
Zie hoe het vriendelijk zonnelicht
schittert op weide en woud
zie hoe zich velde en heide
baden in stromen van goud.
Lieflijken zonne, zoo helder, zoo rein
diep in mijn hart dringt uw heerlijken schijn
en met een dankbaar gemoed
breng ik U zonne, mijn groet.
U kan geen winter verjagen
stralen uit zaligen tijd
trouw zal mijn hart u bewaren
regen en stormen ten spijt.
't Hart, eens verkwikt door uw vriendelijke schijn
zal ook des winters vol zonneglans zijn
daarom uit dankbaar gemoed
breng ik U zonne, mijn groet.
.....