woord taboe
TABOE
Een taboe is iets dat wordt beschouwd als ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken. Het woord taboe is afkomstig uit Polynesië (tapu of tabu), waar het een religieus verbod voor bepaalde plaatsen, voorwerpen, personen of acties was. Het woord komt, conform de klankwetten voor de Polynesische talen, terug als tapu, kahu etc.
Het schenden van een taboe in een bepaalde cultuur kan leiden tot reputatieschade, sociale uitsluiting of andere vormen van repercussie. Soms kan het schenden van een taboe leiden tot rechterlijke vervolging.
Taboes kunnen betrekking hebben op
- het dieet (bijvoorbeeld halal/kosjer, boeddhistisch vegetarisme of het verbod op kannibalisme),
- seksuele activiteiten of relaties (bijvoorbeeld tussen rassen, homoseksualiteit, incest, bestialiteit, pedofilie, necrofilie),
- lichamelijke beperkingen of ongewoon lichamelijk functioneren (bijvoorbeeld winderigheid), gewoonten met betrekking tot lichaamsfuncties (bijvoorbeeld neuspeuteren of in het openbaar winden laten),
- drugsgebruik,
- de aanwezigheid van ongeschonden geslachtsorganen (bijvoorbeeld besnijdenis of vrouwenbesnijdenis),
- het ontbloten van lichaamsdelen (bijvoorbeeld enkels in de Victoriaanse tijd, vrouwelijke gezichten in de Islam, naaktloperij in de VS) of
- bepaald taalgebruik (bijvoorbeeld politiek incorrect taalgebruik).
Andere voorbeelden van taboes in de westerse cultuur zijn de dood of zelfmoord.
- het spreken tegen bepaalde familieleden (bij de Aboriginals, zie onder)
Wat een taboe is, wordt bepaald door de culturele, religieuze of politieke context.
In Nederland dook het begrip taboe op in de discussies rondom Politieke correctheid. De zogeheten taboes in de westerse cultuur zijn echter meestal geen echte taboes in de antropologische zin van het woord.
Behalve bij de Polynesiërs staan vooral ook de Australische Aboriginals bekend om een streng en uitgewerkt taboesysteem. In de meeste Australische culturen was of is het verboden binnen bepaalde familierelaties, bijvoorbeeld schoonzoon-schoonmoeder, met elkaar te spreken; men behelpt zich met gebarentaal of, als het niet anders kan, met een speciaal soort taal die grammaticaal gelijk is aan de gewone taal maar heel andere, niet belaste woorden gebruikt.





Het percentage ouders dat hulp inschakelt, is nog steeds laag: 35%. Het is zelfs iets gedaald in vergelijking met 2002. Wie hulp zoekt, gaat meestal naar de huisarts (41%). De ouders die hulp zoeken, zijn in meerderheid meer tevreden dan voorheen: 71% versus 59% in 2002. Ouders die niet tevreden waren, gaven als voornaamste reden dat het bedplassen niet ophield. Opvallend is verder dat een op de zeven ouders van de huidige bedplassers die een hulpverlener inschakelen, weer zonder hulp naar huis wordt gestuurd. 

