de schuiten


De schuiten zwieren af en aan
zij komen op de wind te staan
en gaan geduldig over stag
en zwaaien door de lange dag
van licht en lieve zonneschijn
zo blij, omdat ze buiten zijn.
Zo blij, omdat het water koelt
hun rond de forse borsten spoelt
omdat de jonge wervelwind
hun zwarte zeilen fel bemint
en dringend met zijn volle druk
hun trillen doet van diep geluk.
Zo gaan zij altijd af en aan
ik mag ze door de zon zien gaan
mij voelen als een zonnekind
en drinken van de wijde wind,
net als die schuiten dankbaar zijn
en blij, omdat we buiten zijn........
.......













