afrikaanse film in originele versie is enkel Frans ondertiteld…
Ik kreeg ter plekke haast een beroerte. Hoho, oppassen, makker, want als je in een Brussels ziekenhuis verzeild geraakt, klopt je hart beter in het Frans wil je zeker zijn dat het verder blijft kloppen.

Geschreven door Guido om 12:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Een vleugje lentegevoel

Bedoeling van deze blog is op gezette tijden ook een stukje literaire creativiteit te etaleren… :-)
Nu de lente in het land is en we allemaal kriebels door ons lijf voelen stromen is het misschien het moment om die kriebels onder woorden te brengen. Daarom een gedicht…

TEDER

Teder
Niet als een moeder haar pasgeborene
Niet als een schaap haar lam
Niet als een bries het blad

(Zo wreed zijn kan ik niet)

Maar als een prins op kousenvoeten
Rieten matje op de vloer
Hese woorden zonder franjes
Met de waarheid heet als vuur

Wil ik je aanraken

Haast

Zonder vingers


Geschreven door Guido om 22:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Grollen en grappen in de literatuur

Toen ik in de jaren tachtig het literair eenmansschrift 'De Vos' uitgaf was ik begonnen met het aanleggen van een verzameling grappen in de literatuur.
Nu ik 'Niemands meester, niemands knecht. Leve mij', een door Brigitte Raskin samengestelde keuze uit Johan Anthierens' autobiografisch werk aan het lezen ben, bekruipt mij de zin om deze aparte hobby weer op te nemen. Drie grapjes dus van de meester van de ironie, het sarcasme en het cynisme.




1. "Van de humordagen in Heist onthoud ik volgend verhaal: een man klaagt bij de dokter zijn nood over zijn ongelooflijk geheugenverlies. 'Hoe lang heb je dat al?' informeert de arts. 'Wat?' " (blz. 203)

2. "Ik hoorde het mopje van Roland Verhavert en die had het al van Hugo Claus en iedereen aan wie ik het kwijt wil, zegt: 'Ik ken het al hoe, vindt u het?' Het is een zeer positief verhaal, een triomf van het leven. Ik begin.
Er wordt een kindje geboren en dat gebeurt nog wel meer, maar  het opvallende is dat de boreling onbedaarlijk veel schik heeft. Sinds zijn ontstaan proest het van het lachen. Moeder maakt zich ongerust, vader vindt het vreemd en de dokter begrijpt het niet. En als het al die beduusde gezichten ziet, giert het kind het uit.  De dokter roept een specialist bij dit opgewekte verschijnsel en die draait en keert het wicht en vraagt zich af waarom  het zijn rechtervuistje krampachtig gesloten houdt.  Na veel wrikken en trekken krijgt de arts het handje open en wat ziet hij in de geopende hand? Precies. De pil."
(blz. 235)

3. Over zijn schoonmaakster: "Een tijdje later maakte iemand haar beklag over Lily's onprettige manier van telefoneren. 'Ja, meneer', verweert ze zich, 'maar u weet dat ik dat doe omdat ik zo ongemakkelijk telefoongesprekken voer.' Waarop ik haar ontsla van de plicht in mijn afwezigheid af te haken, laat maar bellen, sus ik haar. 'Ja, maar wat doe ik dan met dringende oproepen?' vraagt Lily.

Geschreven door Guido om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Brussel, de Vlaamse toets

Op 8 en 9 april werd de vernieuwde Koninklijke Vlaamse Schouwburg ingefeest en op 15 april vond er een opendeurdag plaats, waarbij eenieder zich kon vergapen aan de allernieuwste snufjes op theaterkundig vlak.
Het gebouw was vroeger een wapenarsenaal maar werd eind van de negentiende eeuw als schouwburg voor het publiek opengesteld. Na vijf jaar restauratie- en vernieuwingswerken staat het opnieuw in volle glorie te prijken.
Als je voor de gevel van het prachtige gebouw staat zie je drie borstebeelden boven de ingang (van links naar rechts): Willem Ogier (1618 -1689), een Antwerpse schrijver van kluchtspelen, Pieter Langendyck (1683 - 1756) een gevierd blijspeldichter en de onovertroffen Joost van den Vondel (1587 - 1679), de grote Nederlandse dichter en toneelschrijver.
Interessant om weten.
Ook interessant om weten is dat de KVS haar deuren wijdopen gezet heeft voor niet alleen het eigen gezelschap maar alle gezelschappen die kwaliteit te bieden hebben. Ook de multiculturele Brusselse samenleving heeft de programmatie beïnvloedt.
Je kan het allemaal hier constateren.
De Vlaamse aanwezigheid in Brussel blijft dus intact en wie houdt er ons tegen om daar massaal op in te spelen?
Geschreven door Guido om 14:18 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Kleine brieven aan mijn vrienden: Amos Oz

Geachte heer Oz,
Ik denk niet dat de naam Amos Oz bij het grote publiek een belletje doet rinkelen, net zomin als die van Meir Shalev of A.B. Yehoshua.
Omdat literatuur nu eenmaal mijn dada is, klonk uw naam mij wél bekend in de oren, maar tot meer dan wat nieuwsgierig geflapper heeft dat nooit geleid. Ik wist wel dat u tot het land van de Sharons en Peressen, de Talmud en de pijpenkrullen behoort, maar daar waar David Grossman op een blauwe maandag op mijn leestafel belandde, bleef uw werk mij vooralsnog onbekend.
Ik lees nu dat u een links georiënteerd schrijver bent, oorspronkelijk actief binnen de Labourpartij, maar dat u later naar de extremere (Meretz)kant bent opgeschoven en de grote bezieler van de Vrede Nu-beweging werd. Ik lees ook dat u een gerespecteerd leraar literatuur bent en na het behalen van talloze internationale prijzen tot het selecte kransje kanshebbers op de Nobelprijs bent toegetreden. Mag daardoor mijn nieuwsgierigheid geprikkeld zijn?
Als je een Joodse roman ter hand neemt, verwacht je ergens over de holocaust te lezen of over de gespletenheid die het huidige Israël kenmerkt, al is het maar in de kantlijn. Ik geef toe: het is clichématig denken, maar zolang de Jodenstaat niet tot rust is gekomen en de geest van de gaskamers niet bezworen, zullen deze thema’s blijven terugkeren als een brandhaard die blijft opflakkeren.
Dat u Israël in twee blokken verdeelt, is een open deur intrappen: je hebt de ultraconservatieven die het land zijn bijbelse grenzen wensen terug te bezorgen en je hebt de tolerantere helft die begrip toont voor de Palestijnse verzuchtingen en inziet dat Joden niet de enigen zijn die door de geschiedenis werden verdreven. De kracht van de literatuur is realiteiten op oorspronkelijke wijze in fictie doen  opgaan en personages in het leven roepen die met de stem van de schrijver spreken.
Dit is één reden waarom ik uw roman ‘Black Box’ (1987) zozeer gewaardeerd heb. Een puur literaire dus.
Literatuur stopt echter niet bij het verhaal, maar zet zijn reflecterende tocht in het onderbewuste verder. ‘Black Box’ refereert aan de beruchte zwarte doos die specialisten de oorzaak van een vliegramp helpen detecteren. Analoog probeert u in uw roman het hoe en waarom van het deficit van enkele relaties te achterhalen. Het samenvallen van twee personages met de Israëlische realiteit is slechts één aspect van deze roman, waarin liefde, haat, afstoting en verzoening angstwekkend dicht bij elkaar aanleunen, haast versmelten. Er is ook het religieus fanatisme dat soms op een verdoken maar steeds vaker op een expliciete manier ingrijpt in de Joodse en Arabische samenleving en als een permanente dreiging boven het boek hangt. Uw hoofdpersonage, professor Gid’on, wordt zelfs wereldwijd geprezen om zijn studie van het fanatisme.
Met de ketting van brieven, telegrams en ideeënkaartjes geeft u ons inzicht in de psyche van uw personages. Het is een interessant procédé om de stukjes van de puzzel te doen samenvallen. Literatuurlovers als ik breken na lectuur de puzzel snel weer op om het plezier te smaken hem een tweede keer te kunnen uitleggen, weliswaar met voorkennis, wat het lezen eens zo aangenaam maakt.
Er zijn romans die me boeien omdat het thema me aanspreekt of omdat ze schitterend zijn geschreven, wat mijn bloed sneller doet stromen, maar de romans die beide combineren, daar lig ik wakker van. Van ‘Black Box’ heb ik drie nachten niet geslapen en ik verzeker u: dat is een zalig gevoel.
Geschreven door Guido om 12:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Dagboek van een verschoten saboteur

↑ Terug naar de berichten