kinderloos
(kinderloos)Als zwanger worden niet vanzelf gaat
De eerste maanden dat je probeert om zwanger te worden, zijn prettig spannend. Elke maand is er de hoop dat het lukt.
Als het langer duurt, wordt het geduld op de proef gesteld. Elke menstruatie is een teleurstelling.
Na ongeveer een jaar volgt een bezoek aan de huisarts. Die doet onderzoek en adviseert om nog af te wachten. Of hij verwijst je naar een gynaecoloog of fertiliteitscentrum. Jij en je partner worden nu verminderd vruchtbaar genoemd.
Er volgt meer onderzoek om te kijken waar dat aan ligt. En wellicht een behandeling. Hormonen bijvoorbeeld. Of intra-uteriene inseminatie met bewerkt zaad. Of een reageerbuisbevruchting.
Het zwanger worden voltrekt zich niet langer binnen de intimiteit van de slaapkamer maar in een kliniek. Het is een medische gebeurtenis geworden. Je wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.
Veelal wordt het geduld beloond. Maar ongeveer drie procent van alle stellen die zwanger willen worden, blijft ongewild kinderloos. Alle techniek ten spijt.
Als zwanger worden niet vanzelf gaat, wordt kinderen krijgen een project. Om niet te zeggen: een obsessie. De onzekerheid valt zwaar, net als het onderzoek en de eventuele vruchtbaarheidsbehandeling. Op onvruchtbaarheid rust een taboe. Jaloezie steekt de kop op. Juist nu is het belangrijk de regie te houden over je eigen lijf en leven. Om bewust keuzes te maken. Om open te zijn naar elkaar. Om je grootste angst, dat het niet lukt, onder ogen te zien. En daarna met goede moed verder te gaan.
Wees erop voorbereid dat iedereen je op onverwachte momenten de vraag kan stellen: ‘Heb je kinderen?’ Bedenk wat je in zo’n situatie wilt zeggen. Of je tekst en uitleg wilt geven, zal afhangen van de situatie en de persoon die het vraagt. Een tactisch antwoord is bijvoorbeeld: ‘Nee, helaas niet.’ De meeste mensen vragen dan niet door. Vertel aan intimi hóe zwaar de onderzoeken en de behandeling voor je zijn. Maar vertel het alleen aan mensen met wie je ook wilt delen dat een behandeling is mislukt. Het is niet prettig om ook aan de kapper te moeten vertellen dat je weer niet zwanger bent. Je hoeft niet aan iedereen te vertellen aan wie het ligt dat jullie vruchtbaarheidsproblemen hebben. Vooral voor mannen ligt dat vaak





Het percentage ouders dat hulp inschakelt, is nog steeds laag: 35%. Het is zelfs iets gedaald in vergelijking met 2002. Wie hulp zoekt, gaat meestal naar de huisarts (41%). De ouders die hulp zoeken, zijn in meerderheid meer tevreden dan voorheen: 71% versus 59% in 2002. Ouders die niet tevreden waren, gaven als voornaamste reden dat het bedplassen niet ophield. Opvallend is verder dat een op de zeven ouders van de huidige bedplassers die een hulpverlener inschakelen, weer zonder hulp naar huis wordt gestuurd. 

