geweld tegen mannen
Seksueel geweld tegen mannen – tijd om het taboe te doorbreken
Er is het laatste decennium terecht steeds meer aandacht gekomen voor seksueel geweld tegen vrouwen. Opvallend weinig hoor je van mannen die seksueel zijn misbruikt. Verkrachting en seksuele mishandeling van mannen komt echter op veel plaatsen voor: in gevangenissen, op politiebureaus, in oorlogsgebied, maar ook binnen relaties of familie. Dit komt nauwelijks onder de aandacht van het grote publiek. Algemene opvattingen over homoseksualiteit en mannelijkheid spelen hierbij een belangrijke rol.
In juni 2002 ontstond er wereldwijd grote ophef over de zaak van een Pakistaans meisje. Ze was op last van een dorpsraad verkracht door een groep mannen, omdat haar twaalfjarige broertje was gezien met een meisje uit een hogere kaste. Een officiële rechtbank in Pakistan veroordeelde vervolgens de daders én de zelfbenoemde rechters van de dorpsraad tot hoge gevangenisstraffen. Hoewel het bemoedigend is dat internationale afkeuring van dit soort barbaarse praktijken invloed kan hebben, is er een vreemde kant aan deze zaak. Het meisje was naar verluidt namelijk niet het enige slachtoffer van groepsverkrachting; ook haar broertje zou door drie mannen zijn verkracht. Dit is echter in geen één nieuwsbericht terechtgekomen, en de rechtszaak volgend op het internationaal protest had ook geen betrekking op wat er met de jongen was gebeurd.
Schaamte
Door het taboe op seksueel geweld tegen mannen worden in veel gevallen daders niet berecht en verdwijnen zaken voor de buitenwereld in de doofpot. Evenals bij vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld, lijden mannen niet alleen onder het trauma van wat er is gebeurd, maar spelen ook schuld en schaamte een rol. Allerlei zaken kunnen door je hoofd spelen: het gevoel dat het misschien aan jou lag, aan hoe je eruit zag of hoe je je gedroeg.
Schaamte zal vaak het grootst zijn bij misbruikte heteromannen, vooral afhankelijk van de manier waarop homoseksualiteit in hun omgeving wordt gezien. De angst om voor homo te worden uitgemaakt, en de afkeer van homoseksualiteit terwijl die nu ook op jezelf van toepassing is, zorgen voor een versterking van de schaamte. Bovendien mogen mannen geen slachtoffer zijn – ‘niet huilen, wees een vent’. Kwetsbaarheid wordt geassocieerd met vrouwelijkheid en homoseksualiteit.
Dit alles maakt de kans dat er aangifte wordt gedaan klein. Bovendien blijkt vaak dat, als er al aangifte wordt gedaan, ook de autoriteiten negatieve opvattingen hebben over mannelijke slachtoffers van seksueel geweld. De klacht wordt niet serieus genomen en verdwijnt meestal onder tafel. Omdat de media blijkbaar ook niet zitten te wachten op dit onderwerp, gezien de sporadische aandacht die het krijgt, is het voor slachtoffers zeer moeilijk om hun recht te halen.




Het percentage ouders dat hulp inschakelt, is nog steeds laag: 35%. Het is zelfs iets gedaald in vergelijking met 2002. Wie hulp zoekt, gaat meestal naar de huisarts (41%). De ouders die hulp zoeken, zijn in meerderheid meer tevreden dan voorheen: 71% versus 59% in 2002. Ouders die niet tevreden waren, gaven als voornaamste reden dat het bedplassen niet ophield. Opvallend is verder dat een op de zeven ouders van de huidige bedplassers die een hulpverlener inschakelen, weer zonder hulp naar huis wordt gestuurd. 

